Niet omdat het kan, maar omdat het moet!

Ik heb toegang tot drugs. Helemaal gratis en voor niks. Hoe? Heel eenvoudig. En ik krijg er nog conditie van ook.
Voor Dumoulin is wielrennen een professie. Wielerspecialist De Haan in Ouderkerk kan er op een andere manier een goede boterham aan verdienen. Althans daar ga ik vanuit.
Maar voor mij is het vooral een mooi tijdverdrijf. Een passie. Nu de sportscholen dicht zijn, ontdekken veel meer mensen dat wielrennen heel gaaf is. Zo ook mijn zoon. Dus was hij op zoek naar een goede tweedehands. Waar je voorheen nog lekker kon afdingen op een racefiets op Marktplaats, moet je nu bijna overbieden om eigenaar te worden van die ene tweedehands racefiets.Een passie voor fietsen. Heerlijk, gevoel is dat. Maar het kan ook beklemmend werken.

Een keer fietsen per week, dat is niet genoeg, twee keer eigenlijk ook niet. Omdat ik nog steeds hoop dat de TheRide eind augustus wel door gaat, train ik 3 a 4 keer in de week met al snel zo’n 300 km per week. Nu het ’s avonds langer licht blijft, is dat ook goed te doen. Vermoeiend? Nee, niet echt. Word ik er gelukkig van? Jazeker!

Een beetje verslavend is het ook. Iedere keer als ik een stuk gefietst heb, voel ik mij weer beter. Niet dat het altijd beter of harder gaat, maar ik vóel mij beter. Dit komt door de aanmaak van Endorfine. Iets wat geproduceerd wordt tijdens een lichamelijke inspanning en geluk veroorzaakt. En omdat dat een lekker gevoel geeft, wil je daar meer van. Een gratis drug. Ofwel ik ‘moet’ fietsen. Lukt dat niet, omdat het werk of andere verplichtingen dat niet toelaten, dan word ik na niet al te lange tijd een beetje sjaggie. Niets helpt dan, alleen mijn racefiets pakken en een lekker stukkie fietsen. Zelfs als het niet zo goed weer is. Want zeg nou eerlijk, wat is nu een lekkerder gevoel om naar buiten te kijken waar het slecht weer is en dat je dus al een rit van 80 km in de benen hebt. Wielrennen, niet omdat het kan, maar omdat het moet.

Come on Yatesy!

Dit Pinksterweekend was ik met Anja bij vrienden in Engeland. Niet vanwege de Royal Wedding, maar het was wel een enorm leuke bijkomstigheid. Met de bewoners van het hele dorp (34 huizen) gaven we commentaar bij het zien van de Wedding-beelden in de village hall. Een op en top Engels feestje. Met veel bier en een heel varken aan het spit.

Na de Wedding bekeken nog even de laatste 30 km van de Giro etappe met de klim naar de top van de Monte Zoncolan. Zit je daar, tussen allemaal Engselsen die uiteraard voor Yates en Froome zijn. “Come Yatesy!”, hoorde ik continu links en rechts van mij. Gelukkig bleef de schade toen nog beperkt voor Dumoulin.
De volgende dag ging ik voor het eerst zelf het Engelse asfalt trotseren. Op geleende fietsen met geleende helm en zelf meegebrachte pedalen. Dat laatste was nog wel een dingetje. Bij de douane werd mijn tas er direct uitgehaald. Ik was mijn pedalen allang weer vergeten. “Wat zoeken jullie?” vroeg ik. “Dat weten we niet, de detector geeft een groot metalen voorwerp aan” Oohh verrek, de pedalen, helemaal vergeten. Gelukkig mochten ze gewoon mee.
We maakten met z’n vieren een ontspannen tocht van zo’n 75 km. Met halverwege een goeie espresso en …. pizza, want de 1 zat alweer in de klok.
Enorm leuk. Mooi gebied bij Highclere Castle. Glooiend met af en toe een pittige klim.

De afdalingen waren best gevaarlijk. Veel grid op de weg, flintstones. En potholes in het asfalt. En dan ook nog eens onoverzichtelijk door de heggen die bijna overal aan weerszijden van de smalle wegen stonden. Eigenlijk nog erger dan België dus, maar wel heerlijk om te doen. En zeker nog meer te doen. Een beetje goed opletten dus. Maar goed, dat moesten we toch, want voor je het weet rij je weer aan de ‘verkeerde’ kant van de weg.

Het leuke was dat mijn fietsconditie beter is dan mijn Engelse vriend. Dus toen wij nog een extra rondje gingen doen om wat extra hoogtemeters te pakken, kon ik regelmatig achterom kijken om “Come on Yatesy!” te roepen. Even lekker terug pakken 🙂

We hadden zo de smaak te pakken, dat we de volgende ochtend vroeg nog even ‘a three hill challenge’ gingen fietsen. Heerlijk om weer eens een beetje hoogtemeters te maken. Doe ik veeeeel te weinig!

