Wij zijn er al!

De merels laten al van zich horen als ik om kwart over vier mijn bakje kwark, gedroogd fruit en muesli leeg lepel.

Vandaag moet het gaan gebeuren. Na 23 jaar ga ik met mijn broer Jan weer eens een rondje IJsselmeer fietsen. Vanuit huis uit zo’n 300km.
De dag ervoor hadden we nog overleg. De NOS voorspelde een grijze dag met wat regen, maar alle andere weerapps lieten wat anders zien. “We gaan”, was het besluit.
Jan heeft er duidelijk zin in. Het is tien voor vijf als ik een fietslamp de gang in zie schijnen. Twee minuten later rijden we de straat uit, benieuwd naar hoe de dag gaat verlopen.

Het is al redelijk druk in Amsterdam. De laatste kroegtijgers gaan huiswaarts en anderen zijn in uniform op weg naar hun werk. De zon kleurt de wolken schitterend oranje als we de Schellingwoudebrug op fietsen. En kort daarna rijden we de polder in bij Zunderdorp en Broek in Waterland. We rijden zonder navigatie, maar hebben als training al flinke stukken van de route gefietst. Dus dat moet lukken. Naar Den Oever kunnen we bijna met de ogen dicht fietsen. Bekend terrein. Nog niets van de grijze dag te zien. Het is juist heerlijk weer met een nog te verwaarlozen zijwind tegen. Op de Afsluitdijk gaan we voor de wind.Relaxed peddelen we naar Kornwerderzand. Hier hebben we afgesproken met onze ega’s, die we vier keer tijdens onze ronde gaan zien. We hebben er inmiddels 112km op zitten. Lekker uit de wind, genieten we van een bak koffie en eigengemaakte bananencake. De bidons worden weer aangevuld. En off we go. Op weg naar Oude Mirdum. Via mooie Friese polderwegen met loslopende schapen doorkruisen we Friesland. Makkum, Gaast, Workum, Koudum.

We hadden verwacht dat Oude Mirdum dan op de borden zou staan. Maar helaas. Met behulp van de bewoners komen we ieder keer een plaatsje verder. Hemelum, Bakhuizen, Rijs en ja hoor eindelijk staat Oude Mirdum op de borden. Anja en Olga zitten al op het terras. Wij schuiven aan voor koffie en appeltaart. En vullen dat aan met banaan, twee boterhammen, energyreep, cashewnoten en winegums. We zitten op de helft (152km). Nog geen centje pijn. Ik wissel de glazen van mijn fietsbril, want de zon lijkt voorlopig te blijven schijnen. Nog even een paar keer stoppen voor de open bruggen bij Lemmer. En dan storten we ons op de saaie rechte Noordermeerweg in de Noordoostpolder. Deze weg brengt ons in één keer naar Urk. Direct te herkennen aan de vele kerken, de visbedrijven én de vislucht.

Hier staat ook Lelystad al op de borden, die we blindelings volgen. Blijkt een flinke omweg te zijn. Direct na de Ketelbrug lassen we een korte break in. Even banaantje wegwerken. Vanaf hier tegenwind, die inmiddels in kracht is toegenomen. Kop over kop rijden we over de saaie dijk waar geen eind aan lijkt te komen, naar Bataviastad. Altijd gevaarlijk om hier met vrouwen af te spreken, blijkt ook nu weer. Op mijn whatsapp ‘wij zijn er al’ komt de reactie. ‘Oooh, we moeten nog even snel afrekenen ….’

De vermoeidheid is toegeslagen na 223km. Ik dwing mezelf om te eten maar dat gaat niet van harte. De meegebrachte fruityoghurt gaat er wel goed in. Ik sluit mijn telefoon en Wahoo aan op de powerbanks, want routes zoals deze wil je toch graag vastleggen. Met enige twijfel of ik nog 70 km tegenwind kan fietsen stappen we weer op. Ik vind het altijd schitterend om langs de Oostersplassen te fietsen. Alleen nu even niet. Sterker nog, ik heb er niets van gezien. Alleen aandacht voor de teller. Met veel moeite kunnen we die op 25 a 26 gemiddeld houden. Maar ook hiermee haal je Muiderberg. Zo blijkt!

