De Witte Cross, al vijf jaar een feest!

Waar was het feestje? Nou, daar was het feestje! In de Achterhoek. Wat heb ik genoten van de Lustrum-editie van de Stade Bianche Achterhoek. En …. het was ook de 5e keer dat ik mee deed. Er is wel iets veranderd in die vijf jaar. Gingen de meeste deelnemers in het eerste jaar nog op een mountainbike van start, zondag had de gravelbike toch echt de overhand. Meerdere deelnemers hadden zelfs grote frametassen op hun gravelbike alsof ze alle spullen bij zich hadden van de camping van de nacht ervoor. En misschien was dat ook wel zo. Ik zag er ook nog één met een mok aan zijn zadel. Hij ging te snel om te controleren of dit ten koste was gegaan van de bidons 😊.

Ik hou het al vijf jaar bij mijn CX van Eddy Merckx met cantilever-remmen. Eerlijk gezegd wilde ik de Witte Cross wel graag op een gravelbike rijden, maar dat bleek toch niet zo eenvoudig. Bijna niet aan te komen.

Maar goed, de Witte Cross is voor mij veel meer dan een dagje gravelen in de Achterhoek. Zo zet ik een week van te voren Lochem al in mijn weerapp, kijk ik iedere dag naar de weersvoorspelling en haal ik het weekend ervoor mijn ‘oude Merckx’ onder het stof vandaag om hem gereed te maken voor dé dag.
En zondag was het dan zover. Met Machiel en Kevin heb ik mij voor de 150 km ingeschreven. Alle 3 deelnemers van TheRide, dus met heel veel trainingsuren in de benen.
Het weer kan niet mooier, weinig wind, droog, zonnetje, niet te koud bij de start en niet te warm in de middag.
Zoals ieder jaar begint het feest al op het parkeerterrein bij de super enthousiaste ontvangst door de vrijwilligers en de mensen die ik zo langzamerhand van eerdere jaren ga herkennen.

Even na acht uur schieten we onszelf van start. Een start die altijd moeilijk is. Althans, voor een asfaltvreter zoals ik. We worden direct het bos ingestuurd om een afdaling in te zetten met geulen die diagonaal over het pad lopen. Gelukkig slaag ik om deze eerste oefening heelhuids te volbrengen. Nu we het moeilijkste hebben gehad kan het verder alleen maar een makkie worden.
Het is een beetje heiig met af en toe een paar mooie Jacobsladders die zich door de wolken heen worstelen.
De wegen zijn perfect, met na iedere haakse bocht weer een andere ondergrond. Van gravel, grind, zanderig met harde onderlaag tot mul zand, gras en klei. O ja en zo nu en dan ook nog een strookje asfalt. Continu de weg lezen waar je het beste kunt fietsen. Vooral het mulle zand vind ik wel spannend met mijn 31 mm bandjes. ‘Handjes ontspannen aan het stuur en laat je banden een weg zoeken in het zand’, hoor ik een stemmetje in mijn hoofd zeggen. Maar soms kan ik toch een ‘hooo, hééé of oei’ niet onderdrukken.

Het gaat lekker, we hebben er flink het tempo in. En toch worden we af en toe rap ingehaald. Het is net een echte Strade. Hoewel net, het ís een echte Strade. Met smalle wegen tussen velden met metershoge mais door. Voedermais heb ik mij door local Kevin laten vertellen. Maar dus ook met echte witte gravelwegen waar je groepen in de verte herkent aan de stofwolken die ze veroorzaken. Mooi om te zien, zolang er niet te veel stof achter mijn lenzen zit, want mijn ogen vinden dit minder prettig.

Ik laat het kopwerk vooral over aan Kevin en Machiel. Op een gegeven moment voel ik spetters. Zit die Machiel zich nu echt voor mij in het zweet te werken? Maar hij weet mij te overtuigen dat het toch echt wat regendruppels zijn. Gelukkig blijft het bij een paar druppels en al snel breekt de zon echt door als we nog 75km moeten.

De verzorgingsposten zijn een feestje op zich; 4 posten op 150 km zijn een aangename luxe. Ieder met zijn eigen sfeer. En overal weten ze het klein te houden. Andere deelnemers weten precies wat ik bedoel. Gemütlich, intiem. Zeker niet klein in de zin dat er niets is, want eten en drinken was er in overvloed. Met uiteraard de beroemde overheerlijke kaneelcake. Zouden ze die overigens ook al naar het westen van het land geëxporteerd hebben? Soms kon je het zelf pakken en soms kreeg je het aangeboden door kleine kinderen die met een groot dienblad met lekkernijen tussen de gravelaars door scharrelden.

Dit jaar geen grote fanfare of zangkoor, maar wel een DJ, een keyboardspeler en een jongen die het bluesgevoel helemaal in mij naar boven bracht. Als ik bij het 3e Lustrum ook weer van de partij ben, dan hoop ik dat hij er nog steeds bij is. En dat hij dan zijn gitaarspel heeft verrijkt met een warme whisky-bluesstem. Misschien moet ik dan wel lampjes meenemen, want dan heb ik natuurlijk helemaal geen zin meer om verder te gaan.
Nu kon ik mij nog maar net losmaken bij de laatste post. Nog een klein uurtje (26km) met de beruchte Lochemse berg naar de finish.

