Zweetdruppels op een gloeiende plaat?

Door personeelstekorten zie je dat menig ondernemer een tandje terug moet in zijn contact en service met zijn klanten. Maar sommigen pakken dit heel anders aan.

De Haan Wielersport bestaat dit jaar 55 jaar. Dus wat doet eigenaar Roel? Hij organiseert een social ride voor zijn vaste klanten. En dit is niet de eerste keer, want deze winter hadden ze op Zwift ook al een aantal social rides georganiseerd. Uiteraard was het dit keer om zichzelf en zijn personeel in het zonnetje te zetten, maar ook om geld op te halen voor Oekraïne. De hoogte van de bijdrage mag je zelf weten, als het maar minimaal 55 cent is 😁. De Haan verdubbelt de bijdragen vervolgens. Even denk ik aan al die honderden miljoenen euro’s en dollars die al richting Oekraïne gaan. Is dit dan niet een zweetdruppel op een gloeiende plaat? De gedachte laat ik snel varen, want ik vind het een top initiatief. En wat is het mooi om in vrijheid met elkaar een rondje te fietsen.
Het is schitterend weer voor een social ride.

Een graad of achttien, weinig wind en dan ook nog eens zuid. Ik word ontvangen met gebak van de lokale bakker Out, lekkere koffie en krijg voor onderweg nog wat winegums mee. De belangstelling is groot. Maximaal 55 klanten doen mee. Er zijn 5 groepen voor de verschillende snelheden. Ik kies al snel voor de prestatie groep.  Boven de 28km/u lees ik op het formulier. Eenmaal buiten ga ik mij toch een beetje zorgen maken. Niet vanwege die 28, maar ik vang het gerucht op dat er bij die prestatiegroep ook een Olympisch kampioen rijdt en dat er niet onder de 40 km/u wordt gereden. Euhhh even checken bij de mannen van de Haan. Een verhaal over samen uit, samen thuis volgt. 

Gelukkig is er al snel een betere oplossing. Het zou niet echt veilig zijn om met een grote groep hardrijders door kleine plaatsen of smalle wegen te rijden. Dus er komt een snelle en een ‘langzame’ presentatie groep.  Phew, kom ik daar even goed weg! Met een rijsnelheid van 32km/u begin ik toch iets lekkerder aan de tocht.

Na de openingsspeech, de groepsindeling en een fotomomentje vertrekken we. Via de KOM van Ouderkerk komen we langs de Ronde Hoep. Ik had de route op mijn Wahoo staan zodat hoefde niet iedere keer op een linksaf of rechtsaf te wachten. Met een tocht van 55 km, kan het bijna niet anders dat ik vrijwel alle wegen ken. Al vanaf mijn 14e fiets ik hier rond. En toch werd ik aangenaam verrast na Loenersloot. Niet de hele tijd langs het Kanaal dit keer, maar via een polderweg waarvan ik het bestaan niet eens wist, reden we naar Ter Aar. Daar moesten we nog een stukje gravelen in verband met wegopbrekingen, wat prompt 2 km later een lekke band opleverde bij een van de mederijders. Via De Haanweg, hoe toevallig, verlieten we dit stuk polder om richting de Baambrugse Zuwe te gaan. Gelukkig was het hier nog rustig, want met een groep ga je al snel te hard en word je als asociaal gezien. En dat willen we uiteraard niet 😬. We zijn inmiddels alweer via de Botshol op weg naar Uithoorn. Windje lekker in de rug en ook vanaf Uithoorn trappen we op het gemak 34-36 km in het uur.

Samen uit, samen thuis. Dat is goed gelukt. De snelle groep had al ‘gedoucht’ toen wij kwamen, maar volgens mij ontbrak het ‘social’ daar een beetje met een gemiddelde van ruim 37 in het uur. Maar man, wat een snelheid! Ach als iedereen maar lekker gefietst heeft. En dat lijkt gelukt. Na ons duurde het niet lang voordat ook de andere groepen een voor een binnenkwamen. Een mooie tocht en met een nog mooier resultaat, want ik hoor dat er ruim €712,59 is opgehaald en dat er dus €1500 wordt overgemaakt voor Oekraïne. Doen ze toch maar weer mooi, die de Haantjes. Dit smaakt naar meer al zeg ik het zelf, maar dat laat ik graag aan hun zelf over.

Strade Asperges

Al een half jaar heb ik een gravelbike. Gekocht in een tijd dat ze nergens te krijgen waren, maar mijn dealer De Haan belde dat hij er toevallig een binnen had gekregen die wel eens mijn maat zou kunnen zijn. Eerst twijfel, want geen carbon en geen Cannondale, maar in de winter heb ik inmiddels toch lekker menig tochtje op mijn Bianchi kunnen rijden ….. op asfalt.

