Fatbiken bij -18°c

Ik heb me hier zo op verheugd. Fatbiken boven de Poolcirkel. Ik wist niet eens dat het kon, totdat ik in december een Instagram-post zag van Voigttravel over Fatbiking in Fins Lapland. Ik voegde het direct als activiteit aan mijn bucketlist toe.
Wintersport in Finland is totaal niet te vergelijken met die in de Alpen. Met de huskies of de snowscooter op pad kun je er beter dan skiën. En fatbiken dus.

Vandaag is het -18°c. Vergeleken met gisteren valt het mee, maar er staat wind. Voor het eerst, en dat voelt direct kouder aan. Dus dikke handschoenen, thermobroek, skibroek, bivakmuts onder de fietshelm, twee lagen kleding en mijn winterjas aan.
Het gaat vandaag niet om de afstand of de snelheid. Het is de beleving. En die is waanzinnig. Weer eens wat anders dan de 23mm racebandjes. Je mag alleen over de fietspaden of de snowshoetracks. Echt ‘offroad’ fietsen is geen optie. Na een half uur komen we de eerste mensen tegen. Snowshoe wandelaars. Gelukkig kunnen zij met hun rackets aan de kant. Wij niet, want zodra je van het pad gaat, sta je 40 cm lager in de Tiefschnee. Of hoe noemen ze dat in Finland?

We fietsen naar de Amethistmijn. Bergop. Dat is goed om op temperatuur te blijven.
Soms is het pad verdwenen, omdat de stuifsneeuw van de berg het pad heeft weggevaagd. Er valt dan ook niet meer de fietsen. Een klein stukje lopen dan maar, om verderop weer onze weg te vervolgen..
We fietsen door een wereld die zo specifiek is voor Finland. De bomen zijn verstopt onder een dikke laag sneeuw en hebben allerlei Barbapappa figuren aangenomen. De stilte is hoorbaar. Alleen het knisperend van de eigen banden. Verder niets. O ja soms het geluid van langlaufer. Bij de mijn is het tijd voor een bak koffie en een ‘sweet bun’. Appeltaart hadden ze niet 🙂

De terugweg was een stuk eenvoudiger. Nu vooral bergafwaarts, dus vooral goed sturen en op het pad blijven. Eenmaal beneden heb ik nog even een ronde om het plaatselijke meertje gedaan. Lekker vlak en dus even het grote blad uitproberen. Heerlijk. Na 3 uur leverden we de fatbikes weer in. Totaal niet koud gehad. Een waanzinnige ervaring!

Advertenties

Als een dood vogeltje.

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik geen voorstander ben van binnen sporten. Dus ook niet van spinnen, wattbiken of op de Tacx zitten. Ik kan mijn warmte onvoldoende kwijt. En eigenlijk is het gewoon heel saai. Toch werd ik tijdens mijn zomervakantie vorig jaar getriggerd door een Facebook advertentie van Robic Cyclinglab. Trainingen van anderhalf uur bestaande uit Zwift-trainingen, intervaltrainingen, virtuele beklimmingen, FTP-testen etc. Ik besloot om het te gaan proberen. En sleepte mijn broer in mijn enthousiasme mee. Eén keer, om te kijken of ik in het voorjaar mijn conditie sneller op orde heb dan normaal.

Begin januari was mijn eerste training. Stomgenoeg was ik best wat gespannen. Een half uur voor aanvang stonden we op het middenterrein van de Velodrome op Sloten. Twaalf Eddy Merckxfietsen in een Tacx Neo stonden al klaar voor mannen die hun energie kwijt willen. Geen vrouwen. Blijkbaar is dit een mannending?!
We zijn niet de enigen. Op de houten wielerbaan wordt ook flink getraind. Soms ook achter de derny.

Na een korte uitleg gingen we voor de FTP -test (Functional Threshold Power). Dat is simpel gezegd het vermogen dat je gemiddeld 60 minuten kan volhouden. Na afloop bleek dat bij mij een FTP van 190 te zijn. Met een gewicht van 72kg. Ik heb geen flauw idee of dat veel of weinig is. Ik zie het in ieder geval als een mooie nul-meting, omdat mijn conditie niet echt om over naar huis te schrijven was. Bij de vervolg 11 trainingen wordt mijn FTP van 190 de basis voor de inspanningen.

