Gravelhype?

Als ik nu opnieuw voor de keuze zou staan om een andere fiets naast mijn racefiets te kopen dan gooit een Gravelbike hoge ogen. Steeds meer fabrikanten komen met een Gravelbike op de markt. Gave fietsen vind ik dat.

Er is niets mis met mijn cx, maar toch.
Oké in het Westen heb je er eigenlijk helemaal niets aan. Meer dan een paar honderd meter onverhard achter elkaar rijden lukt nauwelijks Alleen in de winter als ik ’s avonds de weg op ga heb ik echt profijt van mijn CX. De snelheid is lager dan op de racefiets en het is wat comfortabeler als het wegdek slechter is.

Ik ga er vanuit dat het niet om een gravelhype gaat en dat er steeds meer tochten komen waar je lekker met een gravelbike of crosser los kunt gaan. En het heeft er alle schijn van dat dit ook gaat gebeuren.

Er zijn in Nederland al 3 tochten die de naam Strade Bianche dragen. Die in de Achterhoek (70% offroad bij 150km) heb ik al twee keer gedaan. Goed te doen als je een beetje getraind bent. In Fietssport magazine staat een verslag van de Brabantse variant. Viel me op dat er ‘slechts’ 20 km onverhard was op de 120km afstand. Dat moet toch anders kunnen. En dan heb je er nog een in Drenthe met een maximum afstand van 95km. Deze rij je volledig op GPS.
Misschien is het een idee om net zoals het Klimmersbrevet een soort ‘Master of Strade Bianche’ uit te reiken aan iedereen die binnen één seizoen alle drie Strades in de maximum afstand aflegt. Dat maakt de populariteit nog groter.

Verder zou het mooi zijn als de NTFU kalender naast symbolen van racefiets en MTB een gravel/CX symbool gaat opnemen. Dan kun je direct zien welke tochten je met een CX kan fietsen. Soms is het duidelijk, maar wat kun je verwachten bij een Rabo Veldtoertocht of een Bossentocht. Met een vermelding kun je veel beter een planning maken met leuke tochten.
Ik heb het vorig jaar als eens voorgelegd, maar toen was er nog geen aanleiding toe. Misschien kan de NTFU het toch nog eens overwegen. Hun aandacht voor gravelrides, beloofd veel goeds. Ze komen zelfs met 7 tips voor gravel.

Over tips gesproken. Ken je de site Gravelrides al? Hier staan een aantal interessante tochten die je kunt downloaden. Binnenkort maar eens eentje inplannen.

En ik zag dat RBL Drenthe 200 de meest brute segmenten, zoals het Janpad uit het parcours wil halen. Dit levert op dit moment felle discussies op Facebook op tussen voor- en tegenstanders. Wordt deze uitdaging hierdoor ook met gravelbike/CX te doen? Dan ben ik vóór 🙂.

Gravelbike van Merckx

Alles wijst er in ieder geval op dat het niet om een gravelhype gaat, maar om een ontwikkeling waarbij de asfaltrijder steeds vaker het avontuur offroad wil opzoeken.

Advertenties

On a mission

Sinds mijn veertiende fiets ik eigenlijk onafgebroken. Bijna altijd recreatief.
En ik vraag mij nu opeens af waarom ik eigenlijk zo weinig vrienden en kennissen heb die ook fietsen. Dan zouden we wat vaker samen op pad kunnen gaan. Oké ik fiets graag alleen, omdat ik dan kan gaan wanneer ik wil. Ik kan mijn eigen tempo bepalen en hoef ik op niemand te wachten.

Niet dat ik geen sportieve vrienden heb. Een vriend heeft meer marathons gelopen dan dat ik levensjaren tel. Een ander heeft twee keer de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee achter de kiezen. En weer een ander teert nog op het volbrengen van een aantal volledige triathlons. Lang geleden, maar toch. Ik deed het hem niet na.
En zo kan iedereen wel een sportieve prestatie met bijvoorbeeld kickboksen of tennissen op zijn of haar conto schrijven. Maar gewoon lekker een eind fietsen …. anno 2018 …. nee!

