Mountainbiken in Nepal, hoe gaaf is dat?

Mountainbiken in Nepal is niet te vergelijken met Nederland. Onze fiets/wandeltrekking met Djoser begint in Kathmandu. Na het aanmeten van de fietsen beginnen we met een verkenning door de stad. Het is retedruk en toch zou het rustig zijn in verband met een feestweekend en door het bezoek van de Chinese president. De route hangt vol met het hoofd van Xi Jinping. We moeten links rijden, altijd even wennen. Goed asfalt lijkt een zeldzaamheid in Nepal. Enorm veel potholes. Na 10 x aangeven dat er een gat in de weg is aan de mensen achter mij, stop ik er mee. Gewoon zelf goed opletten. Met de MTB is het overigens prima te doen.
Net buiten het centrum verdwijnt de stank van uitlaatgassen en komt er wierookgeur voor in de plaats. Ook het grauwe straatbeeld verandert meer in kleur door de vele stalletjes met de bloemen van de Afrikaantjes (mag ik die nog zo noemen?) die dienen als offer voor de goden.

Het getoeter blijft. Het wordt overal voor alles getoeterd. Inhalen, invoegen en groeten. En overal hangen borden met de tekst Don’t horn 🙂.

Ik heb mijn wielerkleding aan, net als de meesten van de groep. Dat is heel ongebruikelijk hier. Geen local doet dit. En als je in deze kleding ook nog eens rondloopt op de heiligste plekken van Kathmandu, dan voel je je een indringer op het religieuze feest van anderen. Wij maken foto’s, maar er worden ook veel foto’s van ons gemaakt.

De 2e dag wordt een stuk zwaarder, aldus reisleider Ton. Kathmandu uit is inderdaad zwaar. Het is een Strade Bianche in het kwadraat in combinatie met een heavy MTB parcours. Fietsers zie je hier nauwelijks, behalve degene die op de hoek een boodschapje moeten doen. Motoren des te meer. Geen offroad wat je hier zou verwachten, maar mooie wegmotoren. Mannen voorop met helm en de ladies in hun nette kleding achterop. Zonder helm. Het kost ons een paar uur om echt iets landelijker te kunnen fietsen. Na diverse voorsteden maakt de stad plaats voor rijstvelden en krijgen we meer zicht op de bergen. Asfalt is nog steeds beperkt. Na een pauze bij wederom een tempel, krijgen we de keuze. Willen we een klim van 4km naar een klooster of niet. Voor mij een no-brainer. Natuurlijk ga ik naar boven. Mooie manier om lekker bezig te zijn, maar uiteraard ook om nog meer van het mooie land te zien. Een deel van de groep twijfelt maar stapt toch op. De 4 km lijkt slechts 2,5 km maar wel flink steil. Iedereen komt uiteraard boven. Misschien soms een stukje lopen, maar toch.

De afdaling blijkt net zo zwaar omdat er grote keien in het ‘wegdek’ zijn verwerkt. Continue staan op de pedalen om de klappen van de rotsachtige weg op de vangen. Ik voel mijn bovenbenen.
Na de lunch moeten we nog een laatste stuk van 9 km van vooral klimmen. We moeten naar 1900 meter. Ik begin er lol in te krijgen. Offroad heeft plaats gemaakt goed asfalt zonder gaten. Ook wel eens lekker. Soms zijn de stukken echt steil. Een keer moet ik heel rap terugschakelen. En dan gaat het meteen verkeerd. De ketting vliegt naast mijn kleine voorblad, maar gelukkig kan ik deze er direct weer opzetten. Als het niet meer gaat mag je je fiets in de jeep plaatsen die als bezemwagen achter ons aan rijdt. Maar daar wil niemand aan. Met het juiste karakter komt iedereen boven. En dat wordt beloond met de eerste besneeuwde toppen. De Langtang. Vandaag hebben we 12,6 km geklommen met 19 procent als steilste stuk.

Met een hartige pannenkoek en een dikke omelet als ontbijt ben ik klaar voor de 3e dag. En die begint lekker. Met een klim direct vanaf de Farmhouse. Eerst nog asfalt maar daarna gaat hij over in grof beton.
Na een klim van 6 kilometer met zo af en toe een fantastische blik op de Himalaya kom ik boven en met mij uiteraard de rest van de groep. Soms help ik Anja een beetje in de klim door haar een duwtje in de rug te geven op de steilste stukken. We nemen een korte pauze met local tea en zijn dan helemaal uitgerust voor de afdaling. Waar we het gisteren hadden over een makkie, weten we inmiddels meer. Er wordt geadviseerd om het zadel iets lager te zetten vanwege de steile afdaling, offroad en die blijkt ook nog eens technisch te zijn. Weer eens wat anders voor een roadracer.

