In de voetsporen van ….?

Kan dat eigenlijk? In de voetsporen van de baanwielrenners Lavreysen of Hoogland treden. Of noem je dat anders? Iets van ‘in het spoor van’. Maar ach, wat geeft ‘t. Het zal nooit gebeuren. Waarom? Omdat ik na meer dan 100.000 km op de weg, vandaag pas mijn eerste meters op de baan maak. Of omdat ik met groot gemak de vader van beide renners had kunnen zijn. En omdat de omvang van mijn bovenbenen misschien net de helft is van de turbodijen van Harrie en Jeffrey. Need I say more!

Bovendien lijkt het mij eng. Een doortrapper, geen remmen en als je valt, heb je de splinters tot ver in je bilnaad. Goed, met dit zelfvertrouwen, betreed ik het Velodrome in Sloten. Een 200 meter baan met steile bochten van 47 graden.

Het werd mij dan ook wel makkelijk gemaakt. Georganiseerd door Cycle World. En onder leiding van niemand minder dan meervoudig wereldkampioene Carolien van Herrikhuyzen. En strenge tante die begint met een gedegen uitleg van het baanwielrennen en het afkeuren van schoenen en te oude helmen. Daarna kun je een baanfiets uitzoeken, zadel op hoogte brengen, 8 bar in de banden doen. En gáán.

Nou ja gaan, we starten met rustig rondjes te draaien op het beton. Belangrijkste oefening: ervaar hoe het is om een doortrapper te hebben én handen alleen onder in de beugel. Heel vreemd zo’n doortrapper. Zeker als je weet dat je nog niemand mag inhalen en je vind dat je voorganger wel iets harder mag fietsen 😊. En dat is best ingewikkeld met 19 man op een 200 meter baan.

Voor de tweede oefening splitsen we daarom op in twee groepen. We verlaten het beton en maken slalom oefeningen om pionnetjes. Dat lijkt eenvoudig, totdat de pionnen iedere keer verschoven worden. Na afloop kregen we billenkoek van Carolien. “Waarom houden jullie je niet aan de opdracht?” Ik vond het al heel wat lijken. Totdat ik achteraf mezelf op een filmpje zag. Beetje suf!

De laatste oefening was de leukste en zou eigenlijk het begin van een actieve middag moeten zijn, maar dat lukt nu eenmaal niet met een 2 uur durende clinic.
We begonnen met een ronde op het beton, dan een aantal op de Cote d’Azure (de brede azuurblauwe strook) en vervolgens tussen de zwarte en rode lijn. Alleen bij inhalen mag je hoger en moet je op het grijze vlak je voorganger inhalen. Pas ná de volgende bocht mag je afdalen als je goed over je schouder hebt gekeken. Zolang je minimaal 38 km per uur rijdt, glij je niet naar beneden. Is mij verzekerd. Carolien probeert de instructies er in te stampen. Maar het heeft weinig effect. Eerlijk gezegd doet iedereen maar wat. Als koeien die na een winter op stal de wei in gaan. Helemaal losgeslagen! Gewoon vol trappen en zien waar het schip strandt.
Iedereen kan er nu wel over meepraten. We hebben allemaal in de schuine bochten gehangen. En eerlijk gezegd vind ik het minder eng dan ik had verwacht.

Maar ik denk niet dat Hoogland voor mij hoeft te vrezen. En dat is niet alleen omdat ik ‘net’ niet de 70 km per uur redt. Ik vind het een erg leuke ervaring, dank Cycle World, maar ik hou het nog even bij de weg 😁.

Advertenties

Raining cats and dogs.

Vanochtend even voor 8 uur pak ik mijn smartphone om te kijken hoe het weer de komende uren is. Dat het zou regenen is geen verrassing. Dat werd gisterenavond al voorspeld. Ik had eigenlijk zaterdag willen fietsen, maar hoopte dat het vandaag beter zou worden. Niet dus! “It is raining cats and dogs”, hoor ik mezelf zeggen. Een zinnetje geleerd van mijn vroegere leraar Engels, meneer Waardijk. Het zit al 40 jaar in mijn hoofd als het stevig regent.