Maar er is hoop. Want steeds vaker hoor ik “Misschien moet ik ook maar eens wat gaan fietsen”. Kwaaltje hier, pijntje daar, gebrek aan motivatie. Allemaal redenen om het alternatief van fietsen te overwegen. Het klinkt mij als muziek in de oren. Wat zou het leuk zijn als meer vrienden gaan fietsen. Dit weekend reed ik met vriend Dolf al de Strade Bianche in de Achterhoek. ‘Best leuk’ om dat samen te doen.

Foto van Eduard Camping

En dan ontpopt zich langzaam een plannetje in mijn hoofd om volgend jaar een FietsvandeKeizer-ride te organiseren. Een tocht waar vrienden en kennissen aan mee doen. Ergens in mei of juni. Waar ze misschien wel even voor moeten trainen. Een mooie tocht van minimaal 100 km, want we moeten wel even de Strava Gran Fondo binnen halen. Maar ook om een kop koffie met appeltaart te kunnen verantwoorden 😁. We hoeven geen 30 km gemiddeld per uur te rijden, maar we gaan ook niet stoppen om foto’s te maken van draaiende molens of van een moedereend met 11 jongen.

Met dit blog ga ik het plan maar eens langzaam ik de week leggen. Eens kijken of het plan kans van slagen heeft. Of dat ik volgend jaar juni nog steeds mijn 100km rondjes alleen afwerkt. Ben benieuwd naar de reacties.

De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.

Come on Yatesy!

Dit Pinksterweekend was ik met Anja bij vrienden in Engeland. Niet vanwege de Royal Wedding, maar het was wel een enorm leuke bijkomstigheid. Met de bewoners van het hele dorp (34 huizen) gaven we commentaar bij het zien van de Wedding-beelden in de village hall. Een op en top Engels feestje. Met veel bier en een heel varken aan het spit.

Na de Wedding bekeken nog even de laatste 30 km van de Giro etappe met de klim naar de top van de Monte Zoncolan. Zit je daar, tussen allemaal Engselsen die uiteraard voor Yates en Froome zijn. “Come Yatesy!”, hoorde ik continu links en rechts van mij. Gelukkig bleef de schade toen nog beperkt voor Dumoulin.
De volgende dag ging ik voor het eerst zelf het Engelse asfalt trotseren. Op geleende fietsen met geleende helm en zelf meegebrachte pedalen. Dat laatste was nog wel een dingetje. Bij de douane werd mijn tas er direct uitgehaald. Ik was mijn pedalen allang weer vergeten. “Wat zoeken jullie?” vroeg ik. “Dat weten we niet, de detector geeft een groot metalen voorwerp aan” Oohh verrek, de pedalen, helemaal vergeten. Gelukkig mochten ze gewoon mee.
We maakten met z’n vieren een ontspannen tocht van zo’n 75 km. Met halverwege een goeie espresso en …. pizza, want de 1 zat alweer in de klok.
Enorm leuk. Mooi gebied bij Highclere Castle. Glooiend met af en toe een pittige klim.

De afdalingen waren best gevaarlijk. Veel grid op de weg, flintstones. En potholes in het asfalt. En dan ook nog eens onoverzichtelijk door de heggen die bijna overal aan weerszijden van de smalle wegen stonden. Eigenlijk nog erger dan België dus, maar wel heerlijk om te doen. En zeker nog meer te doen. Een beetje goed opletten dus. Maar goed, dat moesten we toch, want voor je het weet rij je weer aan de ‘verkeerde’ kant van de weg.

Het leuke was dat mijn fietsconditie beter is dan mijn Engelse vriend. Dus toen wij nog een extra rondje gingen doen om wat extra hoogtemeters te pakken, kon ik regelmatig achterom kijken om “Come on Yatesy!” te roepen. Even lekker terug pakken 🙂

We hadden zo de smaak te pakken, dat we de volgende ochtend vroeg nog even ‘a three hill challenge’ gingen fietsen. Heerlijk om weer eens een beetje hoogtemeters te maken. Doe ik veeeeel te weinig!