Na 2 minuten maakt de eerste medereiziger al een val. Gelukkig loopt het goed af. Alles heel, maar wel wat last van de knie. Een kwartier later gaat nummer twee over de kop. Ook dit gevalletje valt mee. Goed opletten dat is het devies. Uiteindelijk komt iedereen goed beneden. Wist niet dat afdalen zo zwaar kom zijn. Laat mij maar klimmen. En als je denkt alles gehad te hebben, krijgen we nog een stukje highway naar Dhulikhel. Inderdaad, een hel. Een megadrukke vierbaansweg vol toeterende wachtwagen, bussen en moteren. Oja en op de gele lijn naast de highway rijden nog 10 ‘gekken’ uit Holland en België omdat ze zo nodig naar hun Hotel moeten.

De volgende ochtend moeten we weer een klein stukje highway. Gelukkig is het niet zo druk als gisteren. En al snel verlaten we deze weg om weer in landelijk gebied terecht te komen. Al glooiend stijgen we door de laaghangende bewolking naar het Monastery. Na een theetje bezoeken dit monnikenwerk om vervolgens weer een heerlijke Dal Bhat te eten. Daarna is het afdalen geblazen. Over een brede buckel zandpiste dalen we rap af. Totdat er een electriciteitspaal schuin over de weg steek. Wíj́ kunnen wel verder maar onze bezemwagen niet. En de terug is geen optie. Met vereende krachten tillen wij daarom de paal zó hoog dat de wagen er net onderdoor kan. Ook weer gefixd.

We kunnen verder. En dat moet ook want Bhaktapur, onze eindbestemming, schijnt erg mooi te zijn. Doortrappen dus. En ondertussen genieten van de werkers op de rijstvelden die massaal aan het oogsten zijn. Mooi gezicht die kleurig geklede mensen in de groene velden.
Klokke 3 uur bereiken we Bhaktapur dus tijd genoeg om de stad te bezoeken.

Na een dagje rust (reisdag met de bus), maken we opnieuw een mtb-tocht. Nu langs het Phewameer bij Pokara. Onze Nepalese begeleider is echt een baas. Of alles klopt wat hij zegt weet ik niet, maar hij zegt ‘for profession’ crosscountry wedstrijden te rijden. Behendig is hij in ieder geval. Hij doet niet veel onder voor Peter Sagan met zijn wheelies en het weg schieten van stenen met zijn achterwiel. In het begin hebben we een rustig tempo. Een heeel rustig tempo.

Maar dat wordt anders als we na een paar kilometer offroad gaan. Het wordt weer hotsen klotsen over de Nepalese wegen. Met af en toe een rivier crossing. Dit gaat niet altijd goed. Sommigen halen een nat voetje. Dat gebeurt overigens ook als je al trappende de overkant haalt. Het zou een easy ride worden. Maar dat is niet het geval. Want we gaan vaker door een rivier. De keien waarover we fietsen zijn soms wel erg groot en een stevige klim waarbij je net aan in het lichtste verzet boven komt, maken de tocht best pittig. Gelukkig is er een thee-moment. De pittige thee met koekjes bij een klein tentje naast de rijstvelden doet ons goed.
We vervolgen onze weg door de rijstvelden. Een mooie ervaring. Over grote keien banen we ons een weg naar de rivier. En vandaaruit, gaan we weer terug naar de bewoonde wereld, Pokara. Alweer een mooie fietsdag.

Na 4 schitterende wandeldagen door het Annapurnamassief maken we onze laatste fietstocht. Dit keer vrijwel vlak. We zitten in Chitwan, wat wil zeggen we een jungletocht op de fiets gaan maken. Ik kies daarom voor een echt Nepali fiets zonder versnellingen en met velgremmen die niet op de zijkant maar op de velg direct naast de spaken remmen. De fiets is veel te klein voor mij, maar ach wat maakt het uit. Ik probeer het zadel nog hoger te zetten maar de zadelpen blijkt heel kort te zijn. Het wordt een leuke tocht. In de dorpjes komen de kinderen uit de huizen om ons ‘Nameste’ toe te roepen. In de jungle stoppen we regelmatig om apen, krokodillen en herten we bekijken. Na 32 km zit de fietstocht erop. En daarmee ook de fietsbeleving in Nepal. Het was een mooie, bijzondere ervaring.

Zwanger van The Ride

Een maand geleden was ik bij mijn wielerspecialist De Haan voor een infoavond over The Ride. Het meeste wist ik al van een avond vorig jaar en via de sociale media. En toch kwam het nu anders binnen. Ik wist namelijk al dat ik volgend jaar mee wilde doen.

Inmiddels ben ik een belangrijke stap verder. Ik heb me officieel ingeschreven voor The Ride 2020 😛.
Voor degene die het niet helemaal goed voor ogen hebben; in 8 dagen door 8 landen van de Stelvio naar de Cauberg fietsen. 1300km en bijna 20.000hm. “Makkie”, aldus de organisatie, “want jullie hoeven alléén maar te fietsen”. De rest verzorgen wij.

De komende negen maanden ben ik ‘zwanger’ van The Ride. Bij alles zal de vraag oppoppen: Past dit in mijn Ride-planning?
Voor de meesten zit het wegseizoen erop. Voor mij begint het juist. Met een beetje conditie de winter uitkomen en dan snel uitbouwen. Ik heb een generiek trainingsschema ontvangen. Een totaal ander programma dan ik gewend ben. Ik ben een man van duurtrainingen. Zo heb ik de Alpe d’Huzes 5 jaar geleden ook gehaald. Geen bergen, geen interval, gewoon uren in het zadel zitten. Misschien wat eigenwijs, maar het werkte wel. Maar er is een belangrijk verschil. Dat was 1 dag en dit worden er 8.

