Strade Bianchi Achterhoek!

Ja, ja, ik weet heus wel dat de titel verkeerd geschreven is. Voor de zesde keer deed ik mee aan de Strade Bianche Achterhoek. Maar wel voor het eerst op mijn gravelbike. Een Bianchi!

Niet mijn eerste keus, maar eind vorig jaar was er nauwelijks aan een beetje behoorlijke gravelbike te komen. Totdat De Haan mij belde dat ze er toch eentje binnen hadden gekregen. In mijn maat en of ik toch niet even wilde komen kijken. Na een proefritje was ik meteen om. Inpakken maar!

Dit jaar reed ik de Strade met Machiel en Reng. Machiel vroeg vooraf nog of ik weer een blogje ging schrijven. Nah, weet ik niet hoor, reageerde ik, wat kun je na vijf blogs nog over de mooiste Strade bianche van Nederland schrijven. Ieder volgend blog zou ik in herhaling vallen. Met zinnen als; Voelt als thuiskomen in openlucht theater / Allemaal enthousiaste vrijwilligers / Gezellige, muzikaal ondersteunde stops / Verrukkelijke lokale cake / Prachtige routes door een schitterend landschap, perfect uitgepijld en via gps / Etc etc.

Weinig nieuws dus 😁 en toch was het dit jaar anders. De organisatie wilde de groenste, witte cross organiseren.
Dat merkte ik meteen al bij de start. De stuurbordjes, waar ik al een aardige verzameling van heb, waren vervangen door een dubbele sticker. Eén voor op de fiets en één voor op je helm, zodat je kunt bewijzen dat de fiets bij jou hoort.
Ook waren er hardplastic bekers voor koffie en bier, die na gebruik verzameld werden in kratten om vervolgens weer schoon te maken voor hergebruik .
Er waren geen losse energybars meer met plastic wikkels bij de stops. De verrukkelijke streekcake was niet verpakt en lag ‘gewoon’ op tafel. Slim!

De broodjes hambo na 155 km gravelen waren er gelukkig nog wel. Toch een verschil ….. ze waren allemaal vega. En ze waren top. Ik heb geen enkele diehard vleeseter horen klagen.
Oja ook was er nog een platform opgezet om met elkaar te poolen als je van ver komt. Ik heb geen poging gedaan om iemand uit 020 te vinden. Volgend jaar misschien toch maar proberen. Nu reed ik door de file 2 uur alleen op weg naar huis. Genietend van weer een fantastische Strade. Dat dan wel weer.

Advertentie

Niet-wielrenners

‘Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me’. Een beetje wielrenner én boekenwurm herkent deze zin uit De Renner van Tim Krabbé.
Afgelopen week moest ik aan hem denken. Voor het eerst tijdens onze zomervakantie nam ik mijn racefiets mee. Niet mijn wegfiets, daar ben ik net even te zuinig op. Met kamperen zou hij 3 weken buiten moeten staan, evt onder een zeiltje. En dat zag ik niet zitten, dus is het de gravelbike geworden. En daar had ik zeker geen spijt van. De perfecte fiets voor het Franse land. Hoewel het asfalt vaak goed is, kwam ik toch geregeld op gravelstroken terecht. Geen probleem dus, gewoon doorfietsen. Ook in de beklimmingen viel het mij zeker niet tegen. Oké een beetje meer weerstand, maar dat vond ik geen probleem. Op onze eerste stop in de Loire was het sowieso eenvoudig vanwege de geringe hoogtemeters. Veel e-bikers zoevend op weg naar een mooi chateautje. Ook veel mensen die ‘langs de Loire fietsen’ als uitdaging hebben gekozen. Zeker leuk en mooi voor 10 of 20 km, maar om er nu een paar honderd km langs te fietsen lijkt mij niets.

Nee geef mij maar iets meer hoogtemeters, ook met de gravelbike. In de Cevennen was ik dan ook meer in mijn sas. Zo ook Anja met haar Olijfje, zoals ze haar olijfkleurige e-bike liefkozend noemt. We zaten bij Meyrueis en eerlijk gezegd kwam ik er pas na een paar dagen achter dat dit dé startplek is van de door Tim Krabbé uitgebreid beschreven Ronde van de Mont Aigoual. Een schitterend gebied. Ruig, dor, schapen en vooral rust. In de Cayon de la Jonte kom je nog een enkele fietser tegen.

Maar verlaat je met een pittige klim deze kloof dan kom je op een God en iedereen verlaten plateau. Hoewel God er wel degelijk rondwaart want in de meest kleine plaatjes staat een joekel van een Eglise.

Helaas was er geen tijd (rotsmoes natuurlijk) om de Mont Aigoual ook de beklimmen. Deze Mont is dé klim in de omgeving en in De Renner. Achteraf jammer, dat ik dat niet gedaan heb, dus ik moet nog een keer terug 😊
Komoot is mijn vriend als het gaat om mooie routes in de omgeving te selecteren. Natuurlijk een beetje zoeken naar een op maat route, maar verder weinig verrassingen tot nu toe. Niet in de Cevennen, maar ook niet in de Auvergne, onze laatste plek. In de Auvergne hadden we een paar dagen afgesproken met vrienden, waarvan híj de zin van Krabbé wel heel bizar naleeft. Geen ‘leegheid’ voor hem. Geen dag zonder een fietstocht van ca 75km. 365 dagen per jaar. Zo ook op hun dag van aankomst in de Auvergne. De camper stond nog niet op de plek of ik kreeg al de vraag of ik een mooie route van 70 a 80 km in gedachten had. Gelukkig had ik mij goed voorbereid, dus na de lunch konden we meteen vertrekken. Een schitterende streek met al die Puys, maar dit zorgt er wel voor dat er geen vlak stukje asfalt te vinden is. Werken dus.

Het toeval wil dat in deze rit na één km klimmen ook hier een gravelstrook in zat. Voor mij geen probleem natuurlijk, maar mijn compagnon op de racefiets zag dit niet zo zitten. Ook omdat niet helemaal duidelijk was hoelang die strook was. Dus die geplande 80km werd 90 km en die 1500hm werden er 1900. Wel een mooie tocht hoor, met Col de la Croix Morand als einddoel. Een stevige klim die ik de laatste 4km helaas met krampen in de bovenbenen moest volbrengen. Gelukkig kon ik de kramp er iedere keer uit fietsen. Hier overigens wel veel renners onderweg, die duidelijk allemaal geen last hadden van een frozen shoulder. Zodra je ze passeerde staken zij hun hand tot boven de schouder op. Erg vriendelijk. Dat is wel iets anders dan het subtiele knikje. Misschien moet ik dat in Nederland ook maar gaan invoeren.