En ook bij de finish is de liefde van vrijwilligers weer zichbaar. Geen kale tafels om je broodje hamburger te eten, maar tafels waar vaasjes met vrolijke bloemetjes op staan. En ook nu muzikaal ondersteund door een groep waarvan de naam mij even ontschoten is. Schitterend.

Geniet, het is te mooi om hard door de Achterhoek te gaan, dat was het advies op de website. Oké het was mijn snelste Strade, maar wat heb ik genoten!

Tot volgend jaar.

Once in TheRide time

Na de 1e etappe zei iemand tegen mij “Aan het eind van TheRide heb je waarschijnlijk de perfecte conditie om de TheRide te rijden”. Ik beaamde dat, met de Col de la Madeleine, de Forclaz en de Passy in mijn benen, bijna 4000hm. De Madeleine was de gevreesde start van TheRide. Bijna 20km klimmen, maar het ging eigenlijk best goed. Komt zeker door een goed uitgerust lichaam 🤔.

De laatste berg was de challenge voor die dag en ‘mocht’ overgeslagen worden. Het was toch alleen maar berg op en dezelfde weg weer terug naar de camping. Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om hem niet te doen. Alles rijden, zolang het kan, dat is mijn insteek. En ik werd beloond, met voor de 3e keer die dag op een schitterend uitzicht op de Mont Blanc. Wel met het gevolg dat ik even voor half zes de camping op draaide.

Ik probeer een ritme te vinden in het drukke programma, want ik voel mij opgejaagd. Continu bedenken wat ik nog moet doen om te starten of bedenken hoe laat ik ergens moet zijn. Op de eerste dag had ik mij bijvoorbeeld niet aangemeld voor de start en ontdekte ik 5 minuten voor de start dat ik mijn bidons nog helemaal niet gevuld had 😬.
Want een druk programma is het:
Half zeven gaat de wekker, lenzen in, wielerkleding aan, meteen insmeren met factor 50, snel ontbijten, alles gereed maken voor de start om acht uur, tussen de 140 en 190km fietsen, na de finish tussen half 4 en 5 uur even op adem komen, douchen, eten, avond briefing, kleding klaarleggen voor de volgende etappe, bidons alvast vullen en om half elf weer slapen.

De 2e etappe liegt er ook niet om. Zo’n 35 km kilometer klimmen voor de boeg, waaronder de 17,7km lange Croix de la Serra. Ik beklim deze berg met nauwelijks mensen voor én achter mij. De bewolking hangt laag, maar het blijft gelukkig droog. In de afdaling wordt het nog link. Ze zijn met de weg bezig geweest en er ligt een dikke laag vers grind op het asfalt. Gelukkig wordt dit goed van te voren aangegeven door een van de motards. Een Strade Bianche is er niets bij. Als een oud wijf leg ik deze strook af op mijn 25mm bandjes af. We zitten overigens alweer in de Jura. Op een van de toppen, geen flauw idee meer welke, zit een man van zeker 75+ naast zijn racefiets in de berm. Ik vraag of het goed met hem gaat. En dat gaat het. Hij spreekt mij in gebrekkig Duits aan en wil weten wat ik aan het doen ben. Een groepje renners kwam twee minuten eerder voorbij, laat hij mij weten. Ik heb geen haast dus vertel het hele verhaal van Alpen tot Cauberg. De Alpen, dat vindt hij ook een mooi gebied om te fietsen. Volgende week gaat hij er ook weer naar toe. Na een minuut of 10 rij ik vrolijk verder.

Als de hoogtemeters iets minder worden weet je dat de kilometers toenemen. Bijna 180 km tegenwind staat er voor de 3e etappe. We rijden door een landschap met Zwitserse kenmerken. Mooi, voor zover ik er oog voor kan hebben, want door de tegenwind worden er groepjes gevormd, wat soms tot gevaarlijke situaties leidt op de drukke wegen. Lekker doorrijden dus, maar wel handjes op de remmen. Grote vrachtwagens blijven lang op de linker weghelft rijden om ons in te halen, zodat tegenliggers vol in ankers moeten. En dan is het niet handig als iemand in groep begint te schreeuwen dat hij een vos op het land ziet.
Helemaal zonder kleerscheuren is deze dag niet. In een van de afdalingen haalt een jonge automobilist het in zijn hoofd om na een groepje renners ingehaald te hebben, vol in de remmen te gaan. Met als gevolg dat een renners door de achterruit van de auto vliegt. Afgezien van de traumatische ervaring valt het lichamelijk letsel mee. Na een ziekenhuis bezoek, verschijnt hij ’s avonds toch weer op de camping. Verder fietsen is voor hem helaas niet meer mogelijk.
Overigens heb ik een fietsmaatje gevonden, die vrijwel exact dezelfde snelheid omhoog én in de afdalingen heeft. TheRide is onwijs gaaf om van je bucketlist te strepen, maar dit maakt het nog veel gezelliger. Samen volbrengen we de 3e etappe.

