Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!

Vuurdoop op de Schoorlse nok

​Precies een maand geleden kocht ik mijn cyclocrosser. Niet dat ik genoeg hebt van het asfalt. Nee dat blijf ik leuk vinden. Maar wel voor de afwisseling. En dat bevalt me perfect. Hoewel het wel enorm wennen is. Wat doet mijn CX-bike bij grind, mul zand, bochten met modder etc.?  Ik voel mij een beetje zoals mijn vrouw op haar racefiets bij het ingaan van een bocht. Een beetje schijterig dus.

Mijn eerste rit gaat over de Tafelbergheide bij Blaricum op zaterdagochtend. Onwennig fiets ik de hei op. Ik kan geen bord vinden dat het hier niet zou mogen. En ook de eerste wandelaars verwijzen mij niet regelrecht naar de fietspaden. Ik passeer eens een kudde schapen, ontwijk boomstronken, hobbel over wat boomwortels. Erg leuk. Wel opletten geblazen. De overgangen van hard naar mul zand gaan verraderlijk snel. 

Tafelbergheide

Bij de Ouderkerkerplas en in het Amsterdamse bos doe ik wat ervaring op met een beetje grind, modder, wat zand en gras. Het is goed om nu nog alleen te gaan. Zo kan ik zelf mijn tempo bepalen. Alles onder controle. Nog even geen pottenkijkers 🙂

Tijd voor een volgende stap. Ik wil antwoord op mijn vraag: Kan ik met mijn CX-bike ook op een MTB-parcours? Met collega en MTB’er Bas als gids verplaats ik mijn oefenterrein naar de duinen bij Schoorl.

Bas pakt het goed aan. We beginnen voorzichtig. Eerst een smalle onverharde strook tussen de bomen langs de provinciale weg. Om in te komen! Het tempo ligt hoger dan wanneer ik er zelf zou rijden. Maar het gaat prima. 

Dan smalle diepe karrensporen in de duinen. Op de meeste plekken goed aangereden en veel stro. Ik merk dat ik mijn blik te dichtbij heb. Iets verder vooruit kijken zou helpen om beter te anticiperen, maar dit lijkt opeens niet natuurlijk. Waar ik op de weg eigenlijk niets anders doe. 

Amsterdamse bos

Het wordt steeds een stukje uitdagender. Een technisch stuk volgt. Veel bochtenwerk en kuipbochtjes. Ik probeer ze te benutten maar het gaat niet altijd goed. Ik kijk hoe de bocht loopt in plaats van hem ‘gewoon’ te nemen. Hierdoor heb ik het gevoel dat ik vaart verlies in de bochten. En omdat ik Bas na 2 bochten al niet meer zie, is dat waarschijnlijk ook zo 🙂

Dan komt de beklimming van de Schoorlse nok. “Nu vlammen”, zegt Bas. “Ga voor de KOM. Met een crosser moet je veel sneller kunnen zijn dan een MTB’er”. Maar na 30 meter weet ik al genoeg. Ik pak een stuk mul zand en val bijna stil. Een voetje erbij om mij in de baan te houden. Als ik denk dat ik er bijna ben, wordt het nog steiler. Ik wil nog wat lichter schakelen, maar ik zit al op het lichtste verzet. Met hartslag “hoog” kom ik boven.

Thuis, mijn Strava nakijkend, blijkt dat de besten ongeveer eenderde sneller zijn op dit stuk. Respect hoor! Mooie klim overigens, die Schoorlse nok.

De afdaling is different koek. Met borden worden het al aangegeven. Gevaarlijke afdaling! En inderdaad. Grote kuilen in een steile afdaling doen mij besluiten om de eerste 20 meter te voet af te dalen. Zo wil ik een flinke valpartij voorkomen. Verder in de afdaling, ik zit inmiddels weer in het zadel, krijg ik een compliment. “Sjees, met vering is dit traject het al nauwelijks te doen”. 

Ik ga helemaal achterop het zadel zitten om goed af te dalen. Geleerd van een van de vele videotrainingen op YouTube. Het lijkt te werken. Op weg naar huis pakken we nog twee duinstukken. Ik proef enige vorm van gewenning. Het begin is er….

Opnieuw leren fietsen

In de slotfase van mijn ‘midlife’ is het toch gebeurd. Nee, ik heb geen ‘bij-vrouw’ genomen of een Harley gekocht. Ik heb een keuze gemaakt tussen een MTB en een cyclocrosser. Tegen de adviezen van mijn MTB-vrienden wordt volgende week mijn Merckx Eeklo70 geleverd. Meteen kreeg ik het verwijt te dicht bij het wielrennen te blijven. Ik moet zeggen dat daar ook mijn twijfel zat. Maar Roel van De Haan heeft mij geholpen. Hij stelde de enige juiste vraag. “Wat wil je met de fiets doen?” Omdat ik in het Groene Hart ongeveer iedere paardenbloem langs de weg weet te staan is het tijd voor iets anders. Zonder het wielrennen los te laten.

