Zwanger van The Ride

Een maand geleden was ik bij mijn wielerspecialist De Haan voor een infoavond over The Ride. Het meeste wist ik al van een avond vorig jaar en via de sociale media. En toch kwam het nu anders binnen. Ik wist namelijk al dat ik volgend jaar mee wilde doen.

Inmiddels ben ik een belangrijke stap verder. Ik heb me officieel ingeschreven voor The Ride 2020 😛.
Voor degene die het niet helemaal goed voor ogen hebben; in 8 dagen door 8 landen van de Stelvio naar de Cauberg fietsen. 1300km en bijna 20.000hm. “Makkie”, aldus de organisatie, “want jullie hoeven alléén maar te fietsen”. De rest verzorgen wij.

De komende negen maanden ben ik ‘zwanger’ van The Ride. Bij alles zal de vraag oppoppen: Past dit in mijn Ride-planning?
Voor de meesten zit het wegseizoen erop. Voor mij begint het juist. Met een beetje conditie de winter uitkomen en dan snel uitbouwen. Ik heb een generiek trainingsschema ontvangen. Een totaal ander programma dan ik gewend ben. Ik ben een man van duurtrainingen. Zo heb ik de Alpe d’Huzes 5 jaar geleden ook gehaald. Geen bergen, geen interval, gewoon uren in het zadel zitten. Misschien wat eigenwijs, maar het werkte wel. Maar er is een belangrijk verschil. Dat was 1 dag en dit worden er 8.

Natuurlijk, veel uren maken is een must, maar daarnaast staat het trainingsschema ook vol krachttrainingen (op de fiets), intervallen en ritten in verschillende hartslagzones.
Nooit eerder gedaan en nooit behoefte aan gehad. Toch denk ik dat ik het nu eens een kans ga geven. Je schijnt er beter en sterker van te worden.

Mijn Stravavolgers is het wellicht al opgevallen. Ik ben al een beetje begonnen met intervallen en tempoblokken. Op gevoel, want ik moet nog wel even een hartslagmeter kopen.

Wat ik ook wil is wat meer doen aan mijn core en wat meer rekoefeningen. Maar dat wil ik al heel lang. Ik kwam onlangs een sportkeuringrapport tegen van 35! jaar geleden. Twee dingen vielen mij op. Ik weeg nog steeds hetzelfde als toen. En de aanbevelingen op het formulier moet ik nog steeds opstarten 🤔. “Meer buikspieren trainen”. Laat The Ride dan maar de aanleiding zijn.

Gelukkig ga ik het niet alleen doen. Anja gaat ook mee als vrijwilliger. Leuk, zo zijn we toch een beetje samen zwanger.

Komende maand ga ik een planning maken. Uiteraard ligt het trainingsschema er al, maar hoe ga ik dit doen naast de dagelijkse dingen in het leven. Hoe zien de komende vakanties eruit? Komt er een ‘hoogtestage’ op Mallorca of iets dergelijks? Zijn er vrienden die af en toe een lange duurtraining willen meefietsen? Heb ik voldoende fietskleding om winter comfortabel door te komen? Wordt het niet tijd voor een nieuwe racefiets?

Alles in het teken van The Ride. Negen maanden in een bubbel leven en dan weer beetje normaal doen. Dat is het plan!

Startups bij wielerbeurs BikeMotion

Eigenlijk ging ik zaterdag naar BikeMotion om me te vergapen aan alle mooie racefietsen, die ik voorlopig toch nog niet ga kopen. Natuurlijk heb ik dat gedaan. En ook het moment dat Jan Janssen himself een Limited edition van zijn gelijknamige racefiets onthulde, omdat hij 50 jaar geleden de Tour won, vond ik erg leuk. Slechts 68 exemplaren worden er van gemaakt. Dus wees er snel bij.

Van deze racefiets worden er maar 68 gemaakt.

Maar als je mij vraagt wat me is bijgebleven dan zijn het de innovaties van een aantal startups.

Ik kwam in gesprek met Circular Cycling. Een superjong bedrijf in Utrecht met nu nog drie m/v personeel dat racefietsen maakt met tweedehands onderdelen. Weet nog niet of ik er zelf snel voor zal kiezen, maar het concept spreekt mij zeker aan. Ik ben zelf ook tegen verspilling.

Zij ‘bevrijden’, zoals ze zelf zeggen, frames en onderdelen uit schuren en magazijnen, maken ze grondig schoon en beoordelen de kwaliteit volgens de strenge eisen van Circular Cycling. Het frame vormt de basis. Het stuur is altijd nieuw, daar willen ze geen risico meenemen. Het frame wordt vervolgens opgebouwd met onderdelen die voorhanden zijn. Dat maakt iedere fiets uniek. Je kunt er niet alleen kopen. Verkopen kan ook. Op hun site kun je fietsonderdelen aanbieden die goed zijn, maar al een tijd liggen te verstoffen in je schuur.