Ik ben dit avontuur begonnen met 2 vrijwilligers, Anja (vrouw) en Marian (vriendin). En alle drie leven we ontzettend in onze eigen bubbel en leven daardoor behoorlijk langs elkaar heen. Anja als verzorger op post 2, Marian in wisselende diensten als masseur/fysio en ik uiteraard als fietser. Met het avondeten proberen we de belevenissen van díe dag te delen, iets wat zeker niet altijd lukt. Toch vermaken we ons uitstekend.

Het wordt een zware 4e etappe dag. Niet zozeer vanwege de 160 km en ruim 3000hm, wel omdat de benen nog wat vermoeid zijn en het ‘zitgebeuren’ wat begint op te spelen. Fietsmaatje Machiel en ik strijden om wie te meeste zadelpijn heeft op deze schitterende route door de Vogezen.
Machiel wint, want hij kan niet van start gaan in de 5e etappe. Te veel last. Helaas, begin ‘alleen’ aan de 11km lange La Schlucht. Een heerlijke, niet te zware klim, gevolgd door een enorm lange afdaling. Het is nog koud. Mijn vingers en tenen worden gevoelloos. Ook nu hebben we in de afdaling een strook van 4km met vers grind op de weg.
Bij de eerste Verzorgingspost zie ik dat Machiel gebeld heeft. Geen idee waarom, dat hoor ik wel als ik bij post 2 ben, want hij zou daar naar toe gaan om te helpen. Totdat ik opeens “Hé Peter”, hoor. Machiel staat daar in wielerkleding én met fiets. De EHBO heeft wonderen verricht, zodat hij toch verder kan fietsen. De details van de behandeling zal ik jullie besparen, maar gelukkig had ik mijn krentenbolletje en banaantje al achter de kiezen bij het horen van zijn verhaal.
Kop over kop, fietsen we samen hard verder. Het gaat zelfs zo goed dat we om half 4 al binnen zijn. Eindelijk iets meer tijd voor mezelf. Bij de ouders van Machiel word ik gefêteerd op cola, chips en bouillon. Heerlijk, mijn hele dag is weer goed.

Het eten is overigens fantastisch.  Elke dag iets anders, natuurlijk een keer pasta, maar ook quiche, risotto, curry, gepofde aardappel, lasagne etc etc. Allemaal heel smaakvol klaargemaakt. Een superprestatie om dit voor 250 m/v te bereiden. Ik kan de hele dag door eten. Een keer at ik een snack direct na de finish, kreeg ik heerlijke broodjes met kaas en gebakken uien, at ik nog een ‘leftover’ lasagne van de dag ervoor weg om vervolgens om 18:30 uur aan het echte avondeten te beginnen 😊.

De 6e etappe is de langste etappe met bijna 190 km. Zoals bijna iedere ochtend is de start koud, maar al snel kunnen mijn mouwtjes en windhesje uit. Machiel en ik krijgen gezelschap van Theo. Kan ook lekker doortrappen en dat is wel makkelijk, een extra hulp op de brede Franse wegen. Vandaag nauwelijks echte bergen, maar wel continu up and down. Lekker tempo draaien, totdat Machiel lek rijdt. Met z’n drieën denken we even snel de band te verwisselen. Haastige spoed blijkt zelden goed, want na 5 minuten rijdt hij weer lek. Dat kan geen toeval zijn. En inderdaad er zat nog een stukje glas in zijn band. Dat krijg je als 3 wijsneuzen 1 band snel proberen te verwisselen. De Shimano troepen waren gelukkig snel ter plaatste om het euvel te verhelpen. Inmiddels hebben we Frankrijk verlaten en hebben we een finish berg op in het mooie Saarburg. Anderhalf uur eerder dan gepland. Het was weer een mooie dag.

Het is helder op de Landal camping bij de start. In het dal echter hangt een dikke mist wat het een mooie afdaling maakt. Tijdens deze 7e etappe steken we Luxemburg diagonaal door naar België, 154 kilometers. Ik heb het zwaar. Zitten op mijn zadel is een lijdensweg. En vooral op het slechte asfalt in België speelt dit op. Als Anja bij post 2 vraag hoe het gaat, springen de tranen in mijn ogen. Gelukkig camoufleert mijn bril dit. Maar goed ik moet verder. Ik sta liever op de pedalen dan dat ik weer moet gaan zitten. Vandaag geen lange beklimmingen, daar voor in de plaats wel hoge stijgingspercentages, zodat je iedere keer tegen een muur van asfalt op kijkt. Ik vind klimmen eigenlijk altijd wel leuk, maar oh wat geniet ik nu van de afdalingen die mij dichter bij de finish brengen in La Roche.