Deze week heb ik mijn derde training gehad. Het begint te wennen. In het begin zat ik naar het Zwift-scherm te kijken, maar de helft ontging me. Er is ook zoveel te zien op het scherm. Zo kreeg ik de “opdracht” om 6 minuten met 195 watt te fietsen, maar ook met 95 omwentelingen. Ik zat maar te pielen tussen wattage en cadans, zodat het fietsen bijzaak werd. Totdat ik hoorde dat de cadans leidend is. En toen ging het meteen stukken beter.
Deze donderdag moest ik ook 5x sprints afleggen met een minimum wattage van 475. Wennen hoor. Je uit de naad fietsen, op een stilstaande fiets. Het leuke van dit onderdeel is wel dat iedereen ongeveer gelijk de sprint tegen zichzelf aangaat, met zijn eigen hoogte in wattage. En toch is er een gelijkenis. Na afloop staan we nog allemaal op dezelfde plek. En iedereen begint als een dood vogeltje aan z’n coolingdown. Gelukkig met een grote vin op je gericht.

Zo langzamerhand beginnen mijn negatieve vooroordelen voor Zwift in rap tempo af te nemen. Sterker nog, ik heb al weer zin in aanstaande donderdag. Ook al gaat er niets boven een ritje over het asfalt.

Respect!

Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om nog een eindejaarsblog te schrijven. Maar tijdens mijn laatste rit gisteren plopte het ineens op. Respect! Dat begon langs de Ronde Hoep. Er stond een flinke bries van 45km/u tot 65 km/u. Gelukkig was het droog. Met sommige windvlagen was het moeilijk boven de 20km/u te blijven fietsen. En met zijwind was het moeilijk koers houden. Zo af en toe werd ik naar het midden van de polderweg geblazen. Waar auto’s normaal gesproken met een vaartje van 60 makkelijk langszij gaan, werd er nu voorzichtig gereden. Soms bleven ze zelfs achter mij tot de eerstvolgende passeerplek. Respect, moeten ze hebben gedacht. En toen dacht ik, hé dat woord heb ik deze week 2 keer eerder gebruikt.

Respect voor Bas Peters

Bas Peters? Ja, de winnaar van Drenthe 200. In 8,5uur tijd raffelde hij ‘even’ 200km Drents modderlandschap af. Van de 1500 deelnemers hebben er volgens mij maar zo’n 500 de finish gehaald. 

Foto Drenthe200 door Eppo Karsijns
Vorig jaar overwoog ik mee te doen. Met goed trainen moet je een heel eind komen. Eén probleem, of is het een smoes, ik ben een asfaltvreter. Op een MTB heb je in Amsterdam en omgeving niets te zoeken. Ik heb weliswaar een CX, maar rij eigenlijk maar weinig offroad. Ik heb dit jaar nog wel de schitterende Strade Bianche Achterhoek gereden. Daar hadden fietsvrienden respect voor mijn prestatie. 130km waarvan driekwart offroad. Ja, ook veel modder, maar het staat niet in vergelijking tot de beelden die ik van de Drenthe200 heb gezien. 

De tweede Respect was ook deze week

Voor Eric Corton. Hij reed deze week met De Windjammers een Rondje IJsselmeer. Graadje of 5. Gisteren las ik nog een tweet van hem. Hij is begin dit jaar pas echt gaan fietsen. Is 26 kg afgevallen. En dus nu al met de Windjammers en een gemiddelde van 30 ruim 265 km afleggen. 

Rondje IJsselmeer, nog 90 km tegenwind te gaan.
Op 15 juli dit jaar reed ik ook het Rondje IJsselmeer. Samen met mijn broer Jan. Met z’n tweeën 292km van deur tot deur. Met ‘iets’ hogere temperaturen dan deze week, maar toch. Respect van familie en vrienden. Leuke tocht maar ik doe hem nooit meer. Teveel saaie stukken. 

Voor 2018 nog even een andere uitdaging zoeken. Maar voor nu een respectvol 2018.

Een muur van asfalt.

Het is de mooiste dag van onze Schwarzwald vakantie. Bijna 20 graden. De perfecte dag om mijn plannen om te zetten in daden. Een MTB huren. Ik ga samen met Anja, die voor een E-variant kiest. Een goede keuze om toch samen in de bergen te kunnen fietsen. Ons verste doel is een waterval bij Menschenschwand, die alleen te bereiken is als we een bergpas oversteken.

