Drie dagen vreemd gaan.

Dat is lang geleden. Drie dagen lang heb ik niet aan mijn grote liefde gedacht, fietsen. En ik had het er niet eens moeilijk mee. Want er was iemand anders, de schaats natuurlijk! Waar ik mij normaal gesproken schuldig voel als ik 3 dagen niet fiets, dacht ik er nu niet eens aan. Mijn fiets staat in rust te wachten op mijn volgende Zwift-training.

Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag heb ik heerlijk geschaatst. Op vrijdag was het eerst even wennen in de Middelpolder bij Amstelveen. Veel sneeuwijs daar. Dus oppassen geblazen, want ik wil natuurlijk niet, dat door een lelijke valpartij, de trainingen voor The Ride, of misschien zelfs The Ride zelf in gevaar komt. Maar gelukkig ging dat goed.

De afgelopen 2 dagen was ik op de Grote Poel te vinden. Een mooi rondje van ruim 2 kilometer. Heerlijk om hier te zijn. Veel beter ijs. Met wind mee voel ik mij, diep zittend en met lange slagen, een echte schaatser. Maar met tegenwind val ik behoorlijk door de mand. Mijn slagen worden korter, ik ga iets meer rechtop schaatsen en de handen liggen minder stabiel op de rug. Toch geniet ik enorm. Voor ik het weet schaats ik 25 km weg.

Wat kijk ik hier toch altijd weer enorm naar uit. Schaatsen op natuurijs. Helaas is het van korte duur, want op het moment van schrijven tikt de temperatuur de 1 graad al aan. Op de radio komen meer en meer dringende adviezen om het ijs nú te verlaten. De dooi zet in. En daarmee ook het moment om de blik op vooruit te zetten. Straks het trainingsschema van Erwin Florie er weer bij pakken. Eens kijken wat hij voor mij volgende week in petto heeft. De focus is weer terug. The Ride 2021, here I come.

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Ben je nou helemáál gezwift!

Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik ook niet een Zwift account zou moeten nemen, dan had ik waarschijnlijk gezegd: “Doe normaal joh. Ik ben toch geen watje. Ik fiets liever buiten”.
Dat laatste klopt nog steeds. Er gaat niets boven lekker buiten fietsen. Niet alleen in de zomer bij 25 graden. Maar ook in de herfst, winter of voorjaar is het vaak heerlijk om buiten te sporten.

Maar heb ik mijn gedachten bijgesteld. Dat begon bij de indoor trainingen bij Cyclinglab op Sloten. Ik zei het nog tegen niemand, maar stiekem begon ik steeds meer lol te krijgen in die sessies op de smarttrainer. De bergetappes, maar ook de blokken- en piramide trainingen via de Tacx-software bleek een efficiënte manier om te fietsen.

Toch duurde het nog anderhalf jaar voordat ik overstag ging. Maar deze zomer ging de knop om. Ik dacht maar een ding, als al die nieuwbakken corona-wielrenners op de weg ook massaal aan de smarttrainer gaan, is er straks geen een meer te krijgen. Dus toen heel Nederland bezweek onder de langste hittegolf aller tijden stapte ik bij De Haan binnen voor een Flux2 indoor smarttrainer.
Mijn Strava-volgers zullen mijn ‘Uurtje in het Schuurtje’ moeten missen, want mijn oude Tacx Booster krijgt een tweede leven bij een fanatieke wielrenster.

En dan de belangrijke vraag, wordt het de Tacx software of Zwift? Ik bleek nog een premium account van Tacx te hebben. En toen ik de smarttrainer kocht zat er ook een free month Zwift bij. Ik kan dus mooi even vergelijken.
Go Zwift lijkt iedereen te roepen. Toch wil ik het eerst zelf ervaren. En eerlijk gezegd, viel en valt het nog niet mee. Tacx is redelijk dummyproof, maar Zwift vind ik dat allerminst. Na menig rit schakel ik even met mijn hulplijn in Hattem, die mij onder andere leerde dat ik van fiets kan ‘wisselen’, dat ik een Garage heb en ik met Zweetdruppels extra attributen kan ’kopen’.