En dan opeens is daar toch die 8e, laatste etappe naar Valkenburg. Nog 143km om mij Finisher van TheRide te mogen noemen. We worden gewaarschuwd voor de slechte wegen België. Maar hier klopt niets van. Het waren nl. súpersúperslechte wegen, op een enkele nieuwe strook asfalt na. Vooral rond Spa was het dramatisch. De restanten van de watersnoodramp waren ook nog goed te zien rond la Roche en Spa. Indrukwekkend. Honderden meters schroot lag langs de weg.
Ik fiets vandaag in mijn TheRide tenue. De broek heeft een iets dikker zeem, wat het iets aangenamer maakt om op het zadel te zitten. We kunnen ook lekker doorrijden en hebben veel gezelschap van andere groepjes.
Bij de 2e Verzorgingspost bereiken we Nederland via het 3 landenpunt. Daar ontmoet ik nog even neef Arjan die mij gefotografeerd heeft op de beklimming. Het is druk daar en ook op de weg naar Valkenburg. Op de Cauberg, onze allerlaatste klim staan veel familie en vrienden om de finishers van TheRide binnen te halen. En mij dus ook.

En dan na 1300 km en 20.000hm komt er een eind aan een mooi avontuur die ik al jaren op mijn bucketlist had staan. Zonder lekke banden, zonder valpartijen, zonder één druppel regen. Een blijvende herinnering in mijn geheugen. Nog even afscheid van de fietsers waarmee ik samen fietste of die regelmatig op de hellingen tegenkwam. En afscheid van de vrijwilligers die onvermoeibaar positief waren. Echt top. Met twee van die vrijwilligers rij ik weer naar Amstelveen. Nagenietend van dit mooie event.
TheRide, TheEnd.

Let TheRide begin!

Nog een paar dagen en dan gaat het beginnen. De tocht waar ik mij twee jaar geleden voor heb ingeschreven. Met een kampeerbus volgeladen met fiets- en tentspullen vertrekken we in 3 etappes naar de Alpen. Eerst nog een beetje vakantie en trainen.

Die vakantie is hard nodig, want volgende week wordt het bikkelen. Voor mij omdat ik vanuit de Alpen in 8 dagen naar de Cauberg fiets. En voor Anja en Marian omdat ze als vrijwilliger ‘ten dienste staan’ van de 185 deelnemers aan TheRide. Het handboek belooft hen veel vrijwilligers uren.

Dus nu nog een beetje genieten van het Müllerthal in Luxemburg waar ik nog een fietstochtje met 650hm maak. Nog niet eerder gedaan dit jaar. Ja op Zwift, maar dit jaar nog niet in de reële wereld 😬. En ook nog met z’n drieën een lekkere wandeling gemaakt over de Müllerthal trail.

Onze 2e stop is in de Haute Savoie. Bij aankomst stoot ik in een onbewaakt moment mijn knie (van de val van weken geleden) weer open. Ik baal als een stekker, want ik dacht dat alles goed dicht was. Gelukkig is na een dag of 2 alles weer droog en dicht.
Op Strava zie ik sommigen nog volop trainen door bijvoorbeeld de Col de la Madeleine ‘eventjes’ 2 keer achter elkaar te doen. Respect, maar ik doe even niet mee. Hier in de Savoie kan ik wel makkelijker meer hoogtemeters maken dan in Luxemburg. Toch wil ik het niet te gek maken. Mijn knieën gaan een stuk beter nu ik wat minder train en dat wil ik graag zo houden.

Nog 3 km

Dus met een mooie tocht naar de Col de l’Epine en 1150hm vind ik het welletjes. Toch even een klim van bijna 6km in de benen en toch even wennen aan de snelheid in de afdaling. Ervaren hoe het is om met schijfremmen af te dalen en een  strook grind in diezelfde afdaling tegen te komen. Scherp blijven, dat is het devies.

Inmiddels sta ik op de camping aan de voet van de Col de la Madeleine. Het is al een gezellige drukte met vooral vrijwilligers die een enorm tentenkamp aan het opbouwen zijn. De bus met Riders is onderweg. Ik ben er klaar voor. Let TheRide begin!

Kortste rit ever!

Vier krentenbollen, 2 bananen, 2 bidons, reepjes en een gelletje. Om 8 uur rij ik de straat uit. Klaar voor een mooie tocht van 150 km. Lekker rustig, vorige keer was het goed bevallen om op zaterdagochtend te fietsen. Veel mensen gaan blijkbaar eerst de auto wassen of boodschappen doen of zijn op vakantie.
Na iets meer dan een kilometer zit ik normaal gesproken al in de polder, de Middelpolder. Maar vandaag blijkt dat toch iets te ver. Ik zie in de bocht, voordat ik de polder in draai, dat het wegdek donker gekleurd is. Nat van water? Zeker van een trekker met een aanhanger waar nog vocht uit komt, want het heeft niet geregend.
Één seconde later ga ik in de bocht onderuit. Voor het eerst in mijn leven glij ik met mijn racefiets over het asfalt. Tijdens mijn val realiseer ik mij dat het olie is. Ik hoor het scherpe gekras van mijn fiets over de grond. Nog voor ik tot stilstand gekomen ben, vloek ik de hele zooi bij elkaar. Een auto komt mij tegemoet vanuit de polder. Ik sta snel op en ga aan de kant. ‘Gaat het een beetje’, vraag de bestuurder. Hij vraagt aan zijn vrouw of ze iets desinfecterends bij zich heeft. Ik bedank voor de hulp en geef aan dat ik bijna thuis ben, waarop ze doorrijden. Ik bekijk de schade en zie dat mijn kin en linkerknie stuk zijn en ook alle knokkels van mijn rechterhand. Toch vreemd, bij een bocht naar links. Verder zijn mijn schouder en heup gevoelig.

