Zal ik een foto van je maken?

Toch raar dat er wielrenners zijn, die bij het eerste beetje zon meteen als Pavlov reactie een korte broek en shirt aantrekken. Ik niet. Ik reed ze vorige week nog met overschoenen en handschoenen tegemoet. Ze zullen mij voor gek verklaard hebben, maar 8 graden met en noordoostenwind, kracht 4, vind ik toch echt te koud om comfortabel in het kort te rijden.
De zomertijd is begonnen. De eerste dagen waren nog fris, maar inmiddels zijn we een week verder en is het weekend. 20 graden is de voorspelling. Ik besluit er vroeg uit te gaan om te fietsen. Solo uiteraard. Voor mij geen straf, want 9 van de 10 keer rijd ik al solo.
Enige nadeel van vroeg starten is dat het nu nog koud is. 7 graden bij de start. Wat doe je dan aan als je weet dat het 2 uur later wel lekker wordt.
De zon schijnt volop, dus ik besluit tot een korte broek, een thermo-ondershirt met korte mouwen onder mijn wielershirt én armstukken.

Er is al aardig wat volk op de been. Iedereen wil blijkbaar voor de meute uit. Langs de Amstel rijdt half Amsterdam op weg naar het Groene Hart. Ik wil fietsersluwe wegen in plaats van autoluwe wegen. En langs de A2 lukt dat goed. Hier kom ik vrijwel niemand tegen. Het is zelfs zo rustig dat ik toch besluit een stuk Ronde Hoep te proberen. Ook dat gaat wonderwel goed. Hoewel er wel behoorlijk wat stelletjes of huisgenoten fietsen, die niet aan Social distancing doen. Een veel gehoorde klacht van echte #ridesolo-fanaten op social media. Ik begrijp die setjes wel, maar ga dan op smalle wegen niet ook nog eens naast elkaar fietsen, want dan gaat het natuurlijk niet goed. By the way, met de aantrekkende zuidwesten wind vandaag kun je sowieso beter achter elkaar fietsen.

Ook langs het Amsterdam Rijnkanaal is het stil. Een paar fietsers, een groot vrachtschip, dat is het ongeveer wel. De temperatuur is inmiddels aardig opgelopen. Bij het eerste beste bankje bij Kockengen maak ik een stop. 60km op de teller. Tijd voor een banaantje en een krentenbol. Mouwstukkken af en even genieten van het zonnetje. En even vereeuwigen met een selfie, voor Strava.
“Zal ik even een foto van je maken?” Een jonge dame, strak in haar wielrenpak, stop vlak bij mij. Waar ik heb dit aan te danken, denk ik nog even naïef, maar al snel blijkt dat ze op haar tragere vriend moet wachten. Een oprecht aardige vraag van haar en toch heb ik hem al met nee beantwoord voor ik erg in heb.
Hoe moet dat dan, denk ik nog. 1,5 meter. Leg ik dan mijn telefoon op de bank, die zij dan pakt, een foto maakt, weer terug legt op de bank. Maar goed, door mijn simpele nee, is het ‘probleem’ al uit de wereld.
Vanaf nu ruim 40km bijna alleen maar wind mee of van opzij. Lekker hoor. Geniet ik toch wat meer van het getjilp van mussen rondom de boerderijen langs de Kromme Mijdrecht. Overigens ook hier is het lekker rustig. Soms een kleine opstopping omdat wandelaars en fietsers in beide richtingen elkaar met 1,5 meter elkaar proberen te passeren. Dat lukt dus even niet. Maar niemand lijkt zich druk te maken. Heerlijk zo’n eerste zomertijd week.

Het Alternatief

Ik wist het natuurlijk allang. The Ride gaat niet door in juni. Heel Europa is donkerrood gekleurd van de corona, dus een onmogelijke opgave. Deze week hakte de organisatie de knoop door. The Ride wordt verplaatst naar de laatste week van augustus. Van 23 tot en met 30 augustus. Tegelijk met Tour for Life. Precies in mijn zomervakantie, die ik nog niet geboekt heb 😊. En nu maar hopen dat het tegen die tijd een beetje beter gaat met het Coronavirus.