Natuurlijk, veel uren maken is een must, maar daarnaast staat het trainingsschema ook vol krachttrainingen (op de fiets), intervallen en ritten in verschillende hartslagzones.
Nooit eerder gedaan en nooit behoefte aan gehad. Toch denk ik dat ik het nu eens een kans ga geven. Je schijnt er beter en sterker van te worden.

Mijn Stravavolgers is het wellicht al opgevallen. Ik ben al een beetje begonnen met intervallen en tempoblokken. Op gevoel, want ik moet nog wel even een hartslagmeter kopen.

Wat ik ook wil is wat meer doen aan mijn core en wat meer rekoefeningen. Maar dat wil ik al heel lang. Ik kwam onlangs een sportkeuringrapport tegen van 35! jaar geleden. Twee dingen vielen mij op. Ik weeg nog steeds hetzelfde als toen. En de aanbevelingen op het formulier moet ik nog steeds opstarten 🤔. “Meer buikspieren trainen”. Laat The Ride dan maar de aanleiding zijn.

Gelukkig ga ik het niet alleen doen. Anja gaat ook mee als vrijwilliger. Leuk, zo zijn we toch een beetje samen zwanger.

Komende maand ga ik een planning maken. Uiteraard ligt het trainingsschema er al, maar hoe ga ik dit doen naast de dagelijkse dingen in het leven. Hoe zien de komende vakanties eruit? Komt er een ‘hoogtestage’ op Mallorca of iets dergelijks? Zijn er vrienden die af en toe een lange duurtraining willen meefietsen? Heb ik voldoende fietskleding om winter comfortabel door te komen? Wordt het niet tijd voor een nieuwe racefiets?

Alles in het teken van The Ride. Negen maanden in een bubbel leven en dan weer beetje normaal doen. Dat is het plan!

‘Laat de zon in je hart’ bij de Strade

“Doen we dit nu omdat we een beetje stoer willen doen of gewoon om een prestatie neer te zetten?”, vraagt Dolf aan mij als we op de radio horen dat in het hele land festiviteiten afgelast worden. Van allebei een beetje, is de conclusie. We naderen Lochem voor onze 3e Strade Bianche Achterhoek.
Het komt met bakken uit de lucht, totdat we het weiland op rijden dat vandaag dient als parkeerplaats.

Opeens is het droog! We kunnen zelfs rustig voorbereiden zonder nat te worden. Toch houden we rekening met het ergste. De regenjas gaat meteen aan. Ik heb 2 gpx’en gedownload (150km en 110km) en de zonnebril wordt vervangen door één met kleurloze glazen.
In het openlucht theater halen we snel ons startnummer. Het voelt beter om droog te vertrekken.
Maar we luisteren eerst nog even naar de burgemeester voordat we weg mogen. Weet zeker dat niemand heeft gehoord wat hij heeft gezegd, want iedereen wil snel weg. Maar dan klinkt de verlossende bel.

Het duurt een minuut of 20 voordat het toch begint te regenen. Eigenlijk interesseert het me niet zoveel. De temperatuur is perfect en het landschap is schitterend. De paden liggen er goed en over het algemeen nog droog bij. Het is niet druk. Ik denk dat veel mensen het laten afweten. Mooi. Lekker rustig, maar jammer voor de talloze vriendelijke vrijwilligers.

Ik hoor Dolf achter me kreunen en steunen. “Het gaat zwaar”, roep hij. De paden zuigen inderdaad meer dan de kurkdroge versie van vorig jaar.
Ik kijk op mijn teller. 21 km! Nog bijna 130 te gaan. Oeps, dat is wel erg snel. Maar laat het volgens mij niet merken. Na 50 meter zeg ik dat ik bij de eerste stop de route op 110km zet. Ondertussen begint het harder te regenen. Maar van modder nog geen sprake.

Bij de eerste stop pas ik inderdaad de route op mijn Wahoo aan. Dolf verliest ondertussen alle vermoeidheid bij het horen van de bigband met vocale ondersteuning 🎵Laat de zon in je hart🎵 Nou dat laat Dolf zich geen 2e keer zeggen. Hij zet zijn hart volledig open. En wordt meteen overmoedig. “Hoeveel fietsen jullie?”, vraagt de fotograaf. “Nou ik wil 150” zei Dolf, “Maar hij denkt aan 110” 🙂.
We gaan weer snel verder. Met het verdwijnen van de muzikale noten verdwijnt ook langzaam de zon uit Dolfs hart. Het blijft dus 110km.

