Ik, de wielrenner

Ik voelde me direct aangesproken door de titel van het boek: Ik, de wielrenner. Een paar jaar geleden voelde ik mij nog ‘Ik, de duursporter’, maar eerlijk gezegd beperk ik mij nu alleen nog maar tot het wielrennen. Daarom heb ik onlangs al mijn bio’s op social gewijzigd in wielrenner.
Het boek van Aart Vierhouten en Koen de Jong kreeg ik als finisher van de Knetemann Classic anderhalve week geleden. Vol praktische tips en wielerwijsheden, staat er op de cover. Meestal ben ik daar niet zo van. Ik fiets al vanaf mijn 14e, dus wie vertelt mij wat.  Maar ik werd al gegrepen door ‘Wielrenners zijn avonturiers die op pad mogen. Wind, zon, kou, gaten in de weg en het landschap dat verandert.  Wielrenners zijn de pelgrims van nu, op zoek naar de waarheid en zichzelf. Je waant je 22 in een sprint, etc. etc.’ Oké, het lijkt misschien wat geromantiseerd, maar zo voel ik het ook. En daarom las ik verder.

Als ik een week niet gefietst heb, merkt mijn vrouw dit aan mijn humeur. “Zeg moet jij niet even lekker 2 uurtjes fietsen, daar knap je van op”. En inderdaad het beste geneesmiddel tegen een slecht humeur is fietsen, zoals een junk behoefte heeft aan een shot. In dit kader wordt ook Tim Krabbé aangehaald, als gestopte wielrenner die het fietsen niet kan laten. Ik volg Tim met veel plezier via Strava. 72 jaar is hij, maar regelmatig fietst hij grote afstanden met zijn maten De Windjammers boven de 34 km p/u door Noord-Holland. Dat is ook mijn ultieme Zwitserlevengevoel.
Niet alles vond ik even onderhoudend. De voorbeelden waarin cases besproken worden, vond ik een beetje lafjes. Zoals Joost, manager bij een bierbrouwer. Te passief en te zwaar raakt verslaafd aan fietsen en weet daarna ook zijn gewicht nog naar beneden te brengen. Die delen, mogen er wat mij betreft uit, ten gunste van meer praktische tips. En dan bedoel ik niet de tip, dat je geen onderbroek onder je wielrenbroek moet doen. Duhhh!
ik de wielrennerAfgelopen week heb ik twee keer gefietst. Eén op hoog tempo, al zeg ik het zelf. 50 km met gemiddeld 34 km/u. En een langere tocht van 120 km. En tijdens beide tochten kon ik het niet laten twee tips uit het boek uit te proberen.

De eerste was de ademhaling. ‘’Niet alleen in rust, maar ook tijdens het fietsen is het goed om je uitademing te verlengen. Dit verlaagd namelijk je hartslag. En gebruik je je vetvoorraden efficiënter. Wielrenners in de Tour zijn in staat om heel hard te fietsen met een lage hartslag”, aldus het boek. Eerlijk gezegd weet ik niet of mijn hartslag omlaag ging toen ik mijn uitademing verlengde, maar ik merkte een bepaalde ontspannenheid, zonder dat mijn snelheid omlaag ging.
De tweede ‘truc’ kwam van Lance A. Hoe draai je zo perfect mogelijke pedaalcirkels? Nu heb ik niet het idee dat ik een stoemper ben. Ik probeerde dit zelf al te doen door als mijn voet boven was, deze naar voren te duwen. Dat had zeker effect op de korte afstand. De tip uit het boek is anders. “Simpel en effectief”. Ook al begreep ik er tijdens het lezen niets van, op de fiets dacht ik het te begrijpen.
Als het pedaal in de 3 uurstand staat, trek je de voet naar achteren alsof je er modder afschraapt. Om over het dode punt van de 12 uurstand te komen moet je trappen alsof je op een ton staat die je met je voeten vooruit rolt. Begin daarmee in de 10 uurstand en houdt dit vol tot de 3 uurstand.  Begrijp je wel 🙂  Ik zeg, probeer het eens. Of lees het zelf nog eens na in Ik, de wielrenner. Ik ga er in ieder geval mee aan de slag.

Waar ik nog niet aan wil is de hartslagmeter. Het laatste deel van het boek gaat hierover. Ik moet dan altijd denken aan die man op TV die helemaal hysterisch werd omdat hij dacht dat hij dood ging. Hij keek namelijk op zijn horloge en zag dat hij geen hartslag meer had. Kort daarvoor had iemand van de EHBO de hartslagband van zijn borst verwijderd omdat hij zo benauwd was. Mensen vertrouwen steeds minder op hun eigen lichaam.
Ik geloofde al weinig van de standaard hartslagzones zoals je vaak omschreven ziet. Gelukkig werd de 220-leeftijd regel in het boek al snel ontkracht. Die kan niet voor iedereen hetzelfde zijn. In rust heb ik een hartslag tussen de 40 en 50. Dat is heel anders, dan bij mensen die niet onder de 60 komen. Ik geloof echt wel dat het kan helpen voor betere prestaties. En zeker na het lezen van het boek. Maar er zijn zoveel andere zaken die je volgens mij eerst op orde moet hebben. Een daarvan is werken een hele goede fietsconditie. Kilometers maken. Dan pas brengt het je verder. Nee een hartslagmeter? Misschien later, als ik groot ben!