Het is zeker 25 jaar geleden, dat ik voor het laatst op een MTB zat. Maar het bevalt meteen goed. De eerste kilometers langs de Schluchsee zijn nog lekker vlak. Het meer ligt er rimpelloos bij. In no-time zijn we aan de andere kant.Dan moeten we linksaf de Kirchweg op. Op onze Wanderkarte zie ik een weg haaks op hoogtelijnen. Dus voor ik het weet moet ik naar het kleine blad terugschakelen. De klim blijkt langer dan verwacht. Ik moet nog verder terugschakelen. Anja komt met een grote glimlach langszij en verdwijnt uit het zicht. Gelukkig niet voor lang. In de verte zie ik haar staan. Zij wordt mijn richtpunt. Eenmaal boven herstel ik gelukkig snel. Moet ook wel, want de klim gaat verder. Anja ziet tot haar schrik dat de klim de batterij van haar E-bike flink leegtrekt. Dus dat wordt iets voorzichtiger omgaan met de stroom. Ik besluit een extra rondje naar een bergtop te pakken, terwijl Anja batterijen spaart. Daarna gaan we weer samen verder.

MTB’en is een feest voor de beginnende MTB’er. Fietsen is overal toegestaan op paden breder dan 2 meter. Geen singletracks dus. Tenminste, niet officieel. En fiets je in een groep dan mag dat tot 10 deelnemers. Lijkt mij een perfecte offroad regel voor in Nederland. Dan kan ik met mijn Crosser op veel meer plekken fietsen dan nu het geval is.

Voor het eerst moet ik de weg goed zoeken. Ik denk dat we rechtdoor moeten. Anja weet genoeg, ze spurt er alweer vandoor. Dat doet ze anders nooit! Het heeft dus ook niet zoveel zin meer om te zeggen dat we toch anders moeten. Gedwee volg haar de weg omhoog. Goeie training 🙂
De beloning volgt. Een extra lange afdaling over een mooi, door zongefilterd, herfst bladerdek. Het voelt veilig met de brede banden en de schijfremmen.  De afdaling is tot bijna aan de waterval. Waar het tijd wordt voor koffie met …. SchwarzwalderKirsch. Daar bestuderen we kaart en wijzigen 3 keer de terugreisplannen. De keuze valt uiteindelijk op “diagonaal over de pas”. En dat begint met een klim naar Bachrain. Een onwijs steile klim, zo blijkt. Ik kijk tegen een muur van asfalt op. Ik schakel direct terug naar het op één na lichte verzet. Dit gaat goed totdat het asfalt overgaat in een grof grindpad. Ik kan nog een tandje terug, maar ik twijfel welke shifter ik moet nemen. Het hoeft al niet meer, want ik ben tot stilstand gekomen tegen een grote steen die op het pad ligt. Met hartslag “hoog”, kijk ik terug naar de ca 250-meter lange klim. 

De stijging gaat weliswaar nog een paar kilometer door naar Steppberg,  maar nu met een stijgingspercentage dat goed te doen is. 
Daarna volgt weer een flinke afdaling. We knijpen flink in de remmen voor een magnifiek uitzicht bij Tierenlache over het dal met daarachter de machtige bergen van Zwitserland. Het Zwitserleven Gevoel komt even in mij naar boven. Er staan houten ligstoelen. We lassen dus even een pauze in om van het uitzicht te genieten.  En van de rust. We zijn nog geen fietser tegengekomen vandaag. Wél een enkele wandelaar. Helemaal zen vervolgen we onze route, die uiteindelijk 35 km lang en 1000hm is. Onderweg popt af en toe de gedachte op om in Nederland toch ook nog een MTB te kopen. Maar ik laat deze al weer snel varen. Wat ik zeker ga doen is vaker een MTB huren op dit soort plekken. En Anja mag dan ook weer mee. Op de E-bike.  

Wat een gave Strade Bianche is dit.

Toen ik vlak voor de zomer de aankondiging zag van de Strade Bianche Achterhoek twijfelde ik geen moment. Inschrijven! En dan ook meteen maar de grootste afstand, 135km. 

Vorig jaar kocht ik mijn crosser. En eerlijk gezegd, in het Westen heb je er eigenlijk niets aan. Ik loop een beetje te prutsen op een niet te mul ruiterpad. Of ga af en toe in de berm rijden om toch een beetje het gevoel te krijgen. 

