De Witte Cross, al vijf jaar een feest!

Waar was het feestje? Nou, daar was het feestje! In de Achterhoek. Wat heb ik genoten van de Lustrum-editie van de Stade Bianche Achterhoek. En …. het was ook de 5e keer dat ik mee deed. Er is wel iets veranderd in die vijf jaar. Gingen de meeste deelnemers in het eerste jaar nog op een mountainbike van start, zondag had de gravelbike toch echt de overhand. Meerdere deelnemers hadden zelfs grote frametassen op hun gravelbike alsof ze alle spullen bij zich hadden van de camping van de nacht ervoor. En misschien was dat ook wel zo. Ik zag er ook nog één met een mok aan zijn zadel. Hij ging te snel om te controleren of dit ten koste was gegaan van de bidons 😊.

Ik hou het al vijf jaar bij mijn CX van Eddy Merckx met cantilever-remmen. Eerlijk gezegd wilde ik de Witte Cross wel graag op een gravelbike rijden, maar dat bleek toch niet zo eenvoudig. Bijna niet aan te komen.

Maar goed, de Witte Cross is voor mij veel meer dan een dagje gravelen in de Achterhoek. Zo zet ik een week van te voren Lochem al in mijn weerapp, kijk ik iedere dag naar de weersvoorspelling en haal ik het weekend ervoor mijn ‘oude Merckx’ onder het stof vandaag om hem gereed te maken voor dé dag.
En zondag was het dan zover. Met Machiel en Kevin heb ik mij voor de 150 km ingeschreven. Alle 3 deelnemers van TheRide, dus met heel veel trainingsuren in de benen.
Het weer kan niet mooier, weinig wind, droog, zonnetje, niet te koud bij de start en niet te warm in de middag.
Zoals ieder jaar begint het feest al op het parkeerterrein bij de super enthousiaste ontvangst door de vrijwilligers en de mensen die ik zo langzamerhand van eerdere jaren ga herkennen.

Even na acht uur schieten we onszelf van start. Een start die altijd moeilijk is. Althans, voor een asfaltvreter zoals ik. We worden direct het bos ingestuurd om een afdaling in te zetten met geulen die diagonaal over het pad lopen. Gelukkig slaag ik om deze eerste oefening heelhuids te volbrengen. Nu we het moeilijkste hebben gehad kan het verder alleen maar een makkie worden.
Het is een beetje heiig met af en toe een paar mooie Jacobsladders die zich door de wolken heen worstelen.
De wegen zijn perfect, met na iedere haakse bocht weer een andere ondergrond. Van gravel, grind, zanderig met harde onderlaag tot mul zand, gras en klei. O ja en zo nu en dan ook nog een strookje asfalt. Continu de weg lezen waar je het beste kunt fietsen. Vooral het mulle zand vind ik wel spannend met mijn 31 mm bandjes. ‘Handjes ontspannen aan het stuur en laat je banden een weg zoeken in het zand’, hoor ik een stemmetje in mijn hoofd zeggen. Maar soms kan ik toch een ‘hooo, hééé of oei’ niet onderdrukken.

Het gaat lekker, we hebben er flink het tempo in. En toch worden we af en toe rap ingehaald. Het is net een echte Strade. Hoewel net, het ís een echte Strade. Met smalle wegen tussen velden met metershoge mais door. Voedermais heb ik mij door local Kevin laten vertellen. Maar dus ook met echte witte gravelwegen waar je groepen in de verte herkent aan de stofwolken die ze veroorzaken. Mooi om te zien, zolang er niet te veel stof achter mijn lenzen zit, want mijn ogen vinden dit minder prettig.

Ik laat het kopwerk vooral over aan Kevin en Machiel. Op een gegeven moment voel ik spetters. Zit die Machiel zich nu echt voor mij in het zweet te werken? Maar hij weet mij te overtuigen dat het toch echt wat regendruppels zijn. Gelukkig blijft het bij een paar druppels en al snel breekt de zon echt door als we nog 75km moeten.

De verzorgingsposten zijn een feestje op zich; 4 posten op 150 km zijn een aangename luxe. Ieder met zijn eigen sfeer. En overal weten ze het klein te houden. Andere deelnemers weten precies wat ik bedoel. Gemütlich, intiem. Zeker niet klein in de zin dat er niets is, want eten en drinken was er in overvloed. Met uiteraard de beroemde overheerlijke kaneelcake. Zouden ze die overigens ook al naar het westen van het land geëxporteerd hebben? Soms kon je het zelf pakken en soms kreeg je het aangeboden door kleine kinderen die met een groot dienblad met lekkernijen tussen de gravelaars door scharrelden.