Anderhalf uur moest ik afgelopen zondag reizen om mijn gravelbike zijn echte vuurdoop te geven. En dan kijk je toch vreemd op als je in Veldhoven op bestemming aan komt en geen geparkeerde auto’s ziet. Toch weet ik dat ik goed zit, omdat iedereen in een TWC Brabantia wieleroutfit rondloopt. Ik rij vandaag de Strade Brabantia. Na 5 jaar de Witte Cross in de Achterhoek, ga ik nu voor het eerst over de Brabantse Strades rijden.
De rustige aankomst verrast mij. Ik mag natuurlijk niet vergelijken, maar 80 voorinschrijvingen is wel even iets anders dan een uitverkocht huis in de Achterhoek met 1000 inschrijvingen. Ik hoop dat dit geen voorbode is.

Al snel komt Pieter, met wie ik deze Strade ga rijden. Na een bakske koffie start ik mijn Wahoo voor de 105km route.
De zon schijnt, het is best fris met 9 graden en er waait een stevige noordenwind. Wel korte broek dus, maar mouwtjes en een windhesje zijn wel prettig.
Iedere organisatie van een Strade loopt altijd een beetje te patsen met het percentage offroad wegen. Brabantia lijkt ten onrechte bescheiden, want na een paar honderd meter verlaten we het asfalt al om er bijna niet meer op terug te keren. Ik krijg een Brabant te zien dat ik nog niet kende. En Pieter, die zelf ‘uit de buurt’ komt, ook. 90% van de wegen is ook nieuw voor hem.
Het is de afgelopen weken droog geweest, dus we worden getrakteerd op mooie droge gravelstroken. Die door de harde wind soms veel stof doen opwaaien. Lekker voor mijn lenzen 😬. Het blijft uiteraard niet alleen bij gravel, ook grasstroken en boeren landwegen gaan onder mijn 40mm banden door. Op de mulle paden was het flink bikkelen om overeind te blijven. Maar het ging in ieder geval een stuk beter dan toen ik nog een crosser had met 31mm banden. Op sommige stukken merkte ik wel dat ik iets te veel bar in mijn banden had. Op de paden met boomwortels en graspollen klapperde het zadel tegen mijn kont en moest ik mijn stuur wel heel goed vasthouden om niet los te schieten.

Met al die aandacht bij het ‘lezen van de weg’ vergeet ik soms om mijn heen te kijken en te genieten van de schitterende omgeving. Wat ligt de Kampina heide er mooi bij. De eerste stop met koffie en appeltaart is pas op 63 km, een beetje laat, dus plannen we onze eigen stop op deze heide voor sanitair en een krentenbol.

De vele aspergevelden maken ook indruk op mij. Op het land wordt hard gewerkt om het witte goud uit de grond te halen.  Hoe verder ik kom, hoe meer trek ik krijg in een bord aspergesoep en hoe meer mijn gedachten afdwalen hoe ik een portie asperges mee naar de finish zou kunnen nemen.

Eindelijk tikken we de 100km aan. Nog even uitrijden naar de eindstreep, dacht ik. Not! We moesten ook de laatste kilometers nog even diep door het stof op de brede mulle paden en dwars over een nog braakliggend akkerbouwland
Oke het was flink werken, maar toch begrijp ik er niets van. Waarom zijn hier zó weinig deelnemers? De  laatste 30 km hebben we vrijwel niemand meer gezien.
Tenzij de organisatie het klein wil houden en het Brabantse landschap voor zichzelf wil houden, anders zou ik zeggen, volgend jaar allemaal meedoen. Als voorbereiding op de GravelRide, of de Strade Bianche Achterhoek eind september of gewoon om mooi Brabant te ontdekken.

De Witte Cross, al vijf jaar een feest!

Waar was het feestje? Nou, daar was het feestje! In de Achterhoek. Wat heb ik genoten van de Lustrum-editie van de Stade Bianche Achterhoek. En …. het was ook de 5e keer dat ik mee deed. Er is wel iets veranderd in die vijf jaar. Gingen de meeste deelnemers in het eerste jaar nog op een mountainbike van start, zondag had de gravelbike toch echt de overhand. Meerdere deelnemers hadden zelfs grote frametassen op hun gravelbike alsof ze alle spullen bij zich hadden van de camping van de nacht ervoor. En misschien was dat ook wel zo. Ik zag er ook nog één met een mok aan zijn zadel. Hij ging te snel om te controleren of dit ten koste was gegaan van de bidons 😊.

Ik hou het al vijf jaar bij mijn CX van Eddy Merckx met cantilever-remmen. Eerlijk gezegd wilde ik de Witte Cross wel graag op een gravelbike rijden, maar dat bleek toch niet zo eenvoudig. Bijna niet aan te komen.

