In de voetsporen van ….?

Kan dat eigenlijk? In de voetsporen van de baanwielrenners Lavreysen of Hoogland treden. Of noem je dat anders? Iets van ‘in het spoor van’. Maar ach, wat geeft ‘t. Het zal nooit gebeuren. Waarom? Omdat ik na meer dan 100.000 km op de weg, vandaag pas mijn eerste meters op de baan maak. Of omdat ik met groot gemak de vader van beide renners had kunnen zijn. En omdat de omvang van mijn bovenbenen misschien net de helft is van de turbodijen van Harrie en Jeffrey. Need I say more!

Bovendien lijkt het mij eng. Een doortrapper, geen remmen en als je valt, heb je de splinters tot ver in je bilnaad. Goed, met dit zelfvertrouwen, betreed ik het Velodrome in Sloten. Een 200 meter baan met steile bochten van 47 graden.

Het werd mij dan ook wel makkelijk gemaakt. Georganiseerd door Cycle World. En onder leiding van niemand minder dan meervoudig wereldkampioene Carolien van Herrikhuyzen. En strenge tante die begint met een gedegen uitleg van het baanwielrennen en het afkeuren van schoenen en te oude helmen. Daarna kun je een baanfiets uitzoeken, zadel op hoogte brengen, 8 bar in de banden doen. En gáán.

Nou ja gaan, we starten met rustig rondjes te draaien op het beton. Belangrijkste oefening: ervaar hoe het is om een doortrapper te hebben én handen alleen onder in de beugel. Heel vreemd zo’n doortrapper. Zeker als je weet dat je nog niemand mag inhalen en je vind dat je voorganger wel iets harder mag fietsen 😊. En dat is best ingewikkeld met 19 man op een 200 meter baan.

Voor de tweede oefening splitsen we daarom op in twee groepen. We verlaten het beton en maken slalom oefeningen om pionnetjes. Dat lijkt eenvoudig, totdat de pionnen iedere keer verschoven worden. Na afloop kregen we billenkoek van Carolien. “Waarom houden jullie je niet aan de opdracht?” Ik vond het al heel wat lijken. Totdat ik achteraf mezelf op een filmpje zag. Beetje suf!

De laatste oefening was de leukste en zou eigenlijk het begin van een actieve middag moeten zijn, maar dat lukt nu eenmaal niet met een 2 uur durende clinic.
We begonnen met een ronde op het beton, dan een aantal op de Cote d’Azure (de brede azuurblauwe strook) en vervolgens tussen de zwarte en rode lijn. Alleen bij inhalen mag je hoger en moet je op het grijze vlak je voorganger inhalen. Pas ná de volgende bocht mag je afdalen als je goed over je schouder hebt gekeken. Zolang je minimaal 38 km per uur rijdt, glij je niet naar beneden. Is mij verzekerd. Carolien probeert de instructies er in te stampen. Maar het heeft weinig effect. Eerlijk gezegd doet iedereen maar wat. Als koeien die na een winter op stal de wei in gaan. Helemaal losgeslagen! Gewoon vol trappen en zien waar het schip strandt.
Iedereen kan er nu wel over meepraten. We hebben allemaal in de schuine bochten gehangen. En eerlijk gezegd vind ik het minder eng dan ik had verwacht.

Maar ik denk niet dat Hoogland voor mij hoeft te vrezen. En dat is niet alleen omdat ik ‘net’ niet de 70 km per uur redt. Ik vind het een erg leuke ervaring, dank Cycle World, maar ik hou het nog even bij de weg 😁.

Raining cats and dogs.

Vanochtend even voor 8 uur pak ik mijn smartphone om te kijken hoe het weer de komende uren is. Dat het zou regenen is geen verrassing. Dat werd gisterenavond al voorspeld. Ik had eigenlijk zaterdag willen fietsen, maar hoopte dat het vandaag beter zou worden. Niet dus! “It is raining cats and dogs”, hoor ik mezelf zeggen. Een zinnetje geleerd van mijn vroegere leraar Engels, meneer Waardijk. Het zit al 40 jaar in mijn hoofd als het stevig regent.

Ik spring uit bed. Doe mijn wielerkleding aan. Transparante glazen in mijn bril. Regenjas aan en uiteraard mijn overschoenen en handschoenen. Anja is blij dat ik toch even ga fietsen. Beter voor mijn humeur 😀. Ondanks de regen.
Nog even 3 boterhammen wegwerken en dan vóór negenen op pad.

De regen klettert op mijn helm. En het zicht wordt beperkt door de druppels op mijn bril. Na een kilometer ben ik al zeiknat. Is het niet van de regen dan is het wel van de plassen op de weg. Ik ga eigenlijk nooit op pad als het regent. Maar het valt mij niets tegen. Ik ben op de crosser. Dus een beetje doortrappen om de teller toch richting de 30km/u te krijgen.
Het is rustig op de weg. Geen wielrenner te zien. Toch zie ik in de verte langs de A2 iets voortbewegen. Ik kan niet goed zien wat het is. Maar langzaam kom ik dichterbij. En voor ik af sla naar de Winkeldijk zie ik dat het een handbiker is, die in een straf tempo de regen trotseert. Respect!
Ik rij door de scherven van een flesje van meneer Heineken. Ik probeer niet lek te rijden door extra de plassen op te zoeken. Dit lijkt te werken. Kort daarna nog een keer. Ik vloek de boel bij elkaar en zoek weer de plassen op. Gelukkig niet lek.
Het lijkt iets droger te worden. Ik heb er eigenlijk wel lol in. En stop zelfs om een paar foto’s te maken. Na bijna 30 km kom ik de eerste wielrenners tegen. Best bijzonder op zo’n druk befietst traject. Lopers zijn er wel veel. Diehards! Tussen hen ook mijn neef Stefan. Ik zie hem te laat om nog iets te roepen.

Inmiddels begint het weer stevig te regenen. Ik merk intussen wel dat ik mijn neopreen overschoenen had moeten aandoen. Ik heb zeiknatte voeten. En ook dat, als ik dit soort tochten meer ga maken, ik ook waterdichte handschoenen nodig heb. Ook mijn handen zijn zeiknat en koud. Maar goed, voor ruim 40 km is dat uit te houden.
Eenmaal thuis blijkt mijn crosser door het vele water niet eens echt vies. Snel droogmaken en dan gelukzalig aan een warme bak koffie. Heerlijk!