Onze laatste stop na 260km is bij Hotel Het Rechthuis. Ondanks het zware stuk voel ik me weer wat beter. De cola doet ook wonderen. Nog een beetje eten en dan ‘rap op huus an’.

Dat lukt aardig. Alle energie lijkt terug. Met gemiddeld 30 trappen we via Muiden naar Driemond. En via het Gein en de Ronde Hoep rijden we Amstelveen weer binnen. 292km in tien en half uur fietstijd. We kunnen het nog steeds 🙂

Koffie met Appeltaart gezocht.

Ik kijk naar de regen die met windkracht 7 hard tegen het raam slaat. Wat een geluk dat ik niet vandaag met mijn broer een retourtje Den Oever hoef te fietsen. Den Oever? Wat is zo spannend aan Den Oever. Nou niets, kan ik je vertellen. 

Het heeft meer een praktische reden. Volgende maand staat ons Rondje IJsselmeer op het programma. Noem mij een zeurpiet, maar als ik een grote ronde wil rijden, dan wil ik zo min mogelijk voor verrassingen komen te staan. Als ik weet hoe ik bij wijze van spreken met mijn ogen dicht naar Den Oever kan rijden dan schiet dat alvast lekker op. 

Dus op 2e Pinksterdag gaat om 6 uur de wekker. Even goed eten: kwark, muesli, gedroogd fruit, boterhammen en een banaan. Zo kan ik de eerste 2 uur fluitend aan. 
Het is een makkie naar Den Oever. Amsterdam ligt, op een enkele jogger na, nog op één oor. Geen verkeerslicht die ons tegenhoud. Binnen een half uur rijden we in de mooie polders bij Zunderdorp. We hebben de wind flink in de rug. Op een licht verzet peddelen we rustig met een gemiddelde van bijna 31 km p/u langs de N247 naar Hoorn. 

Veel mensen die mij op Strava voorgingen bij het Rondje IJsselmeer pakken vanaf Hoorn een verschillende route. Mijn tip is toch gewoon de fietsborden Leeuwarden aan te houden. Dan kan het bijna niet misgaan. 

Na 3 uur fietsen bereiken we Den Oever. Tijd voor koffie met appeltaart. Ten minste, dat willen we. Maar alles blijkt dicht te zijn. Hier hebben we even geen rekening mee gehouden. Helemaal niets open. En geen mens op straat. Dan maar een banaantje in de haven eten. Ons oog wordt nog getrokken door een grote R op het dak. Daar aangekomen blijkt dat ze ook hier niets aan fietsers willen verdienen. Dicht!

Langs de Meije en op veel andere plekken in het Groene Hart kun je als wielrenner om 9:00 uur al terecht voor een cafeïne shot. Maar hier blijkbaar niet. 

Zonder koffie beginnen we aan de terugreis. Vanaf nu alleen maar tegenwind richting Amstelveen. We doen nog een poging in Wieringerwerf en Abbekerk, maar ook hier geen koffietent die open is. Desondanks gaat het fietsen lekker. Kop over kop leveren we ondanks de tegenwind nauwelijks in op ons gemiddelde. Pas na 126 km kunnen we in Hoorn onze trek in koffie stellen. “We hebben ook appeltaart hoor!” Gelukkig!

