De Witte Cross, al vijf jaar een feest!

Waar was het feestje? Nou, daar was het feestje! In de Achterhoek. Wat heb ik genoten van de Lustrum-editie van de Stade Bianche Achterhoek. En …. het was ook de 5e keer dat ik mee deed. Er is wel iets veranderd in die vijf jaar. Gingen de meeste deelnemers in het eerste jaar nog op een mountainbike van start, zondag had de gravelbike toch echt de overhand. Meerdere deelnemers hadden zelfs grote frametassen op hun gravelbike alsof ze alle spullen bij zich hadden van de camping van de nacht ervoor. En misschien was dat ook wel zo. Ik zag er ook nog één met een mok aan zijn zadel. Hij ging te snel om te controleren of dit ten koste was gegaan van de bidons 😊.

Ik hou het al vijf jaar bij mijn CX van Eddy Merckx met cantilever-remmen. Eerlijk gezegd wilde ik de Witte Cross wel graag op een gravelbike rijden, maar dat bleek toch niet zo eenvoudig. Bijna niet aan te komen.

Maar goed, de Witte Cross is voor mij veel meer dan een dagje gravelen in de Achterhoek. Zo zet ik een week van te voren Lochem al in mijn weerapp, kijk ik iedere dag naar de weersvoorspelling en haal ik het weekend ervoor mijn ‘oude Merckx’ onder het stof vandaag om hem gereed te maken voor dé dag.
En zondag was het dan zover. Met Machiel en Kevin heb ik mij voor de 150 km ingeschreven. Alle 3 deelnemers van TheRide, dus met heel veel trainingsuren in de benen.
Het weer kan niet mooier, weinig wind, droog, zonnetje, niet te koud bij de start en niet te warm in de middag.
Zoals ieder jaar begint het feest al op het parkeerterrein bij de super enthousiaste ontvangst door de vrijwilligers en de mensen die ik zo langzamerhand van eerdere jaren ga herkennen.

Even na acht uur schieten we onszelf van start. Een start die altijd moeilijk is. Althans, voor een asfaltvreter zoals ik. We worden direct het bos ingestuurd om een afdaling in te zetten met geulen die diagonaal over het pad lopen. Gelukkig slaag ik om deze eerste oefening heelhuids te volbrengen. Nu we het moeilijkste hebben gehad kan het verder alleen maar een makkie worden.
Het is een beetje heiig met af en toe een paar mooie Jacobsladders die zich door de wolken heen worstelen.
De wegen zijn perfect, met na iedere haakse bocht weer een andere ondergrond. Van gravel, grind, zanderig met harde onderlaag tot mul zand, gras en klei. O ja en zo nu en dan ook nog een strookje asfalt. Continu de weg lezen waar je het beste kunt fietsen. Vooral het mulle zand vind ik wel spannend met mijn 31 mm bandjes. ‘Handjes ontspannen aan het stuur en laat je banden een weg zoeken in het zand’, hoor ik een stemmetje in mijn hoofd zeggen. Maar soms kan ik toch een ‘hooo, hééé of oei’ niet onderdrukken.

Het gaat lekker, we hebben er flink het tempo in. En toch worden we af en toe rap ingehaald. Het is net een echte Strade. Hoewel net, het ís een echte Strade. Met smalle wegen tussen velden met metershoge mais door. Voedermais heb ik mij door local Kevin laten vertellen. Maar dus ook met echte witte gravelwegen waar je groepen in de verte herkent aan de stofwolken die ze veroorzaken. Mooi om te zien, zolang er niet te veel stof achter mijn lenzen zit, want mijn ogen vinden dit minder prettig.

Ik laat het kopwerk vooral over aan Kevin en Machiel. Op een gegeven moment voel ik spetters. Zit die Machiel zich nu echt voor mij in het zweet te werken? Maar hij weet mij te overtuigen dat het toch echt wat regendruppels zijn. Gelukkig blijft het bij een paar druppels en al snel breekt de zon echt door als we nog 75km moeten.

De verzorgingsposten zijn een feestje op zich; 4 posten op 150 km zijn een aangename luxe. Ieder met zijn eigen sfeer. En overal weten ze het klein te houden. Andere deelnemers weten precies wat ik bedoel. Gemütlich, intiem. Zeker niet klein in de zin dat er niets is, want eten en drinken was er in overvloed. Met uiteraard de beroemde overheerlijke kaneelcake. Zouden ze die overigens ook al naar het westen van het land geëxporteerd hebben? Soms kon je het zelf pakken en soms kreeg je het aangeboden door kleine kinderen die met een groot dienblad met lekkernijen tussen de gravelaars door scharrelden.