Bij 65 km krijgt Dolf last van zijn lenzen. Het schoonmaken van de lenzen bij de 2e verzorgingspost haalt niet veel uit. De vrolijkheid is er niet veel minder om. Ook hier muziek en een zeer goed verzorgde eet- en drinkpost.
Zou Dolfs bril van de Kwantum dan toch niet afdoende zijn of komt het gewoon door alle modder die hij van mijn achterwiel opvangt? Het zal een combinatie zijn. Een aantal keer moeten we stoppen omdat er continu zand achter zijn lenzen zit. Vervelend en pijnlijk. Ik kan weinig doen dan toekijken. We proberen een kroeg te vinden. Maar die zijn nog niet open. Het Heiligenbeelden Museum in Vorden is wel open. “Hallo, ik zie er niet uit”, zegt Dolf tegen de vrijwilligers van het museum. Ondanks zijn modderige gelaat en kleding mag hij naar binnen. En ik ook. We krijgen koffie. En Dolf krijgt de lenzenvloeistof van een van hen. Het helpt …. een beetje. Zijn ogen zijn inmiddels aardig geïrriteerd. Opgewarmd vertrekken we weer en tikken al snel de 82km aan. Afgerond bijna 100km. Dus eigenlijk zijn we er al.
We komen bij de laatste verzorgingspost. Ik doe mij nog 1x tegoed aan de verrukkelijke kaneelkoek en een paar stukken banaan. En rap beginnen we aan het laatste stuk van al weer een bijzondere Strade. Ik vind dat zo mooi hè, die asfaltwegen die overgaan in landwegen of gravelpaden. In de Achterhoek heb je pas echt baat bij een gravelbike of CX. Hier in het Westen kom je dat soort wegen nauwelijks tegen.
De regen valt nog steeds mee. Toch moeten we steeds vaker onze weg zoeken op de onverharde modderige paden. Eén keer kan ik de bocht niet houden en eindig ik op een akker. Mijn voorganger deed dat ook. En Dolf deed het nog eens dunnetjes over.

Na 110 km rijden we het openlucht theater van Lochem binnen. Muziek, de lucht van hamburgers en beelden van het WK wielrennen komen tot ons. Ik heb weer genoten.

Foto boven en onder van Eduard Camping

De reuzel loopt mijn reet uit!

Niet een hele frisse titel. Het is een Rotterdamse uitspraak om aan te geven dat het snikheet is. Maar ik ken het gewoon van vroeger. De vader van een vriend zei het regelmatig. En ik moest er deze week weer aan denken. Gek hè?

Vandaag ben ik eindelijk aan fietsen toegekomen. Woensdag wilde ik wel, maar ging ik picknicken langs de Amstel. Toch te warm om met 35 graden te fietsen. Dacht ik. Maar begin van de avond koelde het flink af tot zo’n 28 graden. Als ik dát geweten had. Jaloers keek ik naar de vele wielrenners die de juiste beslissing hadden genomen. Hoewel, de picknick was gezellig hoor 😀
Met deze ervaring zag ik het al helemaal zitten om donderdag wél te fietsen. Maar het bleef toen wel lang heet. 36 graden tot na 20:00 uur. Pfff! Toen kwam ook de reuzel-uitspraak in mijn gedachten. Vrijdag hetzelfde liedje.

Dus helemaal blij stapte ik vandaag eindelijk op de racefiets. Het bleek nog flink warm rond 13:00 uur. Had ik toch vroeger moeten gaan fietsen? Weinig renners op de weg. De warmte speelde 70km lang door mijn hoofd. De geur van dode vissen die de warmte niet overleefd hebben trok regelmatig mijn neus in. Er stond een warme wind. Niks geen afkoeling door rijwind. Het was meer alsof iemand continu een föhn op mijn gezicht hield. In notime leek er een kraantje op mijn hoofd open te gaan die druppels zweet achter mijn zonnebril liet vallen. Het bleef maar door gaan. Gelukkig had ik twee grote bidons bij me om het vochtgehalte een beetje op peil te houden.

Ik zag kinderen zwemmen in open water. Wat zou ik er graag naast springen. Fiets aan de kant en huppakee. Ik zag mensen in een cabrio. Zouden zij het net zo warm hebben als ik. Ga lekker in een airconditioned auto zitten man. Gek!
Of ben ik juist diegene die gek is. Nee hoor, prima te doen om met 29 graden 70 km te fietsen. Maar iets koeler mag ook.

Passo Dolomiti

Ik kom net uit de sauna van ons hotel. Drink een heilzaam theetje en geniet enorm van mijn Dolomieten fietsweekje met de mannen van Dura Vermeer. Tot vandaag hadden we schitterend weer.

Vrijdag was onze eerste fietsdag. Of je wilt of niet. Je móet de Sella Ronda rijden als je in de Dolomieten bent. Zeker al je in Corvara zit, direct aan de Sella Ronda. Wat een schitterend Unesco gebied is dit! De klimconditie van de groep ligt wat uiteen, maar dat is absoluut geen probleem. Samen uit, samen thuis. En toch een beetje Cycling Apart Together. Want ieder gaat in zijn eigen tempo omhoog. En is vooral met zichzelf bezig om boven te komen. Ik ook. Ik geniet van de schitterende uitzichten. En natuurlijk van het bereiken van de top van elke beklimming. Het is nog even wennen. Binnen 5 kilometer heb ik meer hoogtemeters gemaakt, dan thuis na 3 weken fietsen. Gelukkig valt de hoogte mee. Tot zo’n 2250 meter. Hoger wordt het niet in de Dolomieten.