Direct naast Circular Cycling stond startup, Dutchfiets. Hun uitdaging was helder: maak een fiets die niet eindigt als afval. Zij bouwen voor zo’n €1200 een circulaire fiets van recyclebaar materiaal, kunststof. Binnen 6 dagen haalden ze eind 2016 via crowdfundimg geld op voor 100 fietsen. En zijn vervolgens aan het doorontwikkelen geslagen om een internationaal veiligheidskeurmerk binnen te halen. De fiets valt direct op door zijn dikke ‘buizen’frame. Ook als bedrijfsfiets aan te schaffen 🙂

De laatste opvallende innovatie die ik wil noemen, is van Tannus. Volgens mij niet echt meer een startups, maar wel met een veelbelovend product. Zijn de tubeless banden nu helemaal hot, deze banden zijn airless. Ofwel massief, in 2 verschillende hardheden (bar) verkrijgbaar. Gemaakt van een speciaal Micro Closed Sell Polymeerhars en gebruikmakend van een schuimrubberen technologie.

In vele kleuren te verkrijgen.

Nooit meer lek, banden altijd op spanning en ze gaan gegarandeerd 10.000 km mee. Punaises of glas in banden haal je er gewoon uit en je rijdt door. De band wordt via een ingenieus systeem vastgezet op het wiel. Daarna kun je hem er ook niet mee afkrijgen. Of je moet de band doormidden snijden.
De band lijkt mij ideaal bij cyclo’s in België, waar de wegen toch wel iets slechter zijn. Volgens de standbemanning zijn er al profs die er tijdens hun trainingen mee rijden.

Drie mooie initiatieven die ik zeker blijf volgen in hun ontwikkeling. En volgend jaar, dan ga ik weer voor een nieuwe racefiets kijken 🙂

D-day voor Dumoulin

Tijdens de Tour de France vertelde ik een collega dat we weer een schitterende Nederlandse etappe overwinning hadden. En dan bedoel ik uiteraard de koninginnenrit naar Andorra Arcalis.  “Nederlands?”, kreeg ik meteen terug. “Dat is toch een Belg?”. Ze bestaan nog, Nederlanders die denken dat Tom Dumoulin een Belg is.Tom is daarmee de vijfde Nederlander die in alle grote rondes een etappe wint. Gerben Karstens, Erik Breukink, Jean-Paul van Poppel en Jeroen Blijlevens gingen hem voor.

Het was eerst allerminst zeker dat Tom aan de Tour zou meedoen. En dan pakt hij toch nog zomaar even een overwinninkje mee.
Maar dat is niet zijn ultieme doel. Dat is namelijk goud op de tijdrit in Rio. Even lijkt die droom in duigen te vallen. Bij een valpartij breek hij zijn pols. Niet dat het aan gruzelementen ligt, maar toch. Ook een mooie breuk is niet leuk. Hij stapt uit de Tour. En daar blijft het niet bij. Ook bij de Acht van Chaam stapt hij af omdat de klinkertjes te belastend zijn voor zijn pols.

Zijn pols blijft onderwerp van discussie. Ieder interview weer. “Mijn begeleiders zeggen dat ik op tijd hersteld ben” Ik proef twijfel in zijn stem. En ik zie ook twijfel op zijn gezicht. Bij trainingen in Rio gaat hij over de asfalt-stoep, waar de anderen de klinkers pakken.

Tijdens de wegwedstrijd houdt hij het snel voor gezien. Na 12 kilometer stap hij af. Om zijn plek voor de tijdrit veilig te stellen, is het argument. Weer die twijfelende blik in zijn ogen. Hij klinkt heel onzeker. Is dit onze aanstaande gouden plak winnaar op de tijdrit? Ik begin nu zelf ook te twijfelen. Hij moet het kunnen. Dat heeft hij bewezen bij de eerste etappe van de Giro, het NK tijdrijden en bij de tijdrit in de Tour. Gaat hij na Anna van der Breggen ook voor Goud zorgen bij het wielrennen?

En dan is het woensdag. D-day voor Dumoulin. Vandaag moet het gebeuren. Sterker nog, het is 16:39 Nederlandse tijd. Drie, twee, één. Tom vertrekt. En direct daarna verschijnt Chris Froome die anderhalve minuut achter hem vertrekt. Er gaan allerlei gedachten door mijn hoofd. Houdt zijn pols het, kan hij Froome voor blijven, begaat hij geen Kruiswijkje. Hoewel ik rustig op de bank zit, stijgt mijn hartslag. En dat wordt vooral veroorzaakt door die ellendige gele lijn. Iedere keer als renners over die lijn gaan hou ik mijn hart vast. Zeker op de natte weggedeelten. Ik zie ze in gedachten al uitglijden. Heeft vast te maken met het drama van de wegwedstrijd.

Maar goed, Tom gaat goed van start. Op 19,7 km boekt hij een 2e tijd. 17 seconden op de nummer 1, Rohan Dennis. Kom op Tom, je kunt het!

Na 34,6 heeft Cancellara de nummer 1 posite overgenomen. Tom lijkt lekker te gaan als ik hem Kiryienka zie inhalen. Toch komt hij als derde voorbij. Mmm, dat is niet goed genoeg. Go Tom Go!

