Ik zit op een fiets!

Een paar jaar geleden degradeerde iemand mij op Facebook al van wielrenner naar fietser. Omdat ik geen licentie heb en geen wedstrijden rij. Maar nu kom ik erachter dat ik niet eens een fietser ben, maar gewoon iemand die op een fiets zit.
Dat is de conclusie als ik de Wielercode van ‘Het is koers’ lees. Uiteraard weet ik wel van bepaalde etiquette in de wielersport, maar dat er een ‘echte’ Wielercode bestaat wist ik niet.
Leef je deze code niet na dan ben je dus slechts iemand die op een fiets zit, lees ik in regel 1.2

Laat ik positief beginnen door een aantal regels te noemen waar ik wél (redelijk 😊) aan voldoe:
#2 Steun altijd je lokale fietsenmaker, maar koop nooit een fiets bij de Decathlon of Halfords. Nou, dat zit wel goed. Die van mij komt van De Haan uit Ouderkerk.
#3 Je fiets is altijd je belangrijkste instrument in het leven. Klopt helemaal! Maarrrr ….. in de details bij #3 gaat het helemaal mis. Zo lees ik:
Een fietspomp zal nooit aan het frame bevestigd worden. Heb ik wel.
Je zult geen zadeltasje onder het zadel aanbrengen. Heb ik ook.

Binnenbandjes worden in de zakken van de wielertrui opgeborgen. Nope! In de zadeltas.
Een bidon zal maximaal een inhoud van 0,5 liter hebben. Hoe kan ik in vredesnaam dikke 100+ ritten rijden met 2 kleine bidons. Nee hoor lekkere grote bidons voor mij.
Bij #4 staan ook een paar leuke regel:
Nooit zal je fietsen met opgerolde mouwen. Check!
Je zult nooit met mouwloze shirts fietsen – tenzij je een Fransman bent, dan mag het. Nou, je ne pas un Fransman, maar als het kwik boven de 30 graden gaat, dan vind ik dit wel lekker. Ik twijfel wel altijd even, maar uiteindelijk doe ik het toch.

Als je naar het strand gaat, dan is het aan te raden om wielerkledij te dragen😂. Om de scheidslijn op de armen en benen extra duidelijk te maken.

De benen zullen altijd glad zijn. Mwa, er groeit zo weinig haar op,dat sommigen denken dat ik altijd scheer. In werkelijkheid doe ik dat nooit.
Verderop de code staat nog een opvallende. Sokken zijn wit en niet te lang. Tegenwoordig hebben sokken juist alle, maar vooral felle kleuren en lijken ze steeds langer te worden. Ik draag ze liever wit. Soms iets te kort en die zijn dan weer voor het vrouwentennis, aldus de code.

Nooit zal je met een symbolische trui rijden. Gele truien, groene truien, bolletjestruien, kampioenstruien, regenboogtruien… zijn voorbehouden voor renners die het hebben verdiend. Helemaal mee eens! Bij TheRide 2020 was één van de tenue ontwerpen, een shirt in Rood Wit Blauw. Gelukkig is die het niet geworden.
Bij #7 staat: Wil je een goed doel steunen, doneer dan geld, ga niet met 10.000 man tegelijkertijd een berg in Frankrijk oprijden. Eehh in 2014 reed ik vooral voor mezelf, maar ook voor het KWF 6x de Alpe d’Huez op. Een fantastische belevenis was dat.

Pomp aan frame, grote bidon en zadeltas

En zo gaat het nog wel even door tot #25.
Eén regel wil ik jullie niet onthouden. Men zal alleen maar een fietscomputer gebruiken die afstand, snelheid en gemiddelde snelheid aangeeft. De rest is overbodig. Nog beter is natuurlijk om zonder computer te fietsen en de snelheid, afstand etc. aan te voelen. Het gebruik van Strava en dergelijke is absoluut verboden. Het interesseert niemand ook maar iets dat je een bepaald klein stukje snel hebt gereden. Alleen nerds gebruiken Strava.

Ik ben heel benieuwd of er überhaupt wel ‘fietsers’ zijn. Erg vermakelijk om te lezen, deze Wielercode. Doen!

Advertentie

Koffie met Appeltaart gezocht.