Maar goed, de Witte Cross is voor mij veel meer dan een dagje gravelen in de Achterhoek. Zo zet ik een week van te voren Lochem al in mijn weerapp, kijk ik iedere dag naar de weersvoorspelling en haal ik het weekend ervoor mijn ‘oude Merckx’ onder het stof vandaag om hem gereed te maken voor dé dag.
En zondag was het dan zover. Met Machiel en Kevin heb ik mij voor de 150 km ingeschreven. Alle 3 deelnemers van TheRide, dus met heel veel trainingsuren in de benen.
Het weer kan niet mooier, weinig wind, droog, zonnetje, niet te koud bij de start en niet te warm in de middag.
Zoals ieder jaar begint het feest al op het parkeerterrein bij de super enthousiaste ontvangst door de vrijwilligers en de mensen die ik zo langzamerhand van eerdere jaren ga herkennen.

Even na acht uur schieten we onszelf van start. Een start die altijd moeilijk is. Althans, voor een asfaltvreter zoals ik. We worden direct het bos ingestuurd om een afdaling in te zetten met geulen die diagonaal over het pad lopen. Gelukkig slaag ik om deze eerste oefening heelhuids te volbrengen. Nu we het moeilijkste hebben gehad kan het verder alleen maar een makkie worden.
Het is een beetje heiig met af en toe een paar mooie Jacobsladders die zich door de wolken heen worstelen.
De wegen zijn perfect, met na iedere haakse bocht weer een andere ondergrond. Van gravel, grind, zanderig met harde onderlaag tot mul zand, gras en klei. O ja en zo nu en dan ook nog een strookje asfalt. Continu de weg lezen waar je het beste kunt fietsen. Vooral het mulle zand vind ik wel spannend met mijn 31 mm bandjes. ‘Handjes ontspannen aan het stuur en laat je banden een weg zoeken in het zand’, hoor ik een stemmetje in mijn hoofd zeggen. Maar soms kan ik toch een ‘hooo, hééé of oei’ niet onderdrukken.

Het gaat lekker, we hebben er flink het tempo in. En toch worden we af en toe rap ingehaald. Het is net een echte Strade. Hoewel net, het ís een echte Strade. Met smalle wegen tussen velden met metershoge mais door. Voedermais heb ik mij door local Kevin laten vertellen. Maar dus ook met echte witte gravelwegen waar je groepen in de verte herkent aan de stofwolken die ze veroorzaken. Mooi om te zien, zolang er niet te veel stof achter mijn lenzen zit, want mijn ogen vinden dit minder prettig.

Ik laat het kopwerk vooral over aan Kevin en Machiel. Op een gegeven moment voel ik spetters. Zit die Machiel zich nu echt voor mij in het zweet te werken? Maar hij weet mij te overtuigen dat het toch echt wat regendruppels zijn. Gelukkig blijft het bij een paar druppels en al snel breekt de zon echt door als we nog 75km moeten.

De verzorgingsposten zijn een feestje op zich; 4 posten op 150 km zijn een aangename luxe. Ieder met zijn eigen sfeer. En overal weten ze het klein te houden. Andere deelnemers weten precies wat ik bedoel. Gemütlich, intiem. Zeker niet klein in de zin dat er niets is, want eten en drinken was er in overvloed. Met uiteraard de beroemde overheerlijke kaneelcake. Zouden ze die overigens ook al naar het westen van het land geëxporteerd hebben? Soms kon je het zelf pakken en soms kreeg je het aangeboden door kleine kinderen die met een groot dienblad met lekkernijen tussen de gravelaars door scharrelden.

Dit jaar geen grote fanfare of zangkoor, maar wel een DJ, een keyboardspeler en een jongen die het bluesgevoel helemaal in mij naar boven bracht. Als ik bij het 3e Lustrum ook weer van de partij ben, dan hoop ik dat hij er nog steeds bij is. En dat hij dan zijn gitaarspel heeft verrijkt met een warme whisky-bluesstem. Misschien moet ik dan wel lampjes meenemen, want dan heb ik natuurlijk helemaal geen zin meer om verder te gaan.
Nu kon ik mij nog maar net losmaken bij de laatste post. Nog een klein uurtje (26km) met de beruchte Lochemse berg naar de finish.

En ook bij de finish is de liefde van vrijwilligers weer zichbaar. Geen kale tafels om je broodje hamburger te eten, maar tafels waar vaasjes met vrolijke bloemetjes op staan. En ook nu muzikaal ondersteund door een groep waarvan de naam mij even ontschoten is. Schitterend.

Geniet, het is te mooi om hard door de Achterhoek te gaan, dat was het advies op de website. Oké het was mijn snelste Strade, maar wat heb ik genoten!

Tot volgend jaar.