D-day voor Dumoulin

Tijdens de Tour de France vertelde ik een collega dat we weer een schitterende Nederlandse etappe overwinning hadden. En dan bedoel ik uiteraard de koninginnenrit naar Andorra Arcalis.  “Nederlands?”, kreeg ik meteen terug. “Dat is toch een Belg?”. Ze bestaan nog, Nederlanders die denken dat Tom Dumoulin een Belg is.Tom is daarmee de vijfde Nederlander die in alle grote rondes een etappe wint. Gerben Karstens, Erik Breukink, Jean-Paul van Poppel en Jeroen Blijlevens gingen hem voor.

Het was eerst allerminst zeker dat Tom aan de Tour zou meedoen. En dan pakt hij toch nog zomaar even een overwinninkje mee.
Maar dat is niet zijn ultieme doel. Dat is namelijk goud op de tijdrit in Rio. Even lijkt die droom in duigen te vallen. Bij een valpartij breek hij zijn pols. Niet dat het aan gruzelementen ligt, maar toch. Ook een mooie breuk is niet leuk. Hij stapt uit de Tour. En daar blijft het niet bij. Ook bij de Acht van Chaam stapt hij af omdat de klinkertjes te belastend zijn voor zijn pols.

Zijn pols blijft onderwerp van discussie. Ieder interview weer. “Mijn begeleiders zeggen dat ik op tijd hersteld ben” Ik proef twijfel in zijn stem. En ik zie ook twijfel op zijn gezicht. Bij trainingen in Rio gaat hij over de asfalt-stoep, waar de anderen de klinkers pakken.

Tijdens de wegwedstrijd houdt hij het snel voor gezien. Na 12 kilometer stap hij af. Om zijn plek voor de tijdrit veilig te stellen, is het argument. Weer die twijfelende blik in zijn ogen. Hij klinkt heel onzeker. Is dit onze aanstaande gouden plak winnaar op de tijdrit? Ik begin nu zelf ook te twijfelen. Hij moet het kunnen. Dat heeft hij bewezen bij de eerste etappe van de Giro, het NK tijdrijden en bij de tijdrit in de Tour. Gaat hij na Anna van der Breggen ook voor Goud zorgen bij het wielrennen?

En dan is het woensdag. D-day voor Dumoulin. Vandaag moet het gebeuren. Sterker nog, het is 16:39 Nederlandse tijd. Drie, twee, één. Tom vertrekt. En direct daarna verschijnt Chris Froome die anderhalve minuut achter hem vertrekt. Er gaan allerlei gedachten door mijn hoofd. Houdt zijn pols het, kan hij Froome voor blijven, begaat hij geen Kruiswijkje. Hoewel ik rustig op de bank zit, stijgt mijn hartslag. En dat wordt vooral veroorzaakt door die ellendige gele lijn. Iedere keer als renners over die lijn gaan hou ik mijn hart vast. Zeker op de natte weggedeelten. Ik zie ze in gedachten al uitglijden. Heeft vast te maken met het drama van de wegwedstrijd.

Maar goed, Tom gaat goed van start. Op 19,7 km boekt hij een 2e tijd. 17 seconden op de nummer 1, Rohan Dennis. Kom op Tom, je kunt het!

Na 34,6 heeft Cancellara de nummer 1 posite overgenomen. Tom lijkt lekker te gaan als ik hem Kiryienka zie inhalen. Toch komt hij als derde voorbij. Mmm, dat is niet goed genoeg. Go Tom Go!

Rohan Dennis moet van fiets wisselen. Hij blijkt een gebroken opzetstuur te hebben. Kostbare tijd, maar en gunste van Tom. Stijgt hij daarmee weer een plek? Het blijft nog even gissen.

Een ding staat wel vast, Froome rijdt op 7 seconden achter Tom. Het is bijna niks, maar genoeg.

Het volgende ijkpunt doemt op bij 44.40km. Cancellara rijdt de sterren van de hemel. Tom volgt op 20 seconden. Dennis valt weg uit de top door zijn fietswissel. En Froome? Die verliest weer een seconde. Acht seconde voorsprong op de Tourwinnaar voor de laatste 10 kilometer. Met een pols die Tom al wekenlang parten speelt. Is dat genoeg? Come on Tom! Het blijft spannend.  Nog 10km. Goud lijkt niet meer haalbaar.  Cancellara is gewoon te goed. Maar daar kwam hij wel voor!

Zilver, zit dat er wel in? Cancellara gaat met een gemiddelde snelheid van boven 45km per uur over de streep. Tijd: 1:12:15. Even ter vergelijking, gisteren reed ik bij toeval exact dezelfde afstand als de tijdrit. Op een volledig vlak parcours. In een tijd van 1 uur 41 minuten ….  Ik bedoel maar.

Tom blijft mooi rustig op zijn fiets zitten en blijft snelheid maken. Maar hij komt toch 47 tellen tekort op “Spartacus”. Tijd: 1:13:02

Nu Froome nog. Is hij tot een super laatste 10 kilometer in staat? Blijft het zilver of wordt het brons?

Daar is Froome. Tijd 1:13:17! Het blijft zilver voor Tom. Top Tom!  Dumoulin-day.