Ik kijk naar de regen die met windkracht 7 hard tegen het raam slaat. Wat een geluk dat ik niet vandaag met mijn broer een retourtje Den Oever hoef te fietsen. Den Oever? Wat is zo spannend aan Den Oever. Nou niets, kan ik je vertellen. 

Het heeft meer een praktische reden. Volgende maand staat ons Rondje IJsselmeer op het programma. Noem mij een zeurpiet, maar als ik een grote ronde wil rijden, dan wil ik zo min mogelijk voor verrassingen komen te staan. Als ik weet hoe ik bij wijze van spreken met mijn ogen dicht naar Den Oever kan rijden dan schiet dat alvast lekker op. 

Dus op 2e Pinksterdag gaat om 6 uur de wekker. Even goed eten: kwark, muesli, gedroogd fruit, boterhammen en een banaan. Zo kan ik de eerste 2 uur fluitend aan. 
Het is een makkie naar Den Oever. Amsterdam ligt, op een enkele jogger na, nog op één oor. Geen verkeerslicht die ons tegenhoud. Binnen een half uur rijden we in de mooie polders bij Zunderdorp. We hebben de wind flink in de rug. Op een licht verzet peddelen we rustig met een gemiddelde van bijna 31 km p/u langs de N247 naar Hoorn. 

Veel mensen die mij op Strava voorgingen bij het Rondje IJsselmeer pakken vanaf Hoorn een verschillende route. Mijn tip is toch gewoon de fietsborden Leeuwarden aan te houden. Dan kan het bijna niet misgaan. 

Na 3 uur fietsen bereiken we Den Oever. Tijd voor koffie met appeltaart. Ten minste, dat willen we. Maar alles blijkt dicht te zijn. Hier hebben we even geen rekening mee gehouden. Helemaal niets open. En geen mens op straat. Dan maar een banaantje in de haven eten. Ons oog wordt nog getrokken door een grote R op het dak. Daar aangekomen blijkt dat ze ook hier niets aan fietsers willen verdienen. Dicht!

Langs de Meije en op veel andere plekken in het Groene Hart kun je als wielrenner om 9:00 uur al terecht voor een cafeïne shot. Maar hier blijkbaar niet. 

Zonder koffie beginnen we aan de terugreis. Vanaf nu alleen maar tegenwind richting Amstelveen. We doen nog een poging in Wieringerwerf en Abbekerk, maar ook hier geen koffietent die open is. Desondanks gaat het fietsen lekker. Kop over kop leveren we ondanks de tegenwind nauwelijks in op ons gemiddelde. Pas na 126 km kunnen we in Hoorn onze trek in koffie stellen. “We hebben ook appeltaart hoor!” Gelukkig!

Vanaf hier pakken we de route langs het IJsselmeer. De toeristische route. Wel zo leuk. Dus via Schardam, Warden en Edam bereiken we Volendam. Wat we eigenlijk niet willen, gebeurt toch. We fietsen onszelf vast op de overvolle dijk tussen de Chinezen en Japanners. Via een steile trap vluchten we naar een weg achter de dijk. En vanaf daar is het nog een klein stuk naar Monnickendam. Tijd voor onze tweede stop. Voor een lekkere uitsmijter ham/kaas. Het duurt een eeuwigheid voordat we die krijgen. Maar goed, het is droog, het zonnetje schijnt af en toe en de wind lijkt af te nemen. Wat wil je nog meer. Snel verder! Het heeft al te lang geduurd. 
Het laatste stuk is af en toe flink muggen eten. Grote zwermen tikken tegen mijn helm. Eenmaal terug in Amsterdam is de stad duidelijk ontwaakt. Wat een drukte. Mag ook wel, het is inmiddels kwart over drie. Nog even een stukje Amstel en we zijn weer thuis. Een mooie training van bijna 190 km.

340 km fietsen op één dag

Het is erg lang geleden dat ik een 300-plusser achter mijn naam kon zetten. Om precies te zijn 23 jaar geleden. Op mijn dertigste reed ik samen met mijn broer Jan een rondje IJsselmeer. Nou ja ‘rondje’, we gingen ook onder de Flevopolders langs. Waardoor de teller ’s avonds op 340 km stond.