Mijn kleding is gelukkig niet stuk, dus dan zal de schade eronder ook wel meevallen 😬. Er zit wel allemaal olie op.  De schade aan mijn fiets valt gelukkig mee. Mijn linker rem staat helemaal scheef en is beschadigd, maar die kan ik eenvoudig rechtzetten. De krassen op mijn pedaal en schoen neem ik voor lief. Mijn helm heeft helemaal geen schade. Volgens mij ben ik ook niet met mijn hoofd op het asfalt gekomen.
Heel even denk ik nog, verder fietsen?, maar die gedachte laat ik al snel varen. Ik stap voorzichtig op en keer huiswaarts. Alles lijkt het nog te doen. Een ervaring rijker, zullen we maar zeggen. Na 2,8 km sta ik weer thuis en sla deze Strava rit toch maar op.

Onder de knie hebben

Nee, de titel heeft niets te maken met mijn vorige blog om rustiger te gaan fietsen …… en toch is dat wel wat ik op dit moment doe.

Met nog 6 weken vóór The Ride heb ik last van een blessure. Net onder mijn knie. En dan vooral bij kracht zetten. Het begon een paar weken geleden, nadat ik 240km had gefietst. Dat ‘retourtje’ Oisterwijk ging overigens prima, maar de week erop begon het op te spelen.

Een weekje rustig aan en dan is het wel weer over, dacht ik nog. Not! Het ging weliswaar beter en met vriend Wim heb ik er nog een Waterlinie toertocht van 220km uitgeperst. Maar bij kracht zetten of tegenwind begon mijn knie te steken en voelde ik een zeurende pijn aan de voorkant onder mijn knie. Zo vlak voor The Ride niet zo fijn. Geen moment te verliezen, dus belde ik direct de fysio om er naar te laten kijken. Ik verwachtte een behandel traject tot aan The Ride, maar het bleef bij slechts een consult ….. en oefeningen.

Het gaat om een geïrriteerde aanhechting van de dijbeenspier die onder de knie eindigt. Dus moet ik veel rekoefeningen doen. En voorzichtig zijn met fietsen werd mij met nadruk geadviseerd. Normaal gesproken is dat eerste een probleem, omdat ik er vaak onvoldoende tijd voor neem. Maar nu is er een noodzaak 😊, dus plichtsgetrouw doe ik minimaal 3x per dag mijn oefeningen. Dat minder fietsen lukt niet heel goed. Oké, de eerste 2 weken dan, maar inmiddels voer ik de kilometers al weer iets op tot rond de 300km per week. En dat gaat redelijk goed. Nee, het is nog niet weg, het gaat wel beter. Ik fiets continue een tandje lichter wat met wind tegen geen probleem is. Met wind mee, ben ik gauw geneigd om er een tandje bij te doen. Maar ik doe het niet hoor. Met een gemiddelde rpm van minimaal 93 draai ik mijn rondjes door het Groene Hart. Alles over voor The Ride!

Addio Stelvio, bonjour Madeleine

Al 2 jaar roep ik naar iedereen die het wil horen (en ook als ze het niet willen horen) dat ik in acht dagen van de Stelvio naar de Cauberg ga fietsen. 1.300 km en 20.000 hm. Maar door corona en verschuiving van TheRide naar september, blijkt het niet mogelijk om voldoende campings te vinden die het peloton van TheRide kunnen ontvangen. De geplande route moet dus anders.
Gelukkig is de organisatie niet voor één gat te vangen en heeft een uitstekend alternatief uitgewerkt. Zo bleek woensdagavond bij de presentatie van de route door Gijs Bruinsma en Carlo van Nistelrooy

We gaan niet door 8 maar door slechts 5 landen. Evenmin starten we bij de Passo del Stelvio, maar bij de Col de la Madeleine in de Alpen. Uiteraard allebei grote namen. Toch spreekt de Stelvio mij meer tot de verbeelding. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik ze even vergeleken. De gemiddelde en de maximale stijgingspercentages blijken vrijwel gelijk. Oké de top van de Stelvio ligt ruim 700 meter hoger en de klim is ‘iets’ langer. Bij de Madeleine ben je namelijk àl na 19,7km 😬 op de top.
Lekker belangrijk voor iemand die het grootste deel van het jaar onder zeeniveau fietst en als langste ‘klim’ in de buurt, de brug bij Breukelen over het Amsterdam-Rijnkanaal heeft. Met een rit van 160 km haal ik vaak de 150 hoogtemeters niet eens.