Helaas geen start bij de Stelvio, want die stond al een tijdje op mijn bucketlist. De essentie blijft gelukkig wel gelijk. We starten nog steeds vanuit Italië (Bardonecchia) en eindigen in Valkenburg. Nog steeds 1.300km en nog steeds 20.000 hoogtemeters. Dus nog steeds afzien. Alleen fietsen we nu niet door 8 maar 4 door landen. Door Frankrijk leggen we het grootste deel af. Ach, een kniesoor die daar een punt van maakt.

Ik kreeg ook nog de mogelijkheid om de plannen te switchen naar The Ride Pyreneeën in september. Maar neeee, vanuit Italië naar huis fietsen lijkt mij het mooiste.

Oké geen Stelvio dus, maar met de Col de l’Iseran klim je in ruim 40 kilometer tot bijna 2.800 meter gaat. Dus ik kan echt wel aan de bak. Dikke pluim voor de organisatie om die zo snel voor elkaar te krijgen.

Nog een kleine vijf maanden om te trainen. Na twee weken voorzichtiger aan doen, omdat ik snotverkouden was, ga ik weer lekker opbouwen. 100% solo dat is de norm. Daarnaast moet het ook rustiger aan, aldus de geleerden. Ga je te diep, dan heb je minder weerstand en grotere kans op …… iets met Corona. En maak duurtrainingen tot max 3 uur. Het nieuwe trainingsschema heb ik al in huis
Dus ik ‘stay calm’ en fiets mijn rondjes.

Helemaal happy.

Noodzaak!

Badend in het zweet word ik wakker. En meteen moet ik aan het Coronavirus denken. Niet dat ik koorts heb of zo. En dat ik het volgende slachtoffer in Nederland ben. Nummer 128 of zo? Of dat een naaste collega uit voorzorg thuis moet werken, omdat hij in Noord Italië is geweest. Nee, het is nog veel erger. Corona zal toch geen roet in het eten gooien van The Ride 2020? Bij die gedachten krijg ik het opeens heel warm.De Passie del Stelvio ligt hartstikke in Noord Italië en is een risicogebied. Als er besmettingen in Nederland zijn, dan is heel vaak een link met Lombardije te leggen. De overheid heeft inmiddels een dringend advies gegeven. Ga er alleen naar toe als het echt noodzakelijk is.

Over exact 3 maanden zit ik midden in mijn beklimming van de Stelvio. Nog slechts 3 maanden veel kilometers maken. Dan is het vast wel over, toch?Natuurlijk is het noodzaak dat ik naar Noord Italië afreis. Ik ben verdorie niet voor niets als een gek aan het trainen. Ik moet The Ride rijden. En die start toevallig daar. Dus hoe noodzakelijk wil je het hebben?

Code geel

Ik laat me niet zo snel gek maken door een beetje regen. En ‘by the way’, tijdens The Ride kan het ook regenen. Dus besluit ik om samen met een andere deelnemer aan The Ride, zondag om 8:15 uur op de brug bij Ouderkerk aan de Amstel af te spreken.
In de stromende regen ontmoeten we elkaar met het plan om 100 km te fietsen. Dat kan net, want om 12:00 uur begint de wind pas flink aan te wakkeren, aldus de weer app.

Binnen 7 km kom ik er al achter dat mijn regenjack zo lek als een zeef en dat ik dus zeiknat word. Gelukkig valt de temperatuur wel mee. En tot zover het goede nieuws.

Want na het gehucht Vrouwenakker neemt opeens de windsnelheid flink toe. Het zal wel van korte duur zijn, denk ik nog naïef. Vanaf dat moment krijgt code geel voor mij een nieuwe dimensie. Eerst hebben we de wind nog vol op de kop en daalt de snelheid soms tot onder de 20 km per uur. Maar nog steeds te doen. Dan draait de weg en krijgen we de wind van opzij. Recht fietsen lukt niet echt meer, laat staan in elkaars wiel rijden. Of kop over kop. Dat gaat zo een kilometer of 10 door.

Eenmaal bij het riviertje de Meije krijgen we de wind van achteren. Lekker vaart maken, of toch niet. De Meije slingert en dus krijg je de wind van alle kanten. Jakob speert vooruit. Ik kies mijn eigen tempo en zie hem dan ook niet meer terug. Het water staat hoog in het riviertje en grote plassen maken de weg soms voor vele meters onzichtbaar.
Ik besluit om de route in de korten. De snelste weg naar huis is nog 27 km te gaan. 27 lange kilometers met vooral zijwind. Ik ben op mezelf aangewezen langs de Kromme Mijdrecht, want geen malloot haalt het in zijn hoofd om met dit weer te fietsen of uberhaupt om de weg op de gaan. En de weinige automobilisten zullen ongetwijfeld met hun hoofd hebben geschud toen ze mij zagen. Stakker!