Startups bij wielerbeurs BikeMotion

Eigenlijk ging ik zaterdag naar BikeMotion om me te vergapen aan alle mooie racefietsen, die ik voorlopig toch nog niet ga kopen. Natuurlijk heb ik dat gedaan. En ook het moment dat Jan Janssen himself een Limited edition van zijn gelijknamige racefiets onthulde, omdat hij 50 jaar geleden de Tour won, vond ik erg leuk. Slechts 68 exemplaren worden er van gemaakt. Dus wees er snel bij.

Van deze racefiets worden er maar 68 gemaakt.

Maar als je mij vraagt wat me is bijgebleven dan zijn het de innovaties van een aantal startups.

Ik kwam in gesprek met Circular Cycling. Een superjong bedrijf in Utrecht met nu nog drie m/v personeel dat racefietsen maakt met tweedehands onderdelen. Weet nog niet of ik er zelf snel voor zal kiezen, maar het concept spreekt mij zeker aan. Ik ben zelf ook tegen verspilling.

Zij ‘bevrijden’, zoals ze zelf zeggen, frames en onderdelen uit schuren en magazijnen, maken ze grondig schoon en beoordelen de kwaliteit volgens de strenge eisen van Circular Cycling. Het frame vormt de basis. Het stuur is altijd nieuw, daar willen ze geen risico meenemen. Het frame wordt vervolgens opgebouwd met onderdelen die voorhanden zijn. Dat maakt iedere fiets uniek. Je kunt er niet alleen kopen. Verkopen kan ook. Op hun site kun je fietsonderdelen aanbieden die goed zijn, maar al een tijd liggen te verstoffen in je schuur.

Direct naast Circular Cycling stond startup, Dutchfiets. Hun uitdaging was helder: maak een fiets die niet eindigt als afval. Zij bouwen voor zo’n €1200 een circulaire fiets van recyclebaar materiaal, kunststof. Binnen 6 dagen haalden ze eind 2016 via crowdfundimg geld op voor 100 fietsen. En zijn vervolgens aan het doorontwikkelen geslagen om een internationaal veiligheidskeurmerk binnen te halen. De fiets valt direct op door zijn dikke ‘buizen’frame. Ook als bedrijfsfiets aan te schaffen 🙂

De laatste opvallende innovatie die ik wil noemen, is van Tannus. Volgens mij niet echt meer een startups, maar wel met een veelbelovend product. Zijn de tubeless banden nu helemaal hot, deze banden zijn airless. Ofwel massief, in 2 verschillende hardheden (bar) verkrijgbaar. Gemaakt van een speciaal Micro Closed Sell Polymeerhars en gebruikmakend van een schuimrubberen technologie.

In vele kleuren te verkrijgen.

Nooit meer lek, banden altijd op spanning en ze gaan gegarandeerd 10.000 km mee. Punaises of glas in banden haal je er gewoon uit en je rijdt door. De band wordt via een ingenieus systeem vastgezet op het wiel. Daarna kun je hem er ook niet mee afkrijgen. Of je moet de band doormidden snijden.
De band lijkt mij ideaal bij cyclo’s in België, waar de wegen toch wel iets slechter zijn. Volgens de standbemanning zijn er al profs die er tijdens hun trainingen mee rijden.

Drie mooie initiatieven die ik zeker blijf volgen in hun ontwikkeling. En volgend jaar, dan ga ik weer voor een nieuwe racefiets kijken 🙂

Fatbiken bij -18°c

Ik heb me hier zo op verheugd. Fatbiken boven de Poolcirkel. Ik wist niet eens dat het kon, totdat ik in december een Instagram-post zag van VoigtTravel over Fatbiking in Fins Lapland. Ik voegde het direct als activiteit aan mijn bucketlist toe.
Wintersport in Finland is totaal niet te vergelijken met die in de Alpen. Met de huskies of de snowscooter op pad kun je er beter dan skiën. En fatbiken dus.