Na 3 verschillende plekken in huis staat hij inmiddels op zolder. Goede Wifi en een bluetooth verbinding is nog wel een dingetje. Dat merkte ik vooral bij de Workouts, waar de trainer niet reageerde zoals ik dat wil. Als ik 200 watt moest trappen, kwam ik niet verder dan 180 watt bij 120 RPM. En moest ik rusten bij 105 watt dan kwam ik niet lager dan 160 watt. Maar met de laptop en ANT+ lijkt het probleem nu verholpen.

Langzaamaan voel ik de verslaving toeslaan. Zo moet mijn zoon zich ook gevoeld hebben bij Minecraft. Elke dag kijk ik of er nog een event is dat mij aanstaat. Niet om direct op mijn fiets te springen, maar gewoon om te kijken en of er misschien andere Zwifters zich aan het uitsloven zijn op hun eigen zweetzwiftzolder.

Ik ben nog een snotneus als het om Zwift gaat. Heb met mijn 4e level net een shirt, helm en zonnebril te pakken. Nog 8 te gaan voor de Alpe du Zwift.
Een collega zei nog “Keizer ik weet zeker dat ik jou de hele winter online zie”. Als ik niet oppas krijgt hij nog gelijk ook. Toch hoop ik op vele mooie dagen om lekker buiten te fietsen. Maar één ding is zeker. Ik ben gezwift.

The great white Oosten!

Na bijna 10.000 km asfalt ga ik ‘eindelijk’ weer het gravel opzoeken. In het Westen kan dat nauwelijks. Ja, bij ome Piet op het erf, maar dan houdt het toch wel op. Bij mijn eerste deelname aan de Witte Cross had ik nummer 007, nu heb ik de allerallerlaatste kaart kunnen bemachtigen. Helemaal blij. Betekent wel dat ik voor 6:00 uur in de auto richting Lochem moet.
Een beetje gespannen rij ik om half acht het weiland op. 150 km fietsen heb ik al maanden niet meer in de benen, laat staan 70% offroad. Maar de spanning is meteen weg als ik door de ‘parkeerhulp’ wordt ontvangen. ‘
“Welkom in het altijd mooie Lochem. Ben je er een beetje klaar voor?” Mijn dag kan al bijna niet meer stuk.

Ik rij de Strade met Kevin. Hij doet net als ik volgend jaar mee met TheRide 2021. Het ziet er weer gezellig uit in het coronaproof openluchttheater. Het voelt een beetje als thuiskomen. Dat mag ook wel, dit is het 4e jaar dat ik mee doe. We halen ons startnummer op en we mogen meteen vertrekken. Geen massastart dit keer. De reden lijkt me duidelijk. Stipt om 8:00 uur doen we dat ook.
Het heeft vannacht flink geregend, sterker nog, het is net droog. Ik begin daarom met een regenjasje.
We hebben er lekker het tempo in. Ik rij op een CX met 33 mm bandjes. En dat bevalt prima. Het is nog lekker rustig in de ochtend. Is dit de Achterhoekse zondagsrust, of is het hier altijd zo? Ik geniet er in ieder geval enorm van. De route wordt overal goed met bordjes en oranje linten aangegeven. Althans, als ze niet door landeigenaren worden verwijderd, omdat zij vinden dat we daar niet mogen fietsen. Blijkbaar zijn er mensen die de Achterhoek voor zichzelf willen houden. Beetje jammer. Gelukkig biedt GPX uitkomst. Misschien moeten ze dat altijd doen; geen bordjes en alleen GPX routes. Scheelt ook nog eens een hoop werk.

