‘Laat de zon in je hart’ bij de Strade

“Doen we dit nu omdat we een beetje stoer willen doen of gewoon om een prestatie neer te zetten?”, vraagt Dolf aan mij als we op de radio horen dat in het hele land festiviteiten afgelast worden. Van allebei een beetje, is de conclusie. We naderen Lochem voor onze 3e Strade Bianche Achterhoek.
Het komt met bakken uit de lucht, totdat we het weiland op rijden dat vandaag dient als parkeerplaats.

Opeens is het droog! We kunnen zelfs rustig voorbereiden zonder nat te worden. Toch houden we rekening met het ergste. De regenjas gaat meteen aan. Ik heb 2 gpx’en gedownload (150km en 110km) en de zonnebril wordt vervangen door één met kleurloze glazen.
In het openlucht theater halen we snel ons startnummer. Het voelt beter om droog te vertrekken.
Maar we luisteren eerst nog even naar de burgemeester voordat we weg mogen. Weet zeker dat niemand heeft gehoord wat hij heeft gezegd, want iedereen wil snel weg. Maar dan klinkt de verlossende bel.

Het duurt een minuut of 20 voordat het toch begint te regenen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel. De temperatuur is perfect en het landschap is schitterend. De paden liggen er goed en over het algemeen nog droog bij. Het is niet druk. Ik denk dat veel mensen het laten afweten. Mooi. Lekker rustig, maar jammer voor de talloze vriendelijke vrijwilligers.

Ik hoor Dolf achter me kreunen en steunen. “Het gaat zwaar”, roep hij. De paden zuigen inderdaad meer dan de kurkdroge versie van vorig jaar.
Ik kijk op mijn teller. 21 km! Nog bijna 130 te gaan. Oeps, dat is wel erg snel. Maar laat het volgens mij niet merken. Na 50 meter zeg ik dat ik bij de eerste stop de route op 110km zet. Ondertussen begint het harder te regenen. Maar van modder nog geen sprake.

Bij de eerste stop pas ik inderdaad de route op mijn Wahoo aan. Dolf verliest ondertussen alle vermoeidheid bij het horen van de bigband met vocale ondersteuning 🎵Laat de zon in je hart🎵 Nou dat laat Dolf zich geen 2e keer zeggen. Hij zet zijn hart volledig open. En wordt meteen overmoedig. “Hoeveel fietsen jullie?”, vraagt de fotograaf. “Nou ik wil 150” zei Dolf, “Maar hij denkt aan 110” 🙂.
We gaan weer snel verder. Met het verdwijnen van de muzikale noten verdwijnt ook langzaam de zon uit Dolfs hart. Het blijft dus 110km.

Bij 65 km krijgt Dolf last van zijn lenzen. Het schoonmaken van de lenzen bij de 2e verzorgingspost haalt niet veel uit. De vrolijkheid is er niet veel minder om. Ook hier muziek en een zeer goed verzorgde eet- en drinkpost.
Zou Dolfs bril van de Kwantum dan toch niet afdoende zijn of komt het gewoon door alle modder die hij van mijn achterwiel opvangt? Het zal een combinatie zijn. Een aantal keer moeten we stoppen omdat er continu zand achter zijn lenzen zit. Vervelend en pijnlijk. Ik kan weinig doen dan toekijken. We proberen een kroeg te vinden. Maar die zijn nog niet open. Het Heiligenbeelden Museum in Vorden is wel open. “Hallo, ik zie er niet uit”, zegt Dolf tegen de vrijwilligers van het museum. Ondanks zijn modderige gelaat en kleding mag hij naar binnen. En ik ook. We krijgen koffie. En Dolf krijgt de lenzenvloeistof van een van hen. Het helpt …. een beetje. Zijn ogen zijn inmiddels aardig geïrriteerd. Opgewarmd vertrekken we weer en tikken al snel de 82km aan. Afgerond bijna 100km. Dus eigenlijk zijn we er al.
We komen bij de laatste verzorgingspost. Ik doe mij nog 1x tegoed aan de verrukkelijke kaneelkoek en een paar stukken banaan. En rap beginnen we aan het laatste stuk van al weer een bijzondere Strade. Ik vind dat zo mooi hè, die asfaltwegen die overgaan in landwegen of gravelpaden. In de Achterhoek heb je pas echt baat bij een gravelbike of CX. Hier in het Westen kom je dat soort wegen nauwelijks tegen.
De regen valt nog steeds mee. Toch moeten we steeds vaker onze weg zoeken op de onverharde modderige paden. Eén keer kan ik de bocht niet houden en eindig ik op een akker. Mijn voorganger deed dat ook. En Dolf deed het nog eens dunnetjes over.

Na 110 km rijden we het openlucht theater van Lochem binnen. Muziek, de lucht van hamburgers en beelden van het WK wielrennen komen tot ons. Ik heb weer genoten.

Foto boven en onder van Eduard Camping

De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.

Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!