Dit jaar geen grote fanfare of zangkoor, maar wel een DJ, een keyboardspeler en een jongen die het bluesgevoel helemaal in mij naar boven bracht. Als ik bij het 3e Lustrum ook weer van de partij ben, dan hoop ik dat hij er nog steeds bij is. En dat hij dan zijn gitaarspel heeft verrijkt met een warme whisky-bluesstem. Misschien moet ik dan wel lampjes meenemen, want dan heb ik natuurlijk helemaal geen zin meer om verder te gaan.
Nu kon ik mij nog maar net losmaken bij de laatste post. Nog een klein uurtje (26km) met de beruchte Lochemse berg naar de finish.

En ook bij de finish is de liefde van vrijwilligers weer zichbaar. Geen kale tafels om je broodje hamburger te eten, maar tafels waar vaasjes met vrolijke bloemetjes op staan. En ook nu muzikaal ondersteund door een groep waarvan de naam mij even ontschoten is. Schitterend.

Geniet, het is te mooi om hard door de Achterhoek te gaan, dat was het advies op de website. Oké het was mijn snelste Strade, maar wat heb ik genoten!

Tot volgend jaar.

The great white Oosten!

Na bijna 10.000 km asfalt ga ik ‘eindelijk’ weer het gravel opzoeken. In het Westen kan dat nauwelijks. Ja, bij ome Piet op het erf, maar dan houdt het toch wel op. Bij mijn eerste deelname aan de Witte Cross had ik nummer 007, nu heb ik de allerallerlaatste kaart kunnen bemachtigen. Helemaal blij. Betekent wel dat ik voor 6:00 uur in de auto richting Lochem moet.
Een beetje gespannen rij ik om half acht het weiland op. 150 km fietsen heb ik al maanden niet meer in de benen, laat staan 70% offroad. Maar de spanning is meteen weg als ik door de ‘parkeerhulp’ wordt ontvangen. ‘
“Welkom in het altijd mooie Lochem. Ben je er een beetje klaar voor?” Mijn dag kan al bijna niet meer stuk.

Ik rij de Strade met Kevin. Hij doet net als ik volgend jaar mee met TheRide 2021. Het ziet er weer gezellig uit in het coronaproof openluchttheater. Het voelt een beetje als thuiskomen. Dat mag ook wel, dit is het 4e jaar dat ik mee doe. We halen ons startnummer op en we mogen meteen vertrekken. Geen massastart dit keer. De reden lijkt me duidelijk. Stipt om 8:00 uur doen we dat ook.
Het heeft vannacht flink geregend, sterker nog, het is net droog. Ik begin daarom met een regenjasje.
We hebben er lekker het tempo in. Ik rij op een CX met 33 mm bandjes. En dat bevalt prima. Het is nog lekker rustig in de ochtend. Is dit de Achterhoekse zondagsrust, of is het hier altijd zo? Ik geniet er in ieder geval enorm van. De route wordt overal goed met bordjes en oranje linten aangegeven. Althans, als ze niet door landeigenaren worden verwijderd, omdat zij vinden dat we daar niet mogen fietsen. Blijkbaar zijn er mensen die de Achterhoek voor zichzelf willen houden. Beetje jammer. Gelukkig biedt GPX uitkomst. Misschien moeten ze dat altijd doen; geen bordjes en alleen GPX routes. Scheelt ook nog eens een hoop werk.

Na bijna 40km komen we bij de eerste stop. Ook hier is goed na gedacht over corona. Je geeft je bestelling door aan de, alweer enthousiaste, vrijwilligers. De keuze is reuze en de kaneelkoek is ook dit jaar weer super. We leveren onze bon in voor een gratis koffie. Niet zo’n bakkie kantinepleur, maar gewoon lekkere hete koffie van versgemalen bonen. Met deze caffeineshot in de maag vervolgen we onze weg.