Na bijna 40km komen we bij de eerste stop. Ook hier is goed na gedacht over corona. Je geeft je bestelling door aan de, alweer enthousiaste, vrijwilligers. De keuze is reuze en de kaneelkoek is ook dit jaar weer super. We leveren onze bon in voor een gratis koffie. Niet zo’n bakkie kantinepleur, maar gewoon lekkere hete koffie van versgemalen bonen. Met deze caffeineshot in de maag vervolgen we onze weg.

Langzamerhand wordt iets drukker. Zo kunnen we af en toe in het wiel rijden van een groepje MTB’ers.
Met 30 gemiddeld over smalle bosfietspaden is ook wel eens lekker. Gevallen eikels springen onder mijn banden vanaf. Nadeel van een groep is dat je soms een modderdouche in je gezicht krijgt, omdat nog niet alle regen in de grond is opgenomen. Ondanks het tempo heb ik oog voor de omgeving. Voor mij begint de herfst pas als ik een rode paddestoel met witte stippen heb gezien. Nou …. de herfst is begonnen hoor 🍄

Vanaf 100 meter afstand hoor ik onze tweede stopplek al. Een bigband verwelkomt ons met een ‘Soul Chacha’. Met veel enthousiasme veraangenamen zij onze pauze. Kevin en ik doen ons tegoed aan de lekkernijen om daarna de warme klanken weer in te ruilen voor de stilte van de Achterhoek. Ik geniet iedere minuut van de Strade.
Iedere bocht is het weer een verrassing. Welke weg draai ik nu weer op? Wordt het een bospad, gravel, grint, zand of asfalt? Een ding is zeker, 70% kans dat het geen asfalt is.
De regen heeft soms landwegbrede plassen achter gelaten. Met een groepje rijden we op zo’n landweg. Links en rechts van mij kunnen ze de zijkant van de plas pakken. Heel even bedenk ik wat te doen. Vol in de remmen en ook naar de zijkant? Of gewoon middendoor gaan? Ik besluit tot het laatste. De plas was alleen ‘iets’ dieper dan verwacht. Tot aan mijn bracket ga ik er doorheen, met zeiknatte schoenen en sokken als gevolg. Ik kan er eigenlijk wel om lachen. De anderen ook. Gelukkig is het niet koud en voor korte duur zijn mijn schoenen weer helemaal schoon.
Bij de 3e stopplek op bijna 100km is het druk. De 110km en 150km groepen komen hier samen. Iets te druk om het predikaat coronaproof te krijgen, als je het mij vraagt. Met ‘Oh Alie’ van Normaal nuttig ik mijn warme beker tomatensoep.
Mijn benen draaien na 125 km minder soepel en dat geldt ook voor het materiaal. Van mijn vooraf goed gesmeerde ketting is inmiddels niet veel meer over. Mijn ketting lijkt mooi gepolijst te worden door het zand, maar begint te piepen en te kraken. Ik heb geen bel meer nodig als ik mensen inhaal.

Het wordt tijd dat de finish in zicht komt. Eerst nog even de Lochemse berg. Op de Lochemse berg schiet te kramp in mijn bovenbeen. Ik probeer toch door te fietsen, omdat afstappen waarschijnlijk niet zal helpen. Eenmaal boven zie ik Kevin achterom kijken. ‘Ja, ja, ik kom er aan!’
Het ‘Nog 1 kilometer’ bord kondigt de nabije finish aan. Heerlijk, ik heb genoten, maar mijn benen zijn blij dat ze er zijn.

Direct na de finish is het tijd om onze tweede bon in de leveren. Een broodje hamburger in het theater. Zooo, die heeft nog nooit zo lekker gesmaakt.
Bij de uitgang van het theater wordt naar ons 3e bonnetje gevraagd. Bonnetje? Dit blijkt het nummer te zijn dat overeenkomt met het nummer van mijn stuurbordje. Slim bedacht om diefstal van fietsen te voorkomen ….. als je het weet, want dat nummer heb ik bij de hamburger meneer achtergelaten. Kevin kan zich nog legitimeren met zijn inschrijving die hij bij zich heeft. Ook dat kan ik niet. Vol overtuiging zegt Kevin, ‘Maar deze fiets is echt van hem hoor, want hij heeft er net echt 150 km op gefietst. Gelukkig mag ik doorlopen mét mijn fiets. En 50 meter verderop laat ik ook nog even mijn ouden Merckx schoonspuiten. Wat een luxe! Op naar het eerste Lustrum. Kan ik al inschrijven?