Dit jaar geen grote fanfare of zangkoor, maar wel een DJ, een keyboardspeler en een jongen die het bluesgevoel helemaal in mij naar boven bracht. Als ik bij het 3e Lustrum ook weer van de partij ben, dan hoop ik dat hij er nog steeds bij is. En dat hij dan zijn gitaarspel heeft verrijkt met een warme whisky-bluesstem. Misschien moet ik dan wel lampjes meenemen, want dan heb ik natuurlijk helemaal geen zin meer om verder te gaan.
Nu kon ik mij nog maar net losmaken bij de laatste post. Nog een klein uurtje (26km) met de beruchte Lochemse berg naar de finish.

En ook bij de finish is de liefde van vrijwilligers weer zichbaar. Geen kale tafels om je broodje hamburger te eten, maar tafels waar vaasjes met vrolijke bloemetjes op staan. En ook nu muzikaal ondersteund door een groep waarvan de naam mij even ontschoten is. Schitterend.

Geniet, het is te mooi om hard door de Achterhoek te gaan, dat was het advies op de website. Oké het was mijn snelste Strade, maar wat heb ik genoten!

Tot volgend jaar.

‘Laat de zon in je hart’ bij de Strade

“Doen we dit nu omdat we een beetje stoer willen doen of gewoon om een prestatie neer te zetten?”, vraagt Dolf aan mij als we op de radio horen dat in het hele land festiviteiten afgelast worden. Van allebei een beetje, is de conclusie. We naderen Lochem voor onze 3e Strade Bianche Achterhoek.
Het komt met bakken uit de lucht, totdat we het weiland op rijden dat vandaag dient als parkeerplaats.

Opeens is het droog! We kunnen zelfs rustig voorbereiden zonder nat te worden. Toch houden we rekening met het ergste. De regenjas gaat meteen aan. Ik heb 2 gpx’en gedownload (150km en 110km) en de zonnebril wordt vervangen door één met kleurloze glazen.
In het openlucht theater halen we snel ons startnummer. Het voelt beter om droog te vertrekken.
Maar we luisteren eerst nog even naar de burgemeester voordat we weg mogen. Weet zeker dat niemand heeft gehoord wat hij heeft gezegd, want iedereen wil snel weg. Maar dan klinkt de verlossende bel.

Het duurt een minuut of 20 voordat het toch begint te regenen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel. De temperatuur is perfect en het landschap is schitterend. De paden liggen er goed en over het algemeen nog droog bij. Het is niet druk. Ik denk dat veel mensen het laten afweten. Mooi. Lekker rustig, maar jammer voor de talloze vriendelijke vrijwilligers.

Ik hoor Dolf achter me kreunen en steunen. “Het gaat zwaar”, roep hij. De paden zuigen inderdaad meer dan de kurkdroge versie van vorig jaar.
Ik kijk op mijn teller. 21 km! Nog bijna 130 te gaan. Oeps, dat is wel erg snel. Maar laat het volgens mij niet merken. Na 50 meter zeg ik dat ik bij de eerste stop de route op 110km zet. Ondertussen begint het harder te regenen. Maar van modder nog geen sprake.

Bij de eerste stop pas ik inderdaad de route op mijn Wahoo aan. Dolf verliest ondertussen alle vermoeidheid bij het horen van de bigband met vocale ondersteuning 🎵Laat de zon in je hart🎵 Nou dat laat Dolf zich geen 2e keer zeggen. Hij zet zijn hart volledig open. En wordt meteen overmoedig. “Hoeveel fietsen jullie?”, vraagt de fotograaf. “Nou ik wil 150” zei Dolf, “Maar hij denkt aan 110” 🙂.
We gaan weer snel verder. Met het verdwijnen van de muzikale noten verdwijnt ook langzaam de zon uit Dolfs hart. Het blijft dus 110km.