De westen wind heeft vrij spel over de akkers. Ik rij vooral links op de weg om een beetje speling te hebben. Diep over mijn stuur gebogen en onder in de beugel probeer ik mij zo klein mogelijk te maken en mijn 70 kg mijn voorwiel tegen het asfalt te drukken. Dat lukt maar net, maar ik kan niet voorkomen dat ik op een gegeven moment toch in de berm beland. Gelukkig val ik niet. Hoe ga ik in godsnaam thuiskomen met windstoten van 90 km per uur?

In De Hoef besluit ik Anja te bellen. Als zij mij in Uithoorn komt oppikken, dan is dat wat veiliger. Ik bel. En bel nog een keer. Geen Anja. Shit, dan toch maar op eigen kracht verder.
Bij Uithoorn word ik het ene moment door de wind meegenomen tot hoge snelheid en het andere moment moet ik mijn best doen om de Amstel vanaf te weg de blijven zien. In de bocht na Nes aan de Amstel gaat het weer mis. Schuin tegen de wind in hangend kan ik mijn stuur niet meer houden en voor de tweede keer beland ik in de berm. Weer niet gevallen. Gelukkig ben ik nu bijna thuis en kan ik het laatste stukje een beetje binnendoor en dus meer beschut fietsen.

Na 3 uur fietsen kom ik dan toch eindelijk veilig thuis. 82km op de teller. Door de (in)spanning ben ik vergeten iets te drinken of te eten.
Een ervaring rijker, zal ik zeggen.

Zeg, smeer jij je ketting wel eens?

Ik lig lekker op schema, al zeg ik het zelf. Het trainingsprogramma van The Ride kan ik qua uren tot nu toe prima volgen. Oké soms ’s avonds even doorwerken, zodat ik overdag een stukje kan fietsen. En afgelopen weekenden goed zoeken naar de momenten waarop ik zonder loodgordel op de fiets kan zitten zonder er vanaf geblazen te worden. Maar ik kan in ieder geval fietsen. Geen gladde wegen, geen sneeuw. Dus je hoort mij niet mopperen.Inmiddels heb ik mijn fiets lekker kunnen inrijden. En vandaag was het tijd voor de eerste servicebeurt bij De Haan in Ouderkerk. Eind van de ochtend kreeg ik een SMSje dat mijn fiets weer klaar staat. Fijn! Maar ook met een boodschap erbij. De ketting zou te droog zijn. En ik doe er verstandig aan deze af en toe schoon te maken en in te smeren. Gelukkig met een 😊 er bij. Ik voelde me aan de ene kant een beetje betrapt. Shit, ik onderhoud mijn kindje niet goed genoeg. En aan de andere kant moest ik ook lachen. Mijn vrouw verwijt mij namelijk soms dat ik mijn fiets beter onderhoud dan haar. Hiermee heb ik eindelijk het bewijs dat het niet zo is 😁. Maar goed, de boodschap is helder. Ik moet nog beter op mijn spullen letten en niet lopen smoezen met ‘even een bak kwark leegeten’ of ‘eerst mijn Strava bijwerken’.Ik kan in ieder geval weer lekker verder. En dat moet ook wel. Tijdens de The Ride bijeenkomst in Heesch werden de profielen van de etappes getoond. Op papier 1.255 km en ruim 21.000 hoogtemeters! Mijn vrouw werd er helemaal zenuwachtig van. Ik vond het alleen maar leuker worden. Wel met het gevoel dat ik met drieënhalve maand te gaan nog vele uren in het zadel moet zitten. Iets wat tot nu toe geen probleem is. Alle steun van het thuisfront en binnenkort ga ik ook met een aantal the Ride riders fietsen. Al een beetje het TheRide-gevoel kweken. Dus de voorbereiding is niet helemaal ‘only the lonely’.

Echt klimmen zal van te voren niet veel gebeuren. Ja, een Steven Rooks Challenge in Zuid Limburg en vast nog wel een rondje Posbank, maar daar blijft het ongeveer wel bij. Uren maken, daar ga ik voor. Met een goed gesmeerde ketting uiteraard!