Tweede editie

Net als vele andere klassiekers werd ook de KeizerClassic van het voorjaar naar het najaar verplaatst. De dag na onze vakantie was ik dus al in de weer om de routes voor de 60 en 100km te bepalen. Met uiteraard een koffiepunt ergens halverwege.
En omdat Rutte de vrijdag voor de 2e KeizerClassic geen roet in het eten gooide kon het ook écht doorgaan. Yeahhh!

Oké de ontvangst moet buiten. Een beetje fris nog om 9:30 uur, maar de koffie en door Anja gebakken appel kaneel cake maakt de 10 graden helemaal goed.
Wie van ver moet komen, meldt zich als eerste. Dus Doetinchem, Nuenen en Naaldwijk kunnen stipt op tijd aan de koffie beginnen.
Er zijn nieuwe deelnemers bij en niet iedereen kent elkaar dus een korte voorstelronde lijkt mij een mooie aftrap. En daarna rap de spullen bij elkaar zoeken en op pad. De 100km groep vertrekt als eerste. Mooi dan hoeven wij de boel niet op de ruimen😁.

Al binnen een kilometer rijden we door de resten van een, illegaal?, feestje. Fietspadbreed liggen verse kapotte bierflesjes, maar gelukkig rijdt niemand lek.
27km/u is het doel. De eerste helft halen we dat met 2 vingers in de neus, want we hebben de wind in de rug. Het is druk op de weg. Waarschijnlijk is dit het laatste 20graden weekend, dus iedereen voelt de drang om er nog een keer op uit te gaan. Zeker langs de Meije merk je dat. Veel fietsers, heel veel fietsers. Maar complimenten aan de 10 m/v-tellende groep, we houden ons voorbeeldig aan de regels. Althans, dat denk ik.

Bij de Blauwe Meije is het tijd voor een korte tussenstop. Ondanks dat ik het vorige week al aankondigde, lijkt de koffiejuffrouw redelijk in paniek. We worden snel naar een zijkamer geloodst waar we een slappe bak koffie krijgen. Beetje jammer als je een stevige cafeïne shot verwacht.
Maar ik hoor niemand klagen, het is zoals het is. Vrij snel staan we weer buiten om het tweede deel te doen. Nu iets meer tegenwind, maar prima de doen en de temperatuur is al lekker opgelopen. Gemiddeld ligt de rijsnelheid nog steeds op zo’n 30 km. Prima als je weet dat sommigen zich van te voren al flink indekten voor als het te hard zou gaan.
Vlak voor Ouderkerk rijden we nog een klein blokje om, om de 100km grens te halen. Dit is noodzakelijk om te voorkomen, dat de 60km groep ons uitlacht, omdat we niet eens 100km kunnen fietsen.

Eenmaal thuis zit die groep al lekker aan een biertje. Ze zijn net thuis. Maar ze hadden véél eerder thuis kunnen zijn. Een bejaarde Prius rijder, die met 10km per uur de Middelpolder onveilig maakte, zorgde voor wat oponthoud.

Wat mij betreft weer een zeer geslaagde KeizerClassic. Weet je wat? Volgend jaar weer.

Gechickt!

Ik ben gechickt. Gechickt worden is de grootste vernedering van de man, schrijft Marijn de Vries 8 jaar gelden in HP/De tijd. Is dat gevoel na 8 jaar veranderd? Ik denk het wel. In ieder geval bij mij. Ik zie namelijk steeds meer dames op de racefiets, dus de kans wordt steeds groter. En ook vaker wordt er in ‘gemengde’ groepen gefietst. Dus het idee van wij en zij is er niet meer.