Knetemann Classic

Ik ben opgegroeid in de toptijd van de TI Raleigh ploeg. De tijd van Peter Post, Jan Raas en natuurlijk Gerrie Knetemann. De tijd dat ik als tiener met katoenen racebroek, een echt zeem met dikke klodders uierzalf erop, naar Zuid Limburg fietste. Op een dag uiteraard. Mooie herinneringen die ik graag met jeugdvriend Rob ophaal. Om 04:00 uur vertrokken we altijd. De eerste keer deden we er ruim 13 uur over. Later, als triathlon training, reden we al binnen 9,5 uur Valkenburg binnen. Of die keer dat we langs een autogarage gingen, omdat ik de kogeltjes uit de as van mijn voorwiel zag komen. Er zat duidelijk meer vet op mijn zeem, dan bij mijn kogellagers. Gelukkig hadden zij vet en kogels in de juiste maat. Onderweg kwam er  ook altijd wel een ‘plakker’ in ons wiel hangen. Maar nooit voor lang, want onze standaard afspraak was dat we dan bij het eerste beste gemeentebord vol de sprint aantrokken. De plakker vloekend achterlatend. Maar ook de tijd dat je nog niet gechickt (ingehaald worden door een vrouw) kon worden, omdat een vrouw op een racefiets een uitzondering was.

Maar goed die Gerrie Knetemann roept nog steeds sympathie bij mij op. Wat kon die vent fietsen. Even paar belangrijke overwinningen:

1974   1e Amstel Gold Race
1978   1e WK Nurburgring, 1e Parijs-Nice, 1e twee Tour-etappes,
1979   1e proloog en 1e etappe Tour,  1e twee ploegentijdritten
1980   1e Ronde Middellandse Zee, België en Nederland,  1e Tour- etappe
1981   1e Ronde van Nederland, vier dagen gele trui Tour
1982   1e twee Tour-etappes
1985   1e Amstel Gold Race
1986   1e Ronde van Nederland

Maar lullen kom hij ook. Ik luisterde destijds vaak naar de Kneetstory die altijd na een Tour-etappe op de Radio was.

Afgelopen weekend heb ik met Anja (mijn vrouw)  de 10e Gerrie Knetemann Classic  gereden. Het was mijn 2e keer. Ik hoefde niet te liegen over de afstand. Die stond vast. 75 km, zodat het voor beiden te doen was. Wat een ongelooflijk goed georganiseerde Classic is dit toch. Ken je hem niet, zet hem dan voor volgende jaar op je toerkalender.

Classics zijn hip. Iedere (ex) wielrenner heeft er wel een. Overigens niet alleen wielrenners. Deze zomer reed ik nog een 100km Johnny Rep Classic op Texel.  Ja inderdaad, voetballer Rep.
De Knetemann Classic start en eindigt ik het Olympisch stadium.  Ik blijf dit altijd speciaal vinden. 8 jaar geleden finishte ik hier mijn Amsterdam Marathon. OK, deze fietsprestatie is minder, maar toch word ik iedere keer vrolijk als ik het stadion binnen ga.

knetemann osJoop Zoetemelk en Hennie Kuiper waren er ook. Zij haalden oude verhalen op uit de tijd van de Kneet. En om 8 uur luidden ze de bel als teken dat we mochten starten.  Het was schitterend weer. Zwak windje vanuit zuidoost. Ofwel eerst een beetje tegen om later fluitend naar de finish de fietsen. De meeste 75km-fietsers vertrokken duidelijk later. Hele stukken fietsten we met z’n tweeën. Pas het laatste stuk werd het weer iets drukker. Drie kilometer  voor de finish kon je nog meedoen aan de tijdrit van 2 kilometer.  Altijd leuk natuurlijk. Volgens hun site had ik een gemiddelde van 40,5km/u op dit stuk. Ook Anja ging de strijd met haarzelf aan. Toen we onze longen weer op de juiste plek hadden, konden we rustig het Olympisch Stadion inrijden. Een klein Parijs Roubaix momentje.
Omdat het de 10e Classic was, kregen we naast een medaille ook het boek “Ik, de wielrenner” met de Kneet op de cover. Daarin las ik dat hij de eerste wielrenner was die een tijdrit boven de 50 km per uur reed. 50 km! Dat zelfde “kunstje” deed Dumoulin deze week ook in de Vuelta, 50,5 km gemiddeld in een tijdrit van 40 km. Ofwel, ik stond gewoon stil vergeleken met hen. Wielerpetje af voor deze helden. Ik voel een hele mooie Tom Dumoulin Classic aankomen. Over een paar jaar dan. Hij gaat eerst nog even de Tour én de Vuelta winnen.

kneet start