Twintigtwintig

Yes, de dagen gaan weer lengen. Twintigtwintig is begonnen. En dat maakt het al een ander jaar. Magischer dan 2019, dat nooit als twintignegentien werd uitgesproken. Maar ook magischer vanwege mijn grote uitdaging in 2020. Nog maar 5 maanden en dan vertrek ik naar Italië voor The Ride.
Natuurlijk is de start van de Vuelta in Nederland met o.a. Steven Kruiswijk en de Olympische Spelen met Mattieu vd Poel, ook belangrijk. Maar wat is er belangrijker dan een eigen prestatie neer te zetten? Misschien toch wel een beetje van ‘kijk ik kan het nog’, ook al moet ik dat nog bewijzen. Feit is dat alles in het teken van The Ride staat. Ik denk, droom, voel The Ride. Ik ben The Ride. Maar niet getreurd, familie en vrienden. Medio juni is het over, dan ga ik weer normaal doen.
Althans als het om de prestatie staat. Want als ik finishers moet geloven, leef je daarna nog wel even in een bubbel.
Maar tot het zo ver is moet er nog veel getraind worden. Met het trainingsschema van The Ride en de huidige weersomstandigheden is dat vrij eenvoudig. Weinig vorst of gladheid tot nu toe. Ook al blijft het opletten om de ochtend. De wegen worden nauwelijks droog. Na ieder ritje ziet mijn fiets er dan ook niet uit. Dat ik precies de reden dat ik nog vaak op mijn ‘oude’ Merkcx fiets. Maar dat gaat veranderen 😁 Dinsdag start ik weer voor 12 weken bij Cyclinglab op Sloten. Op het binnenterrein ga ik aan mijn conditie werken. Op de Tacx doe ik onder andere de Sella Ronda, El Teide en Alpe d’Huez. En zal ik een beetje dood gaan tijdens de blokken- en VO2max-training.
Mijn eerdere plannen om nog in het buitenland te trainen, heb ik laten varen. Het wordt Limburg. Best vergelijkbaar met The Ride toch? 🤔
Deze week is ook het design van The Ride shirt gekozen. ‘Mijn’ voorkeur heeft gewonnen. Nice!

#ridetherideshirt


2020 is net begonnen, maar ik ben al aardig op weg. Dat het een mooi jaar mag worden. Happy new bikeyear!

Mountainbiken in Nepal, hoe gaaf is dat?

Mountainbiken in Nepal is niet te vergelijken met Nederland. Onze fiets/wandeltrekking met Djoser begint in Kathmandu. Na het aanmeten van de fietsen beginnen we met een verkenning door de stad. Het is retedruk en toch zou het rustig zijn in verband met een feestweekend en door het bezoek van de Chinese president. De route hangt vol met het hoofd van Xi Jinping. We moeten links rijden, altijd even wennen. Goed asfalt lijkt een zeldzaamheid in Nepal. Enorm veel potholes. Na 10 x aangeven dat er een gat in de weg is aan de mensen achter mij, stop ik er mee. Gewoon zelf goed opletten. Met de MTB is het overigens prima te doen.
Net buiten het centrum verdwijnt de stank van uitlaatgassen en komt er wierookgeur voor in de plaats. Ook het grauwe straatbeeld verandert meer in kleur door de vele stalletjes met de bloemen van de Afrikaantjes (mag ik die nog zo noemen?) die dienen als offer voor de goden.

Het getoeter blijft. Het wordt overal voor alles getoeterd. Inhalen, invoegen en groeten. En overal hangen borden met de tekst Don’t horn 🙂.

Ik heb mijn wielerkleding aan, net als de meesten van de groep. Dat is heel ongebruikelijk hier. Geen local doet dit. En als je in deze kleding ook nog eens rondloopt op de heiligste plekken van Kathmandu, dan voel je je een indringer op het religieuze feest van anderen. Wij maken foto’s, maar er worden ook veel foto’s van ons gemaakt.