Het is een dag als geen ander. Hoewel, op buienradar zie ik dat het om 18:15 uur flink gaat regenen.
Ik vlieg op, kleed mij snel om, spring op mijn fiets en rij de straat uit. Ik heb nog precies een uur voor een klein rondje Rondje Hoep.
Normaal gesproken stap ik hier niet voor op de fiets, maar ik móet even de deur uit.

Eenmaal door het altijd drukke Ouderkerk aan de Amstel komt de rust van de Hoep. Er staat weinig wind. Met 35 in het uur trap ik lekker door, maar ga niet echt in het rood. Bij de Waver word ik opeens overtuigd ingehaald door 2 jonge meiden. Normale racefietsen. En een ervan gewoon in een singletje. Wat krijgen we nou? Heel even denk ik, ik rij er naar toe. Maar doe het toch niet. Want wat dan? Ga ik er dan weer voorbij. Alleen maar omdat het vrouwen zijn. Of blijf ik plakken, omdat het tempo toch te snel blijkt. Maar plakken is in ieder geval not my style. Op korte afstand volg ik.
Naarmate de Hoep vordert, zie ik de afstand langzaam groter worden. Oké ik ben gechickt, maar dan wel door 2 meiden met een flinke power in de benen. Eenmaal thuis, wat ik overigens net droog heb gered, moet de rit natuurlijk op Strava. Ga ik hier nu wel of niets van zeggen? Ik besluit het wel te doen. ‘Met 35 gemiddeld langs de Ronde Hoep keihard ingehaald worden door twee jonge meiden 😊’, zo noem ik mijn rit.
Later zie ik dat de afstand tot hen lange tijd zo klein is geweest dat Strava denkt dat we samen hebben gefietst. Zo weet ik dus ook wie het zijn. En ook hoe zij hun rit noemen. ‘Mannen inhalen met Hester’. Ik ben allang blij dat er niet staat ‘oude mannen inhalen…’
De adviezen van mijn mannelijke volgers op Strava zijn voorspelbaar. “Je wordt ouder. Gechickt! Lekker in het wiel zitten”. Die van de vrouwen overigens ook. “Girlpower! 💪🤣”
Feit is dat het steeds leuker wordt op de weg. Voller, maar leuker met al die vrouwelijke racers.
Mijn vrouw vindt het wel vermakelijk. “Dáár moet je een blogje over schrijven”. Ik negeer haar opmerking. “Ja, moet je echt doen, dat is leuk”, komt er achteraan. Nou vooruit dan, bij deze.

Stappen scoren met fietsen?

Deze week had ik TheRide moeten rijden. Maar ja, corona hè! Tranen worden volop via Social media gedeeld, maar de meesten zijn ook alweer vol met hun gedachten bij 2021. Een heel jaar om te trainen dus.
“Heb je al andere doelen voor dit jaar?” , vroeg iemand op Twitter mij.
Op dit moment kom ik niet verder dan een persoonlijk record te zetten op het aantal Strava-kilometers in 2020. 10.000km klinkt mij dan wel magisch in de oren. Vandaag tik ik de 5.000km aan dus ik lig op schema.

Maar inmiddels is ook de Virgin Pulse Global Challenge gestart. Een mond vol voor een sportief event. Met 6 collega’s van het werk strijd ik wereldwijd tegen andere teams om in 100 dagen zoveel mogelijk stappen te zetten.
Stappen? Wat heeft dat in vredesnaam met fietsen te maken. En het hardlopen heb ik 4 jaar geleden al afgezworen. Het antwoord is eenvoudig. Het fietsen kun je omzetten naar stappen. Kijk, ‘now we are talking’. Afhankelijk van je gemiddelde snelheid kun je meer of minder punten scoren per gefietste minuut. Dus dat zit wel goed 😁.