De la Madeleine begint vrijwel direct na het verlaten van de camping en dat is slechts het begin. De eerste dag maken we namelijk al 4000 hm. Zo beklimmen we die dag ook de Col de la Forclaz, een berg die ik op mijn travelbike vorig jaar niet heb beklommen. En ook dat is nog maar het begin. Want zo volgen er nog 7 dagen met als finish de top van de Cauberg waar het Shimano Experience Center staat. Tussendoor pakken we nog vele bergen, de Route des Crêtes en de Grand Ballon mee.
Ik heb even alles bij elkaar opgeteld. Gemiddeld fietsen we iedere dag ruim 160 km met bijna 2.600 hm. Afstanden tussen 140 en 190 kilometer met tussen de 1.700 en 4.000 hm.
Een zenuwachtig lachje ontglipt mij als ik deze getallen zie staan. Ik denk dat ik zo maar weer even ga trainen in de polder. Ik heb nog bijna 3 maanden dus dat moet wel goedkomen ……. denk ik.

30km zone.

Ken je dat? De intentie dat je een rustig rondje wilt fietsen en dat je dan toch met ruim 31 of 32 in het uur thuis komt.
Wat is dat toch? Een gebrek aan discipline of is de verleiding gewoon te groot? Beetje van beide, denk ik.

Ik probeer me, met een beetje eigen interpretatie, aan het trainingsschema van Erwin Florie voor de TheRide 2021 te houden. Vaak staat daar een groen vakje met 120-180 erbij. Ofwel 2 á 3 uur in een normaal tempo fietsen. Max 30km p/u gemiddeld thuiskomen beschouw ik als gemiddeld. Ik doe dit zonder hartslag- of vermogensmeter Maar vaak gaat het ‘verkeerd’. De redenen, of misschien kan ik beter zeggen smoezen?

  • De eerste drie verkeerslichten staan op groen. En dan heb ik er al lekker de vaart in, die ik vast wil houden.
  • Het gemiddelde bij het verlaten van de gemeente Amstelveen ligt bij het infietsen al op de 30 km.
  • Het eerste stuk polder heb ik de wind vol in de rug. Dan ga ik daarna natuurlijk niet meer lopen freewheelen. Toch?
  • Ik begin nu eindelijk lekker rustig en dan krijg ik van die plakkers aan mijn achterwiel, die mij ongemerkt toch een beetje opjutten.
  • Ook nu ga ik lekker rustig, maar ik zie toch het gemiddelde langzaam oplopen. Maximaal 30 wordt 30,5 en kruipt naar 31 en 31,1. Dan lonkt daar toch de 31,5 of 32. Om gek van te worden.

Maar er zit wel degelijk verbetering in hoor. Ik gedraag mij als een heer in het verkeer. Denk ik 😬. Ik rij geen oude vrouwtjes van het zebrapad. Haal rechtsafslaande auto’s niet meer rechts in. Rood is stoppen. Inhalen is bellen. Etc.

Ik vertrouw erop dat het dus wel goed komt, maar als je nog tips hebt, let me know.

Drie dagen vreemd gaan.

Dat is lang geleden. Drie dagen lang heb ik niet aan mijn grote liefde gedacht, fietsen. En ik had het er niet eens moeilijk mee. Want er was iemand anders, de schaats natuurlijk! Waar ik mij normaal gesproken schuldig voel als ik 3 dagen niet fiets, dacht ik er nu niet eens aan. Mijn fiets staat in rust te wachten op mijn volgende Zwift-training.

Afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag heb ik heerlijk geschaatst. Op vrijdag was het eerst even wennen in de Middelpolder bij Amstelveen. Veel sneeuwijs daar. Dus oppassen geblazen, want ik wil natuurlijk niet, dat door een lelijke valpartij, de trainingen voor The Ride, of misschien zelfs The Ride zelf in gevaar komt. Maar gelukkig ging dat goed.

De afgelopen 2 dagen was ik op de Grote Poel te vinden. Een mooi rondje van ruim 2 kilometer. Heerlijk om hier te zijn. Veel beter ijs. Met wind mee voel ik mij, diep zittend en met lange slagen, een echte schaatser. Maar met tegenwind val ik behoorlijk door de mand. Mijn slagen worden korter, ik ga iets meer rechtop schaatsen en de handen liggen minder stabiel op de rug. Toch geniet ik enorm. Voor ik het weet schaats ik 25 km weg.

Wat kijk ik hier toch altijd weer enorm naar uit. Schaatsen op natuurijs. Helaas is het van korte duur, want op het moment van schrijven tikt de temperatuur de 1 graad al aan. Op de radio komen meer en meer dringende adviezen om het ijs nú te verlaten. De dooi zet in. En daarmee ook het moment om de blik op vooruit te zetten. Straks het trainingsschema van Erwin Florie er weer bij pakken. Eens kijken wat hij voor mij volgende week in petto heeft. De focus is weer terug. The Ride 2021, here I come.

Ben je nou helemáál gezwift!