Vanaf hier pakken we de route langs het IJsselmeer. De toeristische route. Wel zo leuk. Dus via Schardam, Warden en Edam bereiken we Volendam. Wat we eigenlijk niet willen, gebeurt toch. We fietsen onszelf vast op de overvolle dijk tussen de Chinezen en Japanners. Via een steile trap vluchten we naar een weg achter de dijk. En vanaf daar is het nog een klein stuk naar Monnickendam. Tijd voor onze tweede stop. Voor een lekkere uitsmijter ham/kaas. Het duurt een eeuwigheid voordat we die krijgen. Maar goed, het is droog, het zonnetje schijnt af en toe en de wind lijkt af te nemen. Wat wil je nog meer. Snel verder! Het heeft al te lang geduurd. 
Het laatste stuk is af en toe flink muggen eten. Grote zwermen tikken tegen mijn helm. Eenmaal terug in Amsterdam is de stad duidelijk ontwaakt. Wat een drukte. Mag ook wel, het is inmiddels kwart over drie. Nog even een stukje Amstel en we zijn weer thuis. Een mooie training van bijna 190 km.

“Schuif eens even een stukkie op!”

Afgelopen weekend had ik de eerste krachtmeting met mezelf. Samen met mijn broer doe ik mee met de 150km lange Veluwe krachttoer.
Om zes uur eruit op zondag. Gelukkig gebeurt het niet iedere zondag. Maar voor een trainingsritje om straks een Rondje IJsselmeer te kunnen doen moet je iets over hebben. Gelukkig lijkt het weer mee te vallen. Droog maar koud. Na een uurtje autorijden kunnen de fietsen van het rek voor de start in Stroe.

Voor de zekerheid heb ik alles bij me. Overschoenen, spatbordje en regenjas. Ik besluit alles in de auto te laten.  Maar na 2 kilometer heb ik al spijt. De wegen zijn zeiknat en ik dus ook. Met 5 graden op de teller is dat best fris. 

Het is rustig en er zijn opvallend weinig deelnemers. Jammer, voor misschien wel de mooiste tocht van Nederland. Al snel hebben we twee fietsers uit Nijkerk in ons wiel. Druk pratend verstoren ze onze ochtendrust 🙂 Als ze na paar kilometer kop overnemen, rijdt een van hen lek. Eenzaam rijden we verder. Na 15 km heb ik al meer hoogtemeters gemaakt dan bij een trainingsritje van 60 km in NoordHolland.

De koffie met appeltaart lonkt op 60 km. Verrukkelijk! En tegelijkertijd komt er weer wat leven in mijn koude tenen. De mannen die lek reden komen ook binnen. Trots vertellen ze dat ze al 2x lek hebben gereden. Bofferds! Het verbaast mij overigens niet. Veel kleine steentjes op een nat wegdek.
Dan gaan we iets meer klimmen. We draaien 2x de Postbank op. Het gaat me nog steeds lekker af. In de afdaling komt mijn broer weer langszij en samen rijden we richting het 115 km punt. Waar het 2e ravitailleringspunt is. Maar niet voordat we nog een keer in de remmen moeten voor de herder en zijn schapen. Blijft leuk met je fiets zo tussen de schaapjes.

Na het fantastisch gelegen Radio Kootwijk schiet de kramp erin bij mijn broer. Zijn been buigen lukt niet zonder de kramp. Al diverse dingen geprobeerd, maar blijft terugkomen.
We besluiten even een bankje op de zoeken. De druk moet even van de spieren. We zitten nog niet of uit het niets komt er een man. “Schuif eens effen een stukkie op”. Hij begint meteen te praten. “Ik ben al 80 jaar. Welke tocht fietsen jullie? O die heb ik ook gedaan. Ik ben zelfs lid geweest van de Veluwe renners. En vroeger ben ik met mijn vrouw van Hilversum naar Basel gefietst”. “Op één dag?”, grap ik. En meteen krijg ik een por in mijn zij. ” Nee joh, maar wel met zo’n 100 km per dag”. De stemming zit er goed in. Ik heb het al eens eerder gezegd. Bejaarde mensen die vroeger veel gefietst hebben zijn leuke en interessante mensen. Dus maak je borst maar nat 🙂

Na 15 minuten stappen we weer op. De kramp is nog niet geheel weg, maar we kunnen de laatste 15 km aan. Na 154 km staan we weer bij de auto. Het begint een beetje te regenen. We hebben een mooie training in de pocket voor ons Rondje IJsselmeer later dit jaar. Dan fietsen we 2x deze afstand.