Once in TheRide time

Na de 1e etappe zei iemand tegen mij “Aan het eind van TheRide heb je waarschijnlijk de perfecte conditie om de TheRide te rijden”. Ik beaamde dat, met de Col de la Madeleine, de Forclaz en de Passy in mijn benen, bijna 4000hm. De Madeleine was de gevreesde start van TheRide. Bijna 20km klimmen, maar het ging eigenlijk best goed. Komt zeker door een goed uitgerust lichaam 🤔.

De laatste berg was de challenge voor die dag en ‘mocht’ overgeslagen worden. Het was toch alleen maar berg op en dezelfde weg weer terug naar de camping. Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om hem niet te doen. Alles rijden, zolang het kan, dat is mijn insteek. En ik werd beloond, met voor de 3e keer die dag op een schitterend uitzicht op de Mont Blanc. Wel met het gevolg dat ik even voor half zes de camping op draaide.

Ik probeer een ritme te vinden in het drukke programma, want ik voel mij opgejaagd. Continu bedenken wat ik nog moet doen om te starten of bedenken hoe laat ik ergens moet zijn. Op de eerste dag had ik mij bijvoorbeeld niet aangemeld voor de start en ontdekte ik 5 minuten voor de start dat ik mijn bidons nog helemaal niet gevuld had 😬.
Want een druk programma is het:
Half zeven gaat de wekker, lenzen in, wielerkleding aan, meteen insmeren met factor 50, snel ontbijten, alles gereed maken voor de start om acht uur, tussen de 140 en 190km fietsen, na de finish tussen half 4 en 5 uur even op adem komen, douchen, eten, avond briefing, kleding klaarleggen voor de volgende etappe, bidons alvast vullen en om half elf weer slapen.

De 2e etappe liegt er ook niet om. Zo’n 35 km kilometer klimmen voor de boeg, waaronder de 17,7km lange Croix de la Serra. Ik beklim deze berg met nauwelijks mensen voor én achter mij. De bewolking hangt laag, maar het blijft gelukkig droog. In de afdaling wordt het nog link. Ze zijn met de weg bezig geweest en er ligt een dikke laag vers grind op het asfalt. Gelukkig wordt dit goed van te voren aangegeven door een van de motards. Een Strade Bianche is er niets bij. Als een oud wijf leg ik deze strook af op mijn 25mm bandjes af. We zitten overigens alweer in de Jura. Op een van de toppen, geen flauw idee meer welke, zit een man van zeker 75+ naast zijn racefiets in de berm. Ik vraag of het goed met hem gaat. En dat gaat het. Hij spreekt mij in gebrekkig Duits aan en wil weten wat ik aan het doen ben. Een groepje renners kwam twee minuten eerder voorbij, laat hij mij weten. Ik heb geen haast dus vertel het hele verhaal van Alpen tot Cauberg. De Alpen, dat vindt hij ook een mooi gebied om te fietsen. Volgende week gaat hij er ook weer naar toe. Na een minuut of 10 rij ik vrolijk verder.

Als de hoogtemeters iets minder worden weet je dat de kilometers toenemen. Bijna 180 km tegenwind staat er voor de 3e etappe. We rijden door een landschap met Zwitserse kenmerken. Mooi, voor zover ik er oog voor kan hebben, want door de tegenwind worden er groepjes gevormd, wat soms tot gevaarlijke situaties leidt op de drukke wegen. Lekker doorrijden dus, maar wel handjes op de remmen. Grote vrachtwagens blijven lang op de linker weghelft rijden om ons in te halen, zodat tegenliggers vol in ankers moeten. En dan is het niet handig als iemand in groep begint te schreeuwen dat hij een vos op het land ziet.
Helemaal zonder kleerscheuren is deze dag niet. In een van de afdalingen haalt een jonge automobilist het in zijn hoofd om na een groepje renners ingehaald te hebben, vol in de remmen te gaan. Met als gevolg dat een renner door de achterruit van de auto vliegt. Afgezien van de traumatische ervaring valt het lichamelijk letsel mee. Na een ziekenhuis bezoek, verschijnt hij ’s avonds toch weer op de camping. Verder fietsen is voor hem helaas niet meer mogelijk.
Overigens heb ik een fietsmaatje gevonden, die vrijwel exact dezelfde snelheid omhoog én in de afdalingen heeft. TheRide is onwijs gaaf om van je bucketlist te strepen, maar dit maakt het nog veel gezelliger. Samen volbrengen we de 3e etappe.

Ik ben dit avontuur begonnen met 2 vrijwilligers, Anja (vrouw) en Marian (vriendin). En alle drie leven we ontzettend in onze eigen bubbel en leven daardoor behoorlijk langs elkaar heen. Anja als verzorger op post 2, Marian in wisselende diensten als masseur/fysio en ik uiteraard als fietser. Met het avondeten proberen we de belevenissen van díe dag te delen, iets wat zeker niet altijd lukt. Toch vermaken we ons uitstekend.

