De wielren-fundamentalist

​Is het nu wielrennen of fietsen? In mijn blogs gebruik ik het gewoon door elkaar. Maar laatst werd ik er op aangesproken. En niet door zomaar iemand. Nee, door iemand die zichzelf een wielren-fundamentalist noemt. Wow!

De discussie is niet helemaal nieuw. Een half jaar geleden voerde ik ‘m ook met een andere blogger. Zij worstelde ook af en toe met de termen.

De wielrenfundamentalist vond dat ik het niet meer over wielrennen mocht hebben, maar over fietsen moest schrijven. Ik was direct getriggerd om er even in de duiken. Wat zegt bijvoorbeeld Van Dale ervan? En hoe zit het dan met hardlopen? Toen ik mijn eerste én laatste marathon liep in Amsterdam, was ik toen aan het hardlopen of aan het joggen? Ik vond in ieder geval dat ik aan het hardlopen was.
Maar goed, een wielrenner. Een wielrenner is volgens Van Dale een beoefenaar(ster) van het wielrennen. En de betekenis van wielrennen is ‘hardrijden op racefietsen’. Hoe hard? Daar zegt Van Dale niets over, maar ik voel mij, met gemiddeld 31 km/u in trainingen, een wielrenner.

De wielrenfundamentalist echter heeft zijn eigen ‘bijbel’ en zijn eigen tien geboden. En één van die geboden is: Je spreekt pas van wielrennen als er met een licentie aan een wedstrijd wordt deelgenomen. Of, een ander gebod dat naar voren werd gebracht: Winnen is voor wielrennen, fietsen is voor iedereen.

Ik probeerde nog dat ik voor mijn geplande Rondje IJsselmeer van 340 kilometers met een racefiets toch best wat kilometers in de benen moet hebben. En dat het dus niet zomaar een zondagmiddag rondje fietsen is. In notime kreeg ik een reactie met een volgend gebod. “Aahhh, alleen duur kilometers; da’s natuurlijk trainingstechnisch een wezenlijk verschil met wielrennen. Een grote glimlach verscheen op mijn gezicht. Het is er echt een! Ik heb nog geprobeerd wielrenfundamentalist duidelijk te maken, dat de werkelijkheid misschien iets anders is.

Maar zoals met alle fundamentalisten, die zijn niet zomaar op andere gedachten te brengen. Is dit belangrijk dan? Nee in dit geval absoluut niet. Allebei hebben we een ongelooflijke voorliefde voor mensen die zichzelf op een transportmiddel met twee wielen en een trapas op eigen kracht voorbewegen. En de een noemt dit wielrennen en voor de ander blijft het fietsen. 

340 km fietsen op één dag

Het is erg lang geleden dat ik een 300-plusser achter mijn naam kon zetten. Om precies te zijn 23 jaar geleden. Op mijn dertigste reed ik samen met mijn broer Jan een rondje IJsselmeer. Nou ja ‘rondje’, we gingen ook onder de Flevopolders langs. Waardoor de teller ’s avonds op 340 km stond.

Inspiratie
Natuurlijk heb ik daarna wel eens gedacht om het nog een keer te doen, maar het kwam er gewoon niet van. Totdat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw via Strava zag dat Tim Krabbé (73 jaar) met een groep een rondje IJsselmeer had gereden. Met temperaturen onder en net net boven nul!

En meteen ging de knop bij mij om. Dit wil ik ook weer doen. Ik appte direct mijn broer. “Dat kunnen wij toch ook nog wel?” Als snel kwam zijn reactie. En daarmee een mooie uitdaging voor 2017.

24 jaar geleden
Het avontuur van 23 jaar geleden begon eigenlijk een jaar eerder. Ik belde mijn broer, ja toen belden we nog. “Zeg Jan, ik wil een rondje IJsselmeer fietsen. Maar over acht weken ga ik op vakantie naar Turkije, daarna heb ik geen tijd meer, dus het moet daarvóór”. “Is goed”, was zijn korte reactie. Binnen zes weken begonnen we aan onze tocht, die voor mij na 300km eindigde. Mijn hele lichaam was ontregeld. Ik kon geen eten en drinken meer binnenhouden. Iets met man en hamer. Ontdaan stapte ik bij het pontje Eemnes in de volgauto. Jan, reed laatste stuk alleen.