Inspiratie
Natuurlijk heb ik daarna wel eens gedacht om het nog een keer te doen, maar het kwam er gewoon niet van. Totdat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw via Strava zag dat Tim Krabbé (73 jaar) met een groep een rondje IJsselmeer had gereden. Met temperaturen onder en net net boven nul!

En meteen ging de knop bij mij om. Dit wil ik ook weer doen. Ik appte direct mijn broer. “Dat kunnen wij toch ook nog wel?” Als snel kwam zijn reactie. En daarmee een mooie uitdaging voor 2017.

24 jaar geleden
Het avontuur van 23 jaar geleden begon eigenlijk een jaar eerder. Ik belde mijn broer, ja toen belden we nog. “Zeg Jan, ik wil een rondje IJsselmeer fietsen. Maar over acht weken ga ik op vakantie naar Turkije, daarna heb ik geen tijd meer, dus het moet daarvóór”. “Is goed”, was zijn korte reactie. Binnen zes weken begonnen we aan onze tocht, die voor mij na 300km eindigde. Mijn hele lichaam was ontregeld. Ik kon geen eten en drinken meer binnenhouden. Iets met man en hamer. Ontdaan stapte ik bij het pontje Eemnes in de volgauto. Jan, reed laatste stuk alleen.

Revanche
De revanche met mezelf kwam het jaar erna. Naar nu met goede voorbereiding. Van te voren veel kilometers gemaakt, onder alle omstandigheden. Ik herinner me nog een retourtje Amstelveen – Hank (220km) bij temperaturen boven de 30 graden. Maar ook qua eten. Ik heb mezelf aangeleerd om goed en regelmatig te eten en te drinken.

Ook nu hadden we een volgauto met beide partners als steun en toeverlaat. We spraken voor het eerst na 120 km  af. Direct na de Afsluitdijk. En daarna na iedere 60 km. En dat is toch moeilijker dan vandaag de dag. Want waar ga je elkaar zien. Je kunt niet bellen, niet appen. Dus je spreekt af op een duidelijk herkenbaar plek. ‘Eerste weg links bij de N201′, dat soort afspraken. En dan hopen dat je daar een beetje kunt stoppen. Je eindigt dan wel vaak tussen vrachtauto’s op een parkeerterrein of langs een N-weg in de berm, maar dat maakte allemaal niet uit.

Alleen bij Spakenburg hebben we denk ik een half uur tijd verloren. We reden op zondag. En wat moet je niet doen op zondag? Denken dat er een pontje gaat bij Spakenburg. 

Onze volgers waren hier natuurlijk al veel eerder achter, en wilden ons behoeden voor extra kilometers. Ze reden ons tegemoet. Dachten ze. Uiteindelijk stonden wij bij de pont die niet ging én geen volgauto. Je begrijpt het al, het werd er gezelliger op :-).

Maar goed uiteindelijk kwamen we elkaar toch weer tegen. En met de laatste bevoorrading reden we naar huis. 340 km, 16 uur van huis, maar met 2 vingers in de neus gedaan. En met een welverdiend shirt als beloning.

Benieuwd hoe het ons dit jaar zal gaan. 23 jaar ouder, maar nog steeds alle vetrouwen dat het ook nu gaat lukken. En al helemaal na de prestratie van Tim Krabbé vorige maand. De voorbereidingen zijn gestart.

Review van een Wahooligan.

​Het is woensdagavond. Ik stel mijn besluit niet langer uit en bestel om 21:30 nog snel de Wahoo Elmnt bij de Futurumshop. Om 14:30 uur de volgende dag heb ik ‘m al in huis. Supersnel!

Ik heb wel even getwijfeld. Volg ik de hele goegemeente en koop ik een Garmin of trek ik mijn eigen plan?
Ik kies voor de laatste. En tot nu toe (weliswaar na een week) nog geen spijt. Nu ben ik niet zo’n reviewer, maar ik maak voor deze keer een uitzondering.