Vandaag is het -18°c. Vergeleken met gisteren valt het mee, maar er staat wind. Voor het eerst, en dat voelt direct kouder aan. Dus dikke handschoenen, thermobroek, skibroek, bivakmuts onder de fietshelm, twee lagen kleding en mijn winterjas aan.
Het gaat vandaag niet om de afstand of de snelheid. Het is de beleving. En die is waanzinnig. Weer eens wat anders dan de 23mm racebandjes. Je mag alleen over de fietspaden of de snowshoetracks. Echt ‘offroad’ fietsen is geen optie. Na een half uur komen we de eerste mensen tegen. Snowshoe wandelaars. Gelukkig kunnen zij met hun rackets aan de kant. Wij niet, want zodra je van het pad gaat, sta je 40 cm lager in de Tiefschnee. Of hoe noemen ze dat in Finland?

We fietsen naar de Amethistmijn. Bergop. Dat is goed om op temperatuur te blijven.
Soms is het pad verdwenen, omdat de stuifsneeuw van de berg het pad heeft weggevaagd. Er valt dan ook niet meer de fietsen. Een klein stukje lopen dan maar, om verderop weer onze weg te vervolgen..
We fietsen door een wereld die zo specifiek is voor Finland. De bomen zijn verstopt onder een dikke laag sneeuw en hebben allerlei Barbapappa figuren aangenomen. De stilte is hoorbaar. Alleen het knisperend van de eigen banden. Verder niets. O ja soms het geluid van langlaufer. Bij de mijn is het tijd voor een bak koffie en een ‘sweet bun’. Appeltaart hadden ze niet 🙂

De terugweg was een stuk eenvoudiger. Nu vooral bergafwaarts, dus vooral goed sturen en op het pad blijven. Eenmaal beneden heb ik nog even een ronde om het plaatselijke meertje gedaan. Lekker vlak en dus even het grote blad uitproberen. Heerlijk. Na 3 uur leverden we de fatbikes weer in. Totaal niet koud gehad. Een waanzinnige ervaring!

Als een dood vogeltje.

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik geen voorstander ben van binnen sporten. Dus ook niet van spinnen, wattbiken of op de Tacx zitten. Ik kan mijn warmte onvoldoende kwijt. En eigenlijk is het gewoon heel saai. Toch werd ik tijdens mijn zomervakantie vorig jaar getriggerd door een Facebook advertentie van Robic Cyclinglab. Trainingen van anderhalf uur bestaande uit Zwift-trainingen, intervaltrainingen, virtuele beklimmingen, FTP-testen etc. Ik besloot om het te gaan proberen. En sleepte mijn broer in mijn enthousiasme mee. Eén keer, om te kijken of ik in het voorjaar mijn conditie sneller op orde heb dan normaal.

Begin januari was mijn eerste training. Stomgenoeg was ik best wat gespannen. Een half uur voor aanvang stonden we op het middenterrein van de Velodrome op Sloten. Twaalf Eddy Merckxfietsen in een Tacx Neo stonden al klaar voor mannen die hun energie kwijt willen. Geen vrouwen. Blijkbaar is dit een mannending?!
We zijn niet de enigen. Op de houten wielerbaan wordt ook flink getraind. Soms ook achter de derny.

Na een korte uitleg gingen we voor de FTP -test (Functional Threshold Power). Dat is simpel gezegd het vermogen dat je gemiddeld 60 minuten kan volhouden. Na afloop bleek dat bij mij een FTP van 190 te zijn. Met een gewicht van 72kg. Ik heb geen flauw idee of dat veel of weinig is. Ik zie het in ieder geval als een mooie nul-meting, omdat mijn conditie niet echt om over naar huis te schrijven was. Bij de vervolg 11 trainingen wordt mijn FTP van 190 de basis voor de inspanningen.