Ik heb het weer gehaald!

Het klinkt zwaarder dan het lijkt. Maar ik ben toch altijd weer extra vrolijk als de zomertijd is begonnen. En zeker als juist in dit weekend er een heerlijk zonnetje schijnt. 

Het winterseizoen zit er weer op. Ik had er iets meer moeite mee dan andere jaren. Waarschijnlijk omdat ik geen grote uitdagingen in het begin van het seizoen heb gepland. Toch ging het winterseizoen redelijk snel. Tot eind 2016 fietste ik sowieso veel. Ik moest en zou die 8.000 km op de teller krijgen. Daarna werd het wat minder. Weliswaar elke week even in het zadel gezeten, maar echte kilometers werden niet meer gemaakt. Een uurtje in het schuurtje op de Tacx. Een avondje op de CX om een rondje van 35 km te maken. Of in het weekend de ruiterpaden met de CX opzoeken. En als ik er echt zin in had, dan pakte ik de racefiets om toch nog even mijn Strava Grand Fondo binnen te halen.  

Maar nu, het fietsvirus begint weer op te spelen. De zon begint weer te prikkelen. Tot zeker 20:00 uur blijft het licht. En ik voel mij niet langer de eenzame fietser. Het wordt weer flink drukker op de weg. 
Afgelopen weekend beleefde dat een hoogtepunt. Op zaterdag was het ondanks een stevige bries heerlijk fietsweer. Met mijn broer maakte ik een proefrit van ruim 100 km. Over twee weken organiseert hij een fietstocht voor een aantal collega’s van zijn werk. En dan is het altijd lekker als je de route goed in het hoofd hebt. En in de benen! Het eerst stuk ging prima. Wind mee en superhelder weer. En ik kan je vertellen, dan is het machtig mooi fietsen langs de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Meije. In Oudewater zitten de terrassen vol. Met bewoners, toeristen en vooral met wielrenners. Wij schuiven graag aan voor een kop koffie met appeltaart.

Zondag en maandag was het weer nog steeds lekker. Met nog betere temperaturen. Dus maandag had ik mijn eerste korte broekenrit dit jaar te pakken. En of de aerodynamica een rol speelde weet ik niet, maar het tempo zat er lekker in.  Lente! Heerlijk, daar ben je.

De wielren-fundamentalist

​Is het nu wielrennen of fietsen? In mijn blogs gebruik ik het gewoon door elkaar. Maar laatst werd ik er op aangesproken. En niet door zomaar iemand. Nee, door iemand die zichzelf een wielren-fundamentalist noemt. Wow!

De discussie is niet helemaal nieuw. Een half jaar geleden voerde ik ‘m ook met een andere blogger. Zij worstelde ook af en toe met de termen.

De wielrenfundamentalist vond dat ik het niet meer over wielrennen mocht hebben, maar over fietsen moest schrijven. Ik was direct getriggerd om er even in de duiken. Wat zegt bijvoorbeeld Van Dale ervan? En hoe zit het dan met hardlopen? Toen ik mijn eerste én laatste marathon liep in Amsterdam, was ik toen aan het hardlopen of aan het joggen? Ik vond in ieder geval dat ik aan het hardlopen was.
Maar goed, een wielrenner. Een wielrenner is volgens Van Dale een beoefenaar(ster) van het wielrennen. En de betekenis van wielrennen is ‘hardrijden op racefietsen’. Hoe hard? Daar zegt Van Dale niets over, maar ik voel mij, met gemiddeld 31 km/u in trainingen, een wielrenner.