Bij het openen van de verpakking tref ik een klein blaadje aan. In 4 eenvoudige stappen zou ik er al mee weg kunnen rijden. Jaja, is mijn eerste gedachte. Ik ken dat. Uiteindelijk zit je 2 uur te pielen om de boel startklaar te hebben. Ik ben dus blij dat mijn zoon thuis is als vraagbaak. Maar na een paar minuten ben ik totaal verrast. Hij doet het al. Het is inderdaad niet meer dan de Wahoo Fitness app downloaden. Even een account aanmaken. Koppelen met de GPS door een QRcode te scannen. En ready. 

Ik krijg direct de vraag met welke andere apps ik wil synchroniseren. In mijn geval met Strava. Aantikken en klaar. Er worden 3 verschillende mounts bijgeleverd. Eén gaat op mijn crosser. De ander op de racefiets.

De eerste keer met de fiets is spannend. Doe ie het goed? Synchroniseert hij achteraf met Strava? Het gaat goed. Je kunt je telefoon bij wijze van spreken gewoon thuis laten. Op de Startknop drukken op m’n Wahoo is voldoende. 

Je bepaalt zelf hoeveel info je op je display wilt zien. Van km/u tot hoogtemeters, hartslag en temperatuur etc etc. Uiteraard geldt hoe meer info, hoe kleiner de info op je display. Als 50+er wil ik dus niet al te veel info :-). En afleiden doet het wel een beetje. Ik moet opletten dat ik af en toe ook nog even de op weg kijk. Maar dat zal wel nieuwigheid zijn. 

Ik reed altijd met een Strada. De Wahoo is echt een uitkomst. Alles is nu veel beter af te lezen. Op de weg, maar ook offroad als de CX lekker trilt op de oneffen ondergrond. 

Vooral het grote gebruiksgemak spreekt mij enorm aan. En dat blijkt ook weer bij thuiskomst, na 65 km fietsen. Ik pak mij telefoon en schakel locatie en bluetooth in. Direct wordt de info van de Wahoo in de gedownloade app gezet. De info zoals ik die ook van Strava ken wordt getoond. Ik kan de rit opslaan om een volgende keer als route te volgen. Nu is dat onzin. Ik rij deze route zo vaak. Maar wel handig als ik een keer bij de Posbank een fietstocht ga maken. Voortaan hoef ik zelf niet meer te zoeken. 

Ik moest even een half minuutje kijken hoe ik mijn rit via de Wahoo app naar Strava kreeg. Maar ook dat is simpel. Gewoon “delen” zoals je ook berichten deelt via de sociale media. 
Heel eenvoudig kun je je favoriete segmenten toevoegen. En die kondigt hij dan vanzelf aan als je in de buurt komt.

Als ik wil kan ik de Wahoo eenvoudig uitbreiden met een cadans meter, een hartslagmeter of koppelen aan een Kickr. Maar een mens moet nu eenmaal iets te wensen hebben. Vooralsnog ben ik helemaal heppiedepeppie. Oja …. en de prijs, daar kan Garmin nog een puntje aan zuigen. Wahooooo!

Ben jij een fanatieke wielrenner?

Ik las in het juli-nummer van het magazine Fiets een leuk artikel over hoe je een fanatieke fietser meteen herkent. Een fanatieke fietser is te herkennen aan het aantal fietsen, de soort kleding, wat hij op de fiets eet en drink etc, aldus Fiets. Aan het eind van het artikel komen ze tot onderstaande “eindconclusie”. De overeenkomsten heb ik in groen aangegeven. Best wel fanatiek. Al zeg ik het zelf.

Een man. Ouder dan 50 jaar, die twee tot drie keer per week op de fiets stapt en rond de 150 km in zeven dagen haalt. Het liefst pakt hij zijn nieuwe en waardevolle  Specialized uit de schuur, al heeft hij ook nog twee andere fietsen staan. Hij gaat gekleed in een broek van Castelli, een ondershirt van Craft en een shirt van AGUVoor hij vertrekt zet hij Strava aan, maar zijn geluid uit. Hij stopt een reepje van Powerbar in zijn achterzak en vult zijn bidon met Isostar. Onderweg denkt hij met veel plezier aan zijn beklimming van de Ventoux. Hij waant zich eventjes Niki Terpstra en windt zich op over de smalle fietspaden. Gelukkig kan hij vertrouwen op zijn schijfremmen.