De 2e dag wordt een stuk zwaarder, aldus reisleider Ton. Kathmandu uit is inderdaad zwaar. Het is een Strade Bianche in het kwadraat in combinatie met een heavy MTB parcours. Fietsers zie je hier nauwelijks, behalve degene die op de hoek een boodschapje moeten doen. Motoren des te meer. Geen offroad wat je hier zou verwachten, maar mooie wegmotoren. Mannen voorop met helm en de ladies in hun nette kleding achterop. Zonder helm. Het kost ons een paar uur om echt iets landelijker te kunnen fietsen. Na diverse voorsteden maakt de stad plaats voor rijstvelden en krijgen we meer zicht op de bergen. Asfalt is nog steeds beperkt. Na een pauze bij wederom een tempel, krijgen we de keuze. Willen we een klim van 4km naar een klooster of niet. Voor mij een no-brainer. Natuurlijk ga ik naar boven. Mooie manier om lekker bezig te zijn, maar uiteraard ook om nog meer van het mooie land te zien. Een deel van de groep twijfelt maar stapt toch op. De 4 km lijkt slechts 2,5 km maar wel flink steil. Iedereen komt uiteraard boven. Misschien soms een stukje lopen, maar toch.

De afdaling blijkt net zo zwaar omdat er grote keien in het ‘wegdek’ zijn verwerkt. Continue staan op de pedalen om de klappen van de rotsachtige weg op de vangen. Ik voel mijn bovenbenen.
Na de lunch moeten we nog een laatste stuk van 9 km van vooral klimmen. We moeten naar 1900 meter. Ik begin er lol in te krijgen. Offroad heeft plaats gemaakt goed asfalt zonder gaten. Ook wel eens lekker. Soms zijn de stukken echt steil. Een keer moet ik heel rap terugschakelen. En dan gaat het meteen verkeerd. De ketting vliegt naast mijn kleine voorblad, maar gelukkig kan ik deze er direct weer opzetten. Als het niet meer gaat mag je je fiets in de jeep plaatsen die als bezemwagen achter ons aan rijdt. Maar daar wil niemand aan. Met het juiste karakter komt iedereen boven. En dat wordt beloond met de eerste besneeuwde toppen. De Langtang. Vandaag hebben we 12,6 km geklommen met 19 procent als steilste stuk.

Met een hartige pannenkoek en een dikke omelet als ontbijt ben ik klaar voor de 3e dag. En die begint lekker. Met een klim direct vanaf de Farmhouse. Eerst nog asfalt maar daarna gaat hij over in grof beton.
Na een klim van 6 kilometer met zo af en toe een fantastische blik op de Himalaya kom ik boven en met mij uiteraard de rest van de groep. Soms help ik Anja een beetje in de klim door haar een duwtje in de rug te geven op de steilste stukken. We nemen een korte pauze met local tea en zijn dan helemaal uitgerust voor de afdaling. Waar we het gisteren hadden over een makkie, weten we inmiddels meer. Er wordt geadviseerd om het zadel iets lager te zetten vanwege de steile afdaling, offroad en die blijkt ook nog eens technisch te zijn. Weer eens wat anders voor een roadracer.

Na 2 minuten maakt de eerste medereiziger al een val. Gelukkig loopt het goed af. Alles heel, maar wel wat last van de knie. Een kwartier later gaat nummer twee over de kop. Ook dit gevalletje valt mee. Goed opletten dat is het devies. Uiteindelijk komt iedereen goed beneden. Wist niet dat afdalen zo zwaar kom zijn. Laat mij maar klimmen. En als je denkt alles gehad te hebben, krijgen we nog een stukje highway naar Dhulikhel. Inderdaad, een hel. Een megadrukke vierbaansweg vol toeterende wachtwagen, bussen en moteren. Oja en op de gele lijn naast de highway rijden nog 10 ‘gekken’ uit Holland en België omdat ze zo nodig naar hun Hotel moeten.

De volgende ochtend moeten we weer een klein stukje highway. Gelukkig is het niet zo druk als gisteren. En al snel verlaten we deze weg om weer in landelijk gebied terecht te komen. Al glooiend stijgen we door de laaghangende bewolking naar het Monastery. Na een theetje bezoeken dit monnikenwerk om vervolgens weer een heerlijke Dal Bhat te eten. Daarna is het afdalen geblazen. Over een brede buckel zandpiste dalen we rap af. Totdat er een electriciteitspaal schuin over de weg steek. Wíj́ kunnen wel verder maar onze bezemwagen niet. En de terug is geen optie. Met vereende krachten tillen wij daarom de paal zó hoog dat de wagen er net onderdoor kan. Ook weer gefixd.