Rohan Dennis moet van fiets wisselen. Hij blijkt een gebroken opzetstuur te hebben. Kostbare tijd, maar en gunste van Tom. Stijgt hij daarmee weer een plek? Het blijft nog even gissen.

Een ding staat wel vast, Froome rijdt op 7 seconden achter Tom. Het is bijna niks, maar genoeg.

Het volgende ijkpunt doemt op bij 44.40km. Cancellara rijdt de sterren van de hemel. Tom volgt op 20 seconden. Dennis valt weg uit de top door zijn fietswissel. En Froome? Die verliest weer een seconde. Acht seconde voorsprong op de Tourwinnaar voor de laatste 10 kilometer. Met een pols die Tom al wekenlang parten speelt. Is dat genoeg? Come on Tom! Het blijft spannend.  Nog 10km. Goud lijkt niet meer haalbaar.  Cancellara is gewoon te goed. Maar daar kwam hij wel voor!

Zilver, zit dat er wel in? Cancellara gaat met een gemiddelde snelheid van boven 45km per uur over de streep. Tijd: 1:12:15. Even ter vergelijking, gisteren reed ik bij toeval exact dezelfde afstand als de tijdrit. Op een volledig vlak parcours. In een tijd van 1 uur 41 minuten ….  Ik bedoel maar.

Tom blijft mooi rustig op zijn fiets zitten en blijft snelheid maken. Maar hij komt toch 47 tellen tekort op “Spartacus”. Tijd: 1:13:02

Nu Froome nog. Is hij tot een super laatste 10 kilometer in staat? Blijft het zilver of wordt het brons?

Daar is Froome. Tijd 1:13:17! Het blijft zilver voor Tom. Top Tom!  Dumoulin-day.

Pompend remmen en andere Alpe d’HuZes tips

Heb jij je al ingeschreven voor de Alpe d’HuZes? Neem dan van mij aan, dit wordt een ervaring die je nooit gaat vergeten.
Maar hoe pak je een Alpe d’HuZes eigenlijk aan? Die vraag zie ik geregeld langskomen op Twitter. Zoals via het twitteraccount @alpedhuzessers.
Als Alpe d’Huzes-veteraan vind ik het nog steeds leuk dit account te volgen.

In dit blog geef ik graag wat tips over hoe je je kunt voorbereiden. Of in ieder geval hoe ik het in 2014 heb aangepakt. Doe er je voordeel mee. Of nog beter. Vul aan! Want het is zeker niet volledig.
image

Nu heb ik het geluk dat ik in een gezond lijf zit. En dat ik vol voor deze dag kon trainen. Ik weet dat er heel veel deelnemers zijn, die dat geluk niet hebben. En voor wie 1 beklimming een veel grotere prestatie is dan mijn 6 beklimmingen.

Mijn tips

Veel kilometers
Maak veel kilometer. De laatste weken trainde ik zelf 250km per week. Vooral in de weekenden maakte ik een tocht van minimaal 100 km. Maar minder kan natuurlijk ook. Zeker als je 2 of 3 keer de Alpe op wilt. Probeer zoveel mogelijk ook in de winter door te trainen. Op de Tacx, maar nog liever op de weg. Dan ga je met een lekkere conditie het voorjaar in. En in dat voorjaar kun je dan al vrij snel langere fietstochten maakt. Hier ga je het verschil maken. Ga je meerdere keren omhoog dan ben ook vele uren bezig. Het is vooraf goed om te weten hoe je lichaam hierop reageert.

Pak de polder
Een bergtraining vind ik persoonlijk niet echt nodig. Ik heb slechts één keer de AGR lus 2 gedaan. 110 kilometers in de Limburgse heuvels. De Polder werkt ook uitstekend. Pak ook de fiets als er veel wind staat en rij je het snot voor de ogen. Of juist als het heel warm is.
image

Eten en drinken
Train niet alleen je conditie en uithoudingsvermogen, maar ook het eten en drinken. Weet wat je maag doet. Zelf at ik als training iedere 30km een krentenbol of banaan. Ook tijdens fietsen. Experimenteer met wat je na een paar uur fietsen nog steeds goed kunt wegkrijgen.

Pompend remmen
Afdalen is een kunst apart. Maar bij de Alpe d’HuZes ga je hier zeker mee te maken krijgen. Ik ben niet zo’n held met afdalen. Bij 60km p/u gaat de rem erop. Train je snelheid. Het went. Echt! Dat kan in Limburg, De Posbank, maar ook bijv. ook bij de Brienenoordbrug.
Een geruststelling,  de maximum afdaalsnelheid is 40-45km per uur. Dus moet er veel geremd worden. Niet continu, want dan worden de velgen gloeiend heet en kan je binnenband knallen. Ik heb dit zelf overigens bij niemand zien gebeuren. De tip is: pompend remmen met de handen onderin de beugel. Met beide remmen tegelijk. Dus flink remmen, laten gaan, flink remmen etc. maar wel blijven doortrappen. Zonder kracht te zetten.