Maar is dit alles ….? Ik vind eigenlijk dat fanatisme veel verder gaat. Een fanatieke fietser:

  • Kijkt op maandag al hoe het weer het komend weekend wordt. En dinsdag weer. En woensdag …
  • Bekijkt de Strava-app vaker dan nu.nl
  • Wordt niet echt gezelliger voor zijn omgeving als hij een week niet heeft gefietst.
  • Heeft zijn halve Facebook en Twitter tijdlijn vol staan met wielerberichten.
  • Is continu op zoek naar invalshoeken voor zijn wielerblog.
  • Kijkt bij vrouwen op een racefiets eerst naar de fiets en dan pas wie erop zit.
  • Denkt bij ieder weekend of weekje weg: “Wat zou ik hier lekker kunnen fietsen”.
  • Vindt koffie met appeltaart heerlijk …. als de tochten meer dan 100km zijn.
  • Krijgt van zijn vrouw regelmatig de opmerking dat de racefiets meer aandacht krijgt dan zijzelf.
  • Denkt bij advertenties waarin KOM voor komt direct aan de KOMmetjes die via Strava te behalen zijn.

Je zult begrijpen dat ik bovenstaande tekst ook geheel in het groen had kunnen typen. Maar verder ben ik best een normale vent hoor.

 

Mijn mond is mijn bel!

Het valt mij op dat wielrennen steeds vaker het nieuws haalt. Meestal gaat het dan over de wielrenners, die in het weekend als een terreurgroep de mooie polderwegen onveilig maken. Een paar weken geleden week ging het in het NRC over de toegenomen aantal Spoedeisende Hulp gevallen onder wielrenners. In één jaar tijd toegenomen van 3.800 naar 5.100. En dan blijken het medisch gezien ook nog eens hele kostbare gevallen te zijn.

image

Een storm van kritiek kreeg de schrijver over zich heen. Ik volg een wielercommunity via Facebook. En daar was de kritiek ook niet van de lucht. Het zou een klok en klepel verhaal zijn. Of een logisch gevolg, omdat het ‘nu eenmaal’ drukker wordt op de weg.

De afgelopen 2 weken fietste ik ruim 500 km. Met een paar mooi tochten zoals Veenendaal-Veenendaal en de Veluwe Krachttoer kom je hier al snel aan. Ik nam me voor om eens iets meer op de andere wielrenners te letten.
Zijn we echt zo onveilig?

image

Ik heb het niet precies bijgehouden, maar ik weet zeker dat meer dan 50% geen bel op z’n fiets had. “Die kon ik niet meer betalen, mijn fiets was al zo duur”, is de veel gehoorde grap. Of “mijn mond is mijn bel. Ik roep gewoon”. Vroeger was ik er ook zo één. Gewoon brullen! Maar al lange tijd ervaar ik het gemak van de bel. Ik kan mij ook goed voorstellen dat je een hartverzakking krijgt als een groep van acht man van achteren opeens ‘Hé’ roept en je met ruim 35km in het uur voorbij sjeest.

Je ‘ploegmaat’ informeren werkt op zich goed. Paaltje! Voor! Tegen!
Dit weekend reed ik dus de Veluwe krachttoer. Een supermooi uitgepijlde en rustige tocht. Totdat ik op grote afstand al een groep hoorde naderen. PAALTJE! Ben je het niet gewent, dan kom dit best agressief over.
Dat doet mij overigens denken aan de keer dat ik een bewoner langs de Ronde Hoep bij Ouderkerk aan de Amstel sprak. Ze was haar hond aan het uitlaten op ‘haar’ dijk. Maar een groep wielrenners dacht daar op een doordeweekse avond anders over. Zij schrokken van de hond. “Hou die tering hond bij je!”, was direct het commentaar. Gewoon voor je eigen deur je hond uitlaten mag blijkbaar niet meer. Favoriete polderwegen zijn het domein van de fietser.

