Ben jij een fanatieke wielrenner?

Ik las in het juli-nummer van het magazine Fiets een leuk artikel over hoe je een fanatieke fietser meteen herkent. Een fanatieke fietser is te herkennen aan het aantal fietsen, de soort kleding, wat hij op de fiets eet en drink etc, aldus Fiets. Aan het eind van het artikel komen ze tot onderstaande “eindconclusie”. De overeenkomsten heb ik in groen aangegeven. Best wel fanatiek. Al zeg ik het zelf.

Een man. Ouder dan 50 jaar, die twee tot drie keer per week op de fiets stapt en rond de 150 km in zeven dagen haalt. Het liefst pakt hij zijn nieuwe en waardevolle  Specialized uit de schuur, al heeft hij ook nog twee andere fietsen staan. Hij gaat gekleed in een broek van Castelli, een ondershirt van Craft en een shirt van AGUVoor hij vertrekt zet hij Strava aan, maar zijn geluid uit. Hij stopt een reepje van Powerbar in zijn achterzak en vult zijn bidon met Isostar. Onderweg denkt hij met veel plezier aan zijn beklimming van de Ventoux. Hij waant zich eventjes Niki Terpstra en windt zich op over de smalle fietspaden. Gelukkig kan hij vertrouwen op zijn schijfremmen.

Maar is dit alles ….? Ik vind eigenlijk dat fanatisme veel verder gaat. Een fanatieke fietser:

  • Kijkt op maandag al hoe het weer het komend weekend wordt. En dinsdag weer. En woensdag …
  • Bekijkt de Strava-app vaker dan nu.nl
  • Wordt niet echt gezelliger voor zijn omgeving als hij een week niet heeft gefietst.
  • Heeft zijn halve Facebook en Twitter tijdlijn vol staan met wielerberichten.
  • Is continu op zoek naar invalshoeken voor zijn wielerblog.
  • Kijkt bij vrouwen op een racefiets eerst naar de fiets en dan pas wie erop zit.
  • Denkt bij ieder weekend of weekje weg: “Wat zou ik hier lekker kunnen fietsen”.
  • Vindt koffie met appeltaart heerlijk …. als de tochten meer dan 100km zijn.
  • Krijgt van zijn vrouw regelmatig de opmerking dat de racefiets meer aandacht krijgt dan zijzelf.
  • Denkt bij advertenties waarin KOM voor komt direct aan de KOMmetjes die via Strava te behalen zijn.

Je zult begrijpen dat ik bovenstaande tekst ook geheel in het groen had kunnen typen. Maar verder ben ik best een normale vent hoor.

 

Het wielerseizoen is over.

Overal lees ik het. “Het wielerseizoen is over”. De laatste toertochten op de weg zijn geweest. De blaadjes vallen massaal van de bomen. En het bokbier ligt alweer standaard in mijn koelkast. Menigeen hikt aan tegen de donkere dagen die komen gaan. OK, het wielerseizoen is in zoverre over dat ik ’s avonds voor of na het eten niet nog even snel een rondje de weg op kan. Of ik moet mijn verlichting er op ‘schroeven’. Dan is dat ook al geen excuus meer. Dus om nu te zeggen dat het over is; niet echt. Afgelopen 2 winters kon ik vrijwel onafgebroken op de weg blijven fietsen. Geen reden dus om somber op de bank te blijven zitten en te wachten op het voorjaar. Bovendien, fietsen in de herfst en de winter biedt ook voordelen. Waar ik in de zomer bij 30 graden nauwelijks mijn warmte kwijt kunt, kan ik me nu lekker aankleden. In laagjes. Arm- of beenstukken. Handschoenen aan. Buff erbij. Eventueel onder mijn helm. Overschoenen. Genoeg mogelijkheden om comfortabel m’n rondje te doen. Behalve als het glad is. Alleen die keren zal ik mijn fiets een keer op de Tacx zetten.

