Een muur van asfalt.

Het is de mooiste dag van onze Schwarzwald vakantie. Bijna 20 graden. De perfecte dag om mijn plannen om te zetten in daden. Een MTB huren. Ik ga samen met Anja, die voor een E-variant kiest. Een goede keuze om toch samen in de bergen te kunnen fietsen. Ons verste doel is een waterval bij Menschenschwand, die alleen te bereiken is als we een bergpas oversteken.

Het is zeker 25 jaar geleden, dat ik voor het laatst op een MTB zat. Maar het bevalt meteen goed. De eerste kilometers langs de Schluchsee zijn nog lekker vlak. Het meer ligt er rimpelloos bij. In no-time zijn we aan de andere kant.Dan moeten we linksaf de Kirchweg op. Op onze Wanderkarte zie ik een weg haaks op hoogtelijnen. Dus voor ik het weet moet ik naar het kleine blad terugschakelen. De klim blijkt langer dan verwacht. Ik moet nog verder terugschakelen. Anja komt met een grote glimlach langszij en verdwijnt uit het zicht. Gelukkig niet voor lang. In de verte zie ik haar staan. Zij wordt mijn richtpunt. Eenmaal boven herstel ik gelukkig snel. Moet ook wel, want de klim gaat verder. Anja ziet tot haar schrik dat de klim de batterij van haar E-bike flink leegtrekt. Dus dat wordt iets voorzichtiger omgaan met de stroom. Ik besluit een extra rondje naar een bergtop te pakken, terwijl Anja batterijen spaart. Daarna gaan we weer samen verder.

MTB’en is een feest voor de beginnende MTB’er. Fietsen is overal toegestaan op paden breder dan 2 meter. Geen singletracks dus. Tenminste, niet officieel. En fiets je in een groep dan mag dat tot 10 deelnemers. Lijkt mij een perfecte offroad regel voor in Nederland. Dan kan ik met mijn Crosser op veel meer plekken fietsen dan nu het geval is.

Voor het eerst moet ik de weg goed zoeken. Ik denk dat we rechtdoor moeten. Anja weet genoeg, ze spurt er alweer vandoor. Dat doet ze anders nooit! Het heeft dus ook niet zoveel zin meer om te zeggen dat we toch anders moeten. Gedwee volg haar de weg omhoog. Goeie training 🙂
De beloning volgt. Een extra lange afdaling over een mooi, door zongefilterd, herfst bladerdek. Het voelt veilig met de brede banden en de schijfremmen.  De afdaling is tot bijna aan de waterval. Waar het tijd wordt voor koffie met …. SchwarzwalderKirsch. Daar bestuderen we kaart en wijzigen 3 keer de terugreisplannen. De keuze valt uiteindelijk op “diagonaal over de pas”. En dat begint met een klim naar Bachrain. Een onwijs steile klim, zo blijkt. Ik kijk tegen een muur van asfalt op. Ik schakel direct terug naar het op één na lichte verzet. Dit gaat goed totdat het asfalt overgaat in een grof grindpad. Ik kan nog een tandje terug, maar ik twijfel welke shifter ik moet nemen. Het hoeft al niet meer, want ik ben tot stilstand gekomen tegen een grote steen die op het pad ligt. Met hartslag “hoog”, kijk ik terug naar de ca 250-meter lange klim. 

De stijging gaat weliswaar nog een paar kilometer door naar Steppberg,  maar nu met een stijgingspercentage dat goed te doen is. 
Daarna volgt weer een flinke afdaling. We knijpen flink in de remmen voor een magnifiek uitzicht bij Tierenlache over het dal met daarachter de machtige bergen van Zwitserland. Het Zwitserleven Gevoel komt even in mij naar boven. Er staan houten ligstoelen. We lassen dus even een pauze in om van het uitzicht te genieten.  En van de rust. We zijn nog geen fietser tegengekomen vandaag. Wél een enkele wandelaar. Helemaal zen vervolgen we onze route, die uiteindelijk 35 km lang en 1000hm is. Onderweg popt af en toe de gedachte op om in Nederland toch ook nog een MTB te kopen. Maar ik laat deze al weer snel varen. Wat ik zeker ga doen is vaker een MTB huren op dit soort plekken. En Anja mag dan ook weer mee. Op de E-bike.  

Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!

Het wielerseizoen is over.

Overal lees ik het. “Het wielerseizoen is over”. De laatste toertochten op de weg zijn geweest. De blaadjes vallen massaal van de bomen. En het bokbier ligt alweer standaard in mijn koelkast. Menigeen hikt aan tegen de donkere dagen die komen gaan. OK, het wielerseizoen is in zoverre over dat ik ’s avonds voor of na het eten niet nog even snel een rondje de weg op kan. Of ik moet mijn verlichting er op ‘schroeven’. Dan is dat ook al geen excuus meer. Dus om nu te zeggen dat het over is; niet echt. Afgelopen 2 winters kon ik vrijwel onafgebroken op de weg blijven fietsen. Geen reden dus om somber op de bank te blijven zitten en te wachten op het voorjaar. Bovendien, fietsen in de herfst en de winter biedt ook voordelen. Waar ik in de zomer bij 30 graden nauwelijks mijn warmte kwijt kunt, kan ik me nu lekker aankleden. In laagjes. Arm- of beenstukken. Handschoenen aan. Buff erbij. Eventueel onder mijn helm. Overschoenen. Genoeg mogelijkheden om comfortabel m’n rondje te doen. Behalve als het glad is. Alleen die keren zal ik mijn fiets een keer op de Tacx zetten.

Een ander voordeel is dat in de herfst het zweet niet meer vanuit mijn helm aan de binnenkant van je zonnebril drupt. In de zomer speelt dit probleem bij mij al na een half uur fietsen.

Op de weg wordt het ook nog eens een stuk rustiger. Ook weer een voordeel. De mooie Ronde Hoep en de Meije worden weer eigendom van de bewoners. Ze kunnen er weer rustig lopen of hun hond uitlaten. En dan het thuiskomen. Geen half uur afkoelen en de kraan ‘leegdrinken’. Gewoon een lekkere bak hete koffie. En ondertussen de geur van het runderstoofpotje opsnuiven die nog in de keuken hangt. De transparante brillenglazen van mijn fietsbril die direct beslaan. En al helemaal als de regen tegen de ramen slaat. Dat geeft mij een voldaan gevoel.

Mijn wielerseizoen is nog niet over. Ik “mag” het iets rustiger aan doen, want met nog 2,5 maand te gaan zit ik nu al bijna op mijn Strava-doelstelling van 7.500 kilometers in 2016.

Nee mijn wielerseizoen is zeker nog niet over. Over 2,5 maand pas. En dan. Dan begint gewoon weer een nieuw wielerseizoen.