Het wordt een zware 4e etappe dag. Niet zozeer vanwege de 160 km en ruim 3000hm, wel omdat de benen nog wat vermoeid zijn en het ‘zitgebeuren’ wat begint op te spelen. Fietsmaatje Machiel en ik strijden om wie te meeste zadelpijn heeft op deze schitterende route door de Vogezen.
Machiel wint, want hij kan niet van start gaan in de 5e etappe. Te veel last. Helaas, begin ‘alleen’ aan de 11km lange La Schlucht. Een heerlijke, niet te zware klim, gevolgd door een enorm lange afdaling. Het is nog koud. Mijn vingers en tenen worden gevoelloos. Ook nu hebben we in de afdaling een strook van 4km met vers grind op de weg.
Bij de eerste Verzorgingspost zie ik dat Machiel gebeld heeft. Geen idee waarom, dat hoor ik wel als ik bij post 2 ben, want hij zou daar naar toe gaan om te helpen. Totdat ik opeens “Hé Peter”, hoor. Machiel staat daar in wielerkleding én met fiets. De EHBO heeft wonderen verricht, zodat hij toch verder kan fietsen. De details van de behandeling zal ik jullie besparen, maar gelukkig had ik mijn krentenbolletje en banaantje al achter de kiezen bij het horen van zijn verhaal.
Kop over kop, fietsen we samen hard verder. Het gaat zelfs zo goed dat we om half 4 al binnen zijn. Eindelijk iets meer tijd voor mezelf. Bij de ouders van Machiel word ik gefêteerd op cola, chips en bouillon. Heerlijk, mijn hele dag is weer goed.

Het eten is overigens fantastisch.  Elke dag iets anders, natuurlijk een keer pasta, maar ook quiche, risotto, curry, gepofde aardappel, lasagne etc etc. Allemaal heel smaakvol klaargemaakt. Een superprestatie om dit voor 250 m/v te bereiden. Ik kan de hele dag door eten. Een keer at ik een snack direct na de finish, kreeg ik heerlijke broodjes met kaas en gebakken uien, at ik nog een ‘leftover’ lasagne van de dag ervoor weg om vervolgens om 18:30 uur aan het echte avondeten te beginnen 😊.

De 6e etappe is de langste etappe met bijna 190 km. Zoals bijna iedere ochtend is de start koud, maar al snel kunnen mijn mouwtjes en windhesje uit. Machiel en ik krijgen gezelschap van Theo. Kan ook lekker doortrappen en dat is wel makkelijk, een extra hulp op de brede Franse wegen. Vandaag nauwelijks echte bergen, maar wel continu up and down. Lekker tempo draaien, totdat Machiel lek rijdt. Met z’n drieën denken we even snel de band te verwisselen. Haastige spoed blijkt zelden goed, want na 5 minuten rijdt hij weer lek. Dat kan geen toeval zijn. En inderdaad er zat nog een stukje glas in zijn band. Dat krijg je als 3 wijsneuzen 1 band snel proberen te verwisselen. De Shimano troepen waren gelukkig snel ter plaatste om het euvel te verhelpen. Inmiddels hebben we Frankrijk verlaten en hebben we een finish berg op in het mooie Saarburg. Anderhalf uur eerder dan gepland. Het was weer een mooie dag.

Het is helder op de Landal camping bij de start. In het dal echter hangt een dikke mist wat het een mooie afdaling maakt. Tijdens deze 7e etappe steken we Luxemburg diagonaal door naar België, 154 kilometers. Ik heb het zwaar. Zitten op mijn zadel is een lijdensweg. En vooral op het slechte asfalt in België speelt dit op. Als Anja bij post 2 vraag hoe het gaat, springen de tranen in mijn ogen. Gelukkig camoufleert mijn bril dit. Maar goed ik moet verder. Ik sta liever op de pedalen dan dat ik weer moet gaan zitten. Vandaag geen lange beklimmingen, daar voor in de plaats wel hoge stijgingspercentages, zodat je iedere keer tegen een muur van asfalt op kijkt. Ik vind klimmen eigenlijk altijd wel leuk, maar oh wat geniet ik nu van de afdalingen die mij dichter bij de finish brengen in La Roche.

En dan opeens is daar toch die 8e, laatste etappe naar Valkenburg. Nog 143km om mij Finisher van TheRide te mogen noemen. We worden gewaarschuwd voor de slechte wegen België. Maar hier klopt niets van. Het waren nl. súpersúperslechte wegen, op een enkele nieuwe strook asfalt na. Vooral rond Spa was het dramatisch. De restanten van de watersnoodramp waren ook nog goed te zien rond la Roche en Spa. Indrukwekkend. Honderden meters schroot lag langs de weg.
Ik fiets vandaag in mijn TheRide tenue. De broek heeft een iets dikker zeem, wat het iets aangenamer maakt om op het zadel te zitten. We kunnen ook lekker doorrijden en hebben veel gezelschap van andere groepjes.
Bij de 2e Verzorgingspost bereiken we Nederland via het 3 landenpunt. Daar ontmoet ik nog even neef Arjan die mij gefotografeerd heeft op de beklimming. Het is druk daar en ook op de weg naar Valkenburg. Op de Cauberg, onze allerlaatste klim staan veel familie en vrienden om de finishers van TheRide binnen te halen. En mij dus ook.