Deze week heb ik mijn derde training gehad. Het begint te wennen. In het begin zat ik naar het Zwift-scherm te kijken, maar de helft ontging me. Er is ook zoveel te zien op het scherm. Zo kreeg ik de “opdracht” om 6 minuten met 195 watt te fietsen, maar ook met 95 omwentelingen. Ik zat maar te pielen tussen wattage en cadans, zodat het fietsen bijzaak werd. Totdat ik hoorde dat de cadans leidend is. En toen ging het meteen stukken beter.
Deze donderdag moest ik ook 5x sprints afleggen met een minimum wattage van 475. Wennen hoor. Je uit de naad fietsen, op een stilstaande fiets. Het leuke van dit onderdeel is wel dat iedereen ongeveer gelijk de sprint tegen zichzelf aangaat, met zijn eigen hoogte in wattage. En toch is er een gelijkenis. Na afloop staan we nog allemaal op dezelfde plek. En iedereen begint als een dood vogeltje aan z’n coolingdown. Gelukkig met een grote vin op je gericht.

Zo langzamerhand beginnen mijn negatieve vooroordelen voor Zwift in rap tempo af te nemen. Sterker nog, ik heb al weer zin in aanstaande donderdag. Ook al gaat er niets boven een ritje over het asfalt.

Respect!

Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om nog een eindejaarsblog te schrijven. Maar tijdens mijn laatste rit gisteren plopte het ineens op. Respect! Dat begon langs de Ronde Hoep. Er stond een flinke bries van 45km/u tot 65 km/u. Gelukkig was het droog. Met sommige windvlagen was het moeilijk boven de 20km/u te blijven fietsen. En met zijwind was het moeilijk koers houden. Zo af en toe werd ik naar het midden van de polderweg geblazen. Waar auto’s normaal gesproken met een vaartje van 60 makkelijk langszij gaan, werd er nu voorzichtig gereden. Soms bleven ze zelfs achter mij tot de eerstvolgende passeerplek. Respect, moeten ze hebben gedacht. En toen dacht ik, hé dat woord heb ik deze week 2 keer eerder gebruikt.

Respect voor Bas Peters

Bas Peters? Ja, de winnaar van Drenthe 200. In 8,5uur tijd raffelde hij ‘even’ 200km Drents modderlandschap af. Van de 1500 deelnemers hebben er volgens mij maar zo’n 500 de finish gehaald. 

Foto Drenthe200 door Eppo Karsijns
Vorig jaar overwoog ik mee te doen. Met goed trainen moet je een heel eind komen. Eén probleem, of is het een smoes, ik ben een asfaltvreter. Op een MTB heb je in Amsterdam en omgeving niets te zoeken. Ik heb weliswaar een CX, maar rij eigenlijk maar weinig offroad. Ik heb dit jaar nog wel de schitterende Strade Bianche Achterhoek gereden. Daar hadden fietsvrienden respect voor mijn prestatie. 130km waarvan driekwart offroad. Ja, ook veel modder, maar het staat niet in vergelijking tot de beelden die ik van de Drenthe200 heb gezien. 

De tweede Respect was ook deze week

Voor Eric Corton. Hij reed deze week met De Windjammers een Rondje IJsselmeer. Graadje of 5. Gisteren las ik nog een tweet van hem. Hij is begin dit jaar pas echt gaan fietsen. Is 26 kg afgevallen. En dus nu al met de Windjammers en een gemiddelde van 30 ruim 265 km afleggen. 

Rondje IJsselmeer, nog 90 km tegenwind te gaan.
Op 15 juli dit jaar reed ik ook het Rondje IJsselmeer. Samen met mijn broer Jan. Met z’n tweeën 292km van deur tot deur. Met ‘iets’ hogere temperaturen dan deze week, maar toch. Respect van familie en vrienden. Leuke tocht maar ik doe hem nooit meer. Teveel saaie stukken. 

Voor 2018 nog even een andere uitdaging zoeken. Maar voor nu een respectvol 2018.

Een muur van asfalt.

Het is de mooiste dag van onze Schwarzwald vakantie. Bijna 20 graden. De perfecte dag om mijn plannen om te zetten in daden. Een MTB huren. Ik ga samen met Anja, die voor een E-variant kiest. Een goede keuze om toch samen in de bergen te kunnen fietsen. Ons verste doel is een waterval bij Menschenschwand, die alleen te bereiken is als we een bergpas oversteken.