Als je mij een paar jaar geleden had gevraagd of ik ook niet een Zwift account zou moeten nemen, dan had ik waarschijnlijk gezegd: “Doe normaal joh. Ik ben toch geen watje. Ik fiets liever buiten”.
Dat laatste klopt nog steeds. Er gaat niets boven lekker buiten fietsen. Niet alleen in de zomer bij 25 graden. Maar ook in de herfst, winter of voorjaar is het vaak heerlijk om buiten te sporten.

Maar heb ik mijn gedachten bijgesteld. Dat begon bij de indoor trainingen bij Cyclinglab op Sloten. Ik zei het nog tegen niemand, maar stiekem begon ik steeds meer lol te krijgen in die sessies op de smarttrainer. De bergetappes, maar ook de blokken- en piramide trainingen via de Tacx-software bleek een efficiënte manier om te fietsen.

Toch duurde het nog anderhalf jaar voordat ik overstag ging. Maar deze zomer ging de knop om. Ik dacht maar een ding, als al die nieuwbakken corona-wielrenners op de weg ook massaal aan de smarttrainer gaan, is er straks geen een meer te krijgen. Dus toen heel Nederland bezweek onder de langste hittegolf aller tijden stapte ik bij De Haan binnen voor een Flux2 indoor smarttrainer.
Mijn Strava-volgers zullen mijn ‘Uurtje in het Schuurtje’ moeten missen, want mijn oude Tacx Booster krijgt een tweede leven bij een fanatieke wielrenster.

En dan de belangrijke vraag, wordt het de Tacx software of Zwift? Ik bleek nog een premium account van Tacx te hebben. En toen ik de smarttrainer kocht zat er ook een free month Zwift bij. Ik kan dus mooi even vergelijken.
Go Zwift lijkt iedereen te roepen. Toch wil ik het eerst zelf ervaren. En eerlijk gezegd, viel en valt het nog niet mee. Tacx is redelijk dummyproof, maar Zwift vind ik dat allerminst. Na menig rit schakel ik even met mijn hulplijn in Hattem, die mij onder andere leerde dat ik van fiets kan ‘wisselen’, dat ik een Garage heb en ik met Zweetdruppels extra attributen kan ’kopen’.

Na 3 verschillende plekken in huis staat hij inmiddels op zolder. Goede Wifi en een bluetooth verbinding is nog wel een dingetje. Dat merkte ik vooral bij de Workouts, waar de trainer niet reageerde zoals ik dat wil. Als ik 200 watt moest trappen, kwam ik niet verder dan 180 watt bij 120 RPM. En moest ik rusten bij 105 watt dan kwam ik niet lager dan 160 watt. Maar met de laptop en ANT+ lijkt het probleem nu verholpen.

Langzaamaan voel ik de verslaving toeslaan. Zo moet mijn zoon zich ook gevoeld hebben bij Minecraft. Elke dag kijk ik of er nog een event is dat mij aanstaat. Niet om direct op mijn fiets te springen, maar gewoon om te kijken en of er misschien andere Zwifters zich aan het uitsloven zijn op hun eigen zweetzwiftzolder.

Ik ben nog een snotneus als het om Zwift gaat. Heb met mijn 4e level net een shirt, helm en zonnebril te pakken. Nog 8 te gaan voor de Alpe du Zwift.
Een collega zei nog “Keizer ik weet zeker dat ik jou de hele winter online zie”. Als ik niet oppas krijgt hij nog gelijk ook. Toch hoop ik op vele mooie dagen om lekker buiten te fietsen. Maar één ding is zeker. Ik ben gezwift.

The great white Oosten!

Na bijna 10.000 km asfalt ga ik ‘eindelijk’ weer het gravel opzoeken. In het Westen kan dat nauwelijks. Ja, bij ome Piet op het erf, maar dan houdt het toch wel op. Bij mijn eerste deelname aan de Witte Cross had ik nummer 007, nu heb ik de allerallerlaatste kaart kunnen bemachtigen. Helemaal blij. Betekent wel dat ik voor 6:00 uur in de auto richting Lochem moet.
Een beetje gespannen rij ik om half acht het weiland op. 150 km fietsen heb ik al maanden niet meer in de benen, laat staan 70% offroad. Maar de spanning is meteen weg als ik door de ‘parkeerhulp’ wordt ontvangen. ‘
“Welkom in het altijd mooie Lochem. Ben je er een beetje klaar voor?” Mijn dag kan al bijna niet meer stuk.

Ik rij de Strade met Kevin. Hij doet net als ik volgend jaar mee met TheRide 2021. Het ziet er weer gezellig uit in het coronaproof openluchttheater. Het voelt een beetje als thuiskomen. Dat mag ook wel, dit is het 4e jaar dat ik mee doe. We halen ons startnummer op en we mogen meteen vertrekken. Geen massastart dit keer. De reden lijkt me duidelijk. Stipt om 8:00 uur doen we dat ook.
Het heeft vannacht flink geregend, sterker nog, het is net droog. Ik begin daarom met een regenjasje.
We hebben er lekker het tempo in. Ik rij op een CX met 33 mm bandjes. En dat bevalt prima. Het is nog lekker rustig in de ochtend. Is dit de Achterhoekse zondagsrust, of is het hier altijd zo? Ik geniet er in ieder geval enorm van. De route wordt overal goed met bordjes en oranje linten aangegeven. Althans, als ze niet door landeigenaren worden verwijderd, omdat zij vinden dat we daar niet mogen fietsen. Blijkbaar zijn er mensen die de Achterhoek voor zichzelf willen houden. Beetje jammer. Gelukkig biedt GPX uitkomst. Misschien moeten ze dat altijd doen; geen bordjes en alleen GPX routes. Scheelt ook nog eens een hoop werk.