Bij 65 km krijgt Dolf last van zijn lenzen. Het schoonmaken van de lenzen bij de 2e verzorgingspost haalt niet veel uit. De vrolijkheid is er niet veel minder om. Ook hier muziek en een zeer goed verzorgde eet- en drinkpost.
Zou Dolfs bril van de Kwantum dan toch niet afdoende zijn of komt het gewoon door alle modder die hij van mijn achterwiel opvangt? Het zal een combinatie zijn. Een aantal keer moeten we stoppen omdat er continu zand achter zijn lenzen zit. Vervelend en pijnlijk. Ik kan weinig doen dan toekijken. We proberen een kroeg te vinden. Maar die zijn nog niet open. Het Heiligenbeelden Museum in Vorden is wel open. “Hallo, ik zie er niet uit”, zegt Dolf tegen de vrijwilligers van het museum. Ondanks zijn modderige gelaat en kleding mag hij naar binnen. En ik ook. We krijgen koffie. En Dolf krijgt de lenzenvloeistof van een van hen. Het helpt …. een beetje. Zijn ogen zijn inmiddels aardig geïrriteerd. Opgewarmd vertrekken we weer en tikken al snel de 82km aan. Afgerond bijna 100km. Dus eigenlijk zijn we er al.
We komen bij de laatste verzorgingspost. Ik doe mij nog 1x tegoed aan de verrukkelijke kaneelkoek en een paar stukken banaan. En rap beginnen we aan het laatste stuk van al weer een bijzondere Strade. Ik vind dat zo mooi hè, die asfaltwegen die overgaan in landwegen of gravelpaden. In de Achterhoek heb je pas echt baat bij een gravelbike of CX. Hier in het Westen kom je dat soort wegen nauwelijks tegen.
De regen valt nog steeds mee. Toch moeten we steeds vaker onze weg zoeken op de onverharde modderige paden. Eén keer kan ik de bocht niet houden en eindig ik op een akker. Mijn voorganger deed dat ook. En Dolf deed het nog eens dunnetjes over.

Na 110 km rijden we het openlucht theater van Lochem binnen. Muziek, de lucht van hamburgers en beelden van het WK wielrennen komen tot ons. Ik heb weer genoten.

Foto boven en onder van Eduard Camping

Gravelhype?

Als ik nu opnieuw voor de keuze zou staan om een andere fiets naast mijn racefiets te kopen dan gooit een Gravelbike hoge ogen. Steeds meer fabrikanten komen met een Gravelbike op de markt. Gave fietsen vind ik dat.

Er is niets mis met mijn cx, maar toch.
Oké in het Westen heb je er eigenlijk helemaal niets aan. Meer dan een paar honderd meter onverhard achter elkaar rijden lukt nauwelijks Alleen in de winter als ik ’s avonds de weg op ga heb ik echt profijt van mijn CX. De snelheid is lager dan op de racefiets en het is wat comfortabeler als het wegdek slechter is.

Ik ga er vanuit dat het niet om een gravelhype gaat en dat er steeds meer tochten komen waar je lekker met een gravelbike of crosser los kunt gaan. En het heeft er alle schijn van dat dit ook gaat gebeuren.

Er zijn in Nederland al 3 tochten die de naam Strade Bianche dragen. Die in de Achterhoek (70% offroad bij 150km) heb ik al twee keer gedaan. Goed te doen als je een beetje getraind bent. In Fietssport magazine staat een verslag van de Brabantse variant. Viel me op dat er ‘slechts’ 20 km onverhard was op de 120km afstand. Dat moet toch anders kunnen. En dan heb je er nog een in Drenthe met een maximum afstand van 95km. Deze rij je volledig op GPS.
Misschien is het een idee om net zoals het Klimmersbrevet een soort ‘Master of Strade Bianche’ uit te reiken aan iedereen die binnen één seizoen alle drie Strades in de maximum afstand aflegt. Dat maakt de populariteit nog groter.

Verder zou het mooi zijn als de NTFU kalender naast symbolen van racefiets en MTB een gravel/CX symbool gaat opnemen. Dan kun je direct zien welke tochten je met een CX kan fietsen. Soms is het duidelijk, maar wat kun je verwachten bij een Rabo Veldtoertocht of een Bossentocht. Met een vermelding kun je veel beter een planning maken met leuke tochten.
Ik heb het vorig jaar als eens voorgelegd, maar toen was er nog geen aanleiding toe. Misschien kan de NTFU het toch nog eens overwegen. Hun aandacht voor gravelrides, beloofd veel goeds. Ze komen zelfs met 7 tips voor gravel.

Over tips gesproken. Ken je de site Gravelrides al? Hier staan een aantal interessante tochten die je kunt downloaden. Binnenkort maar eens eentje inplannen.

En ik zag dat RBL Drenthe 200 de meest brute segmenten, zoals het Janpad uit het parcours wil halen. Dit levert op dit moment felle discussies op Facebook op tussen voor- en tegenstanders. Wordt deze uitdaging hierdoor ook met gravelbike/CX te doen? Dan ben ik vóór 🙂.

Gravelbike van Merckx

Alles wijst er in ieder geval op dat het niet om een gravelhype gaat, maar om een ontwikkeling waarbij de asfaltrijder steeds vaker het avontuur offroad wil opzoeken.