Het is zeker 25 jaar geleden, dat ik voor het laatst op een MTB zat. Maar het bevalt meteen goed. De eerste kilometers langs de Schluchsee zijn nog lekker vlak. Het meer ligt er rimpelloos bij. In no-time zijn we aan de andere kant.Dan moeten we linksaf de Kirchweg op. Op onze Wanderkarte zie ik een weg haaks op hoogtelijnen. Dus voor ik het weet moet ik naar het kleine blad terugschakelen. De klim blijkt langer dan verwacht. Ik moet nog verder terugschakelen. Anja komt met een grote glimlach langszij en verdwijnt uit het zicht. Gelukkig niet voor lang. In de verte zie ik haar staan. Zij wordt mijn richtpunt. Eenmaal boven herstel ik gelukkig snel. Moet ook wel, want de klim gaat verder. Anja ziet tot haar schrik dat de klim de batterij van haar E-bike flink leegtrekt. Dus dat wordt iets voorzichtiger omgaan met de stroom. Ik besluit een extra rondje naar een bergtop te pakken, terwijl Anja batterijen spaart. Daarna gaan we weer samen verder.

MTB’en is een feest voor de beginnende MTB’er. Fietsen is overal toegestaan op paden breder dan 2 meter. Geen singletracks dus. Tenminste, niet officieel. En fiets je in een groep dan mag dat tot 10 deelnemers. Lijkt mij een perfecte offroad regel voor in Nederland. Dan kan ik met mijn Crosser op veel meer plekken fietsen dan nu het geval is.

Voor het eerst moet ik de weg goed zoeken. Ik denk dat we rechtdoor moeten. Anja weet genoeg, ze spurt er alweer vandoor. Dat doet ze anders nooit! Het heeft dus ook niet zoveel zin meer om te zeggen dat we toch anders moeten. Gedwee volg haar de weg omhoog. Goeie training 🙂
De beloning volgt. Een extra lange afdaling over een mooi, door zongefilterd, herfst bladerdek. Het voelt veilig met de brede banden en de schijfremmen.  De afdaling is tot bijna aan de waterval. Waar het tijd wordt voor koffie met …. SchwarzwalderKirsch. Daar bestuderen we kaart en wijzigen 3 keer de terugreisplannen. De keuze valt uiteindelijk op “diagonaal over de pas”. En dat begint met een klim naar Bachrain. Een onwijs steile klim, zo blijkt. Ik kijk tegen een muur van asfalt op. Ik schakel direct terug naar het op één na lichte verzet. Dit gaat goed totdat het asfalt overgaat in een grof grindpad. Ik kan nog een tandje terug, maar ik twijfel welke shifter ik moet nemen. Het hoeft al niet meer, want ik ben tot stilstand gekomen tegen een grote steen die op het pad ligt. Met hartslag “hoog”, kijk ik terug naar de ca 250-meter lange klim. 

De stijging gaat weliswaar nog een paar kilometer door naar Steppberg,  maar nu met een stijgingspercentage dat goed te doen is. 
Daarna volgt weer een flinke afdaling. We knijpen flink in de remmen voor een magnifiek uitzicht bij Tierenlache over het dal met daarachter de machtige bergen van Zwitserland. Het Zwitserleven Gevoel komt even in mij naar boven. Er staan houten ligstoelen. We lassen dus even een pauze in om van het uitzicht te genieten.  En van de rust. We zijn nog geen fietser tegengekomen vandaag. Wél een enkele wandelaar. Helemaal zen vervolgen we onze route, die uiteindelijk 35 km lang en 1000hm is. Onderweg popt af en toe de gedachte op om in Nederland toch ook nog een MTB te kopen. Maar ik laat deze al weer snel varen. Wat ik zeker ga doen is vaker een MTB huren op dit soort plekken. En Anja mag dan ook weer mee. Op de E-bike.  

Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!