Op dag twee fietsen we ook ca 50 km. Alleen Robbert en ik doen er nog een schepje bovenop. We pakken na afloop de 9km klim naar de Passo Gardena er nog bij als toetje. Rustig aan bereiken we de top. Om vervolgens weer in rap tempo af te dalen naar ons hotel.

De volgende dag doen we er nog een schepje bovenop. De gevreesde Passo Giau wordt de volgende uitdaging. ’s Ochtends bekijken we het parcours nog even. Met wat zenuwachtige lachjes scheppen we nog wat eiwitrijke yoghurt met gedroogd fruit op. Baat het niet, dan schaadt het niet. De totale route is 85 km met de Giau als tweede klim.
Jos houdt het na de eerste klim voor gezien. Hij heeft de benen niet en komt niet vooruit. En dat is niet handig met een 10 km klim en gemiddelde stijging van 9,3% voor de boeg.

De Giau is zwaar. Ik maak mij geen illusies en kies direct het laagste verzet van mijn 11speed. Geen moment van rust. Toch probeer ik te genieten. Zo ontmoet ik Paul uit Londen tijdens de klim. We kletsen wat over de ‘bergen’ in Holland en over de omgeving. Na een paar honderd meter geeft hij aan zijn eigen tempo te willen aanhouden. Ik laat Paul achter me en klim alleen verder. Na een banaan op 6 kilometer ga ik door naar de top. De laatste kilometer tel ik iedere 100 meter af. Robbert is al boven. Eenmaal boven kijk ik op mijn telefoon. Jan heeft niet geappt. Dat is goed nieuws, hij is dus nog bezig met de klim. En na een tijdje komt hij iets na Marcel ook boven. Top prestatie!

Na een caffeine shot dalen we af voor een spaghetti lunch. Dit hadden we onszelf beloofd. Iedere helling na Giau is een peulenschil. Dus ook de 11 km met ca 5,5% naar Falzarego.
Het is al weer dinsdag. Een 85km route zit er vandaag niet in. Ook niet omdat er om 15:00 uur onweer wordt verwacht. We kiezen voor de Sella Ronda tegen de klok in. Dan kunnen we om 14:00 uur terug zijn. De Passo Gardena, een klim van 9 km, gaat goed. Marcel voelt zich wat misselijk, maar besluit toch door te gaan. Op de Passo Sella gaat de lucht al aardig werken. Gelukkig heb ik mijn regenjas meegenomen. Voor het eerst gebruik ik hem in de afdaling. Maar al snel blijkt dat ik hem ook daarna moet gebruiken. Op de beklimming van de Pordoi krijgen we de eerste klappen onweer al om de oren en begint het regenen. Eerst een paar druppels en snel daarna begint het flink te regenen. Nat kom ik boven. Maar dat is niet afgesproken!

We hebben nog een 9km afdaling voor de boeg. De weg is zeiknat en het blijft onweren. Als het droog lijkt te worden, begint het te hagelen. Ik zoek snel een afdak. En opeens lig ik op de grond, omdat ik een diepe geul wil ontwijken. Ik zie 2 diepe putten van twee tanden van het voorblad in enkel staan. Het bloed niet heftig, maar het is wel gevoelig.
Na 10 minuten krijg ik het koud. We moeten verder. In de stromende regen proberen we voorzichtig met ca 30km per uur af te dalen. Dat valt nog niet mee. Verkleumd, maar heelhuids komen we beneden. Daarom besluiten we direct de volgende, laatste klim, te beginnen. En die gaat bij iedereen als een speer. Of het de zuurstofrijke lucht is of de wil om warm te worden, ik weet het niet, maar in notime heeft iedereen de laatste 5 km klim naar Campalongo afgeraffeld. In het hotel probeer ik de wond aan mijn enkel schoon te krijgen. Met overal smeer van mijn ketting lukt dit matig. Hopelijk werken de desinfecterende tissues goed.

De laatste mogelijke fietsdag wordt er nog eerder op de dag regen voorspeld. Met de schrik van gisteren nog in de benen besluiten we er een wandeldag van te maken. Er valt die dag geen druppel. 😀

Eerste KeizerClassic

19 mei. Ik slaap nog half en krijg een kus op mijn wang. Gefeliciteerd. Al snel blijkt dat dit niet is omdat we 24 jaar getrouwd zijn, maar omdat we het Songfestival gewonnen hebben.
Vandaag is dé dag van de eerste KeizerClassic. Een fietstocht met familie en vrienden. Om half acht krijg ik al een eerste appje. “Ondanks het overlijden van mijn vader wil ik toch meefietsen”. Met een brok in mijn keel vertel ik het Anja. De dag kan niet meer stuk.
Ik spring mijn bed uit en kook een eitje. Er zijn mensen die zweren bij magere Chocomel, maar ik hou het bij eiwitten.