De wielrenfundamentalist echter heeft zijn eigen ‘bijbel’ en zijn eigen tien geboden. En één van die geboden is: Je spreekt pas van wielrennen als er met een licentie aan een wedstrijd wordt deelgenomen. Of, een ander gebod dat naar voren werd gebracht: Winnen is voor wielrennen, fietsen is voor iedereen.

Ik probeerde nog dat ik voor mijn geplande Rondje IJsselmeer van 340 kilometers met een racefiets toch best wat kilometers in de benen moet hebben. En dat het dus niet zomaar een zondagmiddag rondje fietsen is. In notime kreeg ik een reactie met een volgend gebod. “Aahhh, alleen duur kilometers; da’s natuurlijk trainingstechnisch een wezenlijk verschil met wielrennen. Een grote glimlach verscheen op mijn gezicht. Het is er echt een! Ik heb nog geprobeerd wielrenfundamentalist duidelijk te maken, dat de werkelijkheid misschien iets anders is.

Maar zoals met alle fundamentalisten, die zijn niet zomaar op andere gedachten te brengen. Is dit belangrijk dan? Nee in dit geval absoluut niet. Allebei hebben we een ongelooflijke voorliefde voor mensen die zichzelf op een transportmiddel met twee wielen en een trapas op eigen kracht voorbewegen. En de een noemt dit wielrennen en voor de ander blijft het fietsen. 

340 km fietsen op één dag

Het is erg lang geleden dat ik een 300-plusser achter mijn naam kon zetten. Om precies te zijn 23 jaar geleden. Op mijn dertigste reed ik samen met mijn broer Jan een rondje IJsselmeer. Nou ja ‘rondje’, we gingen ook onder de Flevopolders langs. Waardoor de teller ’s avonds op 340 km stond.

Inspiratie
Natuurlijk heb ik daarna wel eens gedacht om het nog een keer te doen, maar het kwam er gewoon niet van. Totdat ik tussen Kerst en Oud & Nieuw via Strava zag dat Tim Krabbé (73 jaar) met een groep een rondje IJsselmeer had gereden. Met temperaturen onder en net net boven nul!

En meteen ging de knop bij mij om. Dit wil ik ook weer doen. Ik appte direct mijn broer. “Dat kunnen wij toch ook nog wel?” Als snel kwam zijn reactie. En daarmee een mooie uitdaging voor 2017.

24 jaar geleden
Het avontuur van 23 jaar geleden begon eigenlijk een jaar eerder. Ik belde mijn broer, ja toen belden we nog. “Zeg Jan, ik wil een rondje IJsselmeer fietsen. Maar over acht weken ga ik op vakantie naar Turkije, daarna heb ik geen tijd meer, dus het moet daarvóór”. “Is goed”, was zijn korte reactie. Binnen zes weken begonnen we aan onze tocht, die voor mij na 300km eindigde. Mijn hele lichaam was ontregeld. Ik kon geen eten en drinken meer binnenhouden. Iets met man en hamer. Ontdaan stapte ik bij het pontje Eemnes in de volgauto. Jan, reed laatste stuk alleen.

Revanche
De revanche met mezelf kwam het jaar erna. Naar nu met goede voorbereiding. Van te voren veel kilometers gemaakt, onder alle omstandigheden. Ik herinner me nog een retourtje Amstelveen – Hank (220km) bij temperaturen boven de 30 graden. Maar ook qua eten. Ik heb mezelf aangeleerd om goed en regelmatig te eten en te drinken.

Ook nu hadden we een volgauto met beide partners als steun en toeverlaat. We spraken voor het eerst na 120 km  af. Direct na de Afsluitdijk. En daarna na iedere 60 km. En dat is toch moeilijker dan vandaag de dag. Want waar ga je elkaar zien. Je kunt niet bellen, niet appen. Dus je spreekt af op een duidelijk herkenbaar plek. ‘Eerste weg links bij de N201′, dat soort afspraken. En dan hopen dat je daar een beetje kunt stoppen. Je eindigt dan wel vaak tussen vrachtauto’s op een parkeerterrein of langs een N-weg in de berm, maar dat maakte allemaal niet uit.