Planning
Maak een planning. Hoeveel keer wil je naar boven en maak dan een tijdsindeling. Het klinkt misschien gestoord, maar ik wist precies hoe laat ik na 1, 2 of 3x boven en beneden moest zijn. Dat geeft rust. Zeker als je na 3x al ver voor op schema ligt 🙂

Alpe d’Huez
Ga een paar dagen eerder naar Alpe d’Huez. Wen aan de hoogte en proef de sfeer. Wij sliepen nog een stuk hoger dan de finishlijn. Heerlijk. Wij moesten dan ook de nachtelijke afdaling maken. Spannend, maar om nooit te vergeten.
image

Probeer de berg alvast uit. Een paar bochten of een halve. Als je van plan bent om 6x te gaan. Is meer handig. Ik ging eerst 1x en de dag daarna 2x achter elkaar. Belangrijkste les voor mij was dat ik te hard omhoog ging. Bij de 2e keer kreeg ik al krampen in mijn kuiten. En dat wil je niet op de dag zelf. De laatste 2 dagen voor de Alpe d’HuZes heb ik niets gedaan. Lekker wandelen en genieten van de bergen.

Op de dag zelf
Tot bocht 3 is de Alpe d’Huez extra steil, dat weten de meesten wel. Start daarom rustig. Val de berg niet aan, want dat ga je verliezen. Probeer in een rustige tred te komen.

Eet en drink continue. Boven stond mijn “personeel” om de bidons te vullen en het eten aan te reiken. Beneden was een uitstekende verzorging vanuit de organisatie. Bouillon, stroopwafels, fruit. Het was een feest om iedere keer weer beneden aan te komen.

Goed materiaal is heel belangrijk. Geen binnenbanden die al een keer geplakt zijn. En neem nieuwe of bijna nieuwe buitenbanden. Check de dag ervoor nog even of er geen kleine steentjes in je banden zitten.
image

Natuurlijk gaat het niet alleen om het fietsen, hoewel dat voor mij wel de eerste aanleiding was. Toch heb ik ook bijna 5000 euro opgehaald voor KWF. Ook daar ben ik nog steeds trots op.

Hiervoor heb ik ook de nodige tips, maar die doe ik een volgende keer.
image

Yes I did it, de Alpe d’HuZes

Deze week kreeg ik van mijn vrouw het fotoalbum van de Alpe d’HuZes 2014. Het lag al even in de planning. Achterin was het verslag dat ik van die dag maakte opgenomen. Alle herinneringen kwamen meteen weer boven.

Tranen van geluk en vermoeidheid

Het is 2.15u de wekker gaat, maar ik lig eigenlijk al een half uur wakker.  Vandaag moet het gebeuren. Al mijn voorbereidingen moeten resulteren in 6 beklimmingen en daarmee  ruim 4000 euro aan sponsorgeld voor onderzoek naar kanker.

Snel mijn bed uit om te eten en te drinken. Want dat is belangrijk. Het zal niet de eerste keer zijn dat mijn maag eerder begint te protesteren dan mijn spieren. Dus om 2.30u yoghurt, appeltaart, krentenbol en een banaan naar binnen werken met 2 grote bakken thee.

Het is droog maar wel koud, dus er is nog twijfel over wat aan te doen. Iedereen doet zijn eigen voorbereidingen. Er lijkt minder spanning dan de dagen er voor.

image

Om 3.20u is iedereen klaar om af te dalen. Allereerst vanaf het chalet naar Alpe ‘dHuez. Daar verzamelden honderden Alpe d’HuZessers om vervolgens onder begeleiding van motoren de nachtelijke afdaling te maken naar Bourg d’Oisans.  14km in het donker de berg afdalen. Met alleen de lichtjes van de fietsen en de duizenden brandenden kaarsen die in de bochten zijn geplaatst voor de dierbaren.  Er waren relatief veel lekke banden. Levensgevaarlijk, omdat er dan plots iemand aan de kant van de weg staat, waar jij met 40km/u langs suist.  Gelukkig ben ik en ook mijn collega’s veilig beneden gekomen. We sluiten achter aan bij de duizenden fietsers en wandelaars die al bij de start staan.

Om 4.30u gaat na een half uur wachten het startschot. Maar er gebeurt nog niets, omdat we in ploegen starten. Een beetje spreiding op de berg  is belangrijk. Nog snel even een banaan eten en piesen. En dan na 20 minuten word ik ook losgelaten.  Ik word verrast door vele toeschouwers die in het dorp de kou trotseren om ons onder luid gejuich en geklap succes wensen. Tranen en kippenvel zijn het resultaat!

image

Langzaam klimmen, dat is de uitdaging. Eerder die week fietste ik 2x achter elkaar de Alpe in een snelle tijd. Maar wel met krampen in de hamstrings bij het eind van de tweede klim. Dat mocht nu niet gebeuren. Zes keer, dat is het doel. Iedere keer minder zou voor mij een teleurstelling zijn.  Omdat het nog zo druk op de berg was, ging dat goed. Rustig met anderen naar boven fietsen.  En toch langzaam iets naar voren schuiven omdat mijn tempo hoger ligt dan de meesten. Mijn collega’s zag ik al niet meer. Iedereen is bezig met zijn eigen uitdaging.