En dan na 1300 km en 20.000hm komt er een eind aan een mooi avontuur die ik al jaren op mijn bucketlist had staan. Zonder lekke banden, zonder valpartijen, zonder één druppel regen. Een blijvende herinnering in mijn geheugen. Nog even afscheid van de fietsers waarmee ik samen fietste of die regelmatig op de hellingen tegenkwam. En afscheid van de vrijwilligers die onvermoeibaar positief waren. Echt top. Met twee van die vrijwilligers rij ik weer naar Amstelveen. Nagenietend van dit mooie event.
TheRide, TheEnd.

Let TheRide begin!

Nog een paar dagen en dan gaat het beginnen. De tocht waar ik mij twee jaar geleden voor heb ingeschreven. Met een kampeerbus volgeladen met fiets- en tentspullen vertrekken we in 3 etappes naar de Alpen. Eerst nog een beetje vakantie en trainen.

Die vakantie is hard nodig, want volgende week wordt het bikkelen. Voor mij omdat ik vanuit de Alpen in 8 dagen naar de Cauberg fiets. En voor Anja en Marian omdat ze als vrijwilliger ‘ten dienste staan’ van de 185 deelnemers aan TheRide. Het handboek belooft hen veel vrijwilligers uren.

Dus nu nog een beetje genieten van het Müllerthal in Luxemburg waar ik nog een fietstochtje met 650hm maak. Nog niet eerder gedaan dit jaar. Ja op Zwift, maar dit jaar nog niet in de reële wereld 😬. En ook nog met z’n drieën een lekkere wandeling gemaakt over de Müllerthal trail.

Onze 2e stop is in de Haute Savoie. Bij aankomst stoot ik in een onbewaakt moment mijn knie (van de val van weken geleden) weer open. Ik baal als een stekker, want ik dacht dat alles goed dicht was. Gelukkig is na een dag of 2 alles weer droog en dicht.
Op Strava zie ik sommigen nog volop trainen door bijvoorbeeld de Col de la Madeleine ‘eventjes’ 2 keer achter elkaar te doen. Respect, maar ik doe even niet mee. Hier in de Savoie kan ik wel makkelijker meer hoogtemeters maken dan in Luxemburg. Toch wil ik het niet te gek maken. Mijn knieën gaan een stuk beter nu ik wat minder train en dat wil ik graag zo houden.

Nog 3 km

Dus met een mooie tocht naar de Col de l’Epine en 1150hm vind ik het welletjes. Toch even een klim van bijna 6km in de benen en toch even wennen aan de snelheid in de afdaling. Ervaren hoe het is om met schijfremmen af te dalen en een  strook grind in diezelfde afdaling tegen te komen. Scherp blijven, dat is het devies.

Inmiddels sta ik op de camping aan de voet van de Col de la Madeleine. Het is al een gezellige drukte met vooral vrijwilligers die een enorm tentenkamp aan het opbouwen zijn. De bus met Riders is onderweg. Ik ben er klaar voor. Let TheRide begin!

Kortste rit ever!

Vier krentenbollen, 2 bananen, 2 bidons, reepjes en een gelletje. Om 8 uur rij ik de straat uit. Klaar voor een mooie tocht van 150 km. Lekker rustig, vorige keer was het goed bevallen om op zaterdagochtend te fietsen. Veel mensen gaan blijkbaar eerst de auto wassen of boodschappen doen of zijn op vakantie.
Na iets meer dan een kilometer zit ik normaal gesproken al in de polder, de Middelpolder. Maar vandaag blijkt dat toch iets te ver. Ik zie in de bocht, voordat ik de polder in draai, dat het wegdek donker gekleurd is. Nat van water? Zeker van een trekker met een aanhanger waar nog vocht uit komt, want het heeft niet geregend.
Één seconde later ga ik in de bocht onderuit. Voor het eerst in mijn leven glij ik met mijn racefiets over het asfalt. Tijdens mijn val realiseer ik mij dat het olie is. Ik hoor het scherpe gekras van mijn fiets over de grond. Nog voor ik tot stilstand gekomen ben, vloek ik de hele zooi bij elkaar. Een auto komt mij tegemoet vanuit de polder. Ik sta snel op en ga aan de kant. ‘Gaat het een beetje’, vraag de bestuurder. Hij vraagt aan zijn vrouw of ze iets desinfecterends bij zich heeft. Ik bedank voor de hulp en geef aan dat ik bijna thuis ben, waarop ze doorrijden. Ik bekijk de schade en zie dat mijn kin en linkerknie stuk zijn en ook alle knokkels van mijn rechterhand. Toch vreemd, bij een bocht naar links. Verder zijn mijn schouder en heup gevoelig.