Alleen bij Spakenburg hebben we denk ik een half uur tijd verloren. We reden op zondag. En wat moet je niet doen op zondag? Denken dat er een pontje gaat bij Spakenburg. 

Onze volgers waren hier natuurlijk al veel eerder achter, en wilden ons behoeden voor extra kilometers. Ze reden ons tegemoet. Dachten ze. Uiteindelijk stonden wij bij de pont die niet ging én geen volgauto. Je begrijpt het al, het werd er gezelliger op :-).

Maar goed uiteindelijk kwamen we elkaar toch weer tegen. En met de laatste bevoorrading reden we naar huis. 340 km, 16 uur van huis, maar met 2 vingers in de neus gedaan. En met een welverdiend shirt als beloning.

Benieuwd hoe het ons dit jaar zal gaan. 23 jaar ouder, maar nog steeds alle vetrouwen dat het ook nu gaat lukken. En al helemaal na de prestratie van Tim Krabbé vorige maand. De voorbereidingen zijn gestart.

Keep on dreaming

Het is oudjaarsdag. “Mag ik je dit weekend whatsappen als ik ontslag ga nemen?”. Mijn kapper knikte op de vraag van z’n collega, maar vroeg direct “Hoezo?” “Nou voor als ik de hoofdprijs win!” 

Ja, de hoofdprijs, wat zou ik hebben gedaan als ik dé postcodeloterij had gewonnen? Er schiet van alles door mijn hoofd. Zou ik stoppen met werken? Mijn eerste gedachte is, waarom zou ik. Wat is er mooier dan het Zwitserleven Gevoel te verspreiden. Geld maakt niet gelukkig, maar het draagt wel een beetje bij aan dit Gevoel. Maar al snel daarna denk ik “Neeeee”. Ik zou zeker niet stoppen met werken, maar ik denk toch dat ik wat anders zou gaan doen. Minder uren werken en wat meer wielrennen. Minder werken, want er zijn nog zo veel sportieve uitdagingen te doen. Dus na iedere 4-6 weken werken een weekje vrij voor bijvoorbeeld een rondje Stelvio, een rondje Mont Blanc of de Marmotte. Dat lijkt mij wel wat. Nu ben ik niet zo materialistisch, maar een Stelvio beklimmen met een EM525 Performance Disc Black Anthracite Silver (Satin) lijkt mij wel wat. Dus die schaf ik dan toch maar aan.

Eddy Merckx 525

Of misschien ga ik wel fietsvakanties organiseren. En wie mee wil, mag mee. Uiteraard naar warme oorden. En met een ‘strenge’ selectie aan de voordeur. Voor bijvoorbeeld een fietsreis naar Rome. Met uiteraard mooie overnachtingsplekken. You name it! 
Of ‘gewoon’ bij een bedrijf werken zoals Rapha in Amsterdam. Waar allemaal mensen komen die veeleisend zijn als het gaat om mooie fietskleding.  En die daar graag veel geld voor uitgeven. Waarschijnlijk zou ik dan zelf ook een grootafnemer zijn. Mensen in de watten leggen met een mooie formule die Rapha Cycling Club heet. Maar ja die hoofdprijs, die viel in Den Haag. Ik moest genoegen nemen met een pak Koffieleutjes een 2 mokken. Yeah …. ook leuk 🙂

Goed, terug naar de werkelijkheid. Morgen maar eens met mijn broer afspreken om realistische fietsen plannen voor 2017 te maken. 

Hoogtemeters gezocht!

Van mijn vader kreeg ik vroeger het advies dat ik nooit naar anderen moest kijken. En dan doelde hij op sport prestaties of op school. Ga uit van jezelf. En die tip gaf ik ook wel eens aan mijn kinderen als zij bijvoorbeeld een slecht cijfer voor Engels hadden.