Revanche
De revanche met mezelf kwam het jaar erna. Naar nu met goede voorbereiding. Van te voren veel kilometers gemaakt, onder alle omstandigheden. Ik herinner me nog een retourtje Amstelveen – Hank (220km) bij temperaturen boven de 30 graden. Maar ook qua eten. Ik heb mezelf aangeleerd om goed en regelmatig te eten en te drinken.

Ook nu hadden we een volgauto met beide partners als steun en toeverlaat. We spraken voor het eerst na 120 km  af. Direct na de Afsluitdijk. En daarna na iedere 60 km. En dat is toch moeilijker dan vandaag de dag. Want waar ga je elkaar zien. Je kunt niet bellen, niet appen. Dus je spreekt af op een duidelijk herkenbaar plek. ‘Eerste weg links bij de N201′, dat soort afspraken. En dan hopen dat je daar een beetje kunt stoppen. Je eindigt dan wel vaak tussen vrachtauto’s op een parkeerterrein of langs een N-weg in de berm, maar dat maakte allemaal niet uit.

Alleen bij Spakenburg hebben we denk ik een half uur tijd verloren. We reden op zondag. En wat moet je niet doen op zondag? Denken dat er een pontje gaat bij Spakenburg. 

Onze volgers waren hier natuurlijk al veel eerder achter, en wilden ons behoeden voor extra kilometers. Ze reden ons tegemoet. Dachten ze. Uiteindelijk stonden wij bij de pont die niet ging én geen volgauto. Je begrijpt het al, het werd er gezelliger op :-).

Maar goed uiteindelijk kwamen we elkaar toch weer tegen. En met de laatste bevoorrading reden we naar huis. 340 km, 16 uur van huis, maar met 2 vingers in de neus gedaan. En met een welverdiend shirt als beloning.

Benieuwd hoe het ons dit jaar zal gaan. 23 jaar ouder, maar nog steeds alle vetrouwen dat het ook nu gaat lukken. En al helemaal na de prestratie van Tim Krabbé vorige maand. De voorbereidingen zijn gestart.

Keep on dreaming

Het is oudjaarsdag. “Mag ik je dit weekend whatsappen als ik ontslag ga nemen?”. Mijn kapper knikte op de vraag van z’n collega, maar vroeg direct “Hoezo?” “Nou voor als ik de hoofdprijs win!” 

Ja, de hoofdprijs, wat zou ik hebben gedaan als ik dé postcodeloterij had gewonnen? Er schiet van alles door mijn hoofd. Zou ik stoppen met werken? Mijn eerste gedachte is, waarom zou ik. Wat is er mooier dan het Zwitserleven Gevoel te verspreiden. Geld maakt niet gelukkig, maar het draagt wel een beetje bij aan dit Gevoel. Maar al snel daarna denk ik “Neeeee”. Ik zou zeker niet stoppen met werken, maar ik denk toch dat ik wat anders zou gaan doen. Minder uren werken en wat meer wielrennen. Minder werken, want er zijn nog zo veel sportieve uitdagingen te doen. Dus na iedere 4-6 weken werken een weekje vrij voor bijvoorbeeld een rondje Stelvio, een rondje Mont Blanc of de Marmotte. Dat lijkt mij wel wat. Nu ben ik niet zo materialistisch, maar een Stelvio beklimmen met een EM525 Performance Disc Black Anthracite Silver (Satin) lijkt mij wel wat. Dus die schaf ik dan toch maar aan.

Eddy Merckx 525

Of misschien ga ik wel fietsvakanties organiseren. En wie mee wil, mag mee. Uiteraard naar warme oorden. En met een ‘strenge’ selectie aan de voordeur. Voor bijvoorbeeld een fietsreis naar Rome. Met uiteraard mooie overnachtingsplekken. You name it! 
Of ‘gewoon’ bij een bedrijf werken zoals Rapha in Amsterdam. Waar allemaal mensen komen die veeleisend zijn als het gaat om mooie fietskleding.  En die daar graag veel geld voor uitgeven. Waarschijnlijk zou ik dan zelf ook een grootafnemer zijn. Mensen in de watten leggen met een mooie formule die Rapha Cycling Club heet. Maar ja die hoofdprijs, die viel in Den Haag. Ik moest genoegen nemen met een pak Koffieleutjes een 2 mokken. Yeah …. ook leuk 🙂

Goed, terug naar de werkelijkheid. Morgen maar eens met mijn broer afspreken om realistische fietsen plannen voor 2017 te maken.