Helemaal fris kwam ik de eerste keer boven.  Anja en Bente wachtten mij net na de finish op. Daar stond onze trailer langs het parcours. Alle reservekleding, materialen, eten en drinken hadden we de dag ervoor al klaargezet.  Bij de doorkomst worden de bidons bijgevuld, een krentenbol gegeten en een extra banaan gaat mee om beneden op te eten.  Het is nog steeds koud. Dus ik hou alle kleding aan met daarover een windjack om de kou tegen te houden. Nou, dat lukt maar beperkt. Na een half uur kom ik ijskoud beneden.  De afdaling is veel kouder dan de eerste. Trillend eet ik mijn banaan en weer een krentenbol. Later hoor ik dat 16 mensen onderkoeld beneden zijn aangekomen.

De weg naar boven is het eigenlijk een groot de feest. Natuurlijk is het zwaar, maar bij verschillende bochten word je opgezweept door de harde beats van Armin van Buren of de vele toeschouwers die mij aanmoedigen. Omdat je naam op je stuurbordje staat, hoor je steeds je naam. “Kom op Peter, weer een meter”. Als je wilt kun je de hele dag “highfiven” of reageren op de aanmoedigingen. Het liefst zou ik dat ook doen, maar dat kost ”best” energie.

image

Ook beklimming 2, 3, 4 en 5 gaan goed. Het wordt steeds warmer. Dus steeds meer kleding, mouw- en beenstukken kunnen uit. Ook na de 5e beklimming voel ik mij goed. Ik kan nog steeds eten, drinken en genieten van alles wat om mij heel gebeurt. Geen maagproblemen, geen krampen.  Ik besef dat ik de Alpe d’Huzes  ga volbrengen. Dus met veel zelfvertrouwen, suis ik nog 1x naar beneden. 30, 40, 50 km per uur. En dan gaat de rem erop. 45km is de maximale snelheid. En dat is ook genoeg. Er zijn nog steeds veel fietsers op de berg. En door vermoeidheid stuurt niet iedereen meer een scherp.

Beneden nog even rust nemen voor laatste beklimming. Een beker bouillon en een stroopwafel van de organisatie en nog een krentenbol van mezelf. En dan GO! Even de laatste 100 euro ophalen, van mensen die mij per beklimming sponsoren. Voor de laatste keer langs de KWF-stand in bocht 21 met harde muziek en vrolijk dansende meiden. Voor de laatste keer langs bocht 14, waar ook Anja  en ik een kaars hadden laten plaatsen. Voor het laatst langs bocht 7, waarbij ik bij de eerdere beklimmingen het gevoel had er al bijna te zijn.

Tot nu …… Ik weet niet wat er gebeurt, maar langzaam gaat het kaarsje uit. Ik heb toch genoeg gegeten en gedronken? Opeens is er niemand meer. Ik ben in gevecht met mijzelf. En beker fris water en een natte spons helpen een paar honderd meter, maar niet meer dan dat. Tussen bocht 2 en 1 moet ik zelfs even stoppen. 1 minuut om de druk op benen even stoppen. Dit was bij de eerdere beklimmingen echt niet nodig.  Voor mijn gevoel kruip ik verder naar boven. Eenmaal bij “Bar O”  komt de opluchting. Ik ben er. OK misschien nog een paar honderd meter slingeren door het dorp, maar dat is nog wel te doen. Anja en Bente staan bij de finish. Weer een paar tranen van geluk en van vermoeidheid. Maar wel een ongelooflijk voldaan gevoel. I did it, de Alpe d’HuZes.

image

Strava! I love it and I hate it

Ik heb eigenlijk nooit een stok achter de deur nodig om te gaan sporten. Altijd wel zin om te bewegen. Toch heb ik sinds een jaar die stok gekregen. En ze heet Strava. Eerst vond ik de Strava-app onzin. “Ik heb toch al een kilometerteller op mijn fiets”. Maar na de eerste keer was ik al verkocht. Allereerst een plaatje van hoe je gefietst heb. Maar natuurlijk ook een ‘analyse’ van de segmenten. En na een paar weken is ook de vergelijking met andere keren leuk. Iedere PR is weer een klein feestje. Dubbelfeest toen ik mijn eerste KOMmetje scoorde. Wat ook een leuke is, is dat je via Flyby kunt zien wie je onderweg inhaalde of tegenkwam. Moeten ze uiteraard ook Strava gebruiken. Handig als je eens kop over kop met een onbekende een stuk Ringvaart fietst en met een simpel ” hoi” weer afscheid neemt.  Wat dat betreft. Strave, I love it!

image

Maar er zijn ook momenten dat ik Strave hate. Voorbeeldje: iedere maand geef ik op de app aan dat ik Grand Fondo gaat fietsen. Bijvoorbeeld 120km op een dag. Er is geen hond die dit controleert! En toch voel ik mij schuldig als ik het niet doet. Beloofd is beloofd. Dus verzaak ik nooit.
Ander voorbeeldje:
Stel het is dinsdag en je wordt al meerdere dagen door je app vertelt dat je nog steeds niet hebt gefietst deze week. Ik probeer me dan in allerlei bochten te wringen om toch nog ergens een uurtje of anderhalf te vinden om te fietsen.