Na gisteren weet ik beter. Als je een crosser hebt, moet je eigenlijk naar het Oosten verhuizen. Wat een schitterende omgeving om lekker los te gaan op de CX. Maar je moet er wel iets voor over hebben. Gisterenmorgen stond ik om zes uur al naast mijn bed. Bakkie kwark, gedroogd fruit en muesli. En go! Anderhalf uur in de auto, op weg naar Lochem.  De Strade werd door LWC De Paaschberg voor het eerst georganiseerd

De Strade kent een speciaal tintje. Het namelijk ook de Gijs Verdick memorial. Gijs is een neo prof die in 2016 op 21-jarige leeftijd overleed. Het inschrijfgeld gaat naar ‘Kanjers voor Kanjers’, een van de ploegen waar Gijs Verdick koerste.

Sharp om 8:15 werden de stuurbordjes uitgereikt. Ik kreeg 007. Wat er voor zorgde dat ik direct aansprak had. “Wie had dat ooit gedacht, dat ik nog eens met 007 zou praten”. Genoeg gepraat. Want het wordt een lange dag. Ongeveer driekwart van de route is onverhard. Aanpoten dus! 

Nog geen kilometer na de start draaien we eerste onverharde bospaden op. Blijkbaar heeft het de dag ervoor flink geregend. Veel modder, diepe plassen. Nou ja, dan ben ik tenminste meteen door 🙂 

Na 10 km komt er toch enige twijfel. Gaat dit de hele weg zo. Is die 135km wellicht toch iets te ambitieus? Bij de eerste verzorgingspost, blijk ik niet de enige te zijn, die het best zwaar vindt. Maar ik pak één zin uit een gesprek, die mij moed geeft. “We hebben het ‘schlimmste’ stuk nu wel gehad. Opgewekt ga ik daarom verder. Net als het eerste stuk rij ik het grootste deel alleen. Genieten dus, lekker crossen in de bossen. Alleen bij de verzorgingsposten is het wat drukker. 

Na de tweede verzorgingspost ben ik bijna op de helft. Het gemiddelde ligt inmiddels rond de 24km per uur. Ik reken uit dat ik dan rond half 3 binnen kan zijn. Mooie tijd, dus geen enkele twijfel meer. Ik ga mij ook steeds meer thuis voelen op mijn CX. Waar ik eerst voorzichtig door de bochten ging, krijg in nu iets meer zelf vertrouwen. Ik krijg er dan ook steeds meer zin in. Het leuke van deze Strade is de afwisseling. Eigenlijk is het bij iedere bocht een verrassing. Draai je een grindpad op of komt je bijna tot stilstand in een dikke laag modder? En is het de modder, dan is het goed zoeken naar de ‘ideale’ weg. En overeind blijven, want ondanks het mooie weer wil je niet in de dikke modder belanden.

De 135km bestaat uit 2 lussen. Na de eerste lus van 85km sla ik rechtsaf. Ofwel, nog geen zin om te finishen. Inmiddels wordt het nog rustiger op het parcours. Geen flauw idee eigenlijk hoeveel mensen voor de langste afstand gaan.

De laatste verzorgingspost is op 107km. Alweer enthousiaste vrijwilligers die van alles aanbieden. Ze zijn verbaasd dat er zelfs mensen uit het ‘verre’ Westen meedoen. Als ik van mijn CX afstap voel ik de pijn in mijn benen. Die zeggen eigenlijk, ga even zitten. Dit is duidelijk andere koek dan een 100km over het asfalt. Maar ik stap weer snel op, tijdens het fietsen had ik er namelijk geen last van. Ik reken uit dat ik nog ongeveer vijf kwartier onderweg ben. Dus dat moet lukken. Naarmate het eind nadert ga ik toch de kilometers aftellen. En hoop ik op meer stukken asfalt of eenvoudige bospaden. En dat ik vermoeid raak, blijkt ook uit het feit dat een duidelijke pijl naar rechts niet gezien wordt. Na een kleine 500 meter kom ik erachter. Er fietsten toch mensen achter mij? Zacht vloekend keer ik om. Op zoek naar de pijl. 