Een ander voordeel is dat in de herfst het zweet niet meer vanuit mijn helm aan de binnenkant van je zonnebril drupt. In de zomer speelt dit probleem bij mij al na een half uur fietsen.

Op de weg wordt het ook nog eens een stuk rustiger. Ook weer een voordeel. De mooie Ronde Hoep en de Meije worden weer eigendom van de bewoners. Ze kunnen er weer rustig lopen of hun hond uitlaten. En dan het thuiskomen. Geen half uur afkoelen en de kraan ‘leegdrinken’. Gewoon een lekkere bak hete koffie. En ondertussen de geur van het runderstoofpotje opsnuiven die nog in de keuken hangt. De transparante brillenglazen van mijn fietsbril die direct beslaan. En al helemaal als de regen tegen de ramen slaat. Dat geeft mij een voldaan gevoel.

Mijn wielerseizoen is nog niet over. Ik “mag” het iets rustiger aan doen, want met nog 2,5 maand te gaan zit ik nu al bijna op mijn Strava-doelstelling van 7.500 kilometers in 2016.

Nee mijn wielerseizoen is zeker nog niet over. Over 2,5 maand pas. En dan. Dan begint gewoon weer een nieuw wielerseizoen.

Opnieuw leren fietsen

In de slotfase van mijn ‘midlife’ is het toch gebeurd. Nee, ik heb geen ‘bij-vrouw’ genomen of een Harley gekocht. Ik heb een keuze gemaakt tussen een MTB en een cyclocrosser. Tegen de adviezen van mijn MTB-vrienden wordt volgende week mijn Merckx Eeklo70 geleverd. Meteen kreeg ik het verwijt te dicht bij het wielrennen te blijven. Ik moet zeggen dat daar ook mijn twijfel zat. Maar Roel van De Haan heeft mij geholpen. Hij stelde de enige juiste vraag. “Wat wil je met de fiets doen?” Omdat ik in het Groene Hart ongeveer iedere paardenbloem langs de weg weet te staan is het tijd voor iets anders. Zonder het wielrennen los te laten.

Nog niet overtuigd van mijn keuze, maakte ik 2 ronden om Ouderkerk. Eén op een mooie Cannondale MTB en één op cyclocrosser. Bij de eerste zul je altijd met de auto op pad moet om echt te kunnen MTB-en.

Na het tweede rondje staat mijn keuze vast. Het wordt de cyclocrosser!
Natuurlijk, ik begrijp de MTB-vrienden wel. Een cyclocrosser lijkt veel op een racefiets. En op asfalt gaat de vergelijking qua rijgedrag ook redelijk op. Maar zodra je het asfalt verlaat wordt alles anders. Hoe reageert de fiets in het veld, op het grind, in de modder etc? Het sturen wordt anders. Altijd het kopie er bij houden. Een beetje wegdromen zoals op het asfalt is er niet meer bij. Ik zal echt opnieuw moeten leren fietsen. Zelfs het op- en afstappen moet ik veranderen. Dat doe ik nu altijd rechts. Maar dan heb ik straks wel een paar tandwielen in mijn rug staan, als de fiets een keer op de schouder moet. Ik heb er wel zin in. Misschien pak ik nog wel een paar lessen veldrijden mee, bij de lokale wielrenvereniging.

Toeval of niet, deze week kreeg ik al een mail voor een veldtoertocht in Veenendaal op 4 december. En viel mijn oog in het blad Fiets op een advertentie voor de Drenthe200. 200km veldrijden door de Drentse prut. De filmpjes en foto’s die ik meteen heb opgezocht, beloven een sportief spektakel. Binnen 18 uur moet je deze monstertocht volbrengen.  Ieder jaar probeer ik een sportieve uitdaging op mijn conto bij te schrijven. Zou het in 2017 deze Drenthe200 worden? Mijn gevoel zegt ja, maar misschien is het beter om eerst vanaf volgende week mijn eerste echte meters offroad te maken. En dan zien we weer verder.