Nog niet overtuigd van mijn keuze, maakte ik 2 ronden om Ouderkerk. Eén op een mooie Cannondale MTB en één op cyclocrosser. Bij de eerste zul je altijd met de auto op pad moet om echt te kunnen MTB-en.

Na het tweede rondje staat mijn keuze vast. Het wordt de cyclocrosser!
Natuurlijk, ik begrijp de MTB-vrienden wel. Een cyclocrosser lijkt veel op een racefiets. En op asfalt gaat de vergelijking qua rijgedrag ook redelijk op. Maar zodra je het asfalt verlaat wordt alles anders. Hoe reageert de fiets in het veld, op het grind, in de modder etc? Het sturen wordt anders. Altijd het kopie er bij houden. Een beetje wegdromen zoals op het asfalt is er niet meer bij. Ik zal echt opnieuw moeten leren fietsen. Zelfs het op- en afstappen moet ik veranderen. Dat doe ik nu altijd rechts. Maar dan heb ik straks wel een paar tandwielen in mijn rug staan, als de fiets een keer op de schouder moet. Ik heb er wel zin in. Misschien pak ik nog wel een paar lessen veldrijden mee, bij de lokale wielrenvereniging.

Toeval of niet, deze week kreeg ik al een mail voor een veldtoertocht in Veenendaal op 4 december. En viel mijn oog in het blad Fiets op een advertentie voor de Drenthe200. 200km veldrijden door de Drentse prut. De filmpjes en foto’s die ik meteen heb opgezocht, beloven een sportief spektakel. Binnen 18 uur moet je deze monstertocht volbrengen.  Ieder jaar probeer ik een sportieve uitdaging op mijn conto bij te schrijven. Zou het in 2017 deze Drenthe200 worden? Mijn gevoel zegt ja, maar misschien is het beter om eerst vanaf volgende week mijn eerste echte meters offroad te maken. En dan zien we weer verder.

Twijfel. Cyclo-crosser of MTB?

Drie weken geleden ontving ik een nieuwsbrief van Eddy Merckx. “Vroegboekkorting voor de Eeklo 70 cyclo-crossfiets” stond er bovenaan de brief.

Sinds die nieuwsbrief twijfel ik. Is dát wat voor mij? Mijn racefiets doet het prima hoor. Maar nu de avonden korter worden, en ik niet verwacht dat we tropische weken blijven krijgen, ben ik toch aan het bekijken hoe ik de winter door ga komen. Natuurlijk kan dat gemakkelijk op de racefiets. Tenminste, de afgelopen 3 winters heb ik vrijwel onafgebroken door kunnen fietsen.

Eén keer ging het wel mis. Om 8 uur ’s ochtends fietste ik bij 2 graden lekker door het Groene Hart. Kraakhelder heerlijk weer. Totdat, de zon op kwam. Het asfalt in de polder veranderde in een ijsbaan. Nog nooit heb ik, met mijn voeten uit de clips, zo langzaam gefietst. Mijn 23mm draadbandjes werkten niet echt mee. Tot aan een grotere weg, waar het gelukkig iets beter ging. Zeer onverantwoord. Dat doen we dus niet meer.

Een winter lang spinnen bij Fit for Free of op mijn eigen Tacx vind ik ook niets. Ik haat binnen sporten. Tenzij het echt niet anders kan.

Soms speelde ik wel eens met de gedachte om een MTB te kopen. Ik had er alleen geen plek voor, maar dat is inmiddels veranderd. 

En toen kwam die mail van Merckx. Ik heb eigenlijk nooit overwogen om een cyclo-crosser te kopen. Nu twijfel ik. Al drie weken! Ik zie mezelf namelijk meer als een cyclo-crosser dan een MTB-er. Niet dat ik meteen als een Mathieu van der Poel over de velden cross. Maar een beetje intervallen op de Hazenheuvel in het Amsterdamse Bos zie ik wel zitten. En bovendien, met een cyclo-crosser kun je ook gemakkelijker de weg op. Hij is lichter en naar verhouding goedkoper. En met een MTB heb ik toch ook andere schoenen en een andere helm nodig.

Aan de andere kant; zijn er wel genoeg paden waar je lekker met een cyclo-crosser kunt rijden? Ik voel er niet veel voor om eerst een uur met de auto ergens naar toe te rijden om vervolgens een uurtje te fietsen. Mijn gevoel zegt ook dat een beetje MTB-track al snel te technisch is of in ieder geval minder geschikt is voor een veringloze cyclo-crosser. Twijfel twijfel.

Voor de zekerheid heb ik toch een Merckx Eeklo 70 vrijblijvend besteld bij de Haan in Ouderkerk a/d Amstel. Gewoon ….. om even te kijken. En te ervaren hoe zoiets rijdt. Maar misschien moet ik nog wel even wachten op Bikemotion in oktober.

Of misschien heb jij ervaringen, die mijn twijfels kunnen wegnemen.