En dan komt uiteindelijk toch de finish in zicht. Een meter over de finish krijg ik meteen een goodybag in mijn handen. En een tegoedbon voor een broodje hamburger. Ik ben kapot. Als ik mijn voet uit de pedaal klik, schiet er een flinke kramp in mijn bovenbeen. Mijn benen gaan zichtbaar te keer. Alsof er een beesten in zitten. 

Na een kwartiertje zitten en mijn broodje hamburger gaat het gelukkig al beter.  Ik app het thuisfront, dat ik “rap op huus an kom”. Wat een gave tocht was dit!

Wij zijn er al!

De merels laten al van zich horen als ik om kwart over vier mijn bakje kwark, gedroogd fruit en muesli leeg lepel.

Vandaag moet het gaan gebeuren. Na 23 jaar ga ik met mijn broer Jan weer eens een rondje IJsselmeer fietsen. Vanuit huis uit zo’n 300km.
De dag ervoor hadden we nog overleg. De NOS voorspelde een grijze dag met wat regen, maar alle andere weerapps lieten wat anders zien. “We gaan”, was het besluit.
Jan heeft er duidelijk zin in. Het is tien voor vijf als ik een fietslamp de gang in zie schijnen. Twee minuten later rijden we de straat uit, benieuwd naar hoe de dag gaat verlopen.

Het is al redelijk druk in Amsterdam. De laatste kroegtijgers gaan huiswaarts en anderen zijn in uniform op weg naar hun werk. De zon kleurt de wolken schitterend oranje als we de Schellingwoudebrug op fietsen. En kort daarna rijden we de polder in bij Zunderdorp en Broek in Waterland. We rijden zonder navigatie, maar hebben als training al flinke stukken van de route gefietst. Dus dat moet lukken. Naar Den Oever kunnen we bijna met de ogen dicht fietsen. Bekend terrein. Nog niets van de grijze dag te zien. Het is juist heerlijk weer met een nog te verwaarlozen zijwind tegen. Op de Afsluitdijk gaan we voor de wind.Relaxed peddelen we naar Kornwerderzand. Hier hebben we afgesproken met onze ega’s, die we vier keer tijdens onze ronde gaan zien. We hebben er inmiddels 112km op zitten. Lekker uit de wind, genieten we van een bak koffie en eigengemaakte bananencake. De bidons worden weer aangevuld. En off we go. Op weg naar Oude Mirdum. Via mooie Friese polderwegen met loslopende schapen doorkruisen we Friesland. Makkum, Gaast, Workum, Koudum.

We hadden verwacht dat Oude Mirdum dan op de borden zou staan. Maar helaas. Met behulp van de bewoners komen we ieder keer een plaatsje verder. Hemelum, Bakhuizen, Rijs en ja hoor eindelijk staat Oude Mirdum op de borden. Anja en Olga zitten al op het terras. Wij schuiven aan voor koffie en appeltaart. En vullen dat aan met banaan, twee boterhammen, energyreep, cashewnoten en winegums. We zitten op de helft (152km). Nog geen centje pijn. Ik wissel de glazen van mijn fietsbril, want de zon lijkt voorlopig te blijven schijnen. Nog even een paar keer stoppen voor de open bruggen bij Lemmer. En dan storten we ons op de saaie rechte Noordermeerweg in de Noordoostpolder. Deze weg brengt ons in één keer naar Urk. Direct te herkennen aan de vele kerken, de visbedrijven én de vislucht.

Hier staat ook Lelystad al op de borden, die we blindelings volgen. Blijkt een flinke omweg te zijn. Direct na de Ketelbrug lassen we een korte break in. Even banaantje wegwerken. Vanaf hier tegenwind, die inmiddels in kracht is toegenomen. Kop over kop rijden we over de saaie dijk waar geen eind aan lijkt te komen, naar Bataviastad. Altijd gevaarlijk om hier met vrouwen af te spreken, blijkt ook nu weer. Op mijn whatsapp ‘wij zijn er al’ komt de reactie. ‘Oooh, we moeten nog even snel afrekenen ….’

De vermoeidheid is toegeslagen na 223km. Ik dwing mezelf om te eten maar dat gaat niet van harte. De meegebrachte fruityoghurt gaat er wel goed in. Ik sluit mijn telefoon en Wahoo aan op de powerbanks, want routes zoals deze wil je toch graag vastleggen. Met enige twijfel of ik nog 70 km tegenwind kan fietsen stappen we weer op. Ik vind het altijd schitterend om langs de Oostersplassen te fietsen. Alleen nu even niet. Sterker nog, ik heb er niets van gezien. Alleen aandacht voor de teller. Met veel moeite kunnen we die op 25 a 26 gemiddeld houden. Maar ook hiermee haal je Muiderberg. Zo blijkt!