Vanaf de eerste dag zit ik hier al lekker fanatiek in. Voordat ik een stap heb gezet doe ik ’s ochtends eerst mij MaxBuzz om, een soort fitbit.
Ik ben helaas de enige fietser in mijn groepje, want met fietsen vallen veel stappen te scoren. Dus een top 3 binnen ons bedrijf zit er niet in. Jaloers kijk ik dan ook naar de teams waar een paar fanatieke wielrenners in zitten.

Die hele Challenge werkt best verslavend. Er zitten veel game-elementen in. Oké, het is bedoeld om mensen tot sporten aan te zetten, er een betere lifestyle op na te houden én om af te vallen. Allemaal dingen die eigenlijk niet voor mij bestemd zijn. Sporten doe ik al veel en gezond eten ook. Met alles kun je punten verdienen. Hoewel, met afvallen? Ik wil juist aankomen. Tegenwoordig twijfel ik al of ik de racefiets pak als ik lees dat er windstoten tot 60km worden voorspeld. Ik word zo van mijn fiets geblazen. Je zou haast een loodgordel om doen.

Maar goed het is een leuke afleiding. En het is leuk om met mijn collega’s de punten binnen te halen. Ook al betrap ik mijzelf er wel eens op dat ik er veel te serieus in zit. Of fanatiek, zo mag je het ook noemen. Gelukkig heb ik dát verwijt nog niet gehad. Nog 84 dagen te gaan.

Ik zit op een fiets!

Een paar jaar geleden degradeerde iemand mij op Facebook al van wielrenner naar fietser. Omdat ik geen licentie heb en geen wedstrijden rij. Maar nu kom ik erachter dat ik niet eens een fietser ben, maar gewoon iemand die op een fiets zit.
Dat is de conclusie als ik de Wielercode van ‘Het is koers’ lees. Uiteraard weet ik wel van bepaalde etiquette in de wielersport, maar dat er een ‘echte’ Wielercode bestaat wist ik niet.
Leef je deze code niet na dan ben je dus slechts iemand die op een fiets zit, lees ik in regel 1.2

Laat ik positief beginnen door een aantal regels te noemen waar ik wél (redelijk 😊) aan voldoe:
#2 Steun altijd je lokale fietsenmaker, maar koop nooit een fiets bij de Decathlon of Halfords. Nou, dat zit wel goed. Die van mij komt van De Haan uit Ouderkerk.
#3 Je fiets is altijd je belangrijkste instrument in het leven. Klopt helemaal! Maarrrr ….. in de details bij #3 gaat het helemaal mis. Zo lees ik:
Een fietspomp zal nooit aan het frame bevestigd worden. Heb ik wel.
Je zult geen zadeltasje onder het zadel aanbrengen. Heb ik ook.

Binnenbandjes worden in de zakken van de wielertrui opgeborgen. Nope! In de zadeltas.
Een bidon zal maximaal een inhoud van 0,5 liter hebben. Hoe kan ik in vredesnaam dikke 100+ ritten rijden met 2 kleine bidons. Nee hoor lekkere grote bidons voor mij.
Bij #4 staan ook een paar leuke regel:
Nooit zal je fietsen met opgerolde mouwen. Check!
Je zult nooit met mouwloze shirts fietsen – tenzij je een Fransman bent, dan mag het. Nou, je ne pas un Fransman, maar als het kwik boven de 30 graden gaat, dan vind ik dit wel lekker. Ik twijfel wel altijd even, maar uiteindelijk doe ik het toch.

Als je naar het strand gaat, dan is het aan te raden om wielerkledij te dragen😂. Om de scheidslijn op de armen en benen extra duidelijk te maken.

De benen zullen altijd glad zijn. Mwa, er groeit zo weinig haar op,dat sommigen denken dat ik altijd scheer. In werkelijkheid doe ik dat nooit.
Verderop de code staat nog een opvallende. Sokken zijn wit en niet te lang. Tegenwoordig hebben sokken juist alle, maar vooral felle kleuren en lijken ze steeds langer te worden. Ik draag ze liever wit. Soms iets te kort en die zijn dan weer voor het vrouwentennis, aldus de code.