Het is spitsuur in de appgroep. “Beter Chocomel vóór of na de rit? Waar blijft de zon? Kort of lang?”
Om 9:15 komen de eersten aangefietst. Rob en Elise zijn in training voor de Alpe d’Huzes. 100km is dus te weinig en zij plakken er daarom een retourtje Alkmaar aan vast. Vrij snel komt de rest ook. Vanaf half 10 koffie met koek. En om 10 uur vertrekken. Dat is het plan. Het is een mooi gezelschap van duursporters bij elkaar. Of het gaat om meerdaagse wandeltochten, halve marathons, rondjes IJsselmeer, Mont Blanc of Weissensee, iedereen teert wel op roem van kort of heel lang geleden. Om 10:00 uur krijg ik ineens haast. We moeten vertrekken. Laatste plas, banaan pakken en weg. De 100km groep vertrekt als eerste. Ik ben de ‘captain’. De 60km groep vertrekt met Anja als captain kort daarna.

Halverwege, in Breukelen, treffen we elkaar weer. Als het goed is. Er staat een straffe noorden wind. Prima als je zoals Anja bijna als een streep naar Breukelen gaat. Maar wij slingeren wat. Driekwart Ronde Hoep, Geintje erbij. Dus wij pakken al snel wat tegenwind. We zijn net op tijd om de Geinloop te ontwijken. “Nou!”, dacht ik, “dat gaat nog pittig worden met die wind straks”. Maar voorlopig gaat het goed. Langs het Kanaal wordt druk gebabbeld met 30 km/u. Dat kan dus harder dacht ik. Maar, o ja, daar gaat het niet om hè. Gezellig met vrienden een rondje fietsen. En dat laatste lijkt te gaan lukken. Slingerend langs de Vecht komen we in Breukelen aan. Anja met haar groep ‘klagen al steen en been’. Waar bleven jullie? Wij hebben al 4 koffie op etc etc. Voor straf zijn wij aan een ander tafeltje gaan zitten.
Na de pauze in Breukelen is er paniek. Het stuur van Dolf blijkt los te zitten. Direct wordt gesuggereerd dat als hij wat meer aan zijn core zou trainen, hij wat minder op zijn stuur hoeft te leunen en dit nooit gebeurd zou zijn. Gelukkig heb ik mijn toolkit bij me en kan ik het probleem verhelpen. Ik lijk wel een captain 😬

Anja heeft ondertussen hele andere ‘problemen’. Doordat steeds meer fietsgroepen met seinen en signalen fietsen moet je opletten dat je niet de signalen van de verkeerde ploeg opvolgt. Wat dus gebeurt! De voorsten gaan ijverig rechtsaf, terwijl dat net niet de bedoeling is.

Haarzuilens en kasteel De Haar laten we rechts liggen. Net pauze gehad. Pas op 75km maken we de restjes aan bananen, krentenbollen en sultana’s op. Joyce maakt nog een leuk filmpje en als een compact pelotonnetje rollen we met weinig tegenwind een uur daarna Amstelveen binnen.
Anja zit met haar team al aan de Sunny. Een lekkere pale ale van brouwerij de Aandacht. Maar gelukkig is er nog genoeg over. En zoals het hoort, breekt de zon dan ook goed door en kunnen we nagenieten van een erg leuke eerste KeizerClassic. Wat mij betreft smaakt dit naar meer. En een beetje Classic noemt dan ook direct de hold the date voor volgend jaar. Daar denk ik nog even over. Ik heb in ieder geval nog veel meer mooie routes in gedachten.

Ein echtes MTB-fahrrad!

We zitten een weekje in Sauerland. Even eruit. En uiteraard gaan de fietsen mee. Hoewel, uiteraard? Dit is pas de tweede keer. We nemen de travelbikes mee. Lijkt ons prima om de omgeving te verkennen. Maar als ik via Strava wat inspiratie wil op doen in de omgeving van Willingen zie ik alleen maar MTB’ers. Blijkbaar is mountainbiken hier je ding om te doen. Dus blijven onze fietsen in de schuur. We huren een gewone én een e-mountainbike. Ik kan het iedereen aanbevelen als je samen een leuke tocht wil maken en de een is iets beter dan de ander.

We beginnen vanaf de verhuur vrijwel direct stijl omhoog. We willen namelijk de skischans van bovenaf zien. En dan moet je daar meteen wat hoogtemeters tegenaan gooien. Anja speert vooruit. Ik volg gedwee. Soms ga ik zo langzaam, dat mijn Wahoo af en toe kort in de automatische pauzestand schiet. Ik fiets de longen uit mijn lijf, maar wordt gesterkt door een compliment van Duitsers, die Anja allang gepasseerd is. “Ah ein echtes MTB-fahrrad” 😊. Tevreden haal ik de eerste top.
Vandaaruit plannen we snel verder. Gisteren hebben we hier al gelopen, dus we weten ongeveer waar we naar toe willen. Vandaag wil ik in ieder geval nog even op de top bij de Ettelsbergturm staan, maar vooralsnog slaan we vlak voor de top linksaf. We dalen af en komen in een voor ons nieuw gebied. Fantastisch mooi. Bos, heide, veel vogels und weinige Leute. Ofwel heerlijk. We passeren het ene Kreuz na het andere Kreuz. Om vervolgens op een terras van een Hütte te belanden. Het is al etenstijd, maar aan ‘normale’ broodjes doen ze niet. Dus dan maar een espresso en een joekel van een vruchtentaartpunt. Genoeg calorieën om heel Sauerland mee rond te fietsen.