Ik spring uit bed. Doe mijn wielerkleding aan. Transparante glazen in mijn bril. Regenjas aan en uiteraard mijn overschoenen en handschoenen. Anja is blij dat ik toch even ga fietsen. Beter voor mijn humeur 😀. Ondanks de regen.
Nog even 3 boterhammen wegwerken en dan vóór negenen op pad.

De regen klettert op mijn helm. En het zicht wordt beperkt door de druppels op mijn bril. Na een kilometer ben ik al zeiknat. Is het niet van de regen dan is het wel van de plassen op de weg. Ik ga eigenlijk nooit op pad als het regent. Maar het valt mij niets tegen. Ik ben op de crosser. Dus een beetje doortrappen om de teller toch richting de 30km/u te krijgen.
Het is rustig op de weg. Geen wielrenner te zien. Toch zie ik in de verte langs de A2 iets voortbewegen. Ik kan niet goed zien wat het is. Maar langzaam kom ik dichterbij. En voor ik af sla naar de Winkeldijk zie ik dat het een handbiker is, die in een straf tempo de regen trotseert. Respect!
Ik rij door de scherven van een flesje van meneer Heineken. Ik probeer niet lek te rijden door extra de plassen op te zoeken. Dit lijkt te werken. Kort daarna nog een keer. Ik vloek de boel bij elkaar en zoek weer de plassen op. Gelukkig niet lek.
Het lijkt iets droger te worden. Ik heb er eigenlijk wel lol in. En stop zelfs om een paar foto’s te maken. Na bijna 30 km kom ik de eerste wielrenners tegen. Best bijzonder op zo’n druk befietst traject. Lopers zijn er wel veel. Diehards! Tussen hen ook mijn neef Stefan. Ik zie hem te laat om nog iets te roepen.

Inmiddels begint het weer stevig te regenen. Ik merk intussen wel dat ik mijn neopreen overschoenen had moeten aandoen. Ik heb zeiknatte voeten. En ook dat, als ik dit soort tochten meer ga maken, ik ook waterdichte handschoenen nodig heb. Ook mijn handen zijn zeiknat en koud. Maar goed, voor ruim 40 km is dat uit te houden.
Eenmaal thuis blijkt mijn crosser door het vele water niet eens echt vies. Snel droogmaken en dan gelukzalig aan een warme bak koffie. Heerlijk!

Leunend tegen de wind

Vrijdagavond zat ik al op mijn WeerRader app te kijken. Dat wordt vroeg fietsen dacht ik meteen. Als ik voor 9:00 uur op de fiets zit, lijkt het nog mee te vallen. Wind 40 km/u met uitschieters tot 70. De uren daarna neemt de wind alleen maar toe.

Om 8.30 uur rij ik de poort uit. In de bebouwde kom valt alles nog mee. Ik kom er al snel achter dat ik mijn bidon nog in de schuur staat. Shit, maar ik besluit door te fietsen. Veel meer dan een uur zal het vandaag toch niet worden.
Zodra ik de Middelpolder in rij, merk ik direct het verschil. Zijwind. Ik word meteen naar links geblazen. Wow, handjes goed aan het stuur en onder in de beugel. Ik merk al snel dat het went, maar het blijft opletten met mijn 23 mm bandjes en 71 kilo aan gewicht, schoon aan de haak.
Langs de Ronde Hoep heeft de wind vrij spel. Eerst wind tegen. De teller zakt tot 22 km/u. Mijn hartslag schiet omhoog. Normaal gesproken zou ik ernstig aan mezelf gaan twijfelen, maar nu niet. Lekker werken tegen de wind in.

Zoals de naam Ronde Hoep al doet vermoeden komt ook nu de zijwind. Oppassen geblazen. Om niet door een rukwind in de sloot te eindigen ga ik midden op de weg fietsen. Dan heb tenminste nog wat speling. Ik kan harder fietsen maar ik hou me toch in. Vooral als er auto’s passeren. Leunend tegen de wind fiets ik verder. De wind zingt tussen mijn spaken door.

Het laatste stuk van de Hoep heb ik de wind af en toe vol in de rug. Zonder aan te zetten gaat de teller al snel naar 40. Heerlijk om soms zo’n winderig rondje te fietsen. Na 58 minuten ben ik al weer thuis. Mijn bidon drink ik meteen half leeg.