Langzamerhand wordt iets drukker. Zo kunnen we af en toe in het wiel rijden van een groepje MTB’ers.
Met 30 gemiddeld over smalle bosfietspaden is ook wel eens lekker. Gevallen eikels springen onder mijn banden vanaf. Nadeel van een groep is dat je soms een modderdouche in je gezicht krijgt, omdat nog niet alle regen in de grond is opgenomen. Ondanks het tempo heb ik oog voor de omgeving. Voor mij begint de herfst pas als ik een rode paddestoel met witte stippen heb gezien. Nou …. de herfst is begonnen hoor 🍄

Vanaf 100 meter afstand hoor ik onze tweede stopplek al. Een bigband verwelkomt ons met een ‘Soul Chacha’. Met veel enthousiasme veraangenamen zij onze pauze. Kevin en ik doen ons tegoed aan de lekkernijen om daarna de warme klanken weer in te ruilen voor de stilte van de Achterhoek. Ik geniet iedere minuut van de Strade.
Iedere bocht is het weer een verrassing. Welke weg draai ik nu weer op? Wordt het een bospad, gravel, grint, zand of asfalt? Een ding is zeker, 70% kans dat het geen asfalt is.
De regen heeft soms landwegbrede plassen achter gelaten. Met een groepje rijden we op zo’n landweg. Links en rechts van mij kunnen ze de zijkant van de plas pakken. Heel even bedenk ik wat te doen. Vol in de remmen en ook naar de zijkant? Of gewoon middendoor gaan? Ik besluit tot het laatste. De plas was alleen ‘iets’ dieper dan verwacht. Tot aan mijn bracket ga ik er doorheen, met zeiknatte schoenen en sokken als gevolg. Ik kan er eigenlijk wel om lachen. De anderen ook. Gelukkig is het niet koud en voor korte duur zijn mijn schoenen weer helemaal schoon.
Bij de 3e stopplek op bijna 100km is het druk. De 110km en 150km groepen komen hier samen. Iets te druk om het predikaat coronaproof te krijgen, als je het mij vraagt. Met ‘Oh Alie’ van Normaal nuttig ik mijn warme beker tomatensoep.
Mijn benen draaien na 125 km minder soepel en dat geldt ook voor het materiaal. Van mijn vooraf goed gesmeerde ketting is inmiddels niet veel meer over. Mijn ketting lijkt mooi gepolijst te worden door het zand, maar begint te piepen en te kraken. Ik heb geen bel meer nodig als ik mensen inhaal.

Het wordt tijd dat de finish in zicht komt. Eerst nog even de Lochemse berg. Op de Lochemse berg schiet te kramp in mijn bovenbeen. Ik probeer toch door te fietsen, omdat afstappen waarschijnlijk niet zal helpen. Eenmaal boven zie ik Kevin achterom kijken. ‘Ja, ja, ik kom er aan!’
Het ‘Nog 1 kilometer’ bord kondigt de nabije finish aan. Heerlijk, ik heb genoten, maar mijn benen zijn blij dat ze er zijn.

Direct na de finish is het tijd om onze tweede bon in de leveren. Een broodje hamburger in het theater. Zooo, die heeft nog nooit zo lekker gesmaakt.
Bij de uitgang van het theater wordt naar ons 3e bonnetje gevraagd. Bonnetje? Dit blijkt het nummer te zijn dat overeenkomt met het nummer van mijn stuurbordje. Slim bedacht om diefstal van fietsen te voorkomen ….. als je het weet, want dat nummer heb ik bij de hamburger meneer achtergelaten. Kevin kan zich nog legitimeren met zijn inschrijving die hij bij zich heeft. Ook dat kan ik niet. Vol overtuiging zegt Kevin, ‘Maar deze fiets is echt van hem hoor, want hij heeft er net echt 150 km op gefietst. Gelukkig mag ik doorlopen mét mijn fiets. En 50 meter verderop laat ik ook nog even mijn ouden Merckx schoonspuiten. Wat een luxe! Op naar het eerste Lustrum. Kan ik al inschrijven?

‘Laat de zon in je hart’ bij de Strade

“Doen we dit nu omdat we een beetje stoer willen doen of gewoon om een prestatie neer te zetten?”, vraagt Dolf aan mij als we op de radio horen dat in het hele land festiviteiten afgelast worden. Van allebei een beetje, is de conclusie. We naderen Lochem voor onze 3e Strade Bianche Achterhoek.
Het komt met bakken uit de lucht, totdat we het weiland op rijden dat vandaag dient als parkeerplaats.