Anja is helemaal happy met haar e-bike. “Ik heb pas 1 streepje verbruikt”. Dit houdt in dat we nog even verder kunnen. Op weg naar de Langenberg. Dit blijkt de hoogste berg van Nordrhein Westfalen te zijn. Dus die kunnen we niet overslaan.
Onderweg helpen we nog even een oudere vrouw met dochter en ’n klein wit hondje… Ze zijn totaal verdwaald. Weten niet waar ze zitten, niet precies waar ze vandaan komen én niet precies waar hun auto staat. Ook de tip om van onze kaart een foto te maken werd niet begrepen. Is eigenlijk best wel raar, dus de grap ‘Do ist die Bahnhof’, heb ik maar niet toegepast 😀.

Na een lange afdaling over voornamelijk brede grindpaden, komen op het verste punt aan. Ons plan is om via een u-bocht weer terug te gaan, maar na 2 x zoeken zijn we het zat. We pakken dezelfde weg terug. Alleen moeten we nu klimmen. Ik klaag niet, klimmen is leuk! Anja klaagt niet, want ze heeft nog genoeg energie ….. in d’r batterij. Allebei blij.

Op de terugweg tappen we nog even water en brengen nu wél een bezoekje aan de Ettelsbergturm. Reden, ik zie het aantal hoogtemeters richting de 1.000 gaan. Dus die wil ik wel even aantikken vandaag. Dat heb ik dit jaar alleen nog maar virtueel gedaan.
Bij het inleveren van de bikes staat de stand op 1.006 hm. Missie geslaagd. Heerlijke fietsdag en tijd voor een Willinger Weizenbier.

In de voetsporen van ….?

Kan dat eigenlijk? In de voetsporen van de baanwielrenners Lavreysen of Hoogland treden. Of noem je dat anders? Iets van ‘in het spoor van’. Maar ach, wat geeft ‘t. Het zal nooit gebeuren. Waarom? Omdat ik na meer dan 100.000 km op de weg, vandaag pas mijn eerste meters op de baan maak. Of omdat ik met groot gemak de vader van beide renners had kunnen zijn. En omdat de omvang van mijn bovenbenen misschien net de helft is van de turbodijen van Harrie en Jeffrey. Need I say more!

Bovendien lijkt het mij eng. Een doortrapper, geen remmen en als je valt, heb je de splinters tot ver in je bilnaad. Goed, met dit zelfvertrouwen, betreed ik het Velodrome in Sloten. Een 200 meter baan met steile bochten van 47 graden.

Het werd mij dan ook wel makkelijk gemaakt. Georganiseerd door Cycle World. En onder leiding van niemand minder dan meervoudig wereldkampioene Carolien van Herrikhuyzen. En strenge tante die begint met een gedegen uitleg van het baanwielrennen en het afkeuren van schoenen en te oude helmen. Daarna kun je een baanfiets uitzoeken, zadel op hoogte brengen, 8 bar in de banden doen. En gáán.

Nou ja gaan, we starten met rustig rondjes te draaien op het beton. Belangrijkste oefening: ervaar hoe het is om een doortrapper te hebben én handen alleen onder in de beugel. Heel vreemd zo’n doortrapper. Zeker als je weet dat je nog niemand mag inhalen en je vind dat je voorganger wel iets harder mag fietsen 😊. En dat is best ingewikkeld met 19 man op een 200 meter baan.

Voor de tweede oefening splitsen we daarom op in twee groepen. We verlaten het beton en maken slalom oefeningen om pionnetjes. Dat lijkt eenvoudig, totdat de pionnen iedere keer verschoven worden. Na afloop kregen we billenkoek van Carolien. “Waarom houden jullie je niet aan de opdracht?” Ik vond het al heel wat lijken. Totdat ik achteraf mezelf op een filmpje zag. Beetje suf!

De laatste oefening was de leukste en zou eigenlijk het begin van een actieve middag moeten zijn, maar dat lukt nu eenmaal niet met een 2 uur durende clinic.
We begonnen met een ronde op het beton, dan een aantal op de Cote d’Azure (de brede azuurblauwe strook) en vervolgens tussen de zwarte en rode lijn. Alleen bij inhalen mag je hoger en moet je op het grijze vlak je voorganger inhalen. Pas ná de volgende bocht mag je afdalen als je goed over je schouder hebt gekeken. Zolang je minimaal 38 km per uur rijdt, glij je niet naar beneden. Is mij verzekerd. Carolien probeert de instructies er in te stampen. Maar het heeft weinig effect. Eerlijk gezegd doet iedereen maar wat. Als koeien die na een winter op stal de wei in gaan. Helemaal losgeslagen! Gewoon vol trappen en zien waar het schip strandt.
Iedereen kan er nu wel over meepraten. We hebben allemaal in de schuine bochten gehangen. En eerlijk gezegd vind ik het minder eng dan ik had verwacht.