Natuurlijk ga je mee naar de Dolomieten!

Pling! Het is vrijdagavond. Ik zit lekker op de bank met een bak koffie in afwachting van het acht uur journaal. Een appje van mijn broer. “Hoi Peter. Zoals het er nu naar uitziet gaan we met een aantal van het werk naar de Dolomieten. Je kunt mee!”

Van het journaal heb ik niets meer gehoord. Mijn gedachten gingen als een bal in een flipperkast.

Ontzettend leuk natuurlijk, maar hoe regel ik dit op het werk? De Dolomieten trip is direct voorafgaand aan mijn zomervakantie. Handig of niet? Heb ik eigenlijk wel voldoende vakantiedagen om dit er ook nog bij te doen?
Maar Anja spreekt direct uit waar ik nog wat twijfel had. Of deed alsof? “Natuurlijk ga je mee! Dit is een mooie kans om ook daar te fietsen. Nu kan het.” Ik weet dat ze gelijk heeft. En toch stel ik mijn ‘Ja, ik ga mee’ nog even uit.

Het is 5 jaar geleden dat ik 6x de Alpe d’Huez beklom. En mijn Mont Ventoux ervaring is ook al weer van een paar jaar geleden. Tijd voor een nieuwe bergervaring dus! Want voor iemand die heel graag in de bergen fietst, doe ik het toch verrekte weinig.

Als je mij vraagt welke bergen er in Dolomieten te beklimmen zijn, dan kan ik er niet eens een spontaan noemen. Maar als ik even spiek op Google dan zie ik namen als Pordoi, Gardena, Sella en Campolongo. Maar ook Fedaia, Valporola, Gardeccia en San Pellegrino. Kijk, dat zegt mij dan wel weer wat.

Vanuit hartje Dolomieten kunnen we kiezen voor de Sella Ronda (55 km) om mee te beginnen 😊 tot en met de volledige Maratona dles Dolomites (van 138 km). Da’s niet voor Dolomietjes!

Mooie uitdagingen in het vooruitzicht dus. En omdat ik volgend jaar nog steeds The Ride van mijn bucketlist wil af strepen, kan ik direct kijken hoe het is om meerdere dagen een hoop hoogtemeters te maken.
Eerst maar eens wat kilometers maken in het vlakke Groene Hart. En mijn racefiets nog een keer goed laten nakijken.

Ofwel, wat zeggen we dan? Mi sento come!

The Ride, hoe ga ik dit thuis vertellen?

“Dat lijkt me echt wat voor jou”! Roel de Haan, eigenaar van de gelijknamige wielerzaak, tikt met zijn vinger op een half A4 op de toonbank. Bij het zien van de woorden The Ride weet ik meteen waar hij het over heeft. Deze week is er een bijeenkomst in zijn zaak, waar je alle info over The Ride kunt krijgen. Via Facebook had ik de aankondiging al gezien, maar had niet het gevoel dat ik er naartoe moest.
Maar nu Roel er over begint, ben ik direct om. Woensdagavond heb ik toch niets op mijn programma staan. The Ride heb ik 3 jaar geleden al op mijn bucketlist gezet. En misschien moet het er nu maar eens van komen.

In een presentatie van een anderhalf uur krijg ik alle details over The Ride. Een fietstocht van de Stelvio naar de Cauberg. Bijna 1300km, ruim 17.000 hoogtemeters, acht landen (incl. Liechtenstein 😊) . Gemiddeld ben je acht uur per dag onderweg. Zo’n 145 en 200 km elke dag. Bij de verzorging is aan alles gedacht. Maaltijden, tenten die voor je worden opgezet, verzorgingsposten onderweg, pechhulp. En voor noodgevallen gaat er zelfs een ambulance mee. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers is 45. Daar zit ik dan wel bijna 10 jaartjes boven, maar ik schrik niet van grote getallen. Sterker nog, ik word steeds enthousiaster.

