Strade Asperges

Al een half jaar heb ik een gravelbike. Gekocht in een tijd dat ze nergens te krijgen waren, maar mijn dealer De Haan belde dat hij er toevallig een binnen had gekregen die wel eens mijn maat zou kunnen zijn. Eerst twijfel, want geen carbon en geen Cannondale, maar in de winter heb ik inmiddels toch lekker menig tochtje op mijn Bianchi kunnen rijden ….. op asfalt.

Anderhalf uur moest ik afgelopen zondag reizen om mijn gravelbike zijn echte vuurdoop te geven. En dan kijk je toch vreemd op als je in Veldhoven op bestemming aan komt en geen geparkeerde auto’s ziet. Toch weet ik dat ik goed zit, omdat iedereen in een TWC Brabantia wieleroutfit rondloopt. Ik rij vandaag de Strade Brabantia. Na 5 jaar de Witte Cross in de Achterhoek, ga ik nu voor het eerst over de Brabantse Strades rijden.
De rustige aankomst verrast mij. Ik mag natuurlijk niet vergelijken, maar 80 voorinschrijvingen is wel even iets anders dan een uitverkocht huis in de Achterhoek met 1000 inschrijvingen. Ik hoop dat dit geen voorbode is.

Al snel komt Pieter, met wie ik deze Strade ga rijden. Na een bakske koffie start ik mijn Wahoo voor de 105km route.
De zon schijnt, het is best fris met 9 graden en er waait een stevige noordenwind. Wel korte broek dus, maar mouwtjes en een windhesje zijn wel prettig.
Iedere organisatie van een Strade loopt altijd een beetje te patsen met het percentage offroad wegen. Brabantia lijkt ten onrechte bescheiden, want na een paar honderd meter verlaten we het asfalt al om er bijna niet meer op terug te keren. Ik krijg een Brabant te zien dat ik nog niet kende. En Pieter, die zelf ‘uit de buurt’ komt, ook. 90% van de wegen is ook nieuw voor hem.
Het is de afgelopen weken droog geweest, dus we worden getrakteerd op mooie droge gravelstroken. Die door de harde wind soms veel stof doen opwaaien. Lekker voor mijn lenzen 😬. Het blijft uiteraard niet alleen bij gravel, ook grasstroken en boeren landwegen gaan onder mijn 40mm banden door. Op de mulle paden was het flink bikkelen om overeind te blijven. Maar het ging in ieder geval een stuk beter dan toen ik nog een crosser had met 31mm banden. Op sommige stukken merkte ik wel dat ik iets te veel bar in mijn banden had. Op de paden met boomwortels en graspollen klapperde het zadel tegen mijn kont en moest ik mijn stuur wel heel goed vasthouden om niet los te schieten.

Met al die aandacht bij het ‘lezen van de weg’ vergeet ik soms om mijn heen te kijken en te genieten van de schitterende omgeving. Wat ligt de Kampina heide er mooi bij. De eerste stop met koffie en appeltaart is pas op 63 km, een beetje laat, dus plannen we onze eigen stop op deze heide voor sanitair en een krentenbol.

De vele aspergevelden maken ook indruk op mij. Op het land wordt hard gewerkt om het witte goud uit de grond te halen.  Hoe verder ik kom, hoe meer trek ik krijg in een bord aspergesoep en hoe meer mijn gedachten afdwalen hoe ik een portie asperges mee naar de finish zou kunnen nemen.

Eindelijk tikken we de 100km aan. Nog even uitrijden naar de eindstreep, dacht ik. Not! We moesten ook de laatste kilometers nog even diep door het stof op de brede mulle paden en dwars over een nog braakliggend akkerbouwland
Oke het was flink werken, maar toch begrijp ik er niets van. Waarom zijn hier zó weinig deelnemers? De  laatste 30 km hebben we vrijwel niemand meer gezien.
Tenzij de organisatie het klein wil houden en het Brabantse landschap voor zichzelf wil houden, anders zou ik zeggen, volgend jaar allemaal meedoen. Als voorbereiding op de GravelRide, of de Strade Bianche Achterhoek eind september of gewoon om mooi Brabant te ontdekken.

Gravelhype?

Als ik nu opnieuw voor de keuze zou staan om een andere fiets naast mijn racefiets te kopen dan gooit een Gravelbike hoge ogen. Steeds meer fabrikanten komen met een Gravelbike op de markt. Gave fietsen vind ik dat.

Er is niets mis met mijn cx, maar toch.
Oké in het Westen heb je er eigenlijk helemaal niets aan. Meer dan een paar honderd meter onverhard achter elkaar rijden lukt nauwelijks Alleen in de winter als ik ’s avonds de weg op ga heb ik echt profijt van mijn CX. De snelheid is lager dan op de racefiets en het is wat comfortabeler als het wegdek slechter is.

Ik ga er vanuit dat het niet om een gravelhype gaat en dat er steeds meer tochten komen waar je lekker met een gravelbike of crosser los kunt gaan. En het heeft er alle schijn van dat dit ook gaat gebeuren.

Er zijn in Nederland al 3 tochten die de naam Strade Bianche dragen. Die in de Achterhoek (70% offroad bij 150km) heb ik al twee keer gedaan. Goed te doen als je een beetje getraind bent. In Fietssport magazine staat een verslag van de Brabantse variant. Viel me op dat er ‘slechts’ 20 km onverhard was op de 120km afstand. Dat moet toch anders kunnen. En dan heb je er nog een in Drenthe met een maximum afstand van 95km. Deze rij je volledig op GPS.
Misschien is het een idee om net zoals het Klimmersbrevet een soort ‘Master of Strade Bianche’ uit te reiken aan iedereen die binnen één seizoen alle drie Strades in de maximum afstand aflegt. Dat maakt de populariteit nog groter.

Verder zou het mooi zijn als de NTFU kalender naast symbolen van racefiets en MTB een gravel/CX symbool gaat opnemen. Dan kun je direct zien welke tochten je met een CX kan fietsen. Soms is het duidelijk, maar wat kun je verwachten bij een Rabo Veldtoertocht of een Bossentocht. Met een vermelding kun je veel beter een planning maken met leuke tochten.
Ik heb het vorig jaar als eens voorgelegd, maar toen was er nog geen aanleiding toe. Misschien kan de NTFU het toch nog eens overwegen. Hun aandacht voor gravelrides, beloofd veel goeds. Ze komen zelfs met 7 tips voor gravel.

Over tips gesproken. Ken je de site Gravelrides al? Hier staan een aantal interessante tochten die je kunt downloaden. Binnenkort maar eens eentje inplannen.

En ik zag dat RBL Drenthe 200 de meest brute segmenten, zoals het Janpad uit het parcours wil halen. Dit levert op dit moment felle discussies op Facebook op tussen voor- en tegenstanders. Wordt deze uitdaging hierdoor ook met gravelbike/CX te doen? Dan ben ik vóór 🙂.

Gravelbike van Merckx

Alles wijst er in ieder geval op dat het niet om een gravelhype gaat, maar om een ontwikkeling waarbij de asfaltrijder steeds vaker het avontuur offroad wil opzoeken.

De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.