Onze laatste stop na 260km is bij Hotel Het Rechthuis. Ondanks het zware stuk voel ik me weer wat beter. De cola doet ook wonderen. Nog een beetje eten en dan ‘rap op huus an’.

Dat lukt aardig. Alle energie lijkt terug. Met gemiddeld 30 trappen we via Muiden naar Driemond. En via het Gein en de Ronde Hoep rijden we Amstelveen weer binnen. 292km in tien en half uur fietstijd. We kunnen het nog steeds 🙂

Koffie met Appeltaart gezocht.

Ik kijk naar de regen die met windkracht 7 hard tegen het raam slaat. Wat een geluk dat ik niet vandaag met mijn broer een retourtje Den Oever hoef te fietsen. Den Oever? Wat is zo spannend aan Den Oever. Nou niets, kan ik je vertellen. 

Het heeft meer een praktische reden. Volgende maand staat ons Rondje IJsselmeer op het programma. Noem mij een zeurpiet, maar als ik een grote ronde wil rijden, dan wil ik zo min mogelijk voor verrassingen komen te staan. Als ik weet hoe ik bij wijze van spreken met mijn ogen dicht naar Den Oever kan rijden dan schiet dat alvast lekker op. 

Dus op 2e Pinksterdag gaat om 6 uur de wekker. Even goed eten: kwark, muesli, gedroogd fruit, boterhammen en een banaan. Zo kan ik de eerste 2 uur fluitend aan. 
Het is een makkie naar Den Oever. Amsterdam ligt, op een enkele jogger na, nog op één oor. Geen verkeerslicht die ons tegenhoud. Binnen een half uur rijden we in de mooie polders bij Zunderdorp. We hebben de wind flink in de rug. Op een licht verzet peddelen we rustig met een gemiddelde van bijna 31 km p/u langs de N247 naar Hoorn. 

Veel mensen die mij op Strava voorgingen bij het Rondje IJsselmeer pakken vanaf Hoorn een verschillende route. Mijn tip is toch gewoon de fietsborden Leeuwarden aan te houden. Dan kan het bijna niet misgaan. 

Na 3 uur fietsen bereiken we Den Oever. Tijd voor koffie met appeltaart. Ten minste, dat willen we. Maar alles blijkt dicht te zijn. Hier hebben we even geen rekening mee gehouden. Helemaal niets open. En geen mens op straat. Dan maar een banaantje in de haven eten. Ons oog wordt nog getrokken door een grote R op het dak. Daar aangekomen blijkt dat ze ook hier niets aan fietsers willen verdienen. Dicht!

Langs de Meije en op veel andere plekken in het Groene Hart kun je als wielrenner om 9:00 uur al terecht voor een cafeïne shot. Maar hier blijkbaar niet. 

Zonder koffie beginnen we aan de terugreis. Vanaf nu alleen maar tegenwind richting Amstelveen. We doen nog een poging in Wieringerwerf en Abbekerk, maar ook hier geen koffietent die open is. Desondanks gaat het fietsen lekker. Kop over kop leveren we ondanks de tegenwind nauwelijks in op ons gemiddelde. Pas na 126 km kunnen we in Hoorn onze trek in koffie stellen. “We hebben ook appeltaart hoor!” Gelukkig!

Vanaf hier pakken we de route langs het IJsselmeer. De toeristische route. Wel zo leuk. Dus via Schardam, Warden en Edam bereiken we Volendam. Wat we eigenlijk niet willen, gebeurt toch. We fietsen onszelf vast op de overvolle dijk tussen de Chinezen en Japanners. Via een steile trap vluchten we naar een weg achter de dijk. En vanaf daar is het nog een klein stuk naar Monnickendam. Tijd voor onze tweede stop. Voor een lekkere uitsmijter ham/kaas. Het duurt een eeuwigheid voordat we die krijgen. Maar goed, het is droog, het zonnetje schijnt af en toe en de wind lijkt af te nemen. Wat wil je nog meer. Snel verder! Het heeft al te lang geduurd. 
Het laatste stuk is af en toe flink muggen eten. Grote zwermen tikken tegen mijn helm. Eenmaal terug in Amsterdam is de stad duidelijk ontwaakt. Wat een drukte. Mag ook wel, het is inmiddels kwart over drie. Nog even een stukje Amstel en we zijn weer thuis. Een mooie training van bijna 190 km.

