De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.