En dan heb ik het nog niet over de dorpjes waar bewoners rustig aan het winkelen zijn. En waar toevallig ook veel wielrenners doorheen moeten.
Eerlijk gezegd kost mij dat ook wel eens moeite. Je wilt lekker doorfietsen en dan gaat net een auto langzaam door de winkelstraat op zoek naar een parkeerplek. Ik denk dan ‘rustig, maak je niet druk’, maar in werkelijkheid zou ik willen roepen dat ze god gloeiende god moeten opschieten. Ik weet mij gelukkig nog altijd in te houden. Volgens het NRC is al die agressie en die ongelukken te wijten aan Strava. Want je wilt natuurlijk niet onder 30 km/u thuis komen. Wat moeten je Strava-vrienden hier wel niet van denken? Ik heb mijn ritjes er even op nagekeken, maar ik krijg net zoveel Kudos bij 29,3 km/u als bij 32,5 km/u. Misschien is dat een geruststelling. En voor de meesten is een KOM al helemaal niet weggelegd.

image

Natuurlijk het wordt steeds drukker op de weg. Maar een beetje rekening houden met elkaar helpt veel ongelukken voorkomen.
Ik denk overigens dat het aantal ongelukken met de racefiets nog verder gaat toenemen. De vraag naar een motortje voor je racefiets is na het meganische dopingschandaal booming. Vooral door mensen die graag in een groep rijden, maar de snelheid niet meer kunnen bijhouden. Levensgevaarlijk dus, want juist die mensen houden geen controle meer over hun snelheid.

O ja nog één dingetje over veiligheid. Ik zie nog steeds mensen zonder helm op  racefiets. Vaak mannen, veertiger of vijftigers, met lange haren.  Daar gaat weer een oude rocker zonder hersenen, denk ik dan. Want als je een goed stel hersenen heb, doe je dat niet!

image

Strava! I love it and I hate it

Ik heb eigenlijk nooit een stok achter de deur nodig om te gaan sporten. Altijd wel zin om te bewegen. Toch heb ik sinds een jaar die stok gekregen. En ze heet Strava. Eerst vond ik de Strava-app onzin. “Ik heb toch al een kilometerteller op mijn fiets”. Maar na de eerste keer was ik al verkocht. Allereerst een plaatje van hoe je gefietst heb. Maar natuurlijk ook een ‘analyse’ van de segmenten. En na een paar weken is ook de vergelijking met andere keren leuk. Iedere PR is weer een klein feestje. Dubbelfeest toen ik mijn eerste KOMmetje scoorde. Wat ook een leuke is, is dat je via Flyby kunt zien wie je onderweg inhaalde of tegenkwam. Moeten ze uiteraard ook Strava gebruiken. Handig als je eens kop over kop met een onbekende een stuk Ringvaart fietst en met een simpel ” hoi” weer afscheid neemt.  Wat dat betreft. Strave, I love it!

image

Maar er zijn ook momenten dat ik Strave hate. Voorbeeldje: iedere maand geef ik op de app aan dat ik Grand Fondo gaat fietsen. Bijvoorbeeld 120km op een dag. Er is geen hond die dit controleert! En toch voel ik mij schuldig als ik het niet doet. Beloofd is beloofd. Dus verzaak ik nooit.
Ander voorbeeldje:
Stel het is dinsdag en je wordt al meerdere dagen door je app vertelt dat je nog steeds niet hebt gefietst deze week. Ik probeer me dan in allerlei bochten te wringen om toch nog ergens een uurtje of anderhalf te vinden om te fietsen.

image

En zit ik op de fiets, dan neem ik mij voor om rustig te beginnen. De tekst voor mijn avondrit heb ik bij wijze van spreken al in gedachten. Relaxte avondrit. Maar bij het eerste verkeerslicht dat op groen staat gaat het al mis. Ik krijg dan direct de smaak te pakken. Al helemaal als ik het eerste stuk polder wind mee hebt. Dan begin ik inmiddels flink te balen als in Ouderkerk auto’s voor mij rustig de winkelstraat uitrijden. Binnensmonds vloekend volg ik de auto’s gedwee. En ik weet het, het slaat nergens op. Druk maken over een gemiddelde per uur. Who cares? Behalve dan misschien degene die mij via Strava volgen 😉
Eenmaal thuis bekijk ik de eventuele PR’s. “Yes, weer een PR voor een segment van 7,5 km. Gemiddeld 34,8 km/u” Goed man, denk ik dan even. Tot dat ik zie dat ik met dit resultaat 1278ste ben op dit segment. Strava, I hate it.