“Schuif eens even een stukkie op!”

Afgelopen weekend had ik de eerste krachtmeting met mezelf. Samen met mijn broer doe ik mee met de 150km lange Veluwe krachttoer.
Om zes uur eruit op zondag. Gelukkig gebeurt het niet iedere zondag. Maar voor een trainingsritje om straks een Rondje IJsselmeer te kunnen doen moet je iets over hebben. Gelukkig lijkt het weer mee te vallen. Droog maar koud. Na een uurtje autorijden kunnen de fietsen van het rek voor de start in Stroe.

Voor de zekerheid heb ik alles bij me. Overschoenen, spatbordje en regenjas. Ik besluit alles in de auto te laten.  Maar na 2 kilometer heb ik al spijt. De wegen zijn zeiknat en ik dus ook. Met 5 graden op de teller is dat best fris. 

Het is rustig en er zijn opvallend weinig deelnemers. Jammer, voor misschien wel de mooiste tocht van Nederland. Al snel hebben we twee fietsers uit Nijkerk in ons wiel. Druk pratend verstoren ze onze ochtendrust 🙂 Als ze na paar kilometer kop overnemen, rijdt een van hen lek. Eenzaam rijden we verder. Na 15 km heb ik al meer hoogtemeters gemaakt dan bij een trainingsritje van 60 km in NoordHolland.

De koffie met appeltaart lonkt op 60 km. Verrukkelijk! En tegelijkertijd komt er weer wat leven in mijn koude tenen. De mannen die lek reden komen ook binnen. Trots vertellen ze dat ze al 2x lek hebben gereden. Bofferds! Het verbaast mij overigens niet. Veel kleine steentjes op een nat wegdek.
Dan gaan we iets meer klimmen. We draaien 2x de Postbank op. Het gaat me nog steeds lekker af. In de afdaling komt mijn broer weer langszij en samen rijden we richting het 115 km punt. Waar het 2e ravitailleringspunt is. Maar niet voordat we nog een keer in de remmen moeten voor de herder en zijn schapen. Blijft leuk met je fiets zo tussen de schaapjes.

Na het fantastisch gelegen Radio Kootwijk schiet de kramp erin bij mijn broer. Zijn been buigen lukt niet zonder de kramp. Al diverse dingen geprobeerd, maar blijft terugkomen.
We besluiten even een bankje op de zoeken. De druk moet even van de spieren. We zitten nog niet of uit het niets komt er een man. “Schuif eens effen een stukkie op”. Hij begint meteen te praten. “Ik ben al 80 jaar. Welke tocht fietsen jullie? O die heb ik ook gedaan. Ik ben zelfs lid geweest van de Veluwe renners. En vroeger ben ik met mijn vrouw van Hilversum naar Basel gefietst”. “Op één dag?”, grap ik. En meteen krijg ik een por in mijn zij. ” Nee joh, maar wel met zo’n 100 km per dag”. De stemming zit er goed in. Ik heb het al eens eerder gezegd. Bejaarde mensen die vroeger veel gefietst hebben zijn leuke en interessante mensen. Dus maak je borst maar nat 🙂

Na 15 minuten stappen we weer op. De kramp is nog niet geheel weg, maar we kunnen de laatste 15 km aan. Na 154 km staan we weer bij de auto. Het begint een beetje te regenen. We hebben een mooie training in de pocket voor ons Rondje IJsselmeer later dit jaar. Dan fietsen we 2x deze afstand.

Ik heb het weer gehaald!

Het klinkt zwaarder dan het lijkt. Maar ik ben toch altijd weer extra vrolijk als de zomertijd is begonnen. En zeker als juist in dit weekend er een heerlijk zonnetje schijnt. 