Ik heb in 2014 de Alpe d’Huzes volbracht. En daar ook veel voor getraind. Oké ben inmiddels weer wat ouder, maar het nog zeker niet ‘te laat’. En oké The Ride is totaal anders dan een eendaagse prestatie, maar dit moet toch te doen zijn (?). Bij mij staat de ‘knop’ in ieder geval op LET’S RIDE

Nog ‘even’ twee vragen beantwoorden. Wanneer? En hoe ga ik dit thuis vertellen?

Volgend jaar is niet heel handig. Zo is onder andere de zomervakantie al geboekt en dat is kort op The Ride, die van 9 tot 16 juni is.
En over het thuisfront? Daar blijkt weinig overtuigingskracht voor nodig. Anja is bijna net zo enthousiast als ik. Niet als deelnemer, maar wel als vrijwilliger. Eigenlijk staat mij dus niets meer in de weg voor 2020.
Dat is nog heel ver weg, maar dan heb ik wel iets om naar toe te leven. Nu al zin in!

Gravelhype?

Als ik nu opnieuw voor de keuze zou staan om een andere fiets naast mijn racefiets te kopen dan gooit een Gravelbike hoge ogen. Steeds meer fabrikanten komen met een Gravelbike op de markt. Gave fietsen vind ik dat.

Er is niets mis met mijn cx, maar toch.
Oké in het Westen heb je er eigenlijk helemaal niets aan. Meer dan een paar honderd meter onverhard achter elkaar rijden lukt nauwelijks Alleen in de winter als ik ’s avonds de weg op ga heb ik echt profijt van mijn CX. De snelheid is lager dan op de racefiets en het is wat comfortabeler als het wegdek slechter is.

Ik ga er vanuit dat het niet om een gravelhype gaat en dat er steeds meer tochten komen waar je lekker met een gravelbike of crosser los kunt gaan. En het heeft er alle schijn van dat dit ook gaat gebeuren.

Er zijn in Nederland al 3 tochten die de naam Strade Bianche dragen. Die in de Achterhoek (70% offroad bij 150km) heb ik al twee keer gedaan. Goed te doen als je een beetje getraind bent. In Fietssport magazine staat een verslag van de Brabantse variant. Viel me op dat er ‘slechts’ 20 km onverhard was op de 120km afstand. Dat moet toch anders kunnen. En dan heb je er nog een in Drenthe met een maximum afstand van 95km. Deze rij je volledig op GPS.
Misschien is het een idee om net zoals het Klimmersbrevet een soort ‘Master of Strade Bianche’ uit te reiken aan iedereen die binnen één seizoen alle drie Strades in de maximum afstand aflegt. Dat maakt de populariteit nog groter.

Verder zou het mooi zijn als de NTFU kalender naast symbolen van racefiets en MTB een gravel/CX symbool gaat opnemen. Dan kun je direct zien welke tochten je met een CX kan fietsen. Soms is het duidelijk, maar wat kun je verwachten bij een Rabo Veldtoertocht of een Bossentocht. Met een vermelding kun je veel beter een planning maken met leuke tochten.
Ik heb het vorig jaar als eens voorgelegd, maar toen was er nog geen aanleiding toe. Misschien kan de NTFU het toch nog eens overwegen. Hun aandacht voor gravelrides, beloofd veel goeds. Ze komen zelfs met 7 tips voor gravel.

Over tips gesproken. Ken je de site Gravelrides al? Hier staan een aantal interessante tochten die je kunt downloaden. Binnenkort maar eens eentje inplannen.

En ik zag dat RBL Drenthe 200 de meest brute segmenten, zoals het Janpad uit het parcours wil halen. Dit levert op dit moment felle discussies op Facebook op tussen voor- en tegenstanders. Wordt deze uitdaging hierdoor ook met gravelbike/CX te doen? Dan ben ik vóór 🙂.

Gravelbike van Merckx

Alles wijst er in ieder geval op dat het niet om een gravelhype gaat, maar om een ontwikkeling waarbij de asfaltrijder steeds vaker het avontuur offroad wil opzoeken.

On a mission

Sinds mijn veertiende fiets ik eigenlijk onafgebroken. Bijna altijd recreatief.
En ik vraag mij nu opeens af waarom ik eigenlijk zo weinig vrienden en kennissen heb die ook fietsen. Dan zouden we wat vaker samen op pad kunnen gaan. Oké ik fiets graag alleen, omdat ik dan kan gaan wanneer ik wil. Ik kan mijn eigen tempo bepalen en hoef ik op niemand te wachten.