image

En zit ik op de fiets, dan neem ik mij voor om rustig te beginnen. De tekst voor mijn avondrit heb ik bij wijze van spreken al in gedachten. Relaxte avondrit. Maar bij het eerste verkeerslicht dat op groen staat gaat het al mis. Ik krijg dan direct de smaak te pakken. Al helemaal als ik het eerste stuk polder wind mee hebt. Dan begin ik inmiddels flink te balen als in Ouderkerk auto’s voor mij rustig de winkelstraat uitrijden. Binnensmonds vloekend volg ik de auto’s gedwee. En ik weet het, het slaat nergens op. Druk maken over een gemiddelde per uur. Who cares? Behalve dan misschien degene die mij via Strava volgen 😉
Eenmaal thuis bekijk ik de eventuele PR’s. “Yes, weer een PR voor een segment van 7,5 km. Gemiddeld 34,8 km/u” Goed man, denk ik dan even. Tot dat ik zie dat ik met dit resultaat 1278ste ben op dit segment. Strava, I hate it.

Ik, de wielrenner

Ik voelde me direct aangesproken door de titel van het boek: Ik, de wielrenner. Een paar jaar geleden voelde ik mij nog ‘Ik, de duursporter’, maar eerlijk gezegd beperk ik mij nu alleen nog maar tot het wielrennen. Daarom heb ik onlangs al mijn bio’s op social gewijzigd in wielrenner.
Het boek van Aart Vierhouten en Koen de Jong kreeg ik als finisher van de Knetemann Classic anderhalve week geleden. Vol praktische tips en wielerwijsheden, staat er op de cover. Meestal ben ik daar niet zo van. Ik fiets al vanaf mijn 14e, dus wie vertelt mij wat.  Maar ik werd al gegrepen door ‘Wielrenners zijn avonturiers die op pad mogen. Wind, zon, kou, gaten in de weg en het landschap dat verandert.  Wielrenners zijn de pelgrims van nu, op zoek naar de waarheid en zichzelf. Je waant je 22 in een sprint, etc. etc.’ Oké, het lijkt misschien wat geromantiseerd, maar zo voel ik het ook. En daarom las ik verder.

Als ik een week niet gefietst heb, merkt mijn vrouw dit aan mijn humeur. “Zeg moet jij niet even lekker 2 uurtjes fietsen, daar knap je van op”. En inderdaad het beste geneesmiddel tegen een slecht humeur is fietsen, zoals een junk behoefte heeft aan een shot. In dit kader wordt ook Tim Krabbé aangehaald, als gestopte wielrenner die het fietsen niet kan laten. Ik volg Tim met veel plezier via Strava. 72 jaar is hij, maar regelmatig fietst hij grote afstanden met zijn maten De Windjammers boven de 34 km p/u door Noord-Holland. Dat is ook mijn ultieme Zwitserlevengevoel.
Niet alles vond ik even onderhoudend. De voorbeelden waarin cases besproken worden, vond ik een beetje lafjes. Zoals Joost, manager bij een bierbrouwer. Te passief en te zwaar raakt verslaafd aan fietsen en weet daarna ook zijn gewicht nog naar beneden te brengen. Die delen, mogen er wat mij betreft uit, ten gunste van meer praktische tips. En dan bedoel ik niet de tip, dat je geen onderbroek onder je wielrenbroek moet doen. Duhhh!
ik de wielrennerAfgelopen week heb ik twee keer gefietst. Eén op hoog tempo, al zeg ik het zelf. 50 km met gemiddeld 34 km/u. En een langere tocht van 120 km. En tijdens beide tochten kon ik het niet laten twee tips uit het boek uit te proberen.

De eerste was de ademhaling. ‘’Niet alleen in rust, maar ook tijdens het fietsen is het goed om je uitademing te verlengen. Dit verlaagd namelijk je hartslag. En gebruik je je vetvoorraden efficiënter. Wielrenners in de Tour zijn in staat om heel hard te fietsen met een lage hartslag”, aldus het boek. Eerlijk gezegd weet ik niet of mijn hartslag omlaag ging toen ik mijn uitademing verlengde, maar ik merkte een bepaalde ontspannenheid, zonder dat mijn snelheid omlaag ging.
De tweede ‘truc’ kwam van Lance A. Hoe draai je zo perfect mogelijke pedaalcirkels? Nu heb ik niet het idee dat ik een stoemper ben. Ik probeerde dit zelf al te doen door als mijn voet boven was, deze naar voren te duwen. Dat had zeker effect op de korte afstand. De tip uit het boek is anders. “Simpel en effectief”. Ook al begreep ik er tijdens het lezen niets van, op de fiets dacht ik het te begrijpen.
Als het pedaal in de 3 uurstand staat, trek je de voet naar achteren alsof je er modder afschraapt. Om over het dode punt van de 12 uurstand te komen moet je trappen alsof je op een ton staat die je met je voeten vooruit rolt. Begin daarmee in de 10 uurstand en houdt dit vol tot de 3 uurstand.  Begrijp je wel 🙂  Ik zeg, probeer het eens. Of lees het zelf nog eens na in Ik, de wielrenner. Ik ga er in ieder geval mee aan de slag.

