‘Zeg, is die fiets niet veel te groot?’

Schitterend weer gisteren. Dus een mooie dag voor een laatste 100+ km fietstocht in 2015.
Via de Ronde Hoep, rondje Gein en langs de Vecht bereikte ik Breukelen. Inmiddels 55km op de teller. En omdat ik niet veel gegeten had, tijd voor een krentenbol. Het zonnetje scheen heerlijk, dus ik deed wat ik nooit deed. Op een bankje zitten bij de ophaalbrug.

image

Nog geen minuut later stopte een oud baasje (laat ik hem Jan noemen) en hij begon meteen het gesprek. ‘Zeg, is dat een 63-er? Die fiets is toch veel te groot’. Ik vertelde hem dat hij precies goed is en dat ik hem had op maat had laten maken. Maar daar nam Jan geen genoegen mee. ‘Hoe lang ben je dan?’ Ik moest gaan staan. Nog niet overtuigd, moest ik op mijn zadel zitten en de voet horizontaal onder de pedaal houden. Dat lukte. ‘Verrek, hij is wel goed!’.
Jan, ik schat hem op ruim 80 jaar, was vast 50 jaar fietsenmaker geweest in Breukelen. Maar hij bleek vroeger wielrenner.  ‘Een middenklasser amateur hoor’, voegde hij er direct aan toe.
‘Ah, mooie smalle draadbandjes heb je. Hoeveel bar zit daar nu in’, vervolgde hij het gesprek met een Twents accent. Daar lagen zijn roots. ‘7,5? Ik had er geloof ik 7 in. Maar ik had tubes, daar reden ze vroeger in de koers bijna allemaal op. Als ik lek reed, maakte ik die banden zelf weer. Dat kon niet iedereen hoor. Die banden kostten een vermogen, dus ik moest wel. Daar zul je tegenwoordig ook wel zo’n €20 voor betalen’.

Het gesprek ging maar door. Over het aantal tanden voor en achter. Hij hield niet van souplesse. Jan was een echte stoemper. Vanaf de start op de 54/16!!en op het einde op de 54/14.

Ik wilde eigenlijk allang weer fietsen, maar vond het gesprek ook wel leuk. Dus vroeg ik of hij nog steeds een racefiets had. Drie racefietsen had hij. Maar twee zijn er naar zijn zoon gegaan. Een fiets had hij nog. ‘Een Alan, maar die ken je vast niet. Met nog van die riempjes bij de pedalen’. En de pookjes op het frame, vulde ik aan. ‘Precies, maar hoe schakel jij eigenlijk?’

image

Helemaal verbaasd was hij toen ik vertelde hoe het ‘tegenwoordig’ werkt. Zo had hij toch weer wat geleerd.

En ik ook. Dat ik misschien vaker even moet stoppen tijdens het wielrennen. Kan leuke gesprekken opleveren.
‘Ik wil je niet langer op houden jongen’, zei Jan. En dat kwam mooi uit. Ik begon al wat af te koelen. Dus vervolgde ik mijn reis. Via Kockengen, Woerdense Verlaat, Kromme Mijdrecht en de Amstel kwam ik na 101km weer thuis. Wat kan wielrennen toch leuk zijn.
image