Mijn kleding is gelukkig niet stuk, dus dan zal de schade eronder ook wel meevallen 😬. Er zit wel allemaal olie op.  De schade aan mijn fiets valt gelukkig mee. Mijn linker rem staat helemaal scheef en is beschadigd, maar die kan ik eenvoudig rechtzetten. De krassen op mijn pedaal en schoen neem ik voor lief. Mijn helm heeft helemaal geen schade. Volgens mij ben ik ook niet met mijn hoofd op het asfalt gekomen.
Heel even denk ik nog, verder fietsen?, maar die gedachte laat ik al snel varen. Ik stap voorzichtig op en keer huiswaarts. Alles lijkt het nog te doen. Een ervaring rijker, zullen we maar zeggen. Na 2,8 km sta ik weer thuis en sla deze Strava rit toch maar op.

Onder de knie hebben

Nee, de titel heeft niets te maken met mijn vorige blog om rustiger te gaan fietsen …… en toch is dat wel wat ik op dit moment doe.

Met nog 6 weken vóór The Ride heb ik last van een blessure. Net onder mijn knie. En dan vooral bij kracht zetten. Het begon een paar weken geleden, nadat ik 240km had gefietst. Dat ‘retourtje’ Oisterwijk ging overigens prima, maar de week erop begon het op te spelen.

Een weekje rustig aan en dan is het wel weer over, dacht ik nog. Not! Het ging weliswaar beter en met vriend Wim heb ik er nog een Waterlinie toertocht van 220km uitgeperst. Maar bij kracht zetten of tegenwind begon mijn knie te steken en voelde ik een zeurende pijn aan de voorkant onder mijn knie. Zo vlak voor The Ride niet zo fijn. Geen moment te verliezen, dus belde ik direct de fysio om er naar te laten kijken. Ik verwachtte een behandel traject tot aan The Ride, maar het bleef bij slechts een consult ….. en oefeningen.

Het gaat om een geïrriteerde aanhechting van de dijbeenspier die onder de knie eindigt. Dus moet ik veel rekoefeningen doen. En voorzichtig zijn met fietsen werd mij met nadruk geadviseerd. Normaal gesproken is dat eerste een probleem, omdat ik er vaak onvoldoende tijd voor neem. Maar nu is er een noodzaak 😊, dus plichtsgetrouw doe ik minimaal 3x per dag mijn oefeningen. Dat minder fietsen lukt niet heel goed. Oké, de eerste 2 weken dan, maar inmiddels voer ik de kilometers al weer iets op tot rond de 300km per week. En dat gaat redelijk goed. Nee, het is nog niet weg, het gaat wel beter. Ik fiets continue een tandje lichter wat met wind tegen geen probleem is. Met wind mee, ben ik gauw geneigd om er een tandje bij te doen. Maar ik doe het niet hoor. Met een gemiddelde rpm van minimaal 93 draai ik mijn rondjes door het Groene Hart. Alles over voor The Ride!

Addio Stelvio, bonjour Madeleine

Al 2 jaar roep ik naar iedereen die het wil horen (en ook als ze het niet willen horen) dat ik in acht dagen van de Stelvio naar de Cauberg ga fietsen. 1.300 km en 20.000 hm. Maar door corona en verschuiving van TheRide naar september, blijkt het niet mogelijk om voldoende campings te vinden die het peloton van TheRide kunnen ontvangen. De geplande route moet dus anders.
Gelukkig is de organisatie niet voor één gat te vangen en heeft een uitstekend alternatief uitgewerkt. Zo bleek woensdagavond bij de presentatie van de route door Gijs Bruinsma en Carlo van Nistelrooy

We gaan niet door 8 maar door slechts 5 landen. Evenmin starten we bij de Passo del Stelvio, maar bij de Col de la Madeleine in de Alpen. Uiteraard allebei grote namen. Toch spreekt de Stelvio mij meer tot de verbeelding. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik ze even vergeleken. De gemiddelde en de maximale stijgingspercentages blijken vrijwel gelijk. Oké de top van de Stelvio ligt ruim 700 meter hoger en de klim is ‘iets’ langer. Bij de Madeleine ben je namelijk àl na 19,7km 😬 op de top.
Lekker belangrijk voor iemand die het grootste deel van het jaar onder zeeniveau fietst en als langste ‘klim’ in de buurt, de brug bij Breukelen over het Amsterdam-Rijnkanaal heeft. Met een rit van 160 km haal ik vaak de 150 hoogtemeters niet eens.