Waar ik nog niet aan wil is de hartslagmeter. Het laatste deel van het boek gaat hierover. Ik moet dan altijd denken aan die man op TV die helemaal hysterisch werd omdat hij dacht dat hij dood ging. Hij keek namelijk op zijn horloge en zag dat hij geen hartslag meer had. Kort daarvoor had iemand van de EHBO de hartslagband van zijn borst verwijderd omdat hij zo benauwd was. Mensen vertrouwen steeds minder op hun eigen lichaam.
Ik geloofde al weinig van de standaard hartslagzones zoals je vaak omschreven ziet. Gelukkig werd de 220-leeftijd regel in het boek al snel ontkracht. Die kan niet voor iedereen hetzelfde zijn. In rust heb ik een hartslag tussen de 40 en 50. Dat is heel anders, dan bij mensen die niet onder de 60 komen. Ik geloof echt wel dat het kan helpen voor betere prestaties. En zeker na het lezen van het boek. Maar er zijn zoveel andere zaken die je volgens mij eerst op orde moet hebben. Een daarvan is werken een hele goede fietsconditie. Kilometers maken. Dan pas brengt het je verder. Nee een hartslagmeter? Misschien later, als ik groot ben!

Knetemann Classic

Ik ben opgegroeid in de toptijd van de TI Raleigh ploeg. De tijd van Peter Post, Jan Raas en natuurlijk Gerrie Knetemann. De tijd dat ik als tiener met katoenen racebroek, een echt zeem met dikke klodders uierzalf erop, naar Zuid Limburg fietste. Op een dag uiteraard. Mooie herinneringen die ik graag met jeugdvriend Rob ophaal. Om 04:00 uur vertrokken we altijd. De eerste keer deden we er ruim 13 uur over. Later, als triathlon training, reden we al binnen 9,5 uur Valkenburg binnen. Of die keer dat we langs een autogarage gingen, omdat ik de kogeltjes uit de as van mijn voorwiel zag komen. Er zat duidelijk meer vet op mijn zeem, dan bij mijn kogellagers. Gelukkig hadden zij vet en kogels in de juiste maat. Onderweg kwam er  ook altijd wel een ‘plakker’ in ons wiel hangen. Maar nooit voor lang, want onze standaard afspraak was dat we dan bij het eerste beste gemeentebord vol de sprint aantrokken. De plakker vloekend achterlatend. Maar ook de tijd dat je nog niet gechickt (ingehaald worden door een vrouw) kon worden, omdat een vrouw op een racefiets een uitzondering was.

Maar goed die Gerrie Knetemann roept nog steeds sympathie bij mij op. Wat kon die vent fietsen. Even paar belangrijke overwinningen:

1974   1e Amstel Gold Race
1978   1e WK Nurburgring, 1e Parijs-Nice, 1e twee Tour-etappes,
1979   1e proloog en 1e etappe Tour,  1e twee ploegentijdritten
1980   1e Ronde Middellandse Zee, België en Nederland,  1e Tour- etappe
1981   1e Ronde van Nederland, vier dagen gele trui Tour
1982   1e twee Tour-etappes
1985   1e Amstel Gold Race
1986   1e Ronde van Nederland

Maar lullen kom hij ook. Ik luisterde destijds vaak naar de Kneetstory die altijd na een Tour-etappe op de Radio was.

Afgelopen weekend heb ik met Anja (mijn vrouw)  de 10e Gerrie Knetemann Classic  gereden. Het was mijn 2e keer. Ik hoefde niet te liegen over de afstand. Die stond vast. 75 km, zodat het voor beiden te doen was. Wat een ongelooflijk goed georganiseerde Classic is dit toch. Ken je hem niet, zet hem dan voor volgende jaar op je toerkalender.

Classics zijn hip. Iedere (ex) wielrenner heeft er wel een. Overigens niet alleen wielrenners. Deze zomer reed ik nog een 100km Johnny Rep Classic op Texel.  Ja inderdaad, voetballer Rep.
De Knetemann Classic start en eindigt ik het Olympisch stadium.  Ik blijf dit altijd speciaal vinden. 8 jaar geleden finishte ik hier mijn Amsterdam Marathon. OK, deze fietsprestatie is minder, maar toch word ik iedere keer vrolijk als ik het stadion binnen ga.