Niet dat ik geen sportieve vrienden heb. Een vriend heeft meer marathons gelopen dan dat ik levensjaren tel. Een ander heeft twee keer de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee achter de kiezen. En weer een ander teert nog op het volbrengen van een aantal volledige triathlons. Lang geleden, maar toch. Ik deed het hem niet na.
En zo kan iedereen wel een sportieve prestatie met bijvoorbeeld kickboksen of tennissen op zijn of haar conto schrijven. Maar gewoon lekker een eind fietsen …. anno 2018 …. nee!

Maar er is hoop. Want steeds vaker hoor ik “Misschien moet ik ook maar eens wat gaan fietsen”. Kwaaltje hier, pijntje daar, gebrek aan motivatie. Allemaal redenen om het alternatief van fietsen te overwegen. Het klinkt mij als muziek in de oren. Wat zou het leuk zijn als meer vrienden gaan fietsen. Dit weekend reed ik met vriend Dolf al de Strade Bianche in de Achterhoek. ‘Best leuk’ om dat samen te doen.

Foto van Eduard Camping

En dan ontpopt zich langzaam een plannetje in mijn hoofd om volgend jaar een FietsvandeKeizer-ride te organiseren. Een tocht waar vrienden en kennissen aan mee doen. Ergens in mei of juni. Waar ze misschien wel even voor moeten trainen. Een mooie tocht van minimaal 100 km, want we moeten wel even de Strava Gran Fondo binnen halen. Maar ook om een kop koffie met appeltaart te kunnen verantwoorden 😁. We hoeven geen 30 km gemiddeld per uur te rijden, maar we gaan ook niet stoppen om foto’s te maken van draaiende molens of van een moedereend met 11 jongen.

Met dit blog ga ik het plan maar eens langzaam ik de week leggen. Eens kijken of het plan kans van slagen heeft. Of dat ik volgend jaar juni nog steeds mijn 100km rondjes alleen afwerkt. Ben benieuwd naar de reacties.

De Witte Cross doet zijn naam eer aan!

Met de herinnering aan de eerste Strade Bianche Achterhoek nog vers in het geheugen, rijden vriend Dolf en ik het weiland op om de auto te parkeren. We hebben er dan al anderhalf uur autorijden opzetten. Buiten is het nul graden. Het weiland ziet wit van de rijp.
Wat voor kleding doe je aan, als je weet dat het vanmiddag 16 graden wordt? Laagjes dus, zodat je je gedurende de cross kunt afpellen.
Het is gezellig druk in het openlucht theater van Lochem, waar we ons startnummer ophalen.

Ik heb de neiging om iedere keer alles met vorig jaar te vergelijken. Toen nog startnummer 007 nu 530.
Om 8:45uur geven we onszelf het startsein.
Het begint direct met een klimmetje, keren en draaien. O, gaat het zo een cross worden, denk ik nog. Maar al snel wordt het beter. Grind- en zandpaden wisselen elkaar af. Het is gezellig om samen de cross te rijden. Ondanks de 825 inschrijvingen heb ik vaak het idee dat ik de enige deelnemer ben. En Dolf dan. Vrijwel alleen op de bevoorradingsplekken kom je mensen tegen. Heerlijk, die rust en schoonheid van de Achterhoek.
De naam Witte Cross komt volledig tot zijn recht. Door het schitterende weer is het overal droog en stoffig. Door de schaduwwerking van de bomen probeer ik even zonder zonnebril te rijden. Maar al snel zit het stof achter mijn lenzen. Waar ik vorig jaar binnen een kwartier al onder de modder zat, kom ik onderweg nu slechts 1 plas tegen. Ik heb direct de neiging om er doorheen te fietsen.