We kunnen verder. En dat moet ook want Bhaktapur, onze eindbestemming, schijnt erg mooi te zijn. Doortrappen dus. En ondertussen genieten van de werkers op de rijstvelden die massaal aan het oogsten zijn. Mooi gezicht die kleurig geklede mensen in de groene velden.
Klokke 3 uur bereiken we Bhaktapur dus tijd genoeg om de stad te bezoeken.

Na een dagje rust (reisdag met de bus), maken we opnieuw een mtb-tocht. Nu langs het Phewameer bij Pokara. Onze Nepalese begeleider is echt een baas. Of alles klopt wat hij zegt weet ik niet, maar hij zegt ‘for profession’ crosscountry wedstrijden te rijden. Behendig is hij in ieder geval. Hij doet niet veel onder voor Peter Sagan met zijn wheelies en het weg schieten van stenen met zijn achterwiel. In het begin hebben we een rustig tempo. Een heeel rustig tempo.

Maar dat wordt anders als we na een paar kilometer offroad gaan. Het wordt weer hotsen klotsen over de Nepalese wegen. Met af en toe een rivier crossing. Dit gaat niet altijd goed. Sommigen halen een nat voetje. Dat gebeurt overigens ook als je al trappende de overkant haalt. Het zou een easy ride worden. Maar dat is niet het geval. Want we gaan vaker door een rivier. De keien waarover we fietsen zijn soms wel erg groot en een stevige klim waarbij je net aan in het lichtste verzet boven komt, maken de tocht best pittig. Gelukkig is er een thee-moment. De pittige thee met koekjes bij een klein tentje naast de rijstvelden doet ons goed.
We vervolgen onze weg door de rijstvelden. Een mooie ervaring. Over grote keien banen we ons een weg naar de rivier. En vandaaruit, gaan we weer terug naar de bewoonde wereld, Pokara. Alweer een mooie fietsdag.

Na 4 schitterende wandeldagen door het Annapurnamassief maken we onze laatste fietstocht. Dit keer vrijwel vlak. We zitten in Chitwan, wat wil zeggen we een jungletocht op de fiets gaan maken. Ik kies daarom voor een echt Nepali fiets zonder versnellingen en met velgremmen die niet op de zijkant maar op de velg direct naast de spaken remmen. De fiets is veel te klein voor mij, maar ach wat maakt het uit. Ik probeer het zadel nog hoger te zetten maar de zadelpen blijkt heel kort te zijn. Het wordt een leuke tocht. In de dorpjes komen de kinderen uit de huizen om ons ‘Nameste’ toe te roepen. In de jungle stoppen we regelmatig om apen, krokodillen en herten we bekijken. Na 32 km zit de fietstocht erop. En daarmee ook de fietsbeleving in Nepal. Het was een mooie, bijzondere ervaring.

Zwanger van The Ride

Een maand geleden was ik bij mijn wielerspecialist De Haan voor een infoavond over The Ride. Het meeste wist ik al van een avond vorig jaar en via de sociale media. En toch kwam het nu anders binnen. Ik wist namelijk al dat ik volgend jaar mee wilde doen.

Inmiddels ben ik een belangrijke stap verder. Ik heb me officieel ingeschreven voor The Ride 2020 😛.
Voor degene die het niet helemaal goed voor ogen hebben; in 8 dagen door 8 landen van de Stelvio naar de Cauberg fietsen. 1300km en bijna 20.000hm. “Makkie”, aldus de organisatie, “want jullie hoeven alléén maar te fietsen”. De rest verzorgen wij.

De komende negen maanden ben ik ‘zwanger’ van The Ride. Bij alles zal de vraag oppoppen: Past dit in mijn Ride-planning?
Voor de meesten zit het wegseizoen erop. Voor mij begint het juist. Met een beetje conditie de winter uitkomen en dan snel uitbouwen. Ik heb een generiek trainingsschema ontvangen. Een totaal ander programma dan ik gewend ben. Ik ben een man van duurtrainingen. Zo heb ik de Alpe d’Huzes 5 jaar geleden ook gehaald. Geen bergen, geen interval, gewoon uren in het zadel zitten. Misschien wat eigenwijs, maar het werkte wel. Maar er is een belangrijk verschil. Dat was 1 dag en dit worden er 8.

Natuurlijk, veel uren maken is een must, maar daarnaast staat het trainingsschema ook vol krachttrainingen (op de fiets), intervallen en ritten in verschillende hartslagzones.
Nooit eerder gedaan en nooit behoefte aan gehad. Toch denk ik dat ik het nu eens een kans ga geven. Je schijnt er beter en sterker van te worden.