knetemann osJoop Zoetemelk en Hennie Kuiper waren er ook. Zij haalden oude verhalen op uit de tijd van de Kneet. En om 8 uur luidden ze de bel als teken dat we mochten starten.  Het was schitterend weer. Zwak windje vanuit zuidoost. Ofwel eerst een beetje tegen om later fluitend naar de finish de fietsen. De meeste 75km-fietsers vertrokken duidelijk later. Hele stukken fietsten we met z’n tweeën. Pas het laatste stuk werd het weer iets drukker. Drie kilometer  voor de finish kon je nog meedoen aan de tijdrit van 2 kilometer.  Altijd leuk natuurlijk. Volgens hun site had ik een gemiddelde van 40,5km/u op dit stuk. Ook Anja ging de strijd met haarzelf aan. Toen we onze longen weer op de juiste plek hadden, konden we rustig het Olympisch Stadion inrijden. Een klein Parijs Roubaix momentje.
Omdat het de 10e Classic was, kregen we naast een medaille ook het boek “Ik, de wielrenner” met de Kneet op de cover. Daarin las ik dat hij de eerste wielrenner was die een tijdrit boven de 50 km per uur reed. 50 km! Dat zelfde “kunstje” deed Dumoulin deze week ook in de Vuelta, 50,5 km gemiddeld in een tijdrit van 40 km. Ofwel, ik stond gewoon stil vergeleken met hen. Wielerpetje af voor deze helden. Ik voel een hele mooie Tom Dumoulin Classic aankomen. Over een paar jaar dan. Hij gaat eerst nog even de Tour én de Vuelta winnen.

kneet start

Mijn Ventouxjaar

In de kunstwereld is het heel gewoon. Een Mozartjaar of Van Goghjaar. Met sporten heb je ook nog wel een Olympisch jaar. Maar een Ventoux-jaar heb ik niet eerder gehoord. En toch is dit nu al mijn Ventouxjaar.
Hij kwam onaangekondigd en begon met het boek Ventoux van Bert Wagendorp dat ik met Kerst kreeg. Niet dat die berg al op mijn fietsbucketlist stond. Ik kreeg het omdat het over 5 vrienden ging van rond de 50 jaar (so am I). Die warm lopen voor wielrennen (so do I) En die nog een beetje teren op oude prestaties (so do I?) Een heerlijk boek met veel herkenning qua muziek, fietsterminologie en vriendschap. In no-time had ik deze dwarslezer uit.

Nog geen 3 maanden daarna kwam ook de film Ventoux uit.  Op verschillende momenten totaal anders dan het boek, maar wel erg leuk. Pathé Arena zat vol met stelletjes tussen de 40 en 55 jaar, waarvan ongetwijfeld één fervent fietser en één partner meeging om de liefde te bewaren.

Die film zorgde er voor dat het begon te kriebelen. Met mijn Alpe d’Huzes ervaring uit 2014 nog vers in het geheugen, werd het nieuwe fietsdoel duidelijk. De Mont Ventoux moest beklommen worden. En helemaal toen mijn broer datzelfde doel had. Er was geen weg meer terug.

De avond vóór de Kale Berg huurde ik bij gebrek aan ruimte voor mijn eigen fiets een carbon Trek bij een local. Ik twijfelde nog even of ik wel met een ‘compact’ boven zou komen. Het moest er maar mee. ’s Avonds nog even een rondje langs de lavendelvelden om een beetje het juiste gevoel te krijgen. En op de ochtend van 28 juli moest het gebeuren.

Voldoende eten en drinken, maar geen informatie over snelheid of hoever nog.  Dat zat helaas niet op de fiets. En da’s best vreemd. Vroeger deed ik niet anders. Nu kan ik eigenlijk niet meer zonder.
Deze berg krijg je zelden cadeau. Waait het niet, dan is het wel bloody hot in het bos. En anders koud aan de top. Maar dit keer viel het mee.

Eerst even 20 kilometer warm fietsen. Deze reus van de Provence beklommen we vanuit Bedoin. Dé klassieke klim startten we om 9.10 uur . Ofwel 21,5 km klimmen met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5%. Aantal hoogtemeters 1610.

ventoux

Alles klopt met wat mijn voorgangers zeiden. Lekker rustig in het begin, maar zodra je het bos bereikt is het uit met de pret. Slechts een ding klopte niet. Het was niet heet, maar juist koel in het bos. Er kwam alleen geen eind aan. Tevergeefs keek ik iedere keer naar mijn stuur om mijn vorderingen te bekijken. Het moest echt op gevoel.
Bij Chalet Reynard liet ik de bomen achter me. En werd de top al vrij snel zichtbaar. Alleen het komende half uur zou ik zeker de top nog niet halen. Gewoon doorploegen. Het zweet kwam ik straaltjes onder mijn helm vandaan. Ik was zo met mezelf bezig dat ik niets vermoedend langs het monument van Tommy Simpson reed. Wielervrienden nemen het mij kwalijk dat ik niet even ben afgestapt. Ik wilde best afstappen, maar wel dan wel op de top, want ik was er wel een beetje klaar mee. En dat gebeurde.  Na 2 uur fietsen zag ik het bordje Sommet Mont Ventoux.

image

Zo afvinken, denk je dan heel even. Totdat je via Facebook alweer de volgende uitdaging ziet langskomen. Beklim 3x de Mont Ventoux om tot de Club des Cinglés te horen. Ik ga er eens even over nadenken. Het houdt nooit op. Ik las namelijk ook nog over de Club des Bicinglés. Dat is 2x Des Cinglés. 127 mensen deden dit ooit. Het houdt nooit op!