De bevoorradingsplekken zijn een feestje op zich. Het aanbod van eten is groots, de vrijwilligers super behulpzaam en oprecht geïnteresseerd. Vrijwel iedereen refereert aan de erbarmelijke omstandigheden van vorig jaar. De muzikale ondersteuning op de rustplaatsen maken het plaatje compleet. Bij de Zuivelfabriek worden we getrakteerd op blues. Dat blijkt een ideale combi met de Witte Cross. Genieten!
Bij wijngaard Zessprong heb ik de eer om nog even kort de moeder van Gijs Verdick te ontmoeten. Toch bijzonder dat de Strade ook direct een memorial voor je zoon is.

We hebben er 85 km op zitten. Dik over de helft. Dolf, die dit jaar 81km als langste afstand heeft gefietst, zit er nog fris bij. Of zou dat komen omdat hij een ‘pufje’ op zak heeft? Of een Froome’pje zoals een medecrosser het noemde 🙂

We gaan voor de zoveelste keer een spoorweg over. Iets te laat merk ik dat we direct over het spoor naar links moeten. Ik knijp in mijn remmen en gooi mijn stuur om. Wat op het asfalt geen probleem is, maar op een zandweg dus wel. Voor ik het weet lig ik op de grond. Ik schiet in de lach van mijn knulligheid. Maar ik lach nog harder als bij Dolf hetzelfde gebeurt. Westerse asfaltrijders vallen behoorlijk door de mand in Achterhoek. Amateurs!

Gelukkig geen centje pijn, dus we kunnen snel onze weg vervolgen. We worden iets stiller. Begint de vermoeidheid dan toch toe te slaan? Behalve de commando’s ‘link, rechts’ en ‘gaat ie goed’ wordt er niet veel meer gezegd.
Het einde komt in zicht. We naderen Lochem, maar niet voordat we door Zwiep zijn gekomen. Het lijkt wel of alle wegen langs Zwiep komen. Bijna altijd als ik in het Oosten kom, passeer ik de plaats van de Witte Wieven.
Direct buiten Zwiep verlaten we de hoofdweg naar rechts. Een pittige klim en een zanderige afdaling als toetje naar de finish. Het bord ‘nog 1 kilometer’ kondigt het eind aan van alweer een voortreffelijk georganiseerde Strade Bianche Achterhoek. Chapeau? 145 kilometers achter de kiezen. Is de inschrijving voor volgend jaar al open?

Tijdens de Witte Cross maakt Eduard Camping onderstaande schitterende foto’s van ons. Veel dank Eduard.

Come on Yatesy!

Dit Pinksterweekend was ik met Anja bij vrienden in Engeland. Niet vanwege de Royal Wedding, maar het was wel een enorm leuke bijkomstigheid. Met de bewoners van het hele dorp (34 huizen) gaven we commentaar bij het zien van de Wedding-beelden in de village hall. Een op en top Engels feestje. Met veel bier en een heel varken aan het spit.

Na de Wedding bekeken nog even de laatste 30 km van de Giro etappe met de klim naar de top van de Monte Zoncolan. Zit je daar, tussen allemaal Engselsen die uiteraard voor Yates en Froome zijn. “Come Yatesy!”, hoorde ik continu links en rechts van mij. Gelukkig bleef de schade toen nog beperkt voor Dumoulin.
De volgende dag ging ik voor het eerst zelf het Engelse asfalt trotseren. Op geleende fietsen met geleende helm en zelf meegebrachte pedalen. Dat laatste was nog wel een dingetje. Bij de douane werd mijn tas er direct uitgehaald. Ik was mijn pedalen allang weer vergeten. “Wat zoeken jullie?” vroeg ik. “Dat weten we niet, de detector geeft een groot metalen voorwerp aan” Oohh verrek, de pedalen, helemaal vergeten. Gelukkig mochten ze gewoon mee.
We maakten met z’n vieren een ontspannen tocht van zo’n 75 km. Met halverwege een goeie espresso en …. pizza, want de 1 zat alweer in de klok.
Enorm leuk. Mooi gebied bij Highclere Castle. Glooiend met af en toe een pittige klim.

De afdalingen waren best gevaarlijk. Veel grid op de weg, flintstones. En potholes in het asfalt. En dan ook nog eens onoverzichtelijk door de heggen die bijna overal aan weerszijden van de smalle wegen stonden. Eigenlijk nog erger dan België dus, maar wel heerlijk om te doen. En zeker nog meer te doen. Een beetje goed opletten dus. Maar goed, dat moesten we toch, want voor je het weet rij je weer aan de ‘verkeerde’ kant van de weg.

