Kortste rit ever!

Vier krentenbollen, 2 bananen, 2 bidons, reepjes en een gelletje. Om 8 uur rij ik de straat uit. Klaar voor een mooie tocht van 150 km. Lekker rustig, vorige keer was het goed bevallen om op zaterdagochtend te fietsen. Veel mensen gaan blijkbaar eerst de auto wassen of boodschappen doen of zijn op vakantie.
Na iets meer dan een kilometer zit ik normaal gesproken al in de polder, de Middelpolder. Maar vandaag blijkt dat toch iets te ver. Ik zie in de bocht, voordat ik de polder in draai, dat het wegdek donker gekleurd is. Nat van water? Zeker van een trekker met een aanhanger waar nog vocht uit komt, want het heeft niet geregend.
Één seconde later ga ik in de bocht onderuit. Voor het eerst in mijn leven glij ik met mijn racefiets over het asfalt. Tijdens mijn val realiseer ik mij dat het olie is. Ik hoor het scherpe gekras van mijn fiets over de grond. Nog voor ik tot stilstand gekomen ben, vloek ik de hele zooi bij elkaar. Een auto komt mij tegemoet vanuit de polder. Ik sta snel op en ga aan de kant. ‘Gaat het een beetje’, vraag de bestuurder. Hij vraagt aan zijn vrouw of ze iets desinfecterends bij zich heeft. Ik bedank voor de hulp en geef aan dat ik bijna thuis ben, waarop ze doorrijden. Ik bekijk de schade en zie dat mijn kin en linkerknie stuk zijn en ook alle knokkels van mijn rechterhand. Toch vreemd, bij een bocht naar links. Verder zijn mijn schouder en heup gevoelig.

Mijn kleding is gelukkig niet stuk, dus dan zal de schade eronder ook wel meevallen 😬. Er zit wel allemaal olie op.  De schade aan mijn fiets valt gelukkig mee. Mijn linker rem staat helemaal scheef en is beschadigd, maar die kan ik eenvoudig rechtzetten. De krassen op mijn pedaal en schoen neem ik voor lief. Mijn helm heeft helemaal geen schade. Volgens mij ben ik ook niet met mijn hoofd op het asfalt gekomen.
Heel even denk ik nog, verder fietsen?, maar die gedachte laat ik al snel varen. Ik stap voorzichtig op en keer huiswaarts. Alles lijkt het nog te doen. Een ervaring rijker, zullen we maar zeggen. Na 2,8 km sta ik weer thuis en sla deze Strava rit toch maar op.

Onder de knie hebben

Nee, de titel heeft niets te maken met mijn vorige blog om rustiger te gaan fietsen …… en toch is dat wel wat ik op dit moment doe.

Met nog 6 weken vóór The Ride heb ik last van een blessure. Net onder mijn knie. En dan vooral bij kracht zetten. Het begon een paar weken geleden, nadat ik 240km had gefietst. Dat ‘retourtje’ Oisterwijk ging overigens prima, maar de week erop begon het op te spelen.

Een weekje rustig aan en dan is het wel weer over, dacht ik nog. Not! Het ging weliswaar beter en met vriend Wim heb ik er nog een Waterlinie toertocht van 220km uitgeperst. Maar bij kracht zetten of tegenwind begon mijn knie te steken en voelde ik een zeurende pijn aan de voorkant onder mijn knie. Zo vlak voor The Ride niet zo fijn. Geen moment te verliezen, dus belde ik direct de fysio om er naar te laten kijken. Ik verwachtte een behandel traject tot aan The Ride, maar het bleef bij slechts een consult ….. en oefeningen.

Het gaat om een geïrriteerde aanhechting van de dijbeenspier die onder de knie eindigt. Dus moet ik veel rekoefeningen doen. En voorzichtig zijn met fietsen werd mij met nadruk geadviseerd. Normaal gesproken is dat eerste een probleem, omdat ik er vaak onvoldoende tijd voor neem. Maar nu is er een noodzaak 😊, dus plichtsgetrouw doe ik minimaal 3x per dag mijn oefeningen. Dat minder fietsen lukt niet heel goed. Oké, de eerste 2 weken dan, maar inmiddels voer ik de kilometers al weer iets op tot rond de 300km per week. En dat gaat redelijk goed. Nee, het is nog niet weg, het gaat wel beter. Ik fiets continue een tandje lichter wat met wind tegen geen probleem is. Met wind mee, ben ik gauw geneigd om er een tandje bij te doen. Maar ik doe het niet hoor. Met een gemiddelde rpm van minimaal 93 draai ik mijn rondjes door het Groene Hart. Alles over voor The Ride!