Maar ik betrap mijzelf er regelmatig op dat ik het met wielrennen wel vaak doe. Naar anderen kijken. Niet tijdens het fietsen. Nee, online!
Dit jaar heb ik 300 Strava-uren en bijna 8000km gefietst. Best respectabel, al zeg ik het zelf. Ook als ik het met andere Stravaïsten vergelijk, valt dit niet tegen. En al helemaal niet voor iemand die ook nog vijf dagen per week het Zwitserleven Gevoel mag verspreiden. Natuurlijk zijn er kilometervreters die volgens mij op hun fiets wonen. 12.000km komt voor. Maar 18.000 km ook. Gemiddeld 350km per week! En dit zijn gewoon amateurs hè. Nou ja ……. Fanatiekelingen.

In tegenstelling tot het aantal kilometers valt het aantal hoogtemeters zwaar tegen. Ik maakte dit jaar qua aantal ongeveer net zoveel hoogtemeters als kilometers. Tssss! Echt weinig. En helemaal als ik naar andere wielrenners kijk die ik volg.

Meer dan 20.000, 40.000, 80.000 hoogtemeters zijn dan geen uitzondering. Ik zag zelfs iemand met 136.000 hoogtemeters. Maar zij komt uit Zuid Limburg. Dus dat is ‘niet eerlijk’ 🙂

Als ik mijn rondje van 70  km door het Groene Hart maak, dan mag ik blij zijn als ik 30 hoogtemeters maak.Tikt lekker aan. Not! En dat terwijl ik klimmen juist heel leuk vind. 

De Mont Ventoux en de Alpe d’Huzes zijn eigenlijk mijn enige echte klimervaringen. De ervaring van de eerste meters klimmen. In mijn ritme komen. De juiste versnelling vinden. De cadans. Handjes op het stuur afwisselen met dansen op de pedalen. De beheersing om niet bij de derde haarspeldbocht al verzuringsverschijnselen te krijgen. Heerlijk!. 

Het klimmen gaat mij nog redelijk af ook. Of zou dat de reden zijn, waarom ik dit leuk vind. Dit jaar werd ik zelfs nog 2e op de klimtijdrit van de Hallembaye tijdens de KlimClassic.

Geen Hallembaye maar Alpe d’Huzes

Maar goed, had ik dit jaar nog mijn fiets doelstelling in het aantal kilometers gesteld, volgend jaar ga ik mij eens focussen op meer hoogtemeters. De komende weken maar eens plannen maken. En kijken wat een reële doelstelling is. Hoogtemeters gezocht!

Vier oliebollen? Dat is dan 48 minuten wielrennen.

​Het is natuurlijk een beetje flauw om in deze vreetmaand met een blog te komen over wielrennen en eten. Maar goed, na deze maand komt de maand van de goede voornemens. Dus misschien goed om te weten hoeveel fietsuren je aan het “vooruit eten” bent. Gelukkig ben ik in de omstandigheid  dat ik nog steeds móet eten om op gewicht te blijven.

Als ik ca 30 km per uur fiets verbrand ik volgens verschillende bronnen gemiddeld 927 kilocalorieën. En 772 kcal als ik gemiddeld 25 km per uur fiets. Ik ben benieuwd hoeveel ik moet fietsen na al die december lekkernijen. 

Uit een Brits onderzoek lees ik dat als ik mij op een Kerstdag tonnetjerond eet dat ik dan 6.000 kcal naar binnen werk. Lijkt mij wat overdreven, maar dat zou 6 uur en 28 minuten fietsen betekenen. En met 25 km p/u vijf kwartier langer. Een kleine 2ookm. Overigens komt die 6.000 kcal overeen met het gemiddeld verbruik van een renner tijdens een Tour de France etappe.