Het leuke was dat mijn fietsconditie beter is dan mijn Engelse vriend. Dus toen wij nog een extra rondje gingen doen om wat extra hoogtemeters te pakken, kon ik regelmatig achterom kijken om “Come on Yatesy!” te roepen. Even lekker terug pakken 🙂

We hadden zo de smaak te pakken, dat we de volgende ochtend vroeg nog even ‘a three hill challenge’ gingen fietsen. Heerlijk om weer eens een beetje hoogtemeters te maken. Doe ik veeeeel te weinig!

Startups bij wielerbeurs BikeMotion

Eigenlijk ging ik zaterdag naar BikeMotion om me te vergapen aan alle mooie racefietsen, die ik voorlopig toch nog niet ga kopen. Natuurlijk heb ik dat gedaan. En ook het moment dat Jan Janssen himself een Limited edition van zijn gelijknamige racefiets onthulde, omdat hij 50 jaar geleden de Tour won, vond ik erg leuk. Slechts 68 exemplaren worden er van gemaakt. Dus wees er snel bij.

Van deze racefiets worden er maar 68 gemaakt.

Maar als je mij vraagt wat me is bijgebleven dan zijn het de innovaties van een aantal startups.

Ik kwam in gesprek met Circular Cycling. Een superjong bedrijf in Utrecht met nu nog drie m/v personeel dat racefietsen maakt met tweedehands onderdelen. Weet nog niet of ik er zelf snel voor zal kiezen, maar het concept spreekt mij zeker aan. Ik ben zelf ook tegen verspilling.

Zij ‘bevrijden’, zoals ze zelf zeggen, frames en onderdelen uit schuren en magazijnen, maken ze grondig schoon en beoordelen de kwaliteit volgens de strenge eisen van Circular Cycling. Het frame vormt de basis. Het stuur is altijd nieuw, daar willen ze geen risico meenemen. Het frame wordt vervolgens opgebouwd met onderdelen die voorhanden zijn. Dat maakt iedere fiets uniek. Je kunt er niet alleen kopen. Verkopen kan ook. Op hun site kun je fietsonderdelen aanbieden die goed zijn, maar al een tijd liggen te verstoffen in je schuur.

Direct naast Circular Cycling stond startup, Dutchfiets. Hun uitdaging was helder: maak een fiets die niet eindigt als afval. Zij bouwen voor zo’n €1200 een circulaire fiets van recyclebaar materiaal, kunststof. Binnen 6 dagen haalden ze eind 2016 via crowdfundimg geld op voor 100 fietsen. En zijn vervolgens aan het doorontwikkelen geslagen om een internationaal veiligheidskeurmerk binnen te halen. De fiets valt direct op door zijn dikke ‘buizen’frame. Ook als bedrijfsfiets aan te schaffen 🙂

De laatste opvallende innovatie die ik wil noemen, is van Tannus. Volgens mij niet echt meer een startups, maar wel met een veelbelovend product. Zijn de tubeless banden nu helemaal hot, deze banden zijn airless. Ofwel massief, in 2 verschillende hardheden (bar) verkrijgbaar. Gemaakt van een speciaal Micro Closed Sell Polymeerhars en gebruikmakend van een schuimrubberen technologie.

In vele kleuren te verkrijgen.

Nooit meer lek, banden altijd op spanning en ze gaan gegarandeerd 10.000 km mee. Punaises of glas in banden haal je er gewoon uit en je rijdt door. De band wordt via een ingenieus systeem vastgezet op het wiel. Daarna kun je hem er ook niet mee afkrijgen. Of je moet de band doormidden snijden.
De band lijkt mij ideaal bij cyclo’s in België, waar de wegen toch wel iets slechter zijn. Volgens de standbemanning zijn er al profs die er tijdens hun trainingen mee rijden.

Drie mooie initiatieven die ik zeker blijf volgen in hun ontwikkeling. En volgend jaar, dan ga ik weer voor een nieuwe racefiets kijken 🙂