De la Madeleine begint vrijwel direct na het verlaten van de camping en dat is slechts het begin. De eerste dag maken we namelijk al 4000 hm. Zo beklimmen we die dag ook de Col de la Forclaz, een berg die ik op mijn travelbike vorig jaar niet heb beklommen. En ook dat is nog maar het begin. Want zo volgen er nog 7 dagen met als finish de top van de Cauberg waar het Shimano Experience Center staat. Tussendoor pakken we nog vele bergen, de Route des Crêtes en de Grand Ballon mee.
Ik heb even alles bij elkaar opgeteld. Gemiddeld fietsen we iedere dag ruim 160 km met bijna 2.600 hm. Afstanden tussen 140 en 190 kilometer met tussen de 1.700 en 4.000 hm.
Een zenuwachtig lachje ontglipt mij als ik deze getallen zie staan. Ik denk dat ik zo maar weer even ga trainen in de polder. Ik heb nog bijna 3 maanden dus dat moet wel goedkomen ……. denk ik.

30km zone.

Ken je dat? De intentie dat je een rustig rondje wilt fietsen en dat je dan toch met ruim 31 of 32 in het uur thuis komt.
Wat is dat toch? Een gebrek aan discipline of is de verleiding gewoon te groot? Beetje van beide, denk ik.

Ik probeer me, met een beetje eigen interpretatie, aan het trainingsschema van Erwin Florie voor de TheRide 2021 te houden. Vaak staat daar een groen vakje met 120-180 erbij. Ofwel 2 á 3 uur in een normaal tempo fietsen. Max 30km p/u gemiddeld thuiskomen beschouw ik als gemiddeld. Ik doe dit zonder hartslag- of vermogensmeter Maar vaak gaat het ‘verkeerd’. De redenen, of misschien kan ik beter zeggen smoezen?

  • De eerste drie verkeerslichten staan op groen. En dan heb ik er al lekker de vaart in, die ik vast wil houden.
  • Het gemiddelde bij het verlaten van de gemeente Amstelveen ligt bij het infietsen al op de 30 km.
  • Het eerste stuk polder heb ik de wind vol in de rug. Dan ga ik daarna natuurlijk niet meer lopen freewheelen. Toch?
  • Ik begin nu eindelijk lekker rustig en dan krijg ik van die plakkers aan mijn achterwiel, die mij ongemerkt toch een beetje opjutten.
  • Ook nu ga ik lekker rustig, maar ik zie toch het gemiddelde langzaam oplopen. Maximaal 30 wordt 30,5 en kruipt naar 31 en 31,1. Dan lonkt daar toch de 31,5 of 32. Om gek van te worden.

Maar er zit wel degelijk verbetering in hoor. Ik gedraag mij als een heer in het verkeer. Denk ik 😬. Ik rij geen oude vrouwtjes van het zebrapad. Haal rechtsafslaande auto’s niet meer rechts in. Rood is stoppen. Inhalen is bellen. Etc.

Ik vertrouw erop dat het dus wel goed komt, maar als je nog tips hebt, let me know.

Drie dagen vreemd gaan.

Dat is lang geleden. Drie dagen lang heb ik niet aan mijn grote liefde gedacht, fietsen. En ik had het er niet eens moeilijk mee. Want er was iemand anders, de schaats natuurlijk! Waar ik mij normaal gesproken schuldig voel als ik 3 dagen niet fiets, dacht ik er nu niet eens aan. Mijn fiets staat in rust te wachten op mijn volgende Zwift-training.

Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag heb ik heerlijk geschaatst. Op vrijdag was het eerst even wennen in de Middelpolder bij Amstelveen. Veel sneeuwijs daar. Dus oppassen geblazen, want ik wil natuurlijk niet, dat door een lelijke valpartij, de trainingen voor The Ride, of misschien zelfs The Ride zelf in gevaar komt. Maar gelukkig ging dat goed.

De afgelopen 2 dagen was ik op de Grote Poel te vinden. Een mooi rondje van ruim 2 kilometer. Heerlijk om hier te zijn. Veel beter ijs. Met wind mee voel ik mij, diep zittend en met lange slagen, een echte schaatser. Maar met tegenwind val ik behoorlijk door de mand. Mijn slagen worden korter, ik ga iets meer rechtop schaatsen en de handen liggen minder stabiel op de rug. Toch geniet ik enorm. Voor ik het weet schaats ik 25 km weg.

Wat kijk ik hier toch altijd weer enorm naar uit. Schaatsen op natuurijs. Helaas is het van korte duur, want op het moment van schrijven tikt de temperatuur de 1 graad al aan. Op de radio komen meer en meer dringende adviezen om het ijs nú te verlaten. De dooi zet in. En daarmee ook het moment om de blik op vooruit te zetten. Straks het trainingsschema van Erwin Florie er weer bij pakken. Eens kijken wat hij voor mij volgende week in petto heeft. De focus is weer terug. The Ride 2021, here I come.