Opeens is het droog! We kunnen zelfs rustig voorbereiden zonder nat te worden. Toch houden we rekening met het ergste. De regenjas gaat meteen aan. Ik heb 2 gpx’en gedownload (150km en 110km) en de zonnebril wordt vervangen door één met kleurloze glazen.
In het openlucht theater halen we snel ons startnummer. Het voelt beter om droog te vertrekken.
Maar we luisteren eerst nog even naar de burgemeester voordat we weg mogen. Weet zeker dat niemand heeft gehoord wat hij heeft gezegd, want iedereen wil snel weg. Maar dan klinkt de verlossende bel.

Het duurt een minuut of 20 voordat het toch begint te regenen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel. De temperatuur is perfect en het landschap is schitterend. De paden liggen er goed en over het algemeen nog droog bij. Het is niet druk. Ik denk dat veel mensen het laten afweten. Mooi. Lekker rustig, maar jammer voor de talloze vriendelijke vrijwilligers.

Ik hoor Dolf achter me kreunen en steunen. “Het gaat zwaar”, roep hij. De paden zuigen inderdaad meer dan de kurkdroge versie van vorig jaar.
Ik kijk op mijn teller. 21 km! Nog bijna 130 te gaan. Oeps, dat is wel erg snel. Maar laat het volgens mij niet merken. Na 50 meter zeg ik dat ik bij de eerste stop de route op 110km zet. Ondertussen begint het harder te regenen. Maar van modder nog geen sprake.

Bij de eerste stop pas ik inderdaad de route op mijn Wahoo aan. Dolf verliest ondertussen alle vermoeidheid bij het horen van de bigband met vocale ondersteuning 🎵Laat de zon in je hart🎵 Nou dat laat Dolf zich geen 2e keer zeggen. Hij zet zijn hart volledig open. En wordt meteen overmoedig. “Hoeveel fietsen jullie?”, vraagt de fotograaf. “Nou ik wil 150” zei Dolf, “Maar hij denkt aan 110” 🙂.
We gaan weer snel verder. Met het verdwijnen van de muzikale noten verdwijnt ook langzaam de zon uit Dolfs hart. Het blijft dus 110km.

Bij 65 km krijgt Dolf last van zijn lenzen. Het schoonmaken van de lenzen bij de 2e verzorgingspost haalt niet veel uit. De vrolijkheid is er niet veel minder om. Ook hier muziek en een zeer goed verzorgde eet- en drinkpost.
Zou Dolfs bril van de Kwantum dan toch niet afdoende zijn of komt het gewoon door alle modder die hij van mijn achterwiel opvangt? Het zal een combinatie zijn. Een aantal keer moeten we stoppen omdat er continu zand achter zijn lenzen zit. Vervelend en pijnlijk. Ik kan weinig doen dan toekijken. We proberen een kroeg te vinden. Maar die zijn nog niet open. Het Heiligenbeelden Museum in Vorden is wel open. “Hallo, ik zie er niet uit”, zegt Dolf tegen de vrijwilligers van het museum. Ondanks zijn modderige gelaat en kleding mag hij naar binnen. En ik ook. We krijgen koffie. En Dolf krijgt de lenzenvloeistof van een van hen. Het helpt …. een beetje. Zijn ogen zijn inmiddels aardig geïrriteerd. Opgewarmd vertrekken we weer en tikken al snel de 82km aan. Afgerond bijna 100km. Dus eigenlijk zijn we er al.
We komen bij de laatste verzorgingspost. Ik doe mij nog 1x tegoed aan de verrukkelijke kaneelkoek en een paar stukken banaan. En rap beginnen we aan het laatste stuk van al weer een bijzondere Strade. Ik vind dat zo mooi hè, die asfaltwegen die overgaan in landwegen of gravelpaden. In de Achterhoek heb je pas echt baat bij een gravelbike of CX. Hier in het Westen kom je dat soort wegen nauwelijks tegen.
De regen valt nog steeds mee. Toch moeten we steeds vaker onze weg zoeken op de onverharde modderige paden. Eén keer kan ik de bocht niet houden en eindig ik op een akker. Mijn voorganger deed dat ook. En Dolf deed het nog eens dunnetjes over.

Na 110 km rijden we het openlucht theater van Lochem binnen. Muziek, de lucht van hamburgers en beelden van het WK wielrennen komen tot ons. Ik heb weer genoten.

Foto boven en onder van Eduard Camping

De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.

Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!