Nooit zal je met een symbolische trui rijden. Gele truien, groene truien, bolletjestruien, kampioenstruien, regenboogtruien… zijn voorbehouden voor renners die het hebben verdiend. Helemaal mee eens! Bij TheRide 2020 was één van de tenue ontwerpen, een shirt in Rood Wit Blauw. Gelukkig is die het niet geworden.
Bij #7 staat: Wil je een goed doel steunen, doneer dan geld, ga niet met 10.000 man tegelijkertijd een berg in Frankrijk oprijden. Eehh in 2014 reed ik vooral voor mezelf, maar ook voor het KWF 6x de Alpe d’Huez op. Een fantastische belevenis was dat.

Pomp aan frame, grote bidon en zadeltas

En zo gaat het nog wel even door tot #25.
Eén regel wil ik jullie niet onthouden. Men zal alleen maar een fietscomputer gebruiken die afstand, snelheid en gemiddelde snelheid aangeeft. De rest is overbodig. Nog beter is natuurlijk om zonder computer te fietsen en de snelheid, afstand etc. aan te voelen. Het gebruik van Strava en dergelijke is absoluut verboden. Het interesseert niemand ook maar iets dat je een bepaald klein stukje snel hebt gereden. Alleen nerds gebruiken Strava.

Ik ben heel benieuwd of er überhaupt wel ‘fietsers’ zijn. Erg vermakelijk om te lezen, deze Wielercode. Doen!

Een vies ventje of niet?

Er bestaat een kans dat je dit een onsmakelijke blog vindt. Corona gaat uiteraard hand in hand met hygiëne. Voortdurend handen wassen, in je elleboog niezen, dat soort zaken. Voor mij sloeg dit over naar het wielrennen. Natuurlijk rij ik solo en rij ik niet in de slipstream van iemand vanwege het gevaar dat er een neus geleegd wordt. Alles is anders tegenwoordig. Want druk ik nu wel of niet op het verkeersknoopje om het licht sneller op groen te krijgen. Het feit al dat ik er een fractie van een seconde aan denk zegt als genoeg.

Maar hygiëne en wielrennen gaat veel verder. En dat heeft helemaal niets met Corona te maken. Deze week spoelde ik mijn bidon uit, zoals ik eigenlijk altijd doe. Hé, komen daar nu zwarte schilfers uit? Ik spoel nog een keer. Weer schilfers. Ik kijk eens goed in mijn bidon. En merk dat omspoelen niet afdoende blijkt te zijn. Onderin zie ik een zwart goedje. Sorry, ik heb je gewaarschuwd 😊. Sjees, dat ik daar nooit ziek van geworden ben. Met heet water en een borstel kijk ik of het probleem op te lossen valt. Gelukkig gaat dat goed. Hoe lang heb ik hiermee gereden? Zou dit komen door mijn nieuwe isotone drank? Ik probeer van alles de schuld te geven, maar feit is dat het nu voorbij is. En dat dit niet meer zal voorkomen. Een check op internet leert mij dat je eigenlijk ieder jaar nieuwe bidons moet nemen. Echt? Dat heb ik nog nooit gehoord of gedaan. Deze bidons heb ik ook alweer 3 jaar, gekregen bij de Strade Bianche Achterhoek.
En bij mijn ‘speurtocht’ op internet, kom ik nog andere goedbedoelde tips tegen, zoals: Vervang je stuurlint ieder jaar. Want een stuurlint, aldus de website, absorbeert je zweet en snot. En wat dacht je van wellicht wat urine na een plaspauze 😳. Sta je niet bij stil hė, als iemand vraagt om even zijn of haar fiets vast te houden?

Maar goed stuurlint vervangen doe ik ook niet ieder jaar. Hooguit bij een grote beurt. Ik ga nu bijna aan mezelf twijfelen, ben ik nou echt zo’n vies ventje?