Om er iets meer gevoel bij te krijgen, heb ik wat ‘kleinere’ hapjes bekeken op het aantal kcal. In willekeurige volgorde:

Maar goed, hoe belangrijk is dit nu eigenlijk? Lékker belangrijk! Geniet van de feestdagen. En geniet daarna vooral lekker van het eraf fietsen. Fijne feestdagen! 

Review van een Wahooligan.

​Het is woensdagavond. Ik stel mijn besluit niet langer uit en bestel om 21:30 nog snel de Wahoo Elmnt bij de Futurumshop. Om 14:30 uur de volgende dag heb ik ‘m al in huis. Supersnel!

Ik heb wel even getwijfeld. Volg ik de hele goegemeente en koop ik een Garmin of trek ik mijn eigen plan?
Ik kies voor de laatste. En tot nu toe (weliswaar na een week) nog geen spijt. Nu ben ik niet zo’n reviewer, maar ik maak voor deze keer een uitzondering.

Bij het openen van de verpakking tref ik een klein blaadje aan. In 4 eenvoudige stappen zou ik er al mee weg kunnen rijden. Jaja, is mijn eerste gedachte. Ik ken dat. Uiteindelijk zit je 2 uur te pielen om de boel startklaar te hebben. Ik ben dus blij dat mijn zoon thuis is als vraagbaak. Maar na een paar minuten ben ik totaal verrast. Hij doet het al. Het is inderdaad niet meer dan de Wahoo Fitness app downloaden. Even een account aanmaken. Koppelen met de GPS door een QRcode te scannen. En ready. 

Ik krijg direct de vraag met welke andere apps ik wil synchroniseren. In mijn geval met Strava. Aantikken en klaar. Er worden 3 verschillende mounts bijgeleverd. Eén gaat op mijn crosser. De ander op de racefiets.

De eerste keer met de fiets is spannend. Doe ie het goed? Synchroniseert hij achteraf met Strava? Het gaat goed. Je kunt je telefoon bij wijze van spreken gewoon thuis laten. Op de Startknop drukken op m’n Wahoo is voldoende. 

Je bepaalt zelf hoeveel info je op je display wilt zien. Van km/u tot hoogtemeters, hartslag en temperatuur etc etc. Uiteraard geldt hoe meer info, hoe kleiner de info op je display. Als 50+er wil ik dus niet al te veel info :-). En afleiden doet het wel een beetje. Ik moet opletten dat ik af en toe ook nog even de op weg kijk. Maar dat zal wel nieuwigheid zijn. 

Ik reed altijd met een Strada. De Wahoo is echt een uitkomst. Alles is nu veel beter af te lezen. Op de weg, maar ook offroad als de CX lekker trilt op de oneffen ondergrond. 

Vooral het grote gebruiksgemak spreekt mij enorm aan. En dat blijkt ook weer bij thuiskomst, na 65 km fietsen. Ik pak mij telefoon en schakel locatie en bluetooth in. Direct wordt de info van de Wahoo in de gedownloade app gezet. De info zoals ik die ook van Strava ken wordt getoond. Ik kan de rit opslaan om een volgende keer als route te volgen. Nu is dat onzin. Ik rij deze route zo vaak. Maar wel handig als ik een keer bij de Posbank een fietstocht ga maken. Voortaan hoef ik zelf niet meer te zoeken. 

Ik moest even een half minuutje kijken hoe ik mijn rit via de Wahoo app naar Strava kreeg. Maar ook dat is simpel. Gewoon “delen” zoals je ook berichten deelt via de sociale media. 
Heel eenvoudig kun je je favoriete segmenten toevoegen. En die kondigt hij dan vanzelf aan als je in de buurt komt.

Als ik wil kan ik de Wahoo eenvoudig uitbreiden met een cadans meter, een hartslagmeter of koppelen aan een Kickr. Maar een mens moet nu eenmaal iets te wensen hebben. Vooralsnog ben ik helemaal heppiedepeppie. Oja …. en de prijs, daar kan Garmin nog een puntje aan zuigen. Wahooooo!