Maar ik denk niet dat Hoogland voor mij hoeft te vrezen. En dat is niet alleen omdat ik ‘net’ niet de 70 km per uur redt. Ik vind het een erg leuke ervaring, dank Cycle World, maar ik hou het nog even bij de weg 😁.

Raining cats and dogs.

Vanochtend even voor 8 uur pak ik mijn smartphone om te kijken hoe het weer de komende uren is. Dat het zou regenen is geen verrassing. Dat werd gisterenavond al voorspeld. Ik had eigenlijk zaterdag willen fietsen, maar hoopte dat het vandaag beter zou worden. Niet dus! “It is raining cats and dogs”, hoor ik mezelf zeggen. Een zinnetje geleerd van mijn vroegere leraar Engels, meneer Waardijk. Het zit al 40 jaar in mijn hoofd als het stevig regent.

Ik spring uit bed. Doe mijn wielerkleding aan. Transparante glazen in mijn bril. Regenjas aan en uiteraard mijn overschoenen en handschoenen. Anja is blij dat ik toch even ga fietsen. Beter voor mijn humeur 😀. Ondanks de regen.
Nog even 3 boterhammen wegwerken en dan vóór negenen op pad.

De regen klettert op mijn helm. En het zicht wordt beperkt door de druppels op mijn bril. Na een kilometer ben ik al zeiknat. Is het niet van de regen dan is het wel van de plassen op de weg. Ik ga eigenlijk nooit op pad als het regent. Maar het valt mij niets tegen. Ik ben op de crosser. Dus een beetje doortrappen om de teller toch richting de 30km/u te krijgen.
Het is rustig op de weg. Geen wielrenner te zien. Toch zie ik in de verte langs de A2 iets voortbewegen. Ik kan niet goed zien wat het is. Maar langzaam kom ik dichterbij. En voor ik af sla naar de Winkeldijk zie ik dat het een handbiker is, die in een straf tempo de regen trotseert. Respect!
Ik rij door de scherven van een flesje van meneer Heineken. Ik probeer niet lek te rijden door extra de plassen op te zoeken. Dit lijkt te werken. Kort daarna nog een keer. Ik vloek de boel bij elkaar en zoek weer de plassen op. Gelukkig niet lek.
Het lijkt iets droger te worden. Ik heb er eigenlijk wel lol in. En stop zelfs om een paar foto’s te maken. Na bijna 30 km kom ik de eerste wielrenners tegen. Best bijzonder op zo’n druk befietst traject. Lopers zijn er wel veel. Diehards! Tussen hen ook mijn neef Stefan. Ik zie hem te laat om nog iets te roepen.

Inmiddels begint het weer stevig te regenen. Ik merk intussen wel dat ik mijn neopreen overschoenen had moeten aandoen. Ik heb zeiknatte voeten. En ook dat, als ik dit soort tochten meer ga maken, ik ook waterdichte handschoenen nodig heb. Ook mijn handen zijn zeiknat en koud. Maar goed, voor ruim 40 km is dat uit te houden.
Eenmaal thuis blijkt mijn crosser door het vele water niet eens echt vies. Snel droogmaken en dan gelukzalig aan een warme bak koffie. Heerlijk!

Leunend tegen de wind

Vrijdagavond zat ik al op mijn WeerRader app te kijken. Dat wordt vroeg fietsen dacht ik meteen. Als ik voor 9:00 uur op de fiets zit, lijkt het nog mee te vallen. Wind 40 km/u met uitschieters tot 70. De uren daarna neemt de wind alleen maar toe.

Om 8.30 uur rij ik de poort uit. In de bebouwde kom valt alles nog mee. Ik kom er al snel achter dat ik mijn bidon nog in de schuur staat. Shit, maar ik besluit door te fietsen. Veel meer dan een uur zal het vandaag toch niet worden.
Zodra ik de Middelpolder in rij, merk ik direct het verschil. Zijwind. Ik word meteen naar links geblazen. Wow, handjes goed aan het stuur en onder in de beugel. Ik merk al snel dat het went, maar het blijft opletten met mijn 23 mm bandjes en 71 kilo aan gewicht, schoon aan de haak.
Langs de Ronde Hoep heeft de wind vrij spel. Eerst wind tegen. De teller zakt tot 22 km/u. Mijn hartslag schiet omhoog. Normaal gesproken zou ik ernstig aan mezelf gaan twijfelen, maar nu niet. Lekker werken tegen de wind in.

Zoals de naam Ronde Hoep al doet vermoeden komt ook nu de zijwind. Oppassen geblazen. Om niet door een rukwind in de sloot te eindigen ga ik midden op de weg fietsen. Dan heb tenminste nog wat speling. Ik kan harder fietsen maar ik hou me toch in. Vooral als er auto’s passeren. Leunend tegen de wind fiets ik verder. De wind zingt tussen mijn spaken door.

Het laatste stuk van de Hoep heb ik de wind af en toe vol in de rug. Zonder aan te zetten gaat de teller al snel naar 40. Heerlijk om soms zo’n winderig rondje te fietsen. Na 58 minuten ben ik al weer thuis. Mijn bidon drink ik meteen half leeg.