Na bijna 40km komen we bij de eerste stop. Ook hier is goed na gedacht over corona. Je geeft je bestelling door aan de, alweer enthousiaste, vrijwilligers. De keuze is reuze en de kaneelkoek is ook dit jaar weer super. We leveren onze bon in voor een gratis koffie. Niet zo’n bakkie kantinepleur, maar gewoon lekkere hete koffie van versgemalen bonen. Met deze caffeineshot in de maag vervolgen we onze weg.

Langzamerhand wordt iets drukker. Zo kunnen we af en toe in het wiel rijden van een groepje MTB’ers.
Met 30 gemiddeld over smalle bosfietspaden is ook wel eens lekker. Gevallen eikels springen onder mijn banden vanaf. Nadeel van een groep is dat je soms een modderdouche in je gezicht krijgt, omdat nog niet alle regen in de grond is opgenomen. Ondanks het tempo heb ik oog voor de omgeving. Voor mij begint de herfst pas als ik een rode paddestoel met witte stippen heb gezien. Nou …. de herfst is begonnen hoor 🍄

Vanaf 100 meter afstand hoor ik onze tweede stopplek al. Een bigband verwelkomt ons met een ‘Soul Chacha’. Met veel enthousiasme veraangenamen zij onze pauze. Kevin en ik doen ons tegoed aan de lekkernijen om daarna de warme klanken weer in te ruilen voor de stilte van de Achterhoek. Ik geniet iedere minuut van de Strade.
Iedere bocht is het weer een verrassing. Welke weg draai ik nu weer op? Wordt het een bospad, gravel, grint, zand of asfalt? Een ding is zeker, 70% kans dat het geen asfalt is.
De regen heeft soms landwegbrede plassen achter gelaten. Met een groepje rijden we op zo’n landweg. Links en rechts van mij kunnen ze de zijkant van de plas pakken. Heel even bedenk ik wat te doen. Vol in de remmen en ook naar de zijkant? Of gewoon middendoor gaan? Ik besluit tot het laatste. De plas was alleen ‘iets’ dieper dan verwacht. Tot aan mijn bracket ga ik er doorheen, met zeiknatte schoenen en sokken als gevolg. Ik kan er eigenlijk wel om lachen. De anderen ook. Gelukkig is het niet koud en voor korte duur zijn mijn schoenen weer helemaal schoon.
Bij de 3e stopplek op bijna 100km is het druk. De 110km en 150km groepen komen hier samen. Iets te druk om het predikaat coronaproof te krijgen, als je het mij vraagt. Met ‘Oh Alie’ van Normaal nuttig ik mijn warme beker tomatensoep.
Mijn benen draaien na 125 km minder soepel en dat geldt ook voor het materiaal. Van mijn vooraf goed gesmeerde ketting is inmiddels niet veel meer over. Mijn ketting lijkt mooi gepolijst te worden door het zand, maar begint te piepen en te kraken. Ik heb geen bel meer nodig als ik mensen inhaal.

Het wordt tijd dat de finish in zicht komt. Eerst nog even de Lochemse berg. Op de Lochemse berg schiet te kramp in mijn bovenbeen. Ik probeer toch door te fietsen, omdat afstappen waarschijnlijk niet zal helpen. Eenmaal boven zie ik Kevin achterom kijken. ‘Ja, ja, ik kom er aan!’
Het ‘Nog 1 kilometer’ bord kondigt de nabije finish aan. Heerlijk, ik heb genoten, maar mijn benen zijn blij dat ze er zijn.

Direct na de finish is het tijd om onze tweede bon in de leveren. Een broodje hamburger in het theater. Zooo, die heeft nog nooit zo lekker gesmaakt.
Bij de uitgang van het theater wordt naar ons 3e bonnetje gevraagd. Bonnetje? Dit blijkt het nummer te zijn dat overeenkomt met het nummer van mijn stuurbordje. Slim bedacht om diefstal van fietsen te voorkomen ….. als je het weet, want dat nummer heb ik bij de hamburger meneer achtergelaten. Kevin kan zich nog legitimeren met zijn inschrijving die hij bij zich heeft. Ook dat kan ik niet. Vol overtuiging zegt Kevin, ‘Maar deze fiets is echt van hem hoor, want hij heeft er net echt 150 km op gefietst. Gelukkig mag ik doorlopen mét mijn fiets. En 50 meter verderop laat ik ook nog even mijn ouden Merckx schoonspuiten. Wat een luxe! Op naar het eerste Lustrum. Kan ik al inschrijven?