Langzaam ebt de kater weg

Vrijwel direct na de persconferentie van Rutte deze week krijg ik een mail van The Ride organisatie. Het besluit om The Ride 2020 definitief niet door te laten gaan is genomen. Op Facebook wordt nog druk gediscussieerd over het wel of niet doorgaan. Maar met mijn reactie: ‘Zie mail, exit The Ride 2020’, help ik iedereen uit de dromen die het nog niet heeft gezien. Er kan een kruis door 2020.
Ik baal. En dat is een understatement. Onvermijdelijk, dat begrijp ik ook wel, maar de kater is er niet minder om.
Ik moet even naar buiten een rondje lopen en stel mezelf allemaal vragen, zonder ze te beantwoorden. Ga ik er volgend jaar wéér voor? Of ga ik dan voor de Dolomieten- of Pyreneeënvariant? Of is het wel goed zo? En ga ik hele andere doelen stellen? Mijn PR van 340 km op 1 dag verbeteren bijvoorbeeld?

Voor volgend jaar krijgen we een voucher met een fikse korting. Hoeveel? Dat wordt volgende week duidelijk, maar geld terugkrijgen is niet aan de orde. Ach, beïnvloed dat mijn beslissing? Ik denk het eigenlijk niet. Geld is maar geld.
Eerst stelde ik The Ride een jaar uit, omdat het niet zo goed uit kwam met andere vakanties. En nu weer een jaar vanwege corona. Het begint zo langzamerhand wel een hele lange termijn doelstelling te worden.
’s Nachts word ik een paar keren wakker en meteen popt The Ride op, maar de volgende dag ebt de kater langzaam weg. Live goes on. Er zijn veel belangrijker dingen in het leven. Dat realiseer ik mij heus wel.

Niet omdat het kan, maar omdat het moet!

Ik heb toegang tot drugs. Helemaal gratis en voor niks. Hoe? Heel eenvoudig. En ik krijg er nog conditie van ook.
Voor Dumoulin is wielrennen een professie. Wielerspecialist De Haan in Ouderkerk kan er op een andere manier een goede boterham aan verdienen. Althans daar ga ik vanuit.
Maar voor mij is het vooral een mooi tijdverdrijf. Een passie. Nu de sportscholen dicht zijn, ontdekken veel meer mensen dat wielrennen heel gaaf is. Zo ook mijn zoon. Dus was hij op zoek naar een goede tweedehands. Waar je voorheen nog lekker kon afdingen op een racefiets op Marktplaats, moet je nu bijna overbieden om eigenaar te worden van die ene tweedehands racefiets.Een passie voor fietsen. Heerlijk, gevoel is dat. Maar het kan ook beklemmend werken.

Een keer fietsen per week, dat is niet genoeg, twee keer eigenlijk ook niet. Omdat ik nog steeds hoop dat de TheRide eind augustus wel door gaat, train ik 3 a 4 keer in de week met al snel zo’n 300 km per week. Nu het ’s avonds langer licht blijft, is dat ook goed te doen. Vermoeiend? Nee, niet echt. Word ik er gelukkig van? Jazeker!

Een beetje verslavend is het ook. Iedere keer als ik een stuk gefietst heb, voel ik mij weer beter. Niet dat het altijd beter of harder gaat, maar ik vóel mij beter. Dit komt door de aanmaak van Endorfine. Iets wat geproduceerd wordt tijdens een lichamelijke inspanning en geluk veroorzaakt. En omdat dat een lekker gevoel geeft, wil je daar meer van. Een gratis drug. Ofwel ik ‘moet’ fietsen. Lukt dat niet, omdat het werk of andere verplichtingen dat niet toelaten, dan word ik na niet al te lange tijd een beetje sjaggie. Niets helpt dan, alleen mijn racefiets pakken en een lekker stukkie fietsen. Zelfs als het niet zo goed weer is. Want zeg nou eerlijk, wat is nu een lekkerder gevoel om naar buiten te kijken waar het slecht weer is en dat je dus al een rit van 80 km in de benen hebt. Wielrennen, niet omdat het kan, maar omdat het moet.