Het winterseizoen zit er weer op. Ik had er iets meer moeite mee dan andere jaren. Waarschijnlijk omdat ik geen grote uitdagingen in het begin van het seizoen heb gepland. Toch ging het winterseizoen redelijk snel. Tot eind 2016 fietste ik sowieso veel. Ik moest en zou die 8.000 km op de teller krijgen. Daarna werd het wat minder. Weliswaar elke week even in het zadel gezeten, maar echte kilometers werden niet meer gemaakt. Een uurtje in het schuurtje op de Tacx. Een avondje op de CX om een rondje van 35 km te maken. Of in het weekend de ruiterpaden met de CX opzoeken. En als ik er echt zin in had, dan pakte ik de racefiets om toch nog even mijn Strava Grand Fondo binnen te halen.  

Maar nu, het fietsvirus begint weer op te spelen. De zon begint weer te prikkelen. Tot zeker 20:00 uur blijft het licht. En ik voel mij niet langer de eenzame fietser. Het wordt weer flink drukker op de weg. 
Afgelopen weekend beleefde dat een hoogtepunt. Op zaterdag was het ondanks een stevige bries heerlijk fietsweer. Met mijn broer maakte ik een proefrit van ruim 100 km. Over twee weken organiseert hij een fietstocht voor een aantal collega’s van zijn werk. En dan is het altijd lekker als je de route goed in het hoofd hebt. En in de benen! Het eerst stuk ging prima. Wind mee en superhelder weer. En ik kan je vertellen, dan is het machtig mooi fietsen langs de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Meije. In Oudewater zitten de terrassen vol. Met bewoners, toeristen en vooral met wielrenners. Wij schuiven graag aan voor een kop koffie met appeltaart.

Zondag en maandag was het weer nog steeds lekker. Met nog betere temperaturen. Dus maandag had ik mijn eerste korte broekenrit dit jaar te pakken. En of de aerodynamica een rol speelde weet ik niet, maar het tempo zat er lekker in.  Lente! Heerlijk, daar ben je.

De wielren-fundamentalist

​Is het nu wielrennen of fietsen? In mijn blogs gebruik ik het gewoon door elkaar. Maar laatst werd ik er op aangesproken. En niet door zomaar iemand. Nee, door iemand die zichzelf een wielren-fundamentalist noemt. Wow!

De discussie is niet helemaal nieuw. Een half jaar geleden voerde ik ‘m ook met een andere blogger. Zij worstelde ook af en toe met de termen.

De wielrenfundamentalist vond dat ik het niet meer over wielrennen mocht hebben, maar over fietsen moest schrijven. Ik was direct getriggerd om er even in de duiken. Wat zegt bijvoorbeeld Van Dale ervan? En hoe zit het dan met hardlopen? Toen ik mijn eerste én laatste marathon liep in Amsterdam, was ik toen aan het hardlopen of aan het joggen? Ik vond in ieder geval dat ik aan het hardlopen was.
Maar goed, een wielrenner. Een wielrenner is volgens Van Dale een beoefenaar(ster) van het wielrennen. En de betekenis van wielrennen is ‘hardrijden op racefietsen’. Hoe hard? Daar zegt Van Dale niets over, maar ik voel mij, met gemiddeld 31 km/u in trainingen, een wielrenner.

De wielrenfundamentalist echter heeft zijn eigen ‘bijbel’ en zijn eigen tien geboden. En één van die geboden is: Je spreekt pas van wielrennen als er met een licentie aan een wedstrijd wordt deelgenomen. Of, een ander gebod dat naar voren werd gebracht: Winnen is voor wielrennen, fietsen is voor iedereen.

Ik probeerde nog dat ik voor mijn geplande Rondje IJsselmeer van 340 kilometers met een racefiets toch best wat kilometers in de benen moet hebben. En dat het dus niet zomaar een zondagmiddag rondje fietsen is. In notime kreeg ik een reactie met een volgend gebod. “Aahhh, alleen duur kilometers; da’s natuurlijk trainingstechnisch een wezenlijk verschil met wielrennen. Een grote glimlach verscheen op mijn gezicht. Het is er echt een! Ik heb nog geprobeerd wielrenfundamentalist duidelijk te maken, dat de werkelijkheid misschien iets anders is.

Maar zoals met alle fundamentalisten, die zijn niet zomaar op andere gedachten te brengen. Is dit belangrijk dan? Nee in dit geval absoluut niet. Allebei hebben we een ongelooflijke voorliefde voor mensen die zichzelf op een transportmiddel met twee wielen en een trapas op eigen kracht voorbewegen. En de een noemt dit wielrennen en voor de ander blijft het fietsen.