Mijn Stravavolgers is het wellicht al opgevallen. Ik ben al een beetje begonnen met intervallen en tempoblokken. Op gevoel, want ik moet nog wel even een hartslagmeter kopen.

Wat ik ook wil is wat meer doen aan mijn core en wat meer rekoefeningen. Maar dat wil ik al heel lang. Ik kwam onlangs een sportkeuringrapport tegen van 35! jaar geleden. Twee dingen vielen mij op. Ik weeg nog steeds hetzelfde als toen. En de aanbevelingen op het formulier moet ik nog steeds opstarten 🤔. “Meer buikspieren trainen”. Laat The Ride dan maar de aanleiding zijn.

Gelukkig ga ik het niet alleen doen. Anja gaat ook mee als vrijwilliger. Leuk, zo zijn we toch een beetje samen zwanger.

Komende maand ga ik een planning maken. Uiteraard ligt het trainingsschema er al, maar hoe ga ik dit doen naast de dagelijkse dingen in het leven. Hoe zien de komende vakanties eruit? Komt er een ‘hoogtestage’ op Mallorca of iets dergelijks? Zijn er vrienden die af en toe een lange duurtraining willen meefietsen? Heb ik voldoende fietskleding om winter comfortabel door te komen? Wordt het niet tijd voor een nieuwe racefiets?

Alles in het teken van The Ride. Negen maanden in een bubbel leven en dan weer beetje normaal doen. Dat is het plan!

‘Laat de zon in je hart’ bij de Strade

“Doen we dit nu omdat we een beetje stoer willen doen of gewoon om een prestatie neer te zetten?”, vraagt Dolf aan mij als we op de radio horen dat in het hele land festiviteiten afgelast worden. Van allebei een beetje, is de conclusie. We naderen Lochem voor onze 3e Strade Bianche Achterhoek.
Het komt met bakken uit de lucht, totdat we het weiland op rijden dat vandaag dient als parkeerplaats.

Opeens is het droog! We kunnen zelfs rustig voorbereiden zonder nat te worden. Toch houden we rekening met het ergste. De regenjas gaat meteen aan. Ik heb 2 gpx’en gedownload (150km en 110km) en de zonnebril wordt vervangen door één met kleurloze glazen.
In het openlucht theater halen we snel ons startnummer. Het voelt beter om droog te vertrekken.
Maar we luisteren eerst nog even naar de burgemeester voordat we weg mogen. Weet zeker dat niemand heeft gehoord wat hij heeft gezegd, want iedereen wil snel weg. Maar dan klinkt de verlossende bel.

Het duurt een minuut of 20 voordat het toch begint te regenen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel. De temperatuur is perfect en het landschap is schitterend. De paden liggen er goed en over het algemeen nog droog bij. Het is niet druk. Ik denk dat veel mensen het laten afweten. Mooi. Lekker rustig, maar jammer voor de talloze vriendelijke vrijwilligers.

Ik hoor Dolf achter me kreunen en steunen. “Het gaat zwaar”, roep hij. De paden zuigen inderdaad meer dan de kurkdroge versie van vorig jaar.
Ik kijk op mijn teller. 21 km! Nog bijna 130 te gaan. Oeps, dat is wel erg snel. Maar laat het volgens mij niet merken. Na 50 meter zeg ik dat ik bij de eerste stop de route op 110km zet. Ondertussen begint het harder te regenen. Maar van modder nog geen sprake.

Bij de eerste stop pas ik inderdaad de route op mijn Wahoo aan. Dolf verliest ondertussen alle vermoeidheid bij het horen van de bigband met vocale ondersteuning 🎵Laat de zon in je hart🎵 Nou dat laat Dolf zich geen 2e keer zeggen. Hij zet zijn hart volledig open. En wordt meteen overmoedig. “Hoeveel fietsen jullie?”, vraagt de fotograaf. “Nou ik wil 150” zei Dolf, “Maar hij denkt aan 110” 🙂.
We gaan weer snel verder. Met het verdwijnen van de muzikale noten verdwijnt ook langzaam de zon uit Dolfs hart. Het blijft dus 110km.

Bij 65 km krijgt Dolf last van zijn lenzen. Het schoonmaken van de lenzen bij de 2e verzorgingspost haalt niet veel uit. De vrolijkheid is er niet veel minder om. Ook hier muziek en een zeer goed verzorgde eet- en drinkpost.
Zou Dolfs bril van de Kwantum dan toch niet afdoende zijn of komt het gewoon door alle modder die hij van mijn achterwiel opvangt? Het zal een combinatie zijn. Een aantal keer moeten we stoppen omdat er continu zand achter zijn lenzen zit. Vervelend en pijnlijk. Ik kan weinig doen dan toekijken. We proberen een kroeg te vinden. Maar die zijn nog niet open. Het Heiligenbeelden Museum in Vorden is wel open. “Hallo, ik zie er niet uit”, zegt Dolf tegen de vrijwilligers van het museum. Ondanks zijn modderige gelaat en kleding mag hij naar binnen. En ik ook. We krijgen koffie. En Dolf krijgt de lenzenvloeistof van een van hen. Het helpt …. een beetje. Zijn ogen zijn inmiddels aardig geïrriteerd. Opgewarmd vertrekken we weer en tikken al snel de 82km aan. Afgerond bijna 100km. Dus eigenlijk zijn we er al.
We komen bij de laatste verzorgingspost. Ik doe mij nog 1x tegoed aan de verrukkelijke kaneelkoek en een paar stukken banaan. En rap beginnen we aan het laatste stuk van al weer een bijzondere Strade. Ik vind dat zo mooi hè, die asfaltwegen die overgaan in landwegen of gravelpaden. In de Achterhoek heb je pas echt baat bij een gravelbike of CX. Hier in het Westen kom je dat soort wegen nauwelijks tegen.
De regen valt nog steeds mee. Toch moeten we steeds vaker onze weg zoeken op de onverharde modderige paden. Eén keer kan ik de bocht niet houden en eindig ik op een akker. Mijn voorganger deed dat ook. En Dolf deed het nog eens dunnetjes over.

Na 110 km rijden we het openlucht theater van Lochem binnen. Muziek, de lucht van hamburgers en beelden van het WK wielrennen komen tot ons. Ik heb weer genoten.

Foto boven en onder van Eduard Camping

De reuzel loopt mijn reet uit!

Niet een hele frisse titel. Het is een Rotterdamse uitspraak om aan te geven dat het snikheet is. Maar ik ken het gewoon van vroeger. De vader van een vriend zei het regelmatig. En ik moest er deze week weer aan denken. Gek hè?

Vandaag ben ik eindelijk aan fietsen toegekomen. Woensdag wilde ik wel, maar ging ik picknicken langs de Amstel. Toch te warm om met 35 graden te fietsen. Dacht ik. Maar begin van de avond koelde het flink af tot zo’n 28 graden. Als ik dát geweten had. Jaloers keek ik naar de vele wielrenners die de juiste beslissing hadden genomen. Hoewel, de picknick was gezellig hoor 😀
Met deze ervaring zag ik het al helemaal zitten om donderdag wél te fietsen. Maar het bleef toen wel lang heet. 36 graden tot na 20:00 uur. Pfff! Toen kwam ook de reuzel-uitspraak in mijn gedachten. Vrijdag hetzelfde liedje.

Dus helemaal blij stapte ik vandaag eindelijk op de racefiets. Het bleek nog flink warm rond 13:00 uur. Had ik toch vroeger moeten gaan fietsen? Weinig renners op de weg. De warmte speelde 70km lang door mijn hoofd. De geur van dode vissen die de warmte niet overleefd hebben trok regelmatig mijn neus in. Er stond een warme wind. Niks geen afkoeling door rijwind. Het was meer alsof iemand continu een föhn op mijn gezicht hield. In notime leek er een kraantje op mijn hoofd open te gaan die druppels zweet achter mijn zonnebril liet vallen. Het bleef maar door gaan. Gelukkig had ik twee grote bidons bij me om het vochtgehalte een beetje op peil te houden.

Ik zag kinderen zwemmen in open water. Wat zou ik er graag naast springen. Fiets aan de kant en huppakee. Ik zag mensen in een cabrio. Zouden zij het net zo warm hebben als ik. Ga lekker in een airconditioned auto zitten man. Gek!
Of ben ik juist diegene die gek is. Nee hoor, prima te doen om met 29 